29 mei 2008

Het moment pakken als het er is

Woensdag 28 mei. Een ochtend vissen deze week zit er niet in. Een paar uurtjes in de avond gelukkig wel. Vandaag is het broeierig warm geweest, ideaal weer om tegen het donker met de korst te gaan struinen. Het is al ruim over 20.30 uur als ik tegen Francine zeg dat ik toch nog even ga vissen. Ze vind het gelukkig geen probleem.

Die laatste uurtjes na zo'n broeiierige dag vissen, zijn bijna altijd lonend. Na de hele dag loom in de kleinere slootjes te hebben rond gehangen worden de karpers tegen het donker aktief. Juist de overgang van licht naar donker is dan vaak het moment supreme.

Vanavond is ook zo'n avond. Na eerst wat brokken te hebben gestrooid, blijf ik rustig een kwartiertje wachten. Ondertussen wordt de hengel opgetuigd, en houd ik het water goed in de gaten.

Het duurt even, maar dan verschijnen de eerste tekenen van karper rond de brokken. Geen gesmak, de brokken worden voorzichtig geinspecteerd. De karpers verraden hun aanwezigheid door de waterverplaatsing rond de brokken. Geen staarten zoals soms bij het penvissen, maar wel walmende beweging onder en in de buurt van de brokken.

Dan zie ik een toeter door het wateroppervlak gaan. Die is voor mij. Van achter benader ik de karper en de korst wordt over hem heen geworpen. Achteraf had ik misschien beter nog even kunnen wachten. Nee, de karper is niet geschrokken en zwemt recht op de korst af. Drie tellen later staat het glasvezel rond, en gaat de karper als een wilde door de sloot. Een mooie torpedo-schub zet de hele sloot op zijn kop.



Een prachtige karper, absoluut, maar alle andere karpers zijn na het geweld verdwenen. Terug naar de veilige slootjes waar ze zich gedurende de middag hebben opgehouden, en daar zaten zo te zien flinke exemplaren tussen.

Wachten. Meer kan ik niet doen. En het wachten werpt zijn vruchten af. Het hele proces van voorzichtig snuffelen tot bijna onbeschoft zuigen en smakken begint opnieuw. Meerdere karpers zijn actief aan het azen. Onder de overkant zwemt een grotere karper. Zijn hoge rug heb ik al een paar keer kunnen bewonderen.

De korst gaat ruim voor waar de karper zich bevindt naar de overkant. Dit soort momenten zijn niet te beschrijven. Alles om je heen vergeet je, de hartslag gaat omhoog, de spanning is om te snijden. Als volgens het boekje, zo mooi gaat het allemaal. Al smakkend komt de karper dichterbij. De korst wordt zonder aarzeling van de oppervlakte weggezogen. Dit is zonder twijfel de mooiste manier om een karper te vangen.



Als ik contact maak, lijkt het alsof er een krater in het water wordt geslagen. Hangen! Minuten later ligt een zwaar gebouwde schubkarper voor me in het net. Dit soort vissen en momenten zijn goud waard, laten je hart sneller kloppen en daarna is het genieten geblazen. Met 73 cm een hele mooie karper.



Op de terugweg naar de auto trek ik voor mijn gevoel letterlijk de gordijnen dicht in de polder. Nog even een foto van het laatste licht van de dag, en dan snel terug naar Francine en onze slapende kinderen.

Francine, bedankt dat je nooit moeilijk doet als ik er weer zo nodig een paar uurtjes tussen uit moet!

Groeten,
Peter

26 mei 2008

The sound of Mitchell

Zondag 25 mei. Om 3.00 uur liep de wekker af vanmorgen, maar om 3.01 uur lig ik weer naast Francine in ons bed. Wat een ....weer is het buiten! Het was voorspeld, maar ik wilde er niet aan.

De dag verloopt niet anders, en doet sterk aan de herfst denken. Hopelijk klaart het in de avond op. Gelukkig blijkt dat het geval, de wind blijft zijn best doen, maar van dreigende regen is geen sprake meer. Na het eten ga ik even lekker een paar uurtjes de polder in.

Vorige week heb ik een Mitchell 810 gedemonteerd, schoon gemaakt en voorzien van vers molenvet en olie. Ik ben nooit echt een liefhebber geweest van de 300 en 410 series, waar de Mitchell 810 sterk aan doet denken. Door de servicebeurt ben ik toch wel onder de indruk geraakt van deze werpmolen.



Sterker nog, het ziet er gewoon heel mooi uit in het inwendige, de aandrijving bestaat zelfs uit meerdere tandwielen van een hoge kwaliteit! Toen ik er nieuwe nylon opspoelde was ik verkocht. Die gaat vanavond mee, samen met de Traditional Classic 1.

Moederziel alleen loop ik de polder in, de stilte tegemoet. De stilte wordt onderweg wel een paar keer doorbroken. De eenden stellen mijn komst duidelijk niet op prijs. Bergeenden en slobeenden vluchten voor mij uit, op zoek naar nieuwe plekken om de komende nacht door te brengen. Ook de wilde eenden gaan er vandoor, wachten langer maar laten zich goed horen als ze in de wieken gaan. Opvallend, geen ganzen hier vanavond, die zijn waarschijnlijk vertrokken naar koudere oorden!

De noord-oosten wind zorgt voor een flinke kabbel op het water. Dat we gisteravond om deze tijd buiten zaten te barbequen kun je je nu bijna niet meer voorstellen.

De warme meimaand heeft het riet goed gedaan, het is letterlijk het water uitgeschoten. Tussen de open plekken in het riet maak ik drie voerplekjes. Het riet zorgt ook voor wat luwte tegen de wind. Het is prima uit te houden zo, en ik val ook niet op tussen het riet. Alleen als ik verkas naar een andere voerplek valt mijn aanwezigheid hier op.

Verschillende soorten weidevogels en eenden maar ook hazen gaan verder met waarmee ze bezig zijn. Ik geniet van het goede groene leven.

De karper lijkt net zoals vorige week zondag passief. Het is het weer, en daar kun je helaas niets aan doen. Je moet het ermee doen! Op de tweede voerplek sla ik een gat in de lucht op een aanbeet. Een draaiende bruine stofwolk onder water verraad dat de vis er vandoor is gegaan.

Het is een raar jaar wat de karper betreft, met evenveel pieken als dalen. Klagen hoor je me niet, er zijn al heel mooie karpers geland dit jaar. Vanaf dinsdag wordt het weer zomers, tenminste dat zijn de voorspellingen! Deze week maar weer een ochtendje pakken, bedenk ik mezelf.

De avond loopt al op zijn eind, en het geluid van de weidevogels maakt plaats voor het gekwaak van kikkers. Een fijn bellenplakaat verraad een azende vis. Misschien van een zeelt of een brasem bedenk ik me. Er wordt hoe dan ook flink gewoeld in de bodem. Het pennetje verdwijnt in het zich verplaatsende bellenplakaat onder water.

Ik wacht iets langer dan een uurtje geleden met 'slaan'. Als ik contact maak met de vis, gebeurt iets waar ik geen rekening mee had gehouden vanavond. De hengel gaat rond op iets zwaars. Karper! En wat voor één. Deze is groot, en na de hengel tot een bijna hoepelvorm te hebben getrokken is nu de Mitchell aan de beurt. De slip van de Mitchell krijst het uit. En die had ik toch behoorlijk strak afgesteld staan! Strakker draaien durf ik niet, en losser is absolute waanzin. Dan maar bijremmen met de wijsvinger op de spoel. Dat werkt, de vis komt tot stilstand. Even vang ik een glimp van de karper op. Het is een grote spiegel! Die moet en zal ik binnen krijgen. Nu de vis tot stilstand is gekomen, houd ik de druk erop, maar probeer niets te forceren.


Eenmaal in het net valt er echt iets van me af. Die is binnen. Met 82 cm een evenaring van mijn grootste karper gevangen aan de pen. Foto's maken wordt bemoeilijkt door de wind, maar misschien ook wel door de combinatie wind en adrenaline dat op dat moment nog steeds door mijn lijf giert.


En die Mitchell? Dat de kwaliteit goed is had ik al gezien, de slipwerking is fantastisch, het geluid is fenomenaal.

Groeten,
Peter

21 mei 2008

ABU Cardinal de alles overtreffende 50 en 150 serie


De ABU Cardinal 50 en 150 serie zijn de mooiste werpmolens ooit gemaakt. Althans, dat vind ik. De vormgeving is oogstrelend, deze Cardinals lijken gemaakt uit één stuk. Alle onderdelen sluiten perfect aan op elkaar, en dat voel je ook als je zo'n Cardinal vast houdt.



In 1978 kwamen de eerste overkappende ABU Cardinal's op de markt: de 54, 55 en 57. Later zou daar de kleine en nu zeer veel gezochte 52 (heb ik, zei de geluksvogel) aan worden toegevoegd.




Die eerste Cardinal 54, 55 en 57 waren ook de beste. Deze waren voorzien van een (zacht) ratelende anti-retour. De latere uitvoeringen (tot eind 1982) hadden een geruisloze anti-retour, en vanaf het 55 model zorgde een extra tandwiel voor een nog mooiere opspoeling van de lijn.

De oude 54, 55 en 57 werden in 1980 opgevolgd door de 154, 155 en 157, maar dan in een iets eenvoudigere uitvoering. Een kleiner broertje, de 152, werd daar later nog aan toegevoegd. Deze simpelere Cardinals genieten bij mij de voorkeur boven de 50 serie.

Bij de 150 serie wordt de slinger rechtstreeks in het hoofdtandwiel gedraaid. De slinger van de 150 serie is namelijk niet links/rechts verwisselbaar zoals bij de 50 serie. De 50 serie maakt gebruik van een slinger die met een lange moer aan de andere kant door het hoofdtandwiel heen wordt vastgedraaid. Deze constructie kan speling veroorzaken op de slinger. De geruisloze anti-retour van de tweede 50 serie heeft een behoorlijke terugslag. De 150 serie heeft een ratelende anti-retour die vrijwel meteen ingrijpt, dus geen terugslag op de slinger.




Pluspunt van de 50 serie is dat de carterdeksel van metaal is, en niet van kunststof zoals bij de eenvoudigere 150 serie.





Voor het karpervissen gaat mijn voorkeur uit naar de Cardinal 154. Ik ben de trotse gebruiker van twee van deze Cardinals. Het eerste model nog helemaal in nieuwstaat uit 1980, en een ooit nieuw gekochte Garcia uitvoering uit 1981.

Eind 1978 nam ABU de verdeler van hun werpmolens voor de Amerikaanse markt Garcia over. Dus niet anders om, zoals vaak gedacht wordt.



De 50 en 150 serie voor export naar de US bedoeld kregen het Garcia logo op het carter. Deze werden overigens ook hier gewoon verkocht!

Door hun bronzen hoofdtandwiel, op een stalen wormwiel aandrijving, behoren de Cardinal 50 en 150 modellen tot de werpmolens met een vrijwel onbeperkte levensduur. Deze werpmolens zijn 100% zeewater bestendig. Dubbele beugel veren laten de beugels van deze Cardinal's nog tot in lengte van dagen zonder harde knal sluiten. Gemaakt volgens de toen kleinst denkbare toleranties voelen deze werpmolens degelijk aan, en dat zijn ze ook!

Eind 1982 viel het doek voor deze in Zweden geproduceerde Cardinals, die ook in 2008 nog steeds een grote schare fans hebben. Niet alleen om te verzamelen of te bewonderen in de vitrine, nee, ook om mee te vissen.

Groeten,
Peter

19 mei 2008

Rode kraaloogjes in het donker


Zondag 18 mei. Vanmorgen belde ik Jan-Willem, en wat blijkt: hij zit al te vissen. Gisteravond was ik niet telefonisch bereikbaar (mobiel lag in de auto), en ik dacht eigenlijk dat we niet vanmorgen, maar vanavond zouden gaan vissen.

Een kop koffie en een broodje later zit ik in de auto richting de polder en Jan-Willem. Daar aangekomen blijkt hij weer wat nieuws aan het uitproberen te zijn. Dat ben ik ondertussen wel van hem gewend, maar dit slaat echt alles. Op een later tijdstip misschien hier meer over. Door de enorm gekelderde temperatuur in een paar dagen tijd, en wind uit de verkeerde hoek kan geen enkele techniek of systeem op waarde ingeschat worden.

Tegen beter weten in probeer ik het aan de oppervlakte. Helaas....alleen de meerkoeten en de meeuwen tonen interesse. De pen brengt ook geen uitkomst. Ze doen het niet, en na twee uurtjes houden we het voor gezien.

De avond

Eigenlijk moet je geen dingen uitproberen als de temperatuur naar beneden is gekelderd. Teruggaan naar de polder waar we vanmorgen gevoerd en gevist hebben zou het verstandigste zijn geweest. Mijn eerste echte wilde/boerenkarper van dit jaar moet ik nog vangen, en dus valt de keuze op een heel andere polder. Door de koude maart/april periode zijn de boerenkarpers er tot nu toe bij ingeschoten. De twee pogingen die ik gedaan heb ben ik zonder karper huiswaarts gekeerd. En om eerlijk te zijn, met die mooie grote en zware schubs en spiegels van de afgelopen weken heb ik me prima vermaakt.

Misschien is het omdat ik zin heb in de wandeling en de daarbij behorende klimpartij over de vele hekken, maar ik ga toch naar de afgesloten sloten waar de torpedo-vormige krachtpatsers huizen. Daar aangekomen kan ik rechtsomkeert maken, het gras staat hoog en moet gemaaid worden. Als ik daar doorheen ga 'ploegen' , zet ik zeker weten de jarenlange goede relatie die ik met de boer heb op het spel.

Terug dan maar. Voor mijn gevoel is de ochtend verloren gegaan omdat ik te laat aan het water was. De avond lijkt ook verloren te gaan, de tijd dringt. Als nog naar de polder van vanmorgen gaan is zinloos met nog een uur daglicht voor de boeg. Spullen voor de waker heb ik ook niet bij me, die optie is dus uitgesloten.

Een polder dicht in de buurt dan maar. Daar aangekomen is nergens een teken te vinden van karperactiviteit. Ze zwemmen er, dat weet ik uit ervaring, maar ook hier reageren de vissen op het omgeslagen weer. Logisch natuurlijk, wat in een polder rond Utrecht geldt, gaat ook op voor een polder ergens in Noord Holland.

Het wordt al donker, en deze dag dreigt de boeken in te gaan als een karperloze zondag. Het weer de schuld geven is te gemakkelijk, de planning voor vandaag was waardeloos.

Stoppen met vissen zonder een vis op het droge te hebben bewonderd is altijd moeilijk voor mij. Een vreemde trek in mijn karakter: doorgaan, ook al is het zinloos. Dat het met het verdwijnen van het licht nog frisser gaat worden doet er ook geen goed aan. Pluspuntje is dat de wind aan kracht heeft ingebonden. Toch maar een uurtje in het donker vissen. De Drennan pen met oranje punt wordt gewisseld voor een met een gele punt. Vissend bijna onder mijn eigen oever, kan ik het zo nog goed volgen allemaal.

Gelukkig ben ik eigenwijs en tegen beter weten in aan het water gebleven. Deze zondag gaat alsnog als karperloze zondag de boeken in. Twee mooie zeelten (mijn eerste van dit jaar!) zorgen ervoor dat het in ieder geval geen visloze zondag geworden is.


De eerste had een oranje gloed op de buik, een prachtige vis. Een van de mooiste zeelten die ik tot nu toe gevangen heb.

De tweede zeelt haalt net de vijftig centimeter niet. Een zeelt van formaat. Maar eigenlijk maakt het me vanavond helemaal niet uit hoe lang of dik ze zijn. De meest mysterieuze onderwater bewoner van de polder, zo glad als een aal en met rode kraaloogjes maakten deze avond tot een voor mij geslaagde.

Groeten,
Peter

14 mei 2008

ABU Cardinal


Dé karpermolen van de jaren 70 en begin jaren 80 was de ABU Cardinal. Geroemd om de kwaliteit van zijn binnenwerk en het gepatenteerde slipsysteem. Dat binnenwerk bestond uit een onverslijtbaar bronzen hoofdtandwiel en een stalen wormwiel. De gepatenteerde slip was uniek. De slipmoer zat achterop de werpmolen, de slipschijven zaten niet in de spoel maar in het carter op de as gemonteerd. De as draaide als de slip in werking kwam. De spoel zat vast op de as, en kon verwijderd worden via het drukknop principe. De slip werd afgesteld via de moer aan de achterkant.


Mijn ABU Cardinal 66 uit 1975 en Cardinal 6 uit 1978.

Waren in Groot Britanie de ABU Cardinal 55 en 155 de favorieten van de karpervissers, bij ons Nederland waren dat de groene/creme ABU Cardinal 33, 44 en 66. Later opgevolgd door de champagne/zwarte cardinal 3, 4 en 6.


BUILT BY ABU SWEDEN

Het zijn allemaal werpmolens gemaakt in Zweden, waar toen een pittig prijskaartje aan hing! Voor de gelegenheidsvisser of voor wie het niet kon missen, maar wel met de ABU kwaliteit wilde vissen waren er de Cardinal 40 en 60 uitgebracht. Deze werpmolens in de maatvoering 4 en 6 waren eenvoudiger qua binnenwerk, de carterdeksel was van kunststof en de kogellager had plaats gemaakt voor een glijlager. De beroemde gepatenteerde slip zat uiteraard wel op de betaalbare uitvoeringen van de Cardinals.

De duurdere modellen werden geleverd met vijf jaar garantie! Een unicum in die tijd, en nu nog steeds. Achteraf blijkt wel waarom. Zelfs na tientallen jaren van intensief gebruikt werkt bij normaal onderhoud vaak alles nog als nieuw. Wel de slip losdraaien na het vissen!

Nummer 750608 staat in de molenvoet. 75 voor het jaar en 06 voor de maand van produktie.

Nu glasvezel onder de actieve karpervissers weer sterk aan populariteit wint, zie je de oude Cardinals weer onder deze hengels hangen. Nostalgie? Absoluut! Voor het vissen met de korst en de pen gebruik ik het liefst glasvezel, omdat je daar de betere penhengels van kunt maken (dus niet alleen vanwege de nostalgie). De oer-Cardinal is al lang niet meer de beste karpermolen. Of toch wel? De goedkoopste Shimano van nu heeft waarschijnlijk een betere slip. Of de duurste Shimano van nu een levensduur heeft die bij zijn prijskaartje hoort zal de tijd moeten uitwijzen. De Cardinal koste toen ook een flinke duit, maar heeft zich wat levensduur betreft meer dan bewezen.


Een blik in de vitrine, vlnr de 44, 33, 66 en 77. Prachtige werpmolens, niet alleen om naar te kijken, maar ook om mee te vissen.

En de slip dan? Die is echt niet zo beroerd als ik hierboven laat doorschemeren. Onder een goede glashengel komt de slip van zo'n Cardinal gewoon tijdig op gang. Maar dat slipgeluid is nog steeds om te smullen. Het blijven heerlijke molens, die ABU Cardinals van toen!

Groeten,
Peter

12 mei 2008

Jagen met de korst

Zondag 11 mei. Het plan was om vanmorgen heel vroeg naar het water te gaan. Moederdag gooit terecht de planning in de war. De ochtend wordt de avond. Samen met Jan-Willem met de korst op zoek naar karper.

En zoeken werd het ook. De afgelopen twee keer ging het makkelijk, maar vanavond viel het het niet mee. Struinen langs het water, op zoek naar activiteit aan de oppervlakte. De gestrooide brokken en variantjes zetten de karpers niet aan om in een vreetroes te raken.

De vissen die we spotten lagen net onder het wateroppervlak te luieren. Het deed een beetje denken aan herkauwende koeien, zoals ze erbij lagen. In tegenstelling tot de karpers moesten wij heel wat energie steken in deze avond. Het werd jagen met de korst. De korst moest na te zijn ingeworpen tergend langzaam richting de karper gedraaid worden. Soms meerdere keren achter elkaar.

Dat we op deze manier samen mooie 4 karpers hebben gevangen geeft een voldaan gevoel.


----------------------------------65 cm


----------------------------------68 cm


----------------------------------72 cm


----------------------------------74 cm
De laatste karper zag ik liggen onder een bruggetje aan de overkant. Dat het een spiegel was kon ik toen nog niet zien. Na een heftige dril kwam een prachtige spiegel onder de kant. In de polder zwemmen maar mondjesmaat spiegels rond, vaak zijn het afstammelingen van uitzettingen van tientallen jaren geleden. Vissen van het oude stempel, niet zulke 'plaatjes' als de projectspiegeltjes die je in cultuurwater aantreft. Het spiegelpatroon op deze in het wild geboren karpers is rommeliger en de lichaamsbouw is anders.

Een prachtige vis om deze avond mee af te sluiten. Bij de auto's drinken we samen een biertje (heerlijk na zo'n warme dag), en gaan daarna op huis aan.

Groeten,
Peter

10 mei 2008

Glasvezel beul

Vrijdag 9 mei. Gisteravond ben ik naar werpmolens wezen kijken. De Daiwa die nu onder de Specimen hangt, is eigenlijk bedoeld voor de Temming's Classic. Maar wat ga ik dan onder de Specimen hangen? De Daiwa en de Specimen zijn als voor elkaar gemaakt. Zonder nieuwe werpmolen ben ik naar huis gegaan.

Vanmiddag de Daiwa gepast onder de Temming's Classic, en tot mijn verbazing ligt deze combinatie niet lekker in balans. De Classic vraagt om een grotere en zwaardere werpmolen. Nou, die heb ik nog wel! Meerdere zelfs. Een ABU Cardinal 66, 77 of een ABU Cardinal 6 en zelfs een Cardinal 7 liggen te wachten tot ze eindelijk weer een keertje naar het water mogen.

De Cardinal 6 past mooi met zijn zwarte rotor, spoel en slinger bij de zwarte blank van de Classic. Even passen, en nu ligt de combinatie wel mooi in balans. De Daiwa blijft voortaan onder de Specimen hangen.

En na al dat passen, heb ik toch wel heel veel zin om met de Classic en de Cardinal 6 het water op te zoeken. Maar waar? Met zijn ruim 2 lbs is deze hengel bedoeld voor de obstakel visserij en voor bovenop en tussenin de waterplanten. De polder waar ik samen met Jan-Willem vis lonkt, maar daar vissen we alltijd samen en niet alleen. Ik wil toch wel weten wat er in de hengel 'zit' en besluit het alleen in 'onze' polder de Classic in te wijden.

Vissen ga ik met de korst, want daar heb ik hem voor laten bouwen. De weelderige begroeiing ontbreekt nog, maar de grote karpers zijn aanwezig.

Rond de klok van 20.45 arriveer ik in de polder, en strooi eerst wat brokken. De hengel wordt daarna inelkaar gestoken en de ABU tussen de reelhouder geschroefd. Geen setje voor liefhebbers van het lichte vissen, maar dat kan dan ook niet overal en altijd.


De eerste karper die de Classic inwijdt is 75 cm lang. Een dikke en zware vis, maar op deze glasvezel beul heeft de karper maar weinig in te brengen. Dit is duidelijk een hengel voor het vissen onder moeilijke omstandigheden. De hengel gaat mooi rond (dankzij de bijna dicht gedraaide slip), maar daar blijft het dan ook bij.


In het donker komt er nog een karper even kijken boven water. Een mooie slanke vis, met een lengte van 76 cm. Deze karper komt wel op snelheid, en trekt behalve het glas rond ook nog een paar meter (28 %) nylon door de slip van de Cardinal 6. Als je dan bedenkt dat je tot wel 35 % nylon op de Classic kunt vissen, weet ik genoeg.

Met deze set ga ik van de zomer de begroeiing opzoeken, voorlopig blijf ik nog even genieten met de lichtere Specimen en de Daiwa.

Groeten,
Peter

6 mei 2008

Twee karpers voor de prijs van één

Dinsdag 6 mei. Met mezelf heb ik afgesproken gedurende de zomer, één ochtend door de week, op een vroeg tijdstip naar het water te gaan. Extra vistijd naast de zondag. Het is nog geen zomer, maar vanochtend was de eerste door de weekse vroege visdag. Om 4.00 uur kreeg ik van Francine een por en de mededeling, de wekker is gegaan. Pfffff.....dat valt toch niet mee, twee keer in korte tijd achter elkaar voor dag en dauw het bed uit.

Eenmaal beneden moet ik eerst achter een mok cappuccino wakker worden. Op tafel liggen een half wit en een kilozak met krokante kattenknabbels klaar. Vissen met de korst, dat is wat ik vanmorgen ga doen. Een klassieke manier van karpervissen, net zoals pen- en wakervissen. Van deze drie technieken is de korst behalve de meest actieve ook de meest spannende manier van vissen. Twee van de drie karpers die Jan-Willem zondag ving zijn op de korst en variantjes gevangen. Behalve de korst en variantjes, zijn er nog vele andere aasjes die drijvend kunnen worden aangeboden. Ook voor deze techniek is keuze genoeg, en er valt nog genoeg uit te proberen.

Ik ga naar de polder, en daar kun je nog steeds goed met de korst uit de voeten. Aan cultuurwater is dat weleens anders.

Groot bijkomend voordeel van korstvisssen is het geringe materiaal wat meegaat naar de waterkant. Met een hengel, werpmolen, schepnet en een doosje haken is de uitrusting bijna compleet. Het brood en de brokken gaan in de schoudertas, het doosje haken, meetlint, onthaaktangetje en fototoestel gaan in de zakken van mijn jas.

Om 4.30 rijd ik van huis richting de groene wereld. Ik ben nu klaar wakker en heb er zin in! Een kwartiertje later parkeer ik de auto op een kleine afstand van waar ik wil gaan vissen. Maar eerst voeren! Verspreid langs mijn eigen oever strooi ik ongeveer de halve zak met brokken leeg. De andere helft is voor de volgende keer.

Optuigen is vanmorgen een fluitje van een Eurocent. Nadat de nylon lijn door de geleide-ogen is gehaald hoeft er slechts een haak gemonteerd te worden. In de polder waar ik nu ben zwemmen gemiddeld kleinere karpers dan waar we afgelopen zondag gevist hebben. Toch heb ik voor hetzelfde materiaal gekozen, de 1.75 lbs zware en 12 ft lange Specimen en de nieuwe Daiwa werpmolen. Lichtere penhengels zoals de Avon 1 lbs en de Trotter 1.25 lbs zijn prima inzetbaar voor de winterperiode en het vroege voorjaar in de polder. Nu de karpers aan kracht winnen, en de polders langzaam maar zeker weer vol komen te staan met begroeiing in, langs en op het water berg ik ze op.

De Specimen is absoluut de beste allround karperhengel die ik tot nu toe in mijn bezit heb gehad. Wat de Daiwa betreft, daar stond ik eerst toch nog wel een klein beetje sceptisch tegenover. Na afgelopen zondag niet meer! De slipwerking is fenomenaal, de werpmolen zelf voelt degelijk aan, heeft nergens spelling en spoelt de lijn keurig op. De combinatie hengel/werpmolen is goed in balans. Niet heel belangrijk maar wel leuk, de Daiwa toont goed onder de Specimen.

Vorig jaar viste Jan-Willem en ik nog met 2500 uitvoeringen van Shimano onder de Specimen. Deze werpmolens oogden leuk onder deze hengel, maar waren achteraf te klein. Bij Jan-Willem hangt er nu een Shimano TwinPower 5000 onder de Specimen. Voor bij zijn ABU Cardinal 44 heeft hij een tweede Specimen besteld, maar deze wordt afgebouwd met klassieke onderdelen.

Wat maatvoering betreft, voor het allround penvissen ben je het beste af met een werpmolen van het formaat 4 of 5. Het binnenwerk is zwaarder uitgevoerd, en de bredere spoel geeft met minder weerstand nylon af dan bij de kleinere modellen. Een korst, of indien nodig een pennetje wegzetten gaat dan veel gemakkelijker.

Er wordt belangstelling getoond voor de gestrooide brokken, tijd om een korst te water te laten. Blijft een apart gezicht, van die grote geopende smakkende toeters die het wateroppervlak ontdoen van alles dat drijft en eetbaar is.


Een smakkende en slurpende 'toeter' gaat richting mijn broodkorst. Ik ben nog geen vijf minuten aan het vissen en het is al raak. Geen grote, maar wel m'n eerste karper van dit jaar op de korst. Onthaken, foto en zwemmen maar weer.


Een kleine 30 meter verderop, scharrelt een groter formaat karper rond onder de oppervlakte. Voorzichtig benader ik de karper, maar die lijkt zich niets aan te trekken van wat er om hem heen gebeurt. De korst wordt over de karper heen gegooid en daarna tergend langzaam zijn kant opgedraaid. Enkele seconden later verdwijnt de korst in een groot gapend slurpend gat.

Niet te vroeg slaan. Een, twee, drie en hangen! Het water explodeert en de slip van de Daiwa laat zich horen. Dit is zeker weten een grotere karper dan de eerste. Eenmaal in het net blijkt de vis 68 cm lang te zijn. Een formaat waar ik nog steeds heel blij van kan worden.



In een rap tempo wordt het nu licht. De brokken drijven ondertussen verspreid over de hele sloot, zelfs onder de overkant. De korst gaat richting de overkant van de sloot. Het duurt nu iets langer. Dan ondekt een van de slurpende karpers onder de overkant dat de korst ook eetbaar is. Een kleintje, maar wat een fraaie vis. Ik hoef nu niet meer te flitsen, en kan een mooi plaatje van een plaatje van een vis maken.

Was de wereld net nog helemaal van mij, nu zie ik de eerste auto's het dorpje verderop uitrijden. Nog eentje en dan stoppen, daar houd ik me aan, maar het worden er toch twee.


Ook de laatste karper ziet de broodkorst als afwisseling voor de brokken wel zitten. Zet zijn, eh haar gewicht even in de strijd, en trekt een paar meters nylon door de slip. Als ik de vis onder de kant in mijn net heb gedirigeerd, en daarna aan de netarmen omhoog wil heffen voelt het goed aan. Deze is zwaarder dan gedacht. Tot mijn grote verbazing zitten er niet één, maar twee karpers in het net. De grootste en de zwaarste zit aan m'n lijn vast, de kleinere (een hitsig mannetje) dacht zijn kans te grijpen. De kleinere karper is niet gedrild, breekt de boel af en mag na de foto meteen weer zwemmen. Het vrouwtje meet ik(65 cm), en gaat nog een keer op de foto maar nu samen met de Daiwa.


De Daiwa is een aanrader, een werpmolen waar ik na twee keer vissen goed over te spreken ben. Het is ondertussen bijna 6.45 uur, de sloot is vrijwel geheel ontdaan van brokken en de karpers zijn zo goed als verdwenen. Om me heen wordt het met fietsers en auto's steeds drukker. De dag is begonnen, tijd om naar huis te gaan.

Groeten,
Peter

4 mei 2008

Voor dag en dauw

Zondag 4 mei. Mijn wekker liep vanmorgen om 3.45 uur af. De wekker van Paul stond nog een uurtje eerder, hij moest de rit Den Helder-Monnickendam maken. Om 4.15 uur staat Paul bij mij voor de deur. Even een bak koffie en dan op naar de polder. Rond de klok van 5.00 uur rijden we de polder in, Jan-Willem staat al op ons te wachten.

Onze Specimen penhengels worden in het donker opgetuigd, en na samen nog een bakkie te hebben gedaan beginnen we in het eerste licht van de nieuwe dag met vissen.

Het glasvezel van Paul gaat rond onder het geweld van 76 cm spieren

Alle drie hebben we vanmorgen ons glasvezel rond laten zwemmen op stuk voor stuk mooie karpers. Gezamenlijk 8 stuks, waarvan Jan-Willem en Paul er beiden 3 hebben gevangen.

Een fotoverslag van een memorabele visdag, waarbij 4 karpers de 75 cm overschreden.


Paul




Jan-Willem




Peter

Glasvezel en werpmolens formaat 4 en 5



Groeten,
Peter

1 mei 2008

Onder de overkant, met de waker en de pen

Woensdag 30 april. Vanmiddag heb ik om 16.00 uur bij Jan-Willem thuis afgesproken. Een klein kwartiertje later zitten we samen in mijn auto richting de polder. Als we in de polder aankomen, blijkt dat wat we vrezen klopt, de wind blaast in de lengterichting over het water.

De plek waar we wilde beginnen met vissen slaan we over, we besluiten door te rijden verder de polder in. In de buurt van een boerderij kunnen we vissen in de luwte, ontstaan door de boerderij en de stal.

Onze hengel, werpmolen en aas keuze is gelijk, de manier van vissen vanavond niet. Jan-Willem gaat met de pen vissen en ik met de waker. Vissen doen we net zoals afgelopen zondag onder de overkant van het water. Daar lopen slootjes haaks de weilanden in, en komen uit in de sloot waar wij in vissen vanavond. Schuin voor de ingangen van dergelijke slootje vissen staat vaak garant voor karper. Dat kan met de pen op de manier zoals ik afgelopen zondag heb beschreven, maar natuurlijk ook heel goed met de waker. Verschillende voerplekjes worden door ons gemaakt, en deze zullen om beurten door ons bevist worden. Laat de karpers maar uit de slootjes komen.....

Ik ben nog bezig om mijn spullen te installeren, als Jan-Willem al met een ronde hengel in zijn handen staat. Dat is lekker, binnen een paar minuten de eerste karper.

Na dit snelle succes, gaat ook mijn aas(je) richting de overkant. De hengel gaat op de steunen, en het wakertje wordt tussen het startoog en de werpmolen ingehangen. Het grote verschil tussen de vorige keer en nu, nu ik met de waker vis, is dat ik gebruik maak van een elektonische beetverklikker. Niet een brok vastlood van 50 gram of meer, maar een klein schuivend gemonteerd wartelloodje van 15 gram afgestopt door een rubber kraal is op de lijn aangebracht.

De zelf geknoopte rig, met hair heb ik wel van de vastloodvissers afgekeken. Klassiek wakervissen, maar dan wel upgedate met allerlei nieuwe snufjes.

Geen los koordje, maar een rolspeld waardoor het koortje waar de waker aan vast komt te zitten in een handomdraai langer en korter gemaakt kan worden. De speciale wakertjes die bij dit systeem gebruikt worden (2, 3 en 6 gram zwaar) kunnen door hun inwendig schroefdraad bevestigd worden aan het koortje waar aan het eind een licht gewicht schroef zit.

Door de wind valt mijn keuze op de drie grams waker, zes gram vind ik te zwaar.

Aan het begin van de avond ligt de pen voor op de waker. De waker krijgt soms een klein stootje te verwerken. Jan-Willem haakt op zijn beurt twee karpers, die helaas beiden lossen. Dat kan natuurlijk ook aan de stek liggen! Geen wedstrijd dus, maar gewoon samen twee systemen uitproberen.

Het begint al te schemeren en ik ben nog steeds visloos. Ondanks de wind is het toch duidelijk te zien dat de karpers de slootjes uitkomen. Er wordt geaasd, en verderop rolde net een grote karper aan de oppervlakte.

Een piepje en een oplichtend roodlampje van de Fox Micron zetten me weer helemaal op scherp. Langzaam klimt de waker omhoog, en voor ik het me goed en wel besef heb ik het aan de stok met een karper. In een reflex heb ik de hengel van de steunen 'getrokken', net voordat de waker de hengel raakte. Meteen is er contact, het grote voordeel van deze techniek. Ik vis immers met een goed afgestelde slip, en zonder baitrunner. De karper probeert het slootje op te zoeken, daar staan paaltjes en daar wil ik hem niet hebben. Door vol in de hengel te hangen lukt het me hem te keren. Het gevaar is dan nog niet geweken zoals zou blijken. Nu probeert de vis door de eerste begroeiing langs de oever waar wij op staan te zwemmen. Probeert? Nee, hij dóet het ook. Door samen te gaan stampen, kiest de vis weer het midden van het water. De overkant mag hij ten koste van alles niet halen, en het lukt me ook deze keer de karper te stoppen en te keren.

Als hij dan eindelijk veilig in het landingsnet zit, heb ik last van knikkende knieën gekregen. Wat een karper. Het meetlint stopt bij 76 cm, mijn (onze) grootste karper van 2008 tot nu toe. Snel wat foto's en dan weer zwemmen. Daarna zijn er de felicitaties aan elkaar, het is ons gelukt! Samen vissen is, samen dingen uitproberen, samen tijd en geld in nieuw aas en technieken stoppen en daarna samen genieten.


Dat Jan-Willem in het donker als hij zijn pennetje nog met moeite kan zien nog een mooi dikkertje vangt maakt ons feest voor deze avond compleet.

Voor we stoppen maak ik nog een foto van mijn opstelling, de waker ligt nu in het donker op korte afstand gevist voor op de pen. Met de pen kan nog gevist worden, met behulp van een breekstaafje, maar onder de overkant en het door de wind bewegende wateroppervlak is dat niet prettig vissen.

Groeten,
Peter