31 dec. 2006

Afscheid van 2006 in de polder

Zondag 31 december. Na een woeste nacht klaart het in de morgen op. Hoewel er nog een behoorlijk krachtige wind staat, kan er gevist worden. Dergelijk weer leent zich uitstekend voor de tiengrammer, met een drie of een vijfgrammer is een spinnertje vissen bijna niet te doen.
Voor de grafiet tiengrammer ben ik nog op zoek naar een moderne werpmolen. Deze hengel registreert zo scherp, dat je elke vorm van onbalans in de klassieke werpmolen(s) voelt tot in de top. Een TwinPower of een Stradic; ik ben er nog niet uit! Vandaag ga ik dus vissen met de gele Fair Play tiengrammer. Het doet me goed om de laatste dag van een mooi visjaar voor een deel in de polder door te brengen. Een oude polder met langs de weg dikke knotwilgen.

En ook een behoorlijk ondiepe polder. De Terrible 45 mm spinner moet ik dan ook vlak onder het wateroppervlak naar binnen vissen. Dit zijn ook de momenten dat ik blij ben op de ouderwetse manier, de werpmolen te bedienen. Na de worp wordt dus niet de beugel dicht geslagen, maar wordt eerst de spinner opgestart met wijsvinger op de spoelrand. Die spinner wordt met die zelfde wijsvinger afgestopt aan het eind van de worp. Zo voorkom je dat er een grote bocht in de lijn ontstaat door de wind, en dat de spinner ondertussen naar de bodem is gezakt. Gedurende de middag trekt de wind aan, en dan is op de klassieke manier spinnen een uitkomst. Na vele vele worpjes, en een misser, haak ik uiteindelijk een klein snoekje. Het is mijn laatste vis van 2006, leuk dat ik die in de polder heb gevangen.


Als ik achterin de polder arriveer, trekt de wind krachtig aan (zoals de beide foto's van het windmolentje dat een gemaaltje aandrijft laten zien).

Het is ondertussen 16.30 uur geweest, tijd om terug naar de auto te lopen. Bij de auto aangekomen krijg ik maar met moeite de hengel in het foudraal. Het jaar 2006 was een goed visjaar met veel mooie momenten. En nu op weg naar 2007 .


Groeten,
Peter

17 dec. 2006

Nog steeds een geducht wapen voor de polder

Zondag 17 december. Na het stukje over Jan Schreiner, Flitsend Nylon en de glasvezel tiengrammer heb ik een aantal leuke emails ontvangen. Zelfs een email helemaal uit Zweden! De Fair Play tiengrammer bleef in mijn gedachten, het leek me leuk om weer eens met zo'n stukje nostalgie in mijn hand door de polder te struinen. Het liefst met zo'n gele uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, afgebouwd met dunne hard chromen ogen en een prachtig goudkleurig duraluminium busje.

Een dergelijke spinhengel kom je nog maar zelden tegen, want wie doet zo een prachtig bezit weg? Vismaat Frits heeft er een, of liever gezegd, had er een. Na wat over en weer gemaild te hebben met Frits, ben ik een in nieuwstaat verkerende ABU Cardinal 33 uit 1976 "armer", maar ook een de trotse bezitter van een stukje Hollands nostalgie. Met deze hengel ga ik zo af en toe vissen, gewoon omdat dat me leuk lijkt.

Na gisteren gewerkt te hebben, is het vandaag dan eindelijk zover. Vannacht kon ik de slaap maar slecht vatten, en vanmorgen om vijf uur was ik klaar wakker. Na een uur beneden te hebben lopen ijsberen, zocht ik rond zes uur verkleumd ons bed op. Niet veel later zit ik als nog op zolder en spit mijn kunstaas voorraad door. De laatste jaren spin ik voornamelijk met spinnertjes gekocht bij Peeters en Handy Fish. Ik kan m'n geluk niet op als blijkt dat ik nog drie FP Terrible's met een blad van 45 mm tegenkom, maar ook twee FP tandem spinners (ontworpen voor de tiengrammer) en twee FP diamond spinners.

Met de hulp van Francine (dank je schat! <- ze heeft er nogal een hekel aan) spoel ik Maxima 17 % nylon op de spoel van de Crack 100. De Maxima heeft een breeksterkte van 2 kg, gelijk aan de Stilon 20 % lijn die Schreiner verkoopt en adviseert voor de tiengrammer. Met een doosje gevuld met FP spinners, FP spinstangen (die hebben niet zo'n vervelend knik schanierpunt), FP vouwloodjes en kinkvaantjes in de zak van mijn jas, en de gele FP tiengrammer en de Crack 100 achterin rijd ik naar de polder. Vissen zoals beschreven in de boeken van "ome" Jan, dat is hoe ik vandaag ga vissen. Al snel wordt het eerste worpje gemaakt, en het verbaast me hoe snel deze glasvezel hengel is. Sterker nog, het is nog steeds een prima spinhengel, ondanks dat de tijd op het gebied van ontwikkelingen niet stil heeft gestaan. De eerste spinner die ik uitprobeer is, hoe kan het ook anders, de Terrible 45 mm. Deze spinner is nog steeds een killer voor de polder, jammer dat Schreiner ze niet meer verkoopt. Op de Terrible vang ik een klein baarsje, en normaal gesproken vis ik de hele dag meestal met 1 stuk kunstaas, maar nu besluit ik van spinner te wisselen. Gewoon even voelen hoe de FP reageert op de verschillende spinners. De tweede spinner die aan de spinstang wordt bevestigd is de tandem. Wat een heftig ding is dat zeg! Met twee kleine stompe Terrible blaadjes op een as, veroorzaakt deze spinner een hoop kabaal onder water. Deze spinner kun je ontzettend traag naar binnen vissen. De eerste snoek van vandaag vang ik op de tandem. Dit is ook de eerste snoek die ik sinds jaren aan een FP hengel vang. Ik heb ook al jaren niet meer met een tiengrammer gevist. Overigens heb ik afgelopen donderdag een tiengrammer van grafiet besteld (daar later meer over), want de tiengrammer is gewoon een geducht wapen voor de polder. Op de tiengrammer kun je veel verschillende soorten kunstaas vissen, een echte all-rounder. De dril van de eerste snoek is er een volgens het Schreiner boekje. Geweldig om de gele FP diep te laten buigen op een poldersnoek.


Na de tandem is de diamond spinner aan de beurt. Een spinner met een heel dun blad, en breder dan de Terrible. De rest van de middag vis ik met deze spinner. Wat een heerlijk stukje kunstaas is dit, daar moet ik eerdaags een voorraadje van aanleggen, bedenk ik me. Ondertussen is het als of ik al jaren met deze FP heb gevist, zo vertrouwd voelt deze hengel aan. Vissen in de polder met mooi en goed op elkaar afgestemd materiaal is genieten. Dat genieten wordt nog eens versterkt, als snoek nummer twee van vandaag zich aankondigt. Deze snoek maakt het helemaal bont: nadat hij de hengel tot in de kurken heeft krom gezwommen, komt de snoek in vol ornaat het water uit. De slip komt er niet aan te pas, de buiging van de hengel en de rek in de lijn zijn deze snoek de baas. Man, wat zou ik graag een dikke dame willen drillen aan deze hengel. Maar goed, ik geniet van elke snoek, klein of groot maakt me niet uit, zeker niet op het vandaag gebruikte materiaal.

Nog geen vijftig meter verderop is het weer raak, echter deze keer is het een kleiner snoekje. Net als ik de snoek in de nek vat, komen er twee jongens met hengels mijn richting op lopen. Ik vraag of een van hen een foto wil maken van mij met het snoekje. Na de foto wordt mijn in hun ogen heel lichte hengeltje bewonderd. Ik heb ze maar niet verteld over de drie en de vijfgrammer. Na een praatje nemen we afscheid, zij gaan het verderop proberen met dood aas.
Dit was tevens de laatste snoek voor deze middag. Mooie stukjes water en verbindingsslootjes worden met de spinner bestookt, maar de snoeken houden hun kaken stijf op elkaar. Bij een kruising vang ik nog een mooie polderbaars, maar daarna krijg ik geen stootje meer op de spinner.


Als het begint te schemeren besluit ik terug naar de auto te lopen. Wandelend langs de poldersloot werp ik zo nu en dan een blik op de tiengrammer. Bij de auto aangekomen, wordt de Crack opgeborgen in het molentasje, en gaat de prachtige gele FP terug in zijn foudraaltje. Een ding is zeker, ik zal deze klassieker nog regelmatig uit het foudraaltje toveren zowel om te bewonderen maar zeker ook om er zo nu en dan mee te vissen. Frits bedankt!

Groeten,
Peter

11 dec. 2006

Jan Schreiner en Flitsend Nylon

Toen ik afgelopen zondag door de polder struinde met in mijn hand een vijfgrammer, dwaalde mijn gedachte af naar de onlangs overleden Jan Schreiner en het boek Flitsend Nylon. Jan Schreiner was mijn jeugd held, en Flitsend Nylon was voor mij als een jongens roman. Denk ik aan Schreiner, dan denk ik aan Terrible spinners, Crack werpmolens en natuurlijk Fair Play hengels. Jan Schreiner verhief het vissen met de spinner tot een ware kunst. Een Fair Play glasvezel tiengrammer van ± 180 cm van bruin of geel gekleurd glasvezel en tussen de ringen een Luxor 1 of Crack 100 waren jarenlang een geducht wapen voor de polder. Aan de glasvezel spinhengels van Jan Schreiner kleven ook voor mij mooie herinneringen. Hengels van een goede kwaliteit glasvezel, met tussen de twee delen een bussluiting. Uiteraard afgemonteerd met niet te kleine hard chromen ogen, een kurken greep, cone en reelringen. Zeg maar de oervorm van veel van de huidige spinhengels.


Dit zijn hengels waar je mee moet leren vissen om ze te kunnen waarderen. Hengels die meestal een prachtig progressieve buiging bezitten. Door deze eigenschap worden deze hengels weleens afgeschilderd als slappe dweil. Dit komt meestal voort uit gebrek aan kennis. Nee deze glasvezel tiengrammers zijn zeker geen dweilen, je moet er echter wel mee leren omgaan. Vissen met het juiste bijpassende kunstaas, en met een lijn met een breeksterkte die de 2.4 kg niet te boven mag gaan. Het maximale uit je materiaal halen, gebruik makend van de drie éénheid. De rek in de lijn, de buiging van de hengel, en indien nodig de slip van de molen.

Wat de molen betreft, op zo'n tiengrammer past het beste een Crack 100. Een molen met een brede spoel en een heel trage overbrenging. Een molen die stopt met draaien als je de slinger los laat. Maar ook een molen waarbij zonder probleem met de wijsvinger de spoelrand bereikt kan worden. Goed vissen met de spinner doe je met een uitgeschakelde anti-retour. Voor het opnemen van de lijn (met de wijsvinger), wordt de beugel achteruit richting de wijsvinger gedraaid. Dat kan alleen met een uitgeschakelde anti-retour! Na het opnemen draai je de geopende beugel nog een kwart slag terug. Na de worp wordt de spinner gestart met de vinger op de spoelrand, daarna sluit je de beugel. Deze manier om de werpmolen te bedienen heb ik geleerd uit de boeken van Jan Schreiner. Wat het vissen met kunstaas betreft, "De kunst van het kunstaas vissen" is een aanrader. In dit boek wordt dieper ingegaan op het correct bedienen van de werpmolen.


Als ik aan Jan Schreiner denk, denk ik ook aan klinkende namen als Floret en Rapier. Ultra-lichte spinhengels voor vissers met enige ervaring. Op deze hengels vis je heel prettig met een Pelican 50 of nog beter een Alcedo Micron. Op de spoel van deze volwassen miniatuur werpmolentjes, komt een nylon lijntje van 10 of 12%. Nee, geen moderne geharde rekloze nylon, maar een zachte nylon met een bij de hengel passende breeksterkte.

Dergelijke hengeltjes koop je het liefst nieuw! Zo'n hengel gaat naar je hand staan en ook ben je geheel op de hoogte van de geschiedenis van de hengel. In ondeskundige handen kan zo'n hengeltje ernstig verminkt raken. En wat is het heerlijk om de geur op te snuiven, die hangt in de nog steeds bestaande winkel van Schreiner. Helaas kun je de Pelican 50 of Alcedo Micron niet meer nieuw kopen. Voor dergelijke molentjes ben je veroordeeld tot Ebay of Marktplaats.

Voor de liefhebber; bij Schreiner kun je ook nu nog anno 2006 terecht voor een (nieuwe) glasvezel tiengrammer en een (nieuwe) Crack 100. Een combinatie waarmee je in het huidige tijdperk, van speedtrollen met dyneema en snoeiharde hengels nog steeds een snoek kunt vangen. Maar belangrijker is, genieten van de dril met een diep buigende hengel en genieten van de vangst van een poldersnoek van gemiddeld formaat.

Vissen met spinners en op de manier zo als door Jan Schreiner beschreven, is vooral vissen met plezier!

Groeten,
Peter