31 dec. 2006

Afscheid van 2006 in de polder

Zondag 31 december. Na een woeste nacht klaart het in de morgen op. Hoewel er nog een behoorlijk krachtige wind staat, kan er gevist worden. Dergelijk weer leent zich uitstekend voor de tiengrammer, met een drie of een vijfgrammer is een spinnertje vissen bijna niet te doen.
Voor de grafiet tiengrammer ben ik nog op zoek naar een moderne werpmolen. Deze hengel registreert zo scherp, dat je elke vorm van onbalans in de klassieke werpmolen(s) voelt tot in de top. Een TwinPower of een Stradic; ik ben er nog niet uit! Vandaag ga ik dus vissen met de gele Fair Play tiengrammer. Het doet me goed om de laatste dag van een mooi visjaar voor een deel in de polder door te brengen. Een oude polder met langs de weg dikke knotwilgen.

En ook een behoorlijk ondiepe polder. De Terrible 45 mm spinner moet ik dan ook vlak onder het wateroppervlak naar binnen vissen. Dit zijn ook de momenten dat ik blij ben op de ouderwetse manier, de werpmolen te bedienen. Na de worp wordt dus niet de beugel dicht geslagen, maar wordt eerst de spinner opgestart met wijsvinger op de spoelrand. Die spinner wordt met die zelfde wijsvinger afgestopt aan het eind van de worp. Zo voorkom je dat er een grote bocht in de lijn ontstaat door de wind, en dat de spinner ondertussen naar de bodem is gezakt. Gedurende de middag trekt de wind aan, en dan is op de klassieke manier spinnen een uitkomst. Na vele vele worpjes, en een misser, haak ik uiteindelijk een klein snoekje. Het is mijn laatste vis van 2006, leuk dat ik die in de polder heb gevangen.


Als ik achterin de polder arriveer, trekt de wind krachtig aan (zoals de beide foto's van het windmolentje dat een gemaaltje aandrijft laten zien).

Het is ondertussen 16.30 uur geweest, tijd om terug naar de auto te lopen. Bij de auto aangekomen krijg ik maar met moeite de hengel in het foudraal. Het jaar 2006 was een goed visjaar met veel mooie momenten. En nu op weg naar 2007 .


Groeten,
Peter

17 dec. 2006

Nog steeds een geducht wapen voor de polder

Zondag 17 december. Na het stukje over Jan Schreiner, Flitsend Nylon en de glasvezel tiengrammer heb ik een aantal leuke emails ontvangen. Zelfs een email helemaal uit Zweden! De Fair Play tiengrammer bleef in mijn gedachten, het leek me leuk om weer eens met zo'n stukje nostalgie in mijn hand door de polder te struinen. Het liefst met zo'n gele uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, afgebouwd met dunne hard chromen ogen en een prachtig goudkleurig duraluminium busje.

Een dergelijke spinhengel kom je nog maar zelden tegen, want wie doet zo een prachtig bezit weg? Vismaat Frits heeft er een, of liever gezegd, had er een. Na wat over en weer gemaild te hebben met Frits, ben ik een in nieuwstaat verkerende ABU Cardinal 33 uit 1976 "armer", maar ook een de trotse bezitter van een stukje Hollands nostalgie. Met deze hengel ga ik zo af en toe vissen, gewoon omdat dat me leuk lijkt.

Na gisteren gewerkt te hebben, is het vandaag dan eindelijk zover. Vannacht kon ik de slaap maar slecht vatten, en vanmorgen om vijf uur was ik klaar wakker. Na een uur beneden te hebben lopen ijsberen, zocht ik rond zes uur verkleumd ons bed op. Niet veel later zit ik als nog op zolder en spit mijn kunstaas voorraad door. De laatste jaren spin ik voornamelijk met spinnertjes gekocht bij Peeters en Handy Fish. Ik kan m'n geluk niet op als blijkt dat ik nog drie FP Terrible's met een blad van 45 mm tegenkom, maar ook twee FP tandem spinners (ontworpen voor de tiengrammer) en twee FP diamond spinners.

Met de hulp van Francine (dank je schat! <- ze heeft er nogal een hekel aan) spoel ik Maxima 17 % nylon op de spoel van de Crack 100. De Maxima heeft een breeksterkte van 2 kg, gelijk aan de Stilon 20 % lijn die Schreiner verkoopt en adviseert voor de tiengrammer. Met een doosje gevuld met FP spinners, FP spinstangen (die hebben niet zo'n vervelend knik schanierpunt), FP vouwloodjes en kinkvaantjes in de zak van mijn jas, en de gele FP tiengrammer en de Crack 100 achterin rijd ik naar de polder. Vissen zoals beschreven in de boeken van "ome" Jan, dat is hoe ik vandaag ga vissen. Al snel wordt het eerste worpje gemaakt, en het verbaast me hoe snel deze glasvezel hengel is. Sterker nog, het is nog steeds een prima spinhengel, ondanks dat de tijd op het gebied van ontwikkelingen niet stil heeft gestaan. De eerste spinner die ik uitprobeer is, hoe kan het ook anders, de Terrible 45 mm. Deze spinner is nog steeds een killer voor de polder, jammer dat Schreiner ze niet meer verkoopt. Op de Terrible vang ik een klein baarsje, en normaal gesproken vis ik de hele dag meestal met 1 stuk kunstaas, maar nu besluit ik van spinner te wisselen. Gewoon even voelen hoe de FP reageert op de verschillende spinners. De tweede spinner die aan de spinstang wordt bevestigd is de tandem. Wat een heftig ding is dat zeg! Met twee kleine stompe Terrible blaadjes op een as, veroorzaakt deze spinner een hoop kabaal onder water. Deze spinner kun je ontzettend traag naar binnen vissen. De eerste snoek van vandaag vang ik op de tandem. Dit is ook de eerste snoek die ik sinds jaren aan een FP hengel vang. Ik heb ook al jaren niet meer met een tiengrammer gevist. Overigens heb ik afgelopen donderdag een tiengrammer van grafiet besteld (daar later meer over), want de tiengrammer is gewoon een geducht wapen voor de polder. Op de tiengrammer kun je veel verschillende soorten kunstaas vissen, een echte all-rounder. De dril van de eerste snoek is er een volgens het Schreiner boekje. Geweldig om de gele FP diep te laten buigen op een poldersnoek.


Na de tandem is de diamond spinner aan de beurt. Een spinner met een heel dun blad, en breder dan de Terrible. De rest van de middag vis ik met deze spinner. Wat een heerlijk stukje kunstaas is dit, daar moet ik eerdaags een voorraadje van aanleggen, bedenk ik me. Ondertussen is het als of ik al jaren met deze FP heb gevist, zo vertrouwd voelt deze hengel aan. Vissen in de polder met mooi en goed op elkaar afgestemd materiaal is genieten. Dat genieten wordt nog eens versterkt, als snoek nummer twee van vandaag zich aankondigt. Deze snoek maakt het helemaal bont: nadat hij de hengel tot in de kurken heeft krom gezwommen, komt de snoek in vol ornaat het water uit. De slip komt er niet aan te pas, de buiging van de hengel en de rek in de lijn zijn deze snoek de baas. Man, wat zou ik graag een dikke dame willen drillen aan deze hengel. Maar goed, ik geniet van elke snoek, klein of groot maakt me niet uit, zeker niet op het vandaag gebruikte materiaal.

Nog geen vijftig meter verderop is het weer raak, echter deze keer is het een kleiner snoekje. Net als ik de snoek in de nek vat, komen er twee jongens met hengels mijn richting op lopen. Ik vraag of een van hen een foto wil maken van mij met het snoekje. Na de foto wordt mijn in hun ogen heel lichte hengeltje bewonderd. Ik heb ze maar niet verteld over de drie en de vijfgrammer. Na een praatje nemen we afscheid, zij gaan het verderop proberen met dood aas.
Dit was tevens de laatste snoek voor deze middag. Mooie stukjes water en verbindingsslootjes worden met de spinner bestookt, maar de snoeken houden hun kaken stijf op elkaar. Bij een kruising vang ik nog een mooie polderbaars, maar daarna krijg ik geen stootje meer op de spinner.


Als het begint te schemeren besluit ik terug naar de auto te lopen. Wandelend langs de poldersloot werp ik zo nu en dan een blik op de tiengrammer. Bij de auto aangekomen, wordt de Crack opgeborgen in het molentasje, en gaat de prachtige gele FP terug in zijn foudraaltje. Een ding is zeker, ik zal deze klassieker nog regelmatig uit het foudraaltje toveren zowel om te bewonderen maar zeker ook om er zo nu en dan mee te vissen. Frits bedankt!

Groeten,
Peter

11 dec. 2006

Jan Schreiner en Flitsend Nylon

Toen ik afgelopen zondag door de polder struinde met in mijn hand een vijfgrammer, dwaalde mijn gedachte af naar de onlangs overleden Jan Schreiner en het boek Flitsend Nylon. Jan Schreiner was mijn jeugd held, en Flitsend Nylon was voor mij als een jongens roman. Denk ik aan Schreiner, dan denk ik aan Terrible spinners, Crack werpmolens en natuurlijk Fair Play hengels. Jan Schreiner verhief het vissen met de spinner tot een ware kunst. Een Fair Play glasvezel tiengrammer van ± 180 cm van bruin of geel gekleurd glasvezel en tussen de ringen een Luxor 1 of Crack 100 waren jarenlang een geducht wapen voor de polder. Aan de glasvezel spinhengels van Jan Schreiner kleven ook voor mij mooie herinneringen. Hengels van een goede kwaliteit glasvezel, met tussen de twee delen een bussluiting. Uiteraard afgemonteerd met niet te kleine hard chromen ogen, een kurken greep, cone en reelringen. Zeg maar de oervorm van veel van de huidige spinhengels.


Dit zijn hengels waar je mee moet leren vissen om ze te kunnen waarderen. Hengels die meestal een prachtig progressieve buiging bezitten. Door deze eigenschap worden deze hengels weleens afgeschilderd als slappe dweil. Dit komt meestal voort uit gebrek aan kennis. Nee deze glasvezel tiengrammers zijn zeker geen dweilen, je moet er echter wel mee leren omgaan. Vissen met het juiste bijpassende kunstaas, en met een lijn met een breeksterkte die de 2.4 kg niet te boven mag gaan. Het maximale uit je materiaal halen, gebruik makend van de drie éénheid. De rek in de lijn, de buiging van de hengel, en indien nodig de slip van de molen.

Wat de molen betreft, op zo'n tiengrammer past het beste een Crack 100. Een molen met een brede spoel en een heel trage overbrenging. Een molen die stopt met draaien als je de slinger los laat. Maar ook een molen waarbij zonder probleem met de wijsvinger de spoelrand bereikt kan worden. Goed vissen met de spinner doe je met een uitgeschakelde anti-retour. Voor het opnemen van de lijn (met de wijsvinger), wordt de beugel achteruit richting de wijsvinger gedraaid. Dat kan alleen met een uitgeschakelde anti-retour! Na het opnemen draai je de geopende beugel nog een kwart slag terug. Na de worp wordt de spinner gestart met de vinger op de spoelrand, daarna sluit je de beugel. Deze manier om de werpmolen te bedienen heb ik geleerd uit de boeken van Jan Schreiner. Wat het vissen met kunstaas betreft, "De kunst van het kunstaas vissen" is een aanrader. In dit boek wordt dieper ingegaan op het correct bedienen van de werpmolen.


Als ik aan Jan Schreiner denk, denk ik ook aan klinkende namen als Floret en Rapier. Ultra-lichte spinhengels voor vissers met enige ervaring. Op deze hengels vis je heel prettig met een Pelican 50 of nog beter een Alcedo Micron. Op de spoel van deze volwassen miniatuur werpmolentjes, komt een nylon lijntje van 10 of 12%. Nee, geen moderne geharde rekloze nylon, maar een zachte nylon met een bij de hengel passende breeksterkte.

Dergelijke hengeltjes koop je het liefst nieuw! Zo'n hengel gaat naar je hand staan en ook ben je geheel op de hoogte van de geschiedenis van de hengel. In ondeskundige handen kan zo'n hengeltje ernstig verminkt raken. En wat is het heerlijk om de geur op te snuiven, die hangt in de nog steeds bestaande winkel van Schreiner. Helaas kun je de Pelican 50 of Alcedo Micron niet meer nieuw kopen. Voor dergelijke molentjes ben je veroordeeld tot Ebay of Marktplaats.

Voor de liefhebber; bij Schreiner kun je ook nu nog anno 2006 terecht voor een (nieuwe) glasvezel tiengrammer en een (nieuwe) Crack 100. Een combinatie waarmee je in het huidige tijdperk, van speedtrollen met dyneema en snoeiharde hengels nog steeds een snoek kunt vangen. Maar belangrijker is, genieten van de dril met een diep buigende hengel en genieten van de vangst van een poldersnoek van gemiddeld formaat.

Vissen met spinners en op de manier zo als door Jan Schreiner beschreven, is vooral vissen met plezier!

Groeten,
Peter

3 okt. 2006

Ultra licht, wat een feest!


Zondag 1 oktober. Om even voor achten vertrek ik richting West Friesland. De diepere sloten, met hun harde bodem en relatief helder water hebben indruk op mij gemaakt vorige week. Om 9.00 uur heb ik afgesproken met Frits op een voor mij ondertussen bekende parkeerplaats. Samen met Frits struinen door de West-Friese polders; ik heb er zin in! Ik ben lekker op tijd, dus op mijn gemak rijd ik door het prachtige Noordhollandse polderlandschap en passeer diverse dorpjes. Voorbij Scharwoude verruil ik de provinciale weg voor de snelweg en dan gaat het in een rap tempo richting de kop van Noord-Holland. Op de parkeerplaats aangekomen staat Frits al te wachten, vanaf daar rijd ik achter Frits aan de polder in.



Vissen in voor mij nieuwe sloten in een prachtige polder, alleen de voorpret al is een feest. We parkeren de auto's in de berm langs een uitdagend water. Voor het optuigen bekijk ik de door Frits zelf gemaakte ultralichte spinnertjes, echt mooi spul.




Dan worden de Rapier en de Mosquito 0 uit hun foudraaltjes gehaald, en voorzien van Pelican 50 wermolentjes. Door de oogjes wordt het dunne nylon gehaald, en spinnertjes, met ervoor een dun en kort stukje staaldraad en een klein warteltje, worden bevestigd. Een vouwloodje van 0.5 gram wordt op de lijn gedrukt boven het warteltje. Nog even terug naar het nylon, we vissen beiden met 12%. De nylon van Frits heeft een breeksterkte van 0.9 kg en mijn nylon heeft volgens de klos 1.4 kg breeksterkte. De Rapier van Frits is een tweegrammer en mijn Mosquito 0 een driegrammer, ik heb dus iets meer marge voor wat betreft de breeksterkte van de lijn. Tot zover het door ons gebruikte materiaal!De eerste worpjes worden gemaakt, en al snel vangen we een aantal kleine baarsjes. Echte polderbaarsjes, ook wel zwartbaars genoemd, die zich vaak al gaan voortplanten bij een grootte van een centimeter of 10. Bij een formaat van 15 cm zien ze er al geblokt uit. De polders zijn goed bevolkt met deze kleine maar dappere stekeldragers, en er wordt ook gericht op gevist. De bekende Noord Hollandse baarswedstrijden in dergelijke sloten en slootjes zijn daar een goed voorbeeld van.



Een diepe buiging in de Rapier van Frits kondigt het eerste snoekje aan. Het prachtige en puntgave rovertje, is misschien over een aantal jaren de koningin van deze sloot .


Niet veel later vangt Frits een iets groter exemplaar, die al voor behoorlijk wat spektakel zorgt op de Rapier. Ondertussen trekt de wind aan, en blaast ook nog eens bijna recht in ons gezicht. Echt herfstweer, dat ook nog eens zorgt voor bladeren op het water. Bij mij lopen de aanbeten terug, maar Frits vangt nog regelmatig een baarsje. Na twintig visloze minuten besluit ik een groter spinnertje te monteren. De omwentellingen van het iets grotere en bredere blad zorgen dat de wind nu minder vat heeft op de lijn. Een kneiterharde bonk kondigt mijn eerste snoekje aan. Het is tevens de eerste snoek op de Mosquito 0.



Ook begin ik nu weer baarsjes te vangen, en zo word ik langzaam maar zeker vertrouwder met dit feesthengeltje. Bij een bruggetje aangekomen besluiten we dat we via de overkant terug vissen. Maar voor het zover is haakt Frits vanaf de brug een snoek die duidelijk een stuk groter is.



Behalve flink wat baarsjes heeft de kant waar de wind opstaat ons ook vier snoeken opgeleverd. Met de wind in de rug vissen we via de overkant terug richting de auto's. Ik monteer nu weer een kleiner spinnertje met een blad van 15 mm, en bij de eerste opening tussen het riet is het meteen raak. En hoe - bijna onder mijn voeten duikt een snoek op het spinnertje. Ik roep naar Frits dat ik nu echt een beste heb gehaakt. De snoek schiet helaas los, maar we hebben wel een glimp van haar opgevangen. Beiden zijn we tot de conclusie gekomen dat deze snoek minimaal 75 cm moet zijn geweest. Het klinkt misschien raar, maar ik kan er niet mee zitten. Een dergelijke snoek is de kers op de taart, en die komt van de winter wel. Voorlopig geniet ik van iedere vis die ik vang op mijn nieuwe hengeltje. De sloot levert behalve een aantal baarsjes geen snoek meer op, tot we bij het punt aankomen waar we via een soort sluisje terug naar de auto's kunnen lopen. Hier haakt Frits een snoekje en ik haak op het zelfde moment een baarsje, beiden mogen zij poseren samen met de Rapier en de Mosquito 0.




Tijd om een ander water op te zoeken, een poldersloot loopt hier verderop door een dorpje heen volgens Frits, en dat vist een stuk prettiger met de in kracht toegenomen wind. Echter voor het zover is geeft Frits een paar worpjes aan de andere kant van het sluisje, en niet zonder resultaat. Het levert hem de vierde snoek op hier. Met totaal vijf snoeken, en een berg baarsjes is deze dag nu al geslaagd.Door de polder rijd ik weer achter Frits aan, richting het dorpje. Ook hier ziet het er weer fantastisch uit, en inderdaad we staan hier een stuk beschutter. Dat deze sloot ook een potentiele snoeksloot is, blijkt al snel. Binnen 10 minuten vang ik twee kleine snoekjes, en een aantal baarsjes.



Frits vertelt me dat dit ook een hele goede winterstek voor snoek is, en daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Na een aantal baarsjes is Frits weer aan de beurt, en ook dit is weer een beste snoek, zeker gezien het materiaal. De volgende snoek die hij haakt zal de grootste gelande snoek van vandaag blijken. Tevens is de dril van deze snoek een schoolvoorbeeld van hoe rustig de dril verloopt op ultralicht materiaal. De snoek die later na meting 64 cm blijkt te zijn, gaat niet één keer door de slip. Gehaakt bijna onder de overkant van de sloot, moet hij zijn meerdere erkennen in de rek van de lijn en de buiging van de hengel. Iedere uitloper wordt opgevangen door de Rapier.


Het zou hier echter niet bij blijven, want na deze snoek vangen Frits en ik beiden nog twee snoeken en wat baarsjes. Op zo'n dag is het moeilijk om te stoppen, maar om 17.00 uur is voor ons de tijd aangebroken om huiswaarts te keren. Eerst schudden we elkaar de hand, en praten nog even na. Met 13 snoekjes en snoeken, waarvan 8 voor Frits en zeker 40 baarsjes samen is dit een geweldige dag geworden. Frits bedankt, dat moeten we snel nog een keertje over doen!

Groeten,
Peter

10 sep. 2006

De natuur barst uit haar voegen




Zaterdag 9 september. Vandaag ben ik vrij! De planning is om vanmorgen naar de Fair for Lure & Fly te gaan, en in de middag naar de kermis in Volendam. Maar het weer brengt mij op andere gedachte. Nee, de Fair sla ik dit jaar over, ik ga de polder in, met de karperhengel!

Als ik over het hek de polder inloop, weet ik dat het een goede beslissing is. De groene wereld is nu op zijn top, en barst werkelijk uit elkaar. Het riet staat hoog en wuift me tegemoet, aangemoedigd door een matig oostenwindje. De bramenstruiken zitten vol vruchten, en de distels werpen hun zaden in pluisvorm af. Zelf het groene kroos wat de kleine slootjes als een deken omvat, begint op sommige stukken al bruin te kleuren. De hier zwemmende wilde karpers doen zich tegoed aan de laatste explosie van de natuur. Zodra het water echt gaat afkoelen, zullen deze karpers stoppen met azen en afzakken naar de diepere gedeelten van de polder. Na de eerste nachtvorst hoef je hier niet meer met de karperhengel aan te komen.

Het was genieten vanmorgen, met twee wilde karpers en een wel heel flink uit de kluiten gewassen brasem als tijdelijke buit. Verder laat ik de bijgevoegde foto's het verhaal vertellen.......dat doen zij mooier dan ik.

Groeten,
Peter





1 aug. 2006

Makreel op de spinhengel

..


Zaterdag 29 juli. Vanavond ga ik voor het eerst in mijn leven gericht op makreel vissen met kunstaas. Niet vanaf een kotter met een zware hengel en een verenpaternoster, maar met een lichte spinhengel en een twister vanaf de kust. Sowieso heb ik nog nooit een makreel gevangen, maar van de verhalen weet ik dat het felle vechtersbazen zijn. Het idee is ontstaan omdat Frits gisteravond op het forum postte dat hij makreel had weten te vangen met zijn 10 grammer. Nou, dat wil ik ook wel! En dus ga ik vanavond mee vissen met Frits in Den Helder.

Afgesproken hebben we op dezelfde parkeerplaats als waar we afspreken om in de Anna Paulownapolder te vissen. Daarna rijden we richting de stek, en de auto's worden onder de dijk geparkeerd. Als we de dijk zijn opgelopen, ligt een enorme plas zout water naar ons te lonken. Het domein van de sterkste vis (in verhouding tot zijn lengte) van Nederland, een volle neef van de tonijn. Frits gaat vissen met een 10 grammer en op de werpmolen zit 20% nylon. Ik ga vissen met een 240 cm lange ± 15 grams spinhengel ontworpen voor het vissen op roofblei. Op de snelle spinmolen met een overbrenging van 6:1 zit 22% nylon. Normaal ben ik geen liefhebber van werpmolens met een longstroke spoel en een hi-speed overbrenging, maar voor deze visserij is het een uitkomst. Deze spinmolen heb ik vroeger gebruikt voor het vissen op geep met een dobbertje.

Tot zover het materiaal, tijd om te gaan vissen. Hoewel... Frits zijn zoon en dochter komen net de dijk over, om.....krabben te vangen. Even een praatje, maar dan vliegen onze twisters door de lucht richting Texel. En dat doen ze ruim een uur, zonder een teken van vis. Frits vertelt dat het gisteravond ook zo ging, geen reden om te 'panieken'. Maar dan staat Frits opeens met een hoepelronde 10 grammer in zijn handen. De slip giert en de vis neemt meters lijn, en niet één keer, maar keer op keer. Zelfs onder de kant blijft ie gaan. Wat heb ik ervan genoten om naar deze dril te kijken. Frits en de makreel gaan op de foto, maar daarna mag de mini tonijn terug.

..

..

..

Ondertussen hebben de kinderen van Frits flink wat krabben gevangen en besluiten dat het mooi geweest is. Dat kan ik nog niet zeggen, maar dat zal spoedig goed komen. Verderop zie ik ze jagen, en ik bedenk me geen moment. Ik neem een sprint, en luttele seconden later vliegt de twister over de jagende makrelen heen. De twister draai ik dwars door de jagende vissen in een behoorlijk tempo naar binnen. Een enorme beuk op de top is het gevolg. Ik zit vast aan een makreel, en die is het daar niet mee eens en dat laat hij zien. Ongelofelijk, wat kunnen die vissen een enorme snelheid ontwikkelen, en dan ook nog eens een tijd volhouden. Na een enerverende dril heb ik mogen ervaren waar een makreel toe in staat is.

..

..

Het zou hier echter niet bij blijven Frits, vangt nog twee makrelen en een horsmakreel, en ik vang nog vier makrelen.

..

..

Met een gezamelijke vangst van acht makrelen en een horsmakreel is deze avond er een geworden met een gouden randje. Frits bedankt!

Groeten,
Peter

19 jul. 2006

Het licht uit doen in de polder



Dinsdag 18 juli. Tropische warmte en een oostenwind, niet echt het ideale weer om de polder in te trekken. Om 20.30 besluit ik toch een kansje te wagen. Behalve mais gaan ook brood en kattebrokjes mee. Op de stek aangekomen trekt de oostenwind aan, een heerlijke verkoeling. Het blijft stil, maar dan in het laatste licht van de dag verdwijnt het pennetje schokkend onder water. Toch nog een karper, een bonus op een heerlijke verkoelende avond. Prachtig om zo "het licht uit te doen in de polder".

Groeten,
Peter

13 jul. 2006

Nostalgische karperdag


Zondag 9 juli. De afgelopen 3 avonden heb ik gevoerd met harde mais en kattebrokjes in een polder. Niet zomaar een polder, maar een oud water dat ooit zelfs een veenriviertje is geweest. Door drooglegging van de omliggende meren maakt het veenriviertje nu deel uit van de polder. Het is ook in deze polder waar ik ruim 20 jaar geleden ben begonnen om gericht op karper te vissen. De laatste jaren vis ik hier alleen nog in de winter, en dan op snoek. Ik heb voor dit water gekozen omdat ik een “nostalgische karperdag” op een nostalgisch water heb georganiseerd voor de leden van Lichtervissen. En vandaag is het zover, om 4.45 uur rijd ik richting mijn geboortedorp, en daar staan Ap, Frits, Hans en Herman al op mij te wachten op de parkeerplaats. Even kennis maken met Hans, die gaat namelijk voor de eerste keer mee, en dan rijden we in colonne richting de polder.


Daar aangekomen vertel ik in het kort waar gevoerd is, en hoe het water in elkaar steekt. Een water dat van vrij diep (voor polder begrippen) naar steeds ondieper verloopt. We besluiten om op het diepere gedeelte vooraan te beginnen. Het is nog schemerig, maar het wordt al licht als de hengels van glasvezel en carmide in elkaar worden gestoken. De “nostalgische karperdag” is begonnen. Hopelijk lukt het één van ons vandaag een wilde karper te vangen, dat zou leuk zijn. Het is Hans die het als eerste met een karper aan de stok krijgt, maar niet voor lang helaas. Met een keiharde knal breekt zijn lijn, die later om de top van z’n hengel geslagen bleek te zijn. Een grote bult in het water geeft aan waar de zo juist “ontsnapte” karper zijn heil zoekt. Jammer, jammer, jammer, en Hans is ook nog eens een Leo Bester pennetje armer.


Verder blijft het bij mij stil, en slaat Frits mis op een vis die ook wel eens een karper geweest zou kunnen zijn. Ik besluit naar achteren te gaan naar het ondiepe gedeelte. Daar vis ik twee plekjes af, maar geen aanbeet (wel een forse brasem gespot. maar die zwom door). Ondertussen is Herman ook naar achteren gekomen, en hij vertelt mij een mooie donkere brasem te hebben gevangen. Zelf ga ik weer terug naar het diepere gedeelte voorin, om even in de buurt van Hans te kunnen vissen. Ook voorin is het verder stil gebleven op de brasem van Herman na, en de “nostalgische karperdag” begint meer op een “nostalgische brasemdag” te lijken. Ondertussen vangen Frits en Ap nog wat klein spul, maar de karpers laten zich niet meer zien.


Frits gaat het helemaal achterin vanaf de half vergane brug proberen. Ik besluit na een half uurtje ook die kant op te gaan. Frits heeft wel aanbeten gehad vanaf de brug, maar nog niets gevangen, vertelt hij mij als ik hem passeer om het in het laatste stuk te proberen, waar deze poldersloot ophoudt te bestaan. Daar staan ook wat plukken riet in het water, en op die plek wil ik een kans wagen. Ondertussen speelt het door mijn hoofd om de polder te verruilen voor een cultuurwater. Het is per slot van rekening een “nostalgische karperdag” en het zou wel zo leuk zijn als er een karper gevangen wordt. Maar dan zie ik de rieten bewegen, en ik zie bellensporen. Hier zitten dus de karpers! En als niet veel later mijn pennetje wegloopt en aan sla op iets massiefs weet ik dat dat klopt. Het is een beste karper, zonder twijfel, zeker voor polderbegrippen. “Frits, Frits!”, roep ik, “Ik heb er één!”. Frits komt via de overkant mijn kant op en neemt meteen een paar foto’s tijdens het drillen. De sloot houdt hier op, dus Frits staat in no-time naast me om de karper te landen met het net. En wat voor karper, 68 cm spieren, een echte wilde karper. Man,. wat ben ik blij, we hebben karper gevangen! Frits schiet een paar mooie platen, en dan keert de karper weer terug naar waar hij thuis hoort.



Achter de doodlopende kom waar het veenriviertje eindigt, is nog een slootje. Met recht een slootJE, maar uit ervaring weet ik dat ook in dergelijke slootjes vaak karpers zwemmen. Toch maar even kijken. En er zwemmen karpers, meerdere flinke vissen grazen als graskarpers langs en onder de kanten van het slootje. Mijn halfje wit en kattebrokken liggen in de auto, en dat is zeker 15 minuten lopen van hier. En wormen heb ik al helemaal niet meegenomen. Dan maar proberen met mais. Bijna tijgerend besluip ik de karpers, en steeds probeer ik ze te verleiden tot het nemen van de maiskorrels. Eén keer lukt het, maar ik sla een gat in de lucht. En dan is het raak, en de karper drilt mij i.p.v. ik de karper. Hoewel deze karper zeker niet groter is als de eerste, doet hij er aan de hengel niet voor onder. Ondertussen is ook Frits mijn kant opgekomen, en hij maakt zo het laatste deel van de enerverende dril mee. Eenmaal op de kant blijkt dat de karper over het aas heen is gezwommen: de haak zit buiten de bek, zeg maar onder in de ‘kin’. Waarschijnlijk kwam de vis daarom anders en sterker over tijdens de dril.

Met Frits vis ik samen het slootje af en we struinen zo een heel eind. En dan hoor ik mijn naam, en staat Frits met een kromme hengel. Helaas de karper schiet los. Herman is ook onze kant op gekomen, en hij kijkt een beetje ongeloofwaardig naar het slootje waarin Frits en ik vissen. Als ik hem de foto’s laat zien op het beeldscherm van mijn digi, besluit hij het ook een kans te geven. Met twee karpers ben ik zelf meer dan tevreden en ik besluit terug te lopen naar Ap en Hans, hopende op een karper voor Frits en Herman in het slootje. Bij Ap aangekomen hoor ik dat Hans net vertrokken is, maar het wel heel leuk heeft gevonden. Het laatste visuurtje blijf ik bij Ap zitten en ondertussen tuig ik de hengel af. Later voegt Herman zich bij ons, en vertelt een baarsje te hebben gevangen in het slootje. Dat Frits niet meegekomen is verbaast me niets. Ondertussen weet ik dat Frits een aanhouder is, een echte pittbul. Als hij een half uurtje later bij ons komt zitten vraag ik hem: ‘En?’ Hij antwoordt: ‘Wat dacht je, zou ik anders al terug zijn gekomen?” Ook Frits heeft een karper gevangen, die ook nog eens exact 68 cm lang bleek te zijn. Vanaf zijn vistas heeft hij met de zelfontspanner een leuke foto weten te maken.

Ap vangt nog een mooie forse brasem terwijl we toekijken, en haalt zijn dobber er nu ook definitief uit. Met vier man zitten we lekker in het gras en praten nog zeker een half uur na. Praten over vissen, polders en natuurlijk materialen. Het is een meer dan geslaagde “nostalgische karperdag” geworden, met dank aan de Lichtevissers.

Groeten,
Peter

6 jul. 2006

Korstvissen, de sleutel tot succes

Zondag 2 juli. Vandaag ben ik voor de tweede keer te gast bij Frits in de polder. Deze keer gaan Frits en ik met z'n tweëen vissen. Om 4.35 uur arriveer ik op de afgesproken plek, en vanaf daar rijden we de polder in. De zelfde polder als twee weken geleden, maar nu gaan we vissen in een ander gedeelte. Ook dit deel van de polder ziet er uitnodigend uit, alleen is er heel veel begroeiing. Tussen de begroeiing ontdekken we tot onze verbazing paaiende karpers! Nee, geen brasems maar karpers, we kunnen ze duidelijk zien. En vreemd genoeg zwemmen er karpers achteraan die zich behalve aan slakjes te goed lijken te doen aan het kuit.

De eerste stek ziet er veel belovend uit, maar draadwier gooit roet in het eten. Hier is vissen op de bodem haast niet mogelijk. Verderop proberen, dan maar. Hoewel daar wel op de bodem gevist kan worden tonen de karpers geen intresse in ons aas. Wel vangt Frits een aantal forse voorns en brasems. Zelf weet ik zo zes brasems te vangen, twee zijn gemeten en met 50 en 53 cm echte vloermatten.

Uiteindelijk neem ik het besluit om met de broodkorst te gaan vissen. De karpers liggen op sommige stukken water tussen de watervegetatie te slurpen. Voorzichtig sluipen en dan de broodkorst in het spoor van de karper aanbieden..... het blijkt de sleutel tot succes, want al vrij snel vang ik een prachtige karper.



Een ronde vis, één brok spieren, een boerenkarper. Duidelijk is wel dat er vandaag gewerkt moet worden voor een karper, maar ach, zijn dat niet de visdagen die je het langst bijblijven? Verschillende karpers worden voorzichtig benaderd, maar voor het brood wordt geen interesse getoond. Na een paar honderd meter sluipen hoor en zie ik een azende karper in het midden van de poldersloot. De broodkorst wordt te water gelaten en door de wind drijft ie richting de karper. Met de 400 cm lange hengel kan de korst 'gestuurd' worden, en in dit soort situaties is een langere hengel wel een uitkomst. Als een snoekdrijver onder een levendaas hengel, drijft de korst richting de karper. De mond opent zich en de korst wordt naar binnen gezogen. Eén, twee, drie, aantikken.... en hangen!

Zo onder het wateroppervlak gehaakt lijken de karpers nog feller te reageren als er aangetikt wordt. Er is niet zo'n moment van één of twee seconden bedenktijd, zoals zo vaak gebeurt bij het vissen op de bodem. Nee, meteen breekt het wateroppervlak open, en krijst de slip van de ABU 44. Die ABU is trouwens wat mij betreft nog steeds één van de betere werpmolens ooit gemaakt voor het penvissen. Na een korte maar hevige dril ligt karper nummer twee in het net, en Frits weet een leuke foto te maken van mij en de karper.



Frits besluit om het ook met de korst te gaan proberen. Samen, maar op afstand van elkaar struinen we de kanten af op zoek naar karper. Van Frits heb ik een aantal foto's genomen tijdens het korstvissen.


En niet zonder resultaat, want Frits weet zijn eerste karper op de korst te vangen!

Later lost zowel Frits als ik een karper die losschiet tijdens de dril. De zon wordt spelbreker, de karpers worden passief en azen niet meer. Slechts wat voorntjes tonen nog interesse in onze korsten. Tijd om de hengels af te tuigen en richting huis te keren, maar eerst nog een foto van het door ons gebruikte materiaal.


"Hollands" glasvezel van Schreiner en Spinhoven, met daaronder Zweedse ABU Cardinal's 44, prachtig materiaal om op oer Hollandse karpers te vissen.

Groeten,
Peter