25 feb. 2009

Wat een dag

Woensdag 25 februari. Afgelopen zondag hebben Paul en ik achteraf duidelijk op de verkeerde plek gevist. Een ieder die we spreken heeft zondag snoek gevangen, sommige hebben zelfs goed snoek gevangen. Wij hebben het slechts twee keer kort met een snoek aan de stok gehad, en verder helemaal niets. Gisterochtend belde Jan-Willem mij vanaf zijn werk met de opbeurende mededeling dat de snoek los was. Hij zag ze jagen in een slootje langs de weg. 's Avonds belde hij nog een keer en stelde lachend de vraag: ' hebben jullie soms zondag alleen maar koffie zitten drinken'?

Ook speelde een aantal vraagstukken door mijn hoofd. Was de vis echt een ander gedeelte van de polder ingetrokken? Waren de spinnertjes misschien te klein, waarom had ik nou geen Pako PS lepels meegenomen en hadden we misschien niet beter met de tiengrammers kunnen gaan vissen? We zullen het nooit weten, en dan nog, het is toch niet meer terug te draaien.

Vanmorgen sta ik al om 6.00 uur naast ons bed, en probeer in de tijd voor de kinderen naar school gaan zoveel mogelijk te doen in huis. Om 8.30 uur fiets ik met ze naar school, en om 8.50 uur zit ik weer op de fiets maar dan richting de polder.

De spinnerdoos in mijn jaszak is slechts gevuld met Pako PS lepeltjes, en in mijn rechterhand hou ik de vijfgrams Spinmatic vast. Het is nog koud en eenmaal in de polder aangekomen zit er nog maar weinig gevoel in mijn handen. De fiets wordt naast het hek geparkeerd dat toegang geeft tot de polder en op slot gezet.

Op de fiets langs de provinciale weg voelde het al frisjes aan, in de polder zelf ligt de gevoelstemperatuur nog lager. Bij de ringvaart aangekomen ziet het er goed uit! Een licht briesje blaast over het kraakheldere water. Hier moet het gaan gebeuren, het voelt goed, en in het verleden heb ik hier samen met mijn vader in februari goede snoekvangsten geboekt. Het enige wat ik mezelf nog afvraag is: waarom heb ik hier al jaren niet meer gevist? Het antwoord is simpel, tijdgebrek en honger naar nieuw water en naar het onbekende.

Ondanks de kou heb ik er hier goed vertrouwen in, en vertrouwen heb ik ook in de Pako PS lepeltjes die ik bij me heb. Helaas zijn er momenteel leveringsproblemen met de Pako lepels, dus wees er zuinig op als je ze nog hebt liggen!

Ik begin met een Pako in de kleurstelling geel/wit/zwart, een lepeltje dat een beetje qua kleur aan parelmoer doet denken. In het heldere water dartelt het lepeltje als een gewond visje; een prachtig gezicht. Dat het werkt zou blijken, want een keiharde aanbeet volgt al snel. Wat een verschil met zondag! Deze snoek ging ervoor, klapte op het kunstaas en zit goed gehaakt. Na een paar keer het coboldglas hoepelrond te hebben gezwommen (waarbij de slip van de werpmolen ook nog even assistentie mocht verlenen) is het over met de pret.



Een snoek van 65 cm, ik ben er heel blij mee. Meteen na het terugzetten bel ik Jan-Willem, dit gevoel moet ik gewoon even delen met een vismaat.

Aan een kant ben ik voldaan en kan ik heel goed leven met deze mooie snoek als afsluiter van het snoekseizoen. Ik besluit toch nog even door te vissen, en na te genieten in de rust van de polder.

Als de Pako langs een in het water staande pluk riet naar binnen gevist wordt is het opnieuw raak. Eerst mist het snoekje, maar nog geen seconde of twee daarna 'hangt' de vis alsnog. Weer twee seconden daarna is het over en heeft de vijfgrammer zijn oorspronkelijke vorm weer aangenomen. Los!

Hierna vis ik nog een paar honderd meter door, zonder ook maar een teken van snoek te zien of te krijgen. De tijd begint te dringen, en ik besluit om hetzelfde traject terug te vissen. Maar er is wel een verschil, de Pako in de kleurstelling geel/wit/zwart is vervangen door een PS in de kleur Fluor Twin.

In het heldere water lijkt het net of er een oranje gloed aan deze lepel kleeft, net alsof het lepeltje licht geeft. Ik geloof niet in kleuren bij kunstaas, maar duidelijk is wel dat in troebel water deze kleurstelling misschien net het verschil kan maken.

Hetzelfde stukje kunstaas, maar dan in een andere kleur: bij de pluk riet aangekomen blijkt het te werken. Loste ik hier eerder een snoekje, nu hangt ie wel.




Dit zou weleens echt de laatste snoek kunnen zijn van het snoekseizoen. De camera gaat op een paaltje en met de dijk van de ringvaart achter me, ga ik samen met de rover op de foto.

Het is 11.15 als ik terug loop richting de fiets en van Francine een schokkend smsje ontvang: er is een vliegtuig neergestort op Schiphol. Bah, wat verschrikkelijk voor de inzittenden en de familie, schiet er door me heen. Net als ik goed en wel op de fiets zit gaat mijn mobiel, ik verwacht dat het Francine is, maar nee het is John Schreiner. Mijn hengeltje de Fair Play Rapier is klaar!

Nou, die wil ik wel ophalen vandaag. Als ik de kinderen uit school heb gehaald bel ik mijn moeder. Die vind het geen probleem om een uurtje op te passen en samen met Marleentje naar zwemles te gaan.

De eerste opmerking die John maakt als ik de winkel inloop is: jij bent snel! Na een kort praatje (de parkeerkosten lopen in oud- Zuid de spuigaten uit) sta ik alweer even snel buiten, maar dan wel met een echte tweegrammer in het foudraal in mijn handen.

Weer thuis gekomen bedank ik mijn moeder, en pa jij ook nog bedankt voor het lenen van m'n moeder. Tijd om de Rapier eens goed te inspecteren en een paar foto's te maken voor een verslagje.

Als ik klaar ben met fotograferen besluit ik een paar molentjes te passen tussen de reelringen. Dat 'paar' kan letterlijk genomen worden, want behalve de Pelican 50 wel in verschillende kleurstellingen bezit ik ook nog 2 identieke Tica Cetus SB 500 mini werpmolentjes. De (grijze) Pelican 50 staat zonder twijfel het mooiste onder de ranke grafiet grijze Rapier. De met bling bling overladen Tica Cetus legt het wat uitstraling betreft dan ook helemaal af tegen de kleine Italiaan.

Frank, Robin en Marleentje zitten beneden met z'n drieen achter de computer te gamen. Dat zit wel goed, ik durf het aan er een halfuurtje tussen uit te knijpen. En mocht er wat zijn, ik heb mijn mobiel bij me.

Voor de zekerheid had ik nog aan John Schreiner gevraagd wat de grootste maat spinner is die op de Rapier nog goed gevist kan worden. De Terrible 30 mm, was zijn antwoord. Nou, die neem ik mee samen met een paar stompe 20 mm Terrible spinnertjes. Er mag nu nog gericht op snoek gevist worden dus ik kies voor groot aas. Ik moet er bijna van lachen nu ik dit schrijf, 30 om 20 mm en dan over groot kunstaas praten.

De Tica Cetus heb ik als laatste werpmolen gepast, en laat ik tussen de reelringen zitten. Op dit mini werpmolentje zit 10% nylon met een breeksterkte van 1 kg. Dat is eigenlijk te zwaar voor de Rapier, en in mijn haast ben ik vergeten een rolletje Stilon 10% bij John vandaan mee te nemen. De slip stel ik dan ook maar voor de zekerheid iets losser af, dan wanneer ik met dit molentje en deze nylon onder de iets zwaardere Floret vis.

Aan het water gekomen begin ik met de 30 mm Terrible spinner. Inderdaad geen probleem, wat betekent dat als je zou willen je gericht met dit ranke spinhengeltjes achter de poldersnoek aan kunt gaan. Na een tiental worpjes verwissel ik de slanke Terrible voor de 20 mm stompe Terrible. Een kleiner spinnertje, maar dankzij het bredere stompe blad goed voelbaar. Kleiner dan 20 mm waarvoor ik het hengeltje gekocht heb heb ik nu niet bij me, maar ook dat moet makkelijk lukken zo te voelen.

Het 20 mm spinnertje trekt lekker aan de Rapier. Korte en langere worpjes wisselen elkaar af, ik geniet, de hengel werpt fantastisch. Het is gewoon een heerlijk hengeltje, maar ik had ook niet anders verwacht van John. Ik ben helemaal niet met m'n hoofd bij het vangen, maar meer bezig om de Rapier onder de knie te krijgen. Een grote kolk op de plek waar mijn spinnertje zich moet bevinden schudt me wakker. In een reflex heb ik de haak gezet, want de Rapier gaat rond en hoe! Dat ik de slip iets losser had afgesteld zou ook blijken, de snoek scheurt met het grootste gemak een meter of zes nylon door de slip van de kleine Tica.

De eerste tien seconden heb ik dan ook niets in te brengen. De snoek is de baas en bepaalt waar zij heen wil. Er is geen vegetatie in het water, dus ze mag doen waar zij zin in heeft. Als ik haar daarna niet veel later voor mijn voeten krijg komt de volgende uitdaging: de vis landen. Vanaf nu gaat er een landingsnetje mee, dat heb mezelf plechtig beloofd.Bij de tweede poging lukt het me de snoek in de nek te vatten.



Eenmaal op het gras is het me helemaal duidelijk, dit is een beste snoek. Dat zou de rolmaat dan ook bevestigen: 70 cm. Voor de gemiddelde roofvisser een leuke snoek, maar ik heb haar wel op 10% nylon gedrild en geland!

Na de foto's samen met de Rapier mag zij weer zwemmen. Ik maak een soort van huppeldansje langs het water. De eerste vis op de Rapier, mijn Rapier, is een snoek van 70 cm!

Groeten,
Peter

Fair Play Rapier

Woensdag 25 februari. Ik was vanmorgen nog maar net de polder uit, op weg om onze kinderen uit school te halen, toen John Schreiner mij belde om te vertellen dat mijn hengeltje klaar was. Ik had al laten vallen op 'Struinen door de Polder' dat er nog een speciaal spinhengeltje in de pijplijn zat. Nou, dit is hem geworden!


De tweegrams Rapier van grafiet is 192 cm lang en weegt 100 gram

De Fair Play Rapier, een spinhengel bedoeld voor het vissen met de kleinst mogelijke spinnertjes en nylon gelijk aan spinrag.

De tweegrammer stond al een tijd boven aan mijn verlanglijstje, en toen John mij twee maanden geleden een nieuw type ultra licht geleideoog liet zien was ik verkocht. Geen nickel titanium draadogen (zoals die op mijn Floret gemonteerd zijn), maar dunne licht gewicht geleideogen die sterk aan de ultra lichte hardchrome geleideogen van weleer doen denken.


Over de afbouw van de Rapier




Gekozen heb ik de nieuwe geleideogen, deze zijn groen gewikkeld op de grafiet grijze blank.




Een geblauwde bus net zoals op de Spinmatic cobold vijfgrammer.




Voor de taille heb ik groen gekozen, de kurkengreep is aan de bovenkant afgerond en een klein sierlijk afdekplaatje maakt het geheel af.

Groeten,
Peter

Ps. In de middag heb ik even een halfuurtje met de Rapier gevist. Het verslag daarvan samen met het verslag van de ochtend volgt nog.

22 feb. 2009

Tijd om te zappen!

Zondag 22 februari. Het is vandaag alweer de laatste zondag van het snoekseizoen. Vanaf 1 maart tot 1 juli mag er niet meer gericht op snoek gevist worden! Na vandaag kunnen de vijf en tiengrams spinhengels in de Protex hengelwas gezet worden om pas 1 juli weer te voorschijn gehaald te worden. Tijd om naar de karperhengels te zappen!

De maanden maart en juni ga ik behalve struinen met de penhengel ook met kunstaas aan de slag. Mini kunstaas, bedoeld voor de baars en de ruisvoorn. De kleinst denkbare spinnertjes mogen dan hun kunsten vertonen aan de Floret. Aan de Floret wordt binnenkort een nog lichter spinhengeltje toegevoegd, maar daar later uitgebreid meer over.


De eerste narcissen steken alweer boven de grond uit, de gele bloemen zitten nog in de knoppen, de taille van de Fair Play geeft alvast een geel tintje aan dit voorjaarsplaatje

Het snoekseizoen afsluiten, waar kan ik dat beter doen dan in de polders in de kop van Noord-Holland bij vriend en vismaat Paul. Ook Paul houdt het na vandaag voor gezien, en bergt zijn spinhengels op. Jan-Willem heeft besloten niet mee te gaan en dat heeft twee redenen. Zijn schapen staan op springen, het is immers lammertijd. Hij weet precies wanneer ze gedekt zijn en het feest kan elk moment beginnen. De tweede reden is dat hij het al voor gezien houdt met de snoek, en daarom een paar uurtjes in de buurt van zijn huis achter de karpers aangaat.


Drie door Paul met de handgemaakte karperpennetjes zijn mee terug naar Monnickendam gegaan

Gedurende de middag houden we via de mobiel contact met Jan-Willem maar helaas, de karpers geven niet thuis. De keuze van Paul en mij voor de snoek valt niet veel beter uit. We lossen beiden een snoekje en daar is het bij gebleven. De polder die in de herfst zoveel gaf houdt de daar rondzwemmende schatten vandaag voor zichzelf en gaf niets prijs.

Groeten,
Peter