31 mei 2009

Een doodgewone poldersloot


Zondag 31 mei. De smaak van het Rapieren heb ik weer helemaal te pakken. Wat een leuke avond heb ik gisteren gehad. Vanavond ga ik weer op pad met de Rapier, maar dan naar een ander water. Een echte polder, waar een doodgewone sloot doorheen loopt. De boer ken ik, dus ik mag hier zonder te vragen het weiland in. Een poldersloot in een prachtige omgeving en vanavond helemaal voor mij.




Gemiddeld staat er maar een centimeter of 40 water, maar dat is voor de mini spinner meer dan genoeg. Gisteren viste ik zonder spinstang, maar nu heb ik er voor de zekerheid wel eentje voor de spinner gemonteerd. Uiteraard een ultralicht spinstangetje! De kans op een snoekje is hier aanwezig, en tegen de vlijmscherpe tandjes van een mini snoekje is 10% nylon niet bestand.







Nog nooit heb ik hier X ultra licht gespind, maar na vanavond kom ik hier zeker terug met de Rapier. Wat een feest is dit! De sloot barst uit elkaar van de baars. Nou ja, eh mini baars. En de liefhebber van het X ultra lichte spinnen weet dan dat je een avond krijgt met vele vele tikken op de spinner.




Op sommige stukken was het baars(je) op baars(je) vangen. Inwerpen, de spinner opstarten en tik, hangen! Geen gierende slip van de werpmolen of een grafietspriet krommend tot in de kurken, maar wel een heleboel lol.

Groeten,
Peter

30 mei 2009

We mogen weer!


Zaterdag 30 mei. Na twee maanden vasten wat kunstaas betreft, mogen we weer! Na deze dag ook nog gewerkt te hebben ben ik vanavond niet meer te houden. Baars en ruisvoorn zijn de vissen waar de komende maand weer met kunstaas op gevist mag worden in de polder. Gericht op snoek vissen mag pas volgende maand weer. Snoek is niet te vermijden, maar door voor extra kleine spinnertjes te kiezen, zal de vangst voornamelijk uit baars(jes) bestaan.









De verkleinde beatle bug is inderdaad een topper gebleken. De eerste uurtjes heb ik vanavond met dit spinnertje gevist. Helaas was de wind behoorlijk krachtig en zag ik maar weinig naar vliegjes 'happende' ruisvoorns aan de oppervlakte. Een flink aantal baarsjes wijdden het kleinood in.




Toen de zon langzaam verdween was een ander spinnertje uit de snoeptrommel aan de beurt. Met een iets groter blad dan de beatle bug, en met een palmertje op de haak gebonden. Het baarsfeest ging vrolijk door.



De kers op de taart kwam aan het eind van de avond, een kleine ruiser op de spinner. :-)

Groeten,
Peter

28 mei 2009

Nog twee nachtjes slapen

Donderdag 28 mei. Nog twee nachtjes slapen, en dan mag er weer gericht op baars en ruisvoorn gevist worden met kunstaas. Vissen met de Rapier, de Floret en mini spinnertjes: ik kijk er naar uit. Dit jaar leek de gesloten tijd langer te duren dan de afgelopen jaren. Door een inpandige verhuizing bij ons in huis (een nieuwe extra slaapkamer op zolder) had ik niet zoveel tijd om achter de karper aan te gaan als in de afgelopen jaren in deze periode. Mijn karperspullen zijn na het vissen met Frank maandagavond ingepakt, de nieuwe slaapkamer was namelijk voorheen mijn viskamer. Een nieuwe ruimte voor mijn visspulletjes komt er ook, maar dat komt later. Eerst de puntjes op de i zetten, want op de eerste verdieping krijgt Frank een geheel nieuwe slaapkamer. Zijn oude slaapkamer wordt mijn viskamertje. Frank wordt groot, het gaat allemaal veel te snel.


Met de Rapier en een Pelican 50 volgespoeld met 12% nylon heb ik me s'avonds prima vermaakt

Tussen het klussen en het karpervissen door heb ik de afgelopen weken ' s avonds soms een uurtje de Rapier gepakt. Geen minispinnertje, maar een tussen duim en wijsvinger samengeknepen witte broodvlok werd dan onder een dobbertje aangeboden als verleider voor de ruisvoorns.


Rapierplezier met witbrood in plaats van minispinnertjes

Zo vissend heb ik ook een aantal goed bezette ruisvoorn-plekjes ondekt in de polders. De komende weken ga ik ook achter deze prachtige vis met zijn nagellakrode vinnen aan, maar dan met de minispinner! De polderbaars zal zeker niet vergeten worden, ook deze visjes staan garant voor een heleboel polderplezier. Dikke pret de komende weken, hier en daar een uurtje vistijd 'stelen' tussen het klussen door.

Gisteren kwam er over de post een enveloppe gevuld met snoepgoed voor de Rapier. John van Gameren heeft goed werk geleverd. Het is hem gelukt om de beatle bug spinner te verkleinen door een blad van 0.8 cm te monteren. Het kan bijna niet anders, of dat gaat een topper worden voor de ruisvoorn. Mijn spinnerdoos is ondertussen veranderd in een snoeptrommel. Nog even, en dan mogen de snoepjes richting de waterkant. Een mooie periode breekt aan, ik heb er zin in!

Groeten,
Peter

26 mei 2009

Geschreven door Frank Linzell






Maandag avond was een spannende avond. Ik ben samen met pap tot laat in de nacht blijven vissen vlak bij volendam. Na 10 minuten ving ik een brasem van ongeveer 25 centimeter . Naar nog 10 minuten ving ik nog zo’ n brasem maar dan rond de 22 centimeter. Verder ving pap 4 karpers en ik een giebel en nog een brasem. Van ik weet niet hoe groot. Ik mocht ook nog een karper met pappa zijn hengel binnen halen. De laatste karper was egt een big. Toen het begon te schemeren zagen we rare flitsen. We dachten dat het een kapot licht was uit het voetbalstadion. Maar toen we donder geluiden hoorden werden we opgebeld door mam dat het hard ging stormen . Het ging hard waaien en verschrikkelijk regenen. We renden naar de auto. En scheurde naar huis.

Ik ging douchen en slapen. En had de avond van men leven!!!

Frank Linzell

15 mei 2009

Statisch met de pen



Donderdag 14 mei. Na het oppervlaktegeweld (met als beloning mooie karpers) van afgelopen zaterdag en maandagavond heb ik vanavond zin om een avondje te 'pennen'. Struinen met de pen door mijn favoriete polder, waar vanavond net zoals bijna twee weken geleden een stevige wind regeert.

Deze polder is enorm uitgestrekt, op sommige stukken kaarsrecht, dan weer slingerend en verwilderd. Dat verwilderde deel trekt me vanavond het meest, vissend tussen het riet en met de wind in de rug zit ik daar het lekkerst. Dat lekker moet ik ook niet overdrijven, want het blijkt best moeilijk een goede plek te vinden om mijn pennetje te laten zakken.




Een open plek tussen het jonge riet dat de afgelopen dagen letterlijk de grond uitschiet biedt uitkomst. Zonder in het jonge en oude riet te hoeven knippen kan ik hier vissen. De stek wordt zo niet verstoord, de kans is groot dat ik de zichtbaar aanwezige karpers hier niet verjaag. Vissend achter een wal van wortels en aarde, ontstaan door een in het verleden op de kant getrokken rietkraag met kluit, ben ik bijna onzichtbaar voor de vis.

De gekozen stek zorgt er ook voor dat ik vanavond niet actief kan struinen. Ik zal dus moeten afwachten tot er (hopelijk) karper op de instant voerplek komt. Een voerplek gemaakt van pellets en een paar korrels blikmais. Karper zwemt er, ik zie ze onder de overkant, en voorzichtig leunend over de aarden wal ook zo'n 30 meter links van me. Ik hoor ze ook! Niet slurpend of paaiend door het riet heen, maar rollend aan de oppervlakte. Dat rollen gebeurt zeker een keer of acht. Het zijn geen grote vissen, ze zijn allemaal zo rond de vijftig centimeter.

Weer rustig terug zittend achter de hengel blijkt dat mijn aanwezigheid vanavond al snel niet meer opvalt. Kleine vogeltjes zijn druk bezig in het riet achter me. Voor me zie ik slobeenden verschijnen. Slobeenden zijn eenden waarvan het vrouwtje veel lijkt op het vrouwtje van de wilde eend, maar dan met een behoorlijk langere en bredere snavel. Het mannetje is te onderscheiden van de hier algemeen voorkomende wilde eend, door zijn glanzend groene kop, brede snavel en witte borst.

Genietend van het uitzicht, en geheel onopvallend opgenomen door mijn omgeving voel ik me als een jager die wacht op zijn prooi. Met het grote verschil dat mijn wapen een hengel is, en de beoogde prooi na te zijn bewonderd altijd zijn vrijheid terug krijgt. Lekker in stilte wegduiken achter de hengel is genieten. Toch heeft het actief struinen zeker in de zomer mijn voorkeur. Niet wachten op wat gaat komen, maar zelf de vis opzoeken. Het geeft je dan ook vaak de mogelijkheid om te kijken (uit te proberen) waar de vis op aast. Immers, als je in de buurt van een azende karper aangeboden aas genegeerd wordt, weet je vaak genoeg. Nu is het eerst wachten op karper, en dan maar hopen dat de vis op de voerplek blijft hangen en de maiskorrels die op de haak zitten op zijn menu heeft staan.

Vorig jaar hebben Jan-Willem, Paul en ik veel geexperimenteerd met diverse natuurlijke aasjes en ook aasjes waar in het water voorkomend natuurlijk aas in verwerkt was. Het bleek uitstekend te werken, vooral tijdens een periode waarin er om ons heen slecht gevangen werd. Geen dressuur, maar je aas aanpassen op waar de vis in een bepaalde periode op aast. Nog even, dan mag er weer met een mestpiertje gevist worden. Dat is straks na de paaiperiode een heel goede vanger.

Belletjes en modderwolken verraden dat een vis iets eetbaars ondekt heeft vlak voor mijn neus. De pellets doen zo te zien hun werk, de voerplek wordt omgewoeld. Mais staat vanavond ook op het menu zo te zien, want mijn pennetje komt in beweging. Het komt iets omhoog, verplaatst maar blijft daarna stilstaan. Voorzichtig haal ik het op, om de maiskorrels te controleren. Het blijkt bodemvuil in de vorm van afgestorven rietresten te zijn dat zich op mijn haak heeft genesteld. Daarom zette de aanbeet waarschijnlijk niet door. Na de haak te hebben ontdaan van vuil laat ik het pennetje weer voorzichtig zakken. Weer worden de maiskorrels ondekt, en nu zet de aanbeet wel door. Dat het deze keer in geen vis resulteert is mijn eigen schuld: ik sla te vroeg. Een kolk en modderwolken verraden dat de karper geschrokken is nadat de maiskorrels voor zijn neus met een rotgang verdwenen. Jammer, de spanning van het moment werd me blijkbaar even te veel.

Het is dus weer wachten geblazen, hopen dat er nog een karper interesse toont. Door de omgeving gedwongen vis ik statisch. Bijvoeren is niet nodig, er ligt nog genoeg op de bodem. Het blijft lang rustig voor mijn neus. Zolang, dat ik er zelf ook helemaal rustig van word. Wat is het hier mooi. De stilte word slechts onderbroken door vogelgeluiden. Tijdens de schemering worden de zwaluwen actief. Ze vliegen rakelings over het water en pikken insecten op. De boerderijen die hier staan bieden onder hun daken prachtige nestelmogelijkheden.

Een heerlijke avond buiten in de polder zijn zonder vis te vangen kan ook genieten zijn! Toch blijf ik als het donker is nog even zitten. Niet dat ik vanavond perse een vis moet vangen, maar ik zit gewoon lekker. Nog even dan, beloof ik mezelf plechtig. Dat ik aankomende weekend niet de mogelijkheid heb om te vissen werkt daar misschien ook aan mee.

Het in stilte nagenieten van deze mooie avond blijkt dan ook nogeens helemaal de moeite waard te zijn geweest als er als uit het niets weer vis voor mijn neus opduikt. In het donker verraadt schuim op het water dat er vis is op de voerplek. De pen verwijnt niet, maar aan de top van mijn hengel kan ik zien dat deze zich naar links verplaatst. De hengel gaat naar rechts als ik uithaal, en direct voel ik weerstand.




Op de valreep toch nog een karper. Geen grote zoals al te verwachten was, maar wel een hele mooie vis. De beloning voor een flink stuk lopen door het riet, een avond muis stil zitten en geduldig wachten op wat gaat komen. Zo was karpervissen ruim 25 jaar geleden toen ik daarmee begon ook. En wat zou ik toen blij geweest zijn met zo'n mooie karper. Het mooiste is, dat ben ik nu 25 jaar en vele karpers later nog steeds!

Groeten,
Peter

13 mei 2009

Geschreven door Robin Linzell

Maandag avond ben ik met mijn vader Peter gaan vissen. Ik heb lang met pap in de auto gezeten maar toen waren er eindelijk. Eerst hebben we kattenbrokjes in het water gegooid toen zagen we karpers. We zagen hun koppen boven komen. Toen zijn pap en ik zijn hengel op gaan halen. En toen gingen we zijn hengel optuigen. Daarna gingen we echt vissen.





Na ongeveer vijf minuten hadden we een karper gevangen van 74 cm. De vis was echt super sterk pap z'n hengel was bijna krom.






Ongeveer een kwartier later hadden we er nog een van 62 cm hij is wel kleiner dan de vorige maar zo slap was deze niet maar de vorige was toch sterker.





En ongeveer 30 minuten later vingen een karper van 64 cm deze vis was ook heel sterk en hij was de 2e grootste. De karper die we als eerste vingen was de grootste en de karper die we als tweede vingen was de kleinste maar dat maakt allemaal niet uit. Het gaat erom dat ik een leuke avond met pap had. Daarna gingen we naar huis het duurde weer heel lang in de auto zitten maar toen we thuis waren was ik heel moe maar ik ben wel lekker laat naar bed gegaan.

Robin Linzell

10 mei 2009

Drie

Zaterdag 9 mei. We gaan alweer in een rap tempo richting het laatste weekend van mei. Nog even en dan ga ik karpervissen en ultra licht spinnen met elkaar afwisselen. Maar tot die tijd wil ik me zoveel mogelijk met de karper bezig houden. Vooral karpervissen in mijn favoriete polder, de polder waar ik vorige week zaterdagavond gevist heb. In die polder lukt het helaas niet om karpers aan de oppervlakte aan het azen te krijgen.

Er zijn nog drie dingen die ik wil doen voor ik me volledig op deze polder ga richten. Een karper in 2009 aan de oppervlakte vangen, en nog een keer terug gaan naar de polder waar ik begin vorige maand een grote karper zag azen aan de oppervlakte. Die visdag liep alles anders, ook dat hoort bij vissen, maar ik heb daar nog iets anders recht te zetten. Vorig jaar verspeelde ik daar ook (maar toen onder en tussen de bomen vissend) een grote karper, omdat het landingsnet 'kwijt' was. De karper zwom zich voor mijn voeten vast, en kon zo gemakkelijk met behulp van het landingsnet geland worden. Helaas, het landingsnet lag buiten handbereik en uiteindelijk brak met een luide knal mijn lijn. Even vreesde ik toen zelfs voor mijn hengel, die met een rotgang recht 'sprong' toen de lijn knapte. Vissend tussen de bomen kan zoiets je beter niet gebeuren!

Vanavond ga ik terug om te vissen op de plek waar ik de grote karper zag azen. Ik ga terug naar de plek onder en tussen de bomen, en vooral hoop ik mijn eerste karper van 2009 aan de oppervlakte te vangen.

De bomenstek en de plek waar ik de grote karper zag azen liggen op enkele honderden meters uit elkaar. Eerst kom ik langs de plek waar het begin april niet wilde lukken, daar waar ik een grote karper verspeelde en een andere (of misschien wel dezelfde) zware vis niet aan de oppervlakte wist te verleiden. Daar worden een paar handjes met variantjes aan de oppervlakte uitgestrooid. Vervolgens ga ik naar de bomenplek, het laatste stuk kan ik niet met de auto rijden, maar loop ik over het fiets/voetpad. Struinen door de polder dus! Ook hier strooi ik variantjes, en als ik terug naar de auto loop zie ik bij de eerste bomen waar ik gestrooid heb al karpers in de buurt van de kattenbrokjes scharrelen.

Ik besluit te hier te beginnen met vissen. Terug gekomen bij de auto gaat de Traditional Specimen karperhengel uit het foudraal. Even over deze hengel: dit is absoluut mijn beste karperhengel ooit. Een hengel die volmaakt buigt over de gehele lengte van de hengel, maar ook indien nodig genoeg ruggengraat bezit om een karper te blokken. De werpmolen die er vanavond ondergaat is een Mitchell 810. Ook daar kan ik alleen maar lovend over zijn. De oude Mitchell 300, 410 en 810 behoren tot de beste werpmolens ooit gemaakt. In de jaren zeventig werden de ABU Cardinal's tot de beste werpmolens geprezen, maar deze Mitchell's doen daar zeker niet voor onder. Ook nu nog werpmolens waar prima mee op karper gevist kan worden. Dat de beugel tegen de klok in draait is iets waar je heel snel aan went. Op de Mitchell is 0.25 mm normale (zachte) nylon gespoeld.

Nog voor ik bij de bomen arriveer zie ik een aan de oppervlakte azende karper. Voorzichtig laat ik de haak, beaasd met variantjes, zakken. Seconden later sta ik al met een hoepelronde Specimen en luid krijsende Mitchell in m'n handen! Zo gemakkelijk en snel kan het soms gaan.





Dat ik me nog langs het fietspad bevind heeft een voordeel, de moeder van een langsfietsend gezinnetje maakt een mooie foto. De eerste karper van 2009 gevangen aan de oppervlakte is binnen. En nog voor ik bij de bomen en struiken geariveerd ben, kan deze avond nu al niet meer stuk!

Niet veel later kom ik dan bij de struiken aan, daar achter staan de bomen met in het water hangende takken en takken die ooit uit de bomen in het water zijn gevallen. Het allermooiste is, dat ook hier de variantjes ontdekt zijn. De slip van de Mitchell wordt bijna helemaal dichtgedraaid. Een gehaakte karper zal echt zijn best moeten om daar een meter nylon doorheen te trekken. De buiging van de Specimen en de rek in de nylon lijn zullen het 'werk' moeten doen.

Met ingehouden adem zie ik hoe een flinke karper mijn haak met variantjes naar binnen zuigt. Gelukkig heb ik hier iets de ruimte, al liggen voor me wel takken in het water. Precies vijf meter naar rechts ging het vorig jaar helemaal mis. De karper wil weg, maar mag niet op snelheid komen. Vissen en drillen op de vierkante meter, doet meer aan touwtrekken denken en dat is het ook een beetje.





Deze keer trek ik aan het langste eind! Wat een mooie vis, lang, torpedo-gevormd, goed gevuld maar dan zonder een slappe hangbuik. Tussen de bomen geen langs fietsende gezinnetjes, dan maar een foto met de zelfontspanner en zwemmen maar weer.

Dit zijn de momenten dat je het liefst even naar je vismaten belt, maar dat doe ik deze keer niet. Even alleen tussen de bomen genieten van een moment kan ook lekker zijn. Met deze karper zijn twee van de drie dingen die ik hier voor mijn gevoel wilde rechtzetten geslaagd. De eerste karper(s) van 2009 aan de oppervlakte gevangen, en ik heb een mooie karper tussen de bomen gedrild.



Tot het donker blijf ik een soort van bosjesman, onzichtbaar voor fietsers en wandelaars en nagenietend van alles wat vanavond is gebeurd. Het moment wordt nog mooier als een derde karper zich meldt. Samen ga ik met de karper, de Specimen en de Mitchell 810 tussen het groen op de foto.

De stek onder de bomen wordt daarna verruild voor de plek waar ik eerder deze avond variantjes heb gestrooid. Eigenlijk verwachtte ik ook hier karpers aan de oppervlakte te horen, maar de karpers lieten zich niet horen en zien deed ik ze in het pikkedonker al helemaal niet. Maar ook geen kringen of beweging in het bijna spiegelgladde water kom ik tegen.

Ik blijf daar tot het 23.30 uur geweest is, en besluit dan dat het hier niet gaat lukken vanavond. Twee van de drie dingen waarop ik vanavond hoopte zijn gelukt, maar eigenlijk zijn ze alle drie gelukt. De eerste karper onder de bomen was een hele mooie vis, en zo'n vis hoopte ik vanavond op mijn laatste stek te vangen.

Deze avond was met drie karpers weer een hele mooie! Heerlijk om deze polder vanavond op deze manier in het pikkedonker achter me te laten.

Groeten,
Peter

3 mei 2009

Heerlijk avondje

Zaterdag 2 mei. De weersomslag die vanaf zondag begint, voorspelt niet veel goeds. De temperatuur gaat voor een aantal opeenvolgende dagen flink naar beneden. Zeker nu, nog midden voorjaar, niet bevorderlijk.

De hele zaterdag heb ik voor mijn werk binnen doorgebracht. De avond biedt me de laatste kans om de warme periode van de afgelopen weken vissend af te sluiten. Als ik even na 17.00 uur naar huis rijd, zijn de voortekenen dat het weer gaat veranderen al voelbaar. Het wordt al een stuk minder aangenaam en de wind trekt aan.

Wat nu? Ik had me verheugd op een avondje in de polder, hopend op karperstaarten die het water doorklieven. Met de kabbel op het polderwater waar ik langs naar huis rijd wordt dat schouwspel al een stuk minder zichtbaar. Halverwege ons huis stop ik langs de het water en bel even naar Paul. Paul vertelt me vanmorgen een mooie karper te hebben gevangen. Heel misschien komt hij vanavond nog even kijken... Op dat moment weet ik nog niet waar ik ga vissen. ' Bel me maar als je van huis gaat dan hoor je wel waar ik zit', sluit ik ons gesprek af.

De beschutte zeeltpolder trekt, maar vlokvissen op een cultuurwatertje kan ook. Na het eten weet ik het, ik ga toch naar de polder met als doel karper. Niet geschoten is altijd mis, dat is een ding dat zeker is!

Aan de polder waar ik vanavond ga vissen heb ik mooie herinneringen. Hier is het eigenlijk ooit allemaal echt begonnen. Toen karpervissen nog een groot avontuur was! Samen met klasgenootjes, later met vismaten maar meestal alleen heb ik hier vele vele mooie uurtjes beleefd. Karper zwemt er in grote aantallen, geen 100% boeren, maar waar wel met een hooggehalte wildbloed dat door de aderen heen stroomt. Een typisch voorbeeld van de karperpopulatie in mijn omgeving.

Als ik de polder betreed wordt ik niet verwelkomd door wuivende karperstaarten, ook van de brasem (hier goed vertegenwoordigd) is geen staart te zien. De hengel blijft voorlopig in het foudraal, eerst maar eens een stuk lopen langs het water. Het lijkt er een tijd op dat ik voor vanavond heb misgeschoten. Nergens zijn karpersporen te vinden. Geen staarten, bellensporen of smak- en slurpgeluiden. Maar goed, ik ben er nu, en om ergens anders naar toe te gaan heeft ook geen zin, omdat het over ruim twee uurtjes al donker zal gaan worden.

Gewoon doorlopen dus, ondertussen bewonder ik de bergeenden die op hun beurt mijn bezoek dan weer helemaal niet op prijs stellen. Ze gaan ervandoor, het wit en zwart van hun veren kleurt prachtig af tegen het blauw in de lucht. Maar dan dan hoor ik geslurp. Karper! Zowel onder mijn kant als de overkant wordt geslurpt. Yes!!!

Twee voerplekjes maak ik, niet meer, maar wel verspreid uit elkaar. Nu maar hopen dat de vis erop gaat azen. De hengel wordt opgetuigd en ondertussen kunnen de gevoerde pellets uit elkaar vallen op de bodem van de sloot. Mochten ze de voerplek vinden, dan houden de uit elkaar gevallen pellets ze wel even bezig. Kippenbix schijnt ook goed te werken, en is een stuk goedkoper! Met kippenbix heb ik zelf geen ervaring, maar ik zal het binnenkort zeker eens gaan uitproberen. Bovenop de pallets ga ik vissen met maiskorrels op m'n haak. Voor de zekerheid strooi ik nog wat maiskorrels rond m'n pen. Dat laatste had ik misschien beter niet kunnen doen; een grote kolk verraadt dat een karper flink is geschrokken van de naar beneden dwarrelende maiskorrels.

Aan de andere kant, de voerplek is ontdekt! Dat wordt spoedig nog eens bevestigd als voor m'n neus belletjes en modderwolken opstijgen. Dat het ook karper en geen brasem is blijkt als ik nadat m'n pennetje vloeiend weg loopt de haak zet. Het ondiepe polderwater breekt open onder het geweld van een karper die ervan door gaat. Vuurwerk onder de top van je penhengel verveelt nooit!



Dat is wel heel snel, en voor m'n gevoel komt er vanavond nog wel eentje op het gras. Vanaf de start (5 april in de polder) is het de afgelopen weken steeds bij een karper per keer gebleven. Afgelopen zondag moesten Jan-Willem en ik zelfs alles uit de kast halen om een karper te vangen. Dit jaar verloopt tot nu toe anders met de vangsten dan de afgelopen drie jaren. Zelf denk ik dat dat komt door de lange winter, de eerste echte winter sinds jaren. Maar, ruim tien jaar geleden begon ik meestal rond koninginnendag pas karper in de polder te vangen.




Die tweede karper komt er inderdaad vanavond. Twee voerplekken en beiden hebben karper opgeleverd. Terug op de eerste voerplek lijkt het stilgevallen met azen. Tot het bijna donker is gebeurt er niets meer. Ik besluit op de tweede voerplek tot het donker door te vissen. Struinen langs het water op zoek naar individueel azende karpers lijkt me vanavond weinig zinvol. Ook op de tweede voerplek blijft het rustig, tot de schemer over is gegaan in het donker. Ik kan twee dingen doen, stoppen (met twee karpers is het al een mooie avond geweest) of doorgaan.

Het wordt (hoe kan het ook anders met karper op de voerplek) doorgaan... Nu zijn de breekstaafjes die ik al twee jaar lang in mijn vistas heb een uitkomst. Een rubbertje wordt over de antenne van de pen geschoven, en aan de andere kant van het rubbertje wordt een breekstaafje geplaatst.




Eigenwijs als ik vaak ben betrap ik mezelf erop dat ik het mezelf de afgelopen jaren heel moeilijk heb gemaakt in het donker. Met ogen tot spleetjes samen geknepen viste ik dan door tot ik het pennetje echt niet meer kon zien. Nu kan ik gewoon relaxed doorvissen zoals ik dat de afgelopen uren gedaan heb. Wat een verschil!




Doorvissen met behulp van een breekstaafje levert een prachtige wegloper op. Dat zie je gewoon heel goed zo in het donker. Het levert me vanavond ook een derde karper op.

Met een heel goed gevoel loop ik de polder uit, inderdaad het lijkt erop dat het echte karpervissen in de polder pas begint rond de koninginnendag. Paul is uiteindelijk niet gekomen, maar wat heb ik vanavond weer genoten!

Groeten,
Peter

1 mei 2009

Ruisfun


Vrijdag 1 mei. Vanmiddag een poging gewaagd in de hier buurt met de vlok. Het doel was de ruisvoorn, en dat is meer dan geslaagd. Helaas waren de ruisers die ik aantrof aan de kleine kant. Wel volop spektakel, de pauwenpen stond niet stil. Ik voelde me net een kwajongen, zo jagend met de Rapier en een paar plakken brood in de zakken van mijn vliegvisvest. Ruim 20 ruisertjes kwamen kortstondig op de kant. Geen baksteen-brede en lange vissen, maar toch plaatjes om te zien.








Groeten,
Peter