28 mei 2006

Een dikke schub


Zondag 28 mei. Vanmorgen stond de wekker om 5.00 uur. De stekkeuze is niet moeilijk, namelijk het cultuurwater waar ik afgelopen zondag en donderdag heb gevist. De daar aanwezige karpers spreken tot mijn verbeelding, en ook de omgeving is de moeite waard. Het hele plaatje klopt gewoon, ik vis daar graag. Ook nu heb ik het water weer geheel tot mijn beschikking, hoe is het mogelijk! Ok, je moet een stukje lopen en de omgeving is enigszins verwilderd, maar dan nog. Nou, mij maakt het alleen maar vrolijk, en het water ligt me gewoon. Tot nu toe had ik een aantal schubkarpers van het torpedotype hier gevangen, waarvan twee boven de 70 cm lengte. Voor mij vissen van formaat, zeker als die op de pen zijn gevangen.

Er zijn hier in het verleden ook spiegelkarpers uitgezet, heb ik me laten vertellen. Dat er dergelijke karpers rond zwemmen maakt het nog spannender, een spiegelkarper is een welkome verrassing. Nou, ik heb geen spiegelkarper gevangen vanmorgen, maar wel een prachtige schubkarper. Geen torpedomodel, maar zo eentje met de bouw van een spiegelkarper. Een prachtvis die na de aanslag vlak onder de top eerst flink ging bonken onder die top. Diepe kolken kwamen omhoog en er was bijna geen beweging in de vis te krijgen. Het glasvezel stond bijna hoepelrond, de karper stond gewoon te bokken. Even zag ik zelfs een deel van een imposante staart door het wateroppervlak.

En daar sta je dan, met een 1 Lbs penhengel en op de molenspoel 17% Maxima in je handen. Dan vindt de karper het genoeg en zwemt het midden op. Niet met een geweldig schot, maar juist heel langzaam. De ruimte is aanwezig en het water is hier vrij van obstakels. De karper kan dus heel wat meters lijn nemen! En dat doet ie ook, om na zo'n 15 meter te stoppen en weer te gaan bokken. Dat het hier om een zware vis gaat (voor mijn doen) is duidelijk. De karper gedraagt zich rustig en voelt aan als een bulldozer. Mijn laatste serieus zware karper dateert alweer van twee jaar geleden (ook op cultuurwater), in de polder zijn de meeste schubs slank gebouwd. En dat is deze karper zeker niet. Al bokkend en stompend als een snoekbaars, beukt deze karper op het glasvezel. De uithalen zijn gestopt, het is gewoon een kwestie van tijd, en ik heb nu ook vat op de vis. Tevens heb ik al een paar keer een glimp op gevangen van de karper en weet nu ook dat het een schubkarper is. Wat een big, en op dit lichte materiaal helemaal. Als ik de karper in het net uit het water lift wordt dat des te meer duidelijk. Een hoog gebouwde en geblokte schubkarper, een droomvis om aan de penhengel te mogen vangen is de mijne. De karper meet ik in het net, en ook deze vis overschrijdt de 70 cm. Namelijk 71 cm!



Tja, en dan ben je in je eentje met zo'n mooie schubkarper. Liggend op mijn buik met de karper voor mij maak ik met een uitgestrekte arm snel wat digi's. Dan nog een plaatje met de hengel erboven, en mag de karper weer zwemmen.

25 mei 2006

Alle z(r)egen komt van boven

Hemelvaartsdag 2006. Vanmorgen loopt de wekker af om 5.30 uur. Ik twijfel heel even of ik lekker naast Francine zal blijven liggen. Maar dan besluit ik mijn warme bed te verlaten om door het slaapkamerraam naar buiten te kijken. Het is al volop licht, maar het wordt duidelijk een grijze morgen. Bah, het spettert en alles ziet er grauw en nat uit. Maar goed, ik ben nu wakker, en de waterkant 'trekt' aan mij.

Voorzichtig sluip ik naar de zolder om mijn visspullen uit de hobbykamer te halen. Beneden op de keukentafel staan twee blikken mais en het fototoestel op me te wachten. Terwijl de koffie doorloopt breng ik de spullen naar de auto. Snel een bak koffie en een droge krentenbol naar binnen gewerkt, want het is tijd om te vertrekken. Op het speelveldje waar de auto in de buurt geparkeerd staat, zijn spreeuwen druk in de weer om wormen te verzamelen. Een teken dat het toch echt voorjaar is, maar verder is het buiten stil. Geen kwetterend geluid van vogels, normaal gesproken zo typerend voor deze tijd van het jaar in de vroege morgen.

Nou ja, tijd om Monnickendam met de vele omringende polders te verruilen voor een cultuurwater in Amsterdam. Onderweg komt Bette Midler voorbij op de radio met 'From a Distance'. Ach ja het is tenslotte Hemelvaartsdag, het hoort er allemaal bij. Ik ga vissen op hetzelfde water als waar ik afgelopen zondag heb gevist. Ondertussen ben ik echt wakker geworden, en ik heb er zin in!

Op de parkeerplaats aangekomen zet ik de Hardy tegen de auto om op te tuigen, en hoewel de stad nog slaapt, zijn de vogels hier wel aktief. Met een opgetuigde penhengel in mijn ene hand en het landingsnet in de andere, een struintasje op mijn schouder loop ik langs het kleine meertje. Het is gestopt met motteren, het is droog. En er wordt geaasd! Zowel aan de oppervlakte is karper activiteit te zien als onder water, in de vorm van bellenplakkaten. Beginnen met vissen wil ik weer op de plek waar het meertje doodloopt, maar ik strooi onderweg wel twee handjes mais in het water rond de takken van een boom die in het water hangen.

Gehurkt tussen het natte en hoge gras laat ik het pennetje zakken onder de kant. Een paar korrels mais richting de pen is voldoende. Nu maar wachten op wat gaat komen. Ondertussen krijg ik bezoek van een moedereend met haar kroost. Ze blijven op een veilige afstand, en wat mij opvalt is dat er één geel pulletje tussen de bruine broertjes en zusjes zwemt. 'Een leuke foto', denk ik, en het toestel haal ik uit mijn jaszak. Dat had ik niet moeten doen, want alhoewel het inderdaad een leuke foto is geworden mis ik zo de eerste aanbeet.



Nog net zie ik de pen terug keren aan het oppervlak, de uitstaande lijn is bijna strak gezwommen. Nou ja, de vis is niet verschrikt, en na de maiskorrels te hebben gecontroleerd laat ik ze weer te water. Geconcentreerd kijk ik nu naar het pennetje, de hengel in mijn hand, en het kurk geklemd tussen mijn oksel. Opsteker, tik en hàngen! Een grote brasem verschijnt aan de oppervlakte. Snel, maar wel voorzichtig manouvreer ik de brasem van de stek. De vloermat vat ik een meter of vijf verderop in de nek, en kan zo in het water onthaakt worden. Tussen duim en wijsvinger verwijder ik de sliert brasemslijm die tussen de haak en het onderste loodje blijft hangen. Opnieuw de haak be-azen, en inleggen maar weer. De volgende aanbeet resulteert in een schubkarpertje, met duidelijk zichtbaar verwondingen ontstaan bij het paaien. Geen mooie vis, maar wel een karper.

Tijd om naar de voerplek te gaan die ik een klein uur eerder vanmorgen bij de boom heb gemaakt. Ondertussen is het weer begonnen met regenen, en bij de boom aangekomen ben ik blij dat ik vanmorgen mijn lange en waterdichte winterjas, in plaats van het katoenen legerjack heb aangetrokken. Zo blijf ik toch behoorlijk 'droog'. Dat er vis op het voer is afgekomen blijkt wel, want de pen blijft niet lang staan. De karper schiet er vandoor, maar lost de haak. Ik voer nog wat mais bij, en hoop dat de karper die gelukkig meteen het midden opzocht niet teveel onrust heeft veroorzaakt onder de kant.

Na een paar minuten zie ik links van mij een takje in het water bewegen. Er wordt weer gescharreld onder de kant. Toch duurt het even, voor de pen weer leven verraadt. Het lijkt zelfs of de karper besluit het aas niet te nemen. Want na een paar keer te hebben bewogen blijft de pen weer stil staan om plotseling langzaam te verdwijnen. De lijn loopt strak, en ik tik aan. Een korte krachtexplosie volgt, en ook deze karper zwemt richting het midden. Zo heb ik het het liefst. Verder verloopt het heel allemaal heel rustig. Het struinnet voldoet, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Een dikke schubkarper ligt als een rolmops in het net op het gras. Volgende keer gaat het grote 'echte' karpernet mee als ik op cultuurwater ga vissen!

Dan hoor ik een stem, een man met een hond staat achter mij. En dat komt nu eens echt een keer goed uit. Die kan een foto van mij maken!! Wat ben ik blij, eindelijk weer eens zelf met een mooie karper op de foto, in plaats van de vis op het gras met de hengel. Snel mijn vispet af, bedenk ik mij nog.



Na de foto's meet ik de karper. Deze karper blijkt nog 2 cm groter dan de karper van zondag te zijn. Een beul van 74 cm, ik bedank de man en ik kan mijn geluk niet op. De karper zet ik voorzichtig terug in het water, en het eerste wat ik daarna doe is de foto's bekijken. Gelukt, gelukt, gelukt! Het volgende uur vis ik in een roes - wat een karper! De stad komt langzaam tot leven, tijd voor mij om naar huis te gaan.

Groeten,
Peter

22 mei 2006

Regen en bellen op het water

Zondag 21 mei. Vanmorgen ben ik samen met onze jongens naar IJmuiden geweest. Niet naar het strand, maar naar het sluizencomplex, om naar de enorme schepen te kijken terwijl ze geschut worden. Nou, dat vonden de mannen wel wat! De afgelopen week was enorm druk geweest, en ik had weinig tijd voor ze. Op de weg naar huis besluit ik niet de afslag Volendam te nemen, want ik wil nog wat cultuurwater in Amsterdam Noord bekijken. Vanavond wil ik graag met de penhengel gaan struinen, maar gezien de terugval in temperatuur is de polder minder interressant. In Amsterdam Noord weet ik twee meertjes die omringd zijn door bomen, gewoon een prachtige omgeving. Dat er ook nog mooie karpers zijn uitgezet, zowel schub als spiegel, zorgt ervoor dat bij mooi weer hier nog weleens wat vissers aanwezig zijn. Nu is het de afgelopen dagen geen mooi weer geweest, en de kans is groot dat er niet gevist wordt. Bij de meertjes aangekomen blijkt dat voorgevoel te kloppen, er is slechts één statische visser aanwezig. Mijn besluit staat vast: hier ga ik vanavond de kantjes afstruinen met de penhengel en een blikje mais.

Thuisgekomen was ik de auto, en daarna bak ik pannekoeken voor het hele gezin. Na het eten is het tijd geworden om op pad te gaan. Tijd voor mezelf! Als ik de auto in Amsterdam Noord parkeer blijkt dat ik de beschikking heb over beide meertjes, zonder deze te moeten delen met andere vissers. Wat een luxe, dat komt waarschijnlijk ook omdat het is gaan regenen. Gezien de 'ellende' die ik afgelopen winter over mij heen heb gekregen is dit malse regentje een lachertje.

Het kleinste meertje van de twee lijkt het meest voor de hand liggend om te beginnen. Terwijl ik voorzichtig langs de oevers loop zie ik een paar keer een karper wegdraaien. Sluipen dan maar.... Het meertje loopt dood in een soort kom, waar tevens de wind op de kant staat. Kleine paaltjes steken boven het water uit, ooit deel van een beschoeiing; kan het nog mooier? Voor ik de hengel optuig maak ik eerst een foto van de stek, de kleine kringetjes in het water die ontstaan door de regen zijn duidelijk zichtbaar.



Daarna strooi ik wat maiskorrels langs de kant, en voorzie de Hardy Trotter van de Luxor werpmolen. De dunne Maxima wordt door de kleine oogjes gehaald. Een pennetje, 3 loodhagels en een haakje maat 6 volmaken de uitrusting. Na twee keer inleggen staat het oranje puntje van het pennetje bij de derde keer nog net boven water.Wat een stek, en wat een rust, je vergeet zowat dat je onder de rook van de grote stad aan het vissen bent.

Als het pennetje dan ook nog eens in beweging komt, ben ik blij dat ik mijn voorgevoel heb gevolgd. Een paar seconden later heeft de Hardy een fraaie bocht aangenomen, en tikt de slip van de Luxor. Wat kan penvissen behalve mooi toch ook lonend zijn. Een kleine vier minuten nadat het pennetje in beweging kwam, ligt er een fraaie schubkarper op de kant. Onthaken en zwemmen maar weer.

Tijd om te verkassen, en al struinend zoek ik naar activiteit langs de oever zo nu en dan de pen te water latend. Ondertussen is het nu serieus gaan regenen er drijven zelfs bellen over het oppervlak.



Het eerste meertje laat ik voor wat het is, en ik besluit om op het tweede meertje onder de bomen te gaan vissen. Geen verstandige keuze, want als ik bij de oever arriveer zijn de pijpen van mijn broek doorweekt, en zit ik zowat ingesloten tussen brandnetels. De eerste witte bobbeltjes van brandnetelcontact zijn op mijn linkerhand al zichtbaar. Nee, dit is niet prettig vissen zo, maar ik besluit het een kans te geven. Hoewel de pen een paar keer beweegt blijft het stil. Ondertussen ben ik nu geheel doorweekt, en ik overweeg om te stoppen. En in de polder zou ik dat ook gedaan hebben, maar dit is een cultuurwater... Dan nog maar een keer de plekjes afvissen op het eerste meertje waar ik al struinend op de plaatsen waar ik het pennetje te water heb gelaten wat maiskorrels heb bijgevoerd.

Een goed idee, want op de derde voerplek duurt het niet lang voordat er beweging in het pennetje komt. Ik tik aan op een massieve vis, die er meteen vandoor gaat. Een kleine vijftien meter verderop staan een paar plukken riet in het water, en de karper gaat er recht op af. Dan draait de vis en zwemt richting de paaltjes zo'n tien meter rechts bij mij vandaan. Met de wijsvinger druk ik krachtig op de spoel van de Luxor, en de vluchtpoging komt tot een eind. De karper is onder controle en nu kan ik echt gaan genieten. Hoewel, als ik de karper voor de eerste keer te zien krijg.. Nog één keer neemt de karper een uithaal, maar dan is het een kwestie van tijd dat ik de vis richting het landingsnet kan dirigeren. Als de vis veilig in het net op het natte gras ligt, haal ik de rolmaat uit het voorvak van het struintasje. Twee keer meet ik de vis en twee keer kom ik tot 72 cm. De grootste door mij gemeten karper dit jaar tot nu toe. Wegen doe ik sinds twee jaar niet meer, maar de grotere karpers meet ik wel. Nog een paar foto's met de Hardy op het natte gras, en daarna zet ik de karper terug.



Helemaal doorweekt maar met een zeer tevreden gevoel loop ik terug naar de auto.

Groeten,
Peter

14 mei 2006

Zonder veel woorden


Zaterdag 13 mei. Vanavond heb ik op de fiets met de Hardy Trotter in de hand een aantal slootjes aangedaan. Het is een avond met een gouden randje geworden. Drie mooie schubkarpers, (niet gemeten en gewogen) heb ik tijdelijk aan het water weten te ontfrutselen. De eerste van de drie is tevens mijn mooiste karper van dit jaar tot nu toe, en de foto prijkt daarom trots boven dit verslag.

Groeten,
Peter

11 mei 2006

Een paar uurtjes vissen, na het avondeten



Woensdag 10 mei. Vanavond heb ik afgesproken om samen met Mark in de polder op karper te vissen. De laatste keer dat Mark en ik samen gevist hebben was afgelopen kerst, maar via de mail houden wij contact. Om 19.30 arriveer ik bij Mark, en ruil de auto om voor de fiets. Er staat ons een kwartiertje fietsen voor de boeg over o.a. een onverhard polderweggetje. In de polder aangekomen is het de bedoeling om de fietsen tegen het hek aan te zetten dat toegang geeft tot de polder. Maar eerst wil ik een foto maken van het hek. Na de foto worden de fietsen 'gestald' en klimmen wij over het hek.




Deze polder is afgesloten, wat inhoudt dat er geen verbinding is met open water. De kans op een echte wilde karper is dus groot. Tevens mogen wij hier vissen omdat wij de boer goed kennen. Het is dus een bijna maagdelijk water zonder énige vorm van dressuur. Diepere vaarten lopen door het weiland en staan in verbinding met ondiepe sloten, een prachtig allround water. De kans op oude en dus grote vissen is het grootst in de diepere vaarten, en daar besluiten wij te beginnen.

Mark heeft pellets meegenomen, een 'lokmiddel' dat voor mij nieuw is. Hij strooit een handje rond mijn pennetje. Onder het pennetje zitten twee maiskorreltjes bevestigd op het kleine haakje. Al snel wordt duidelijk dat de karpers niet meer op het diepere gedeelte van de vaarten bivakkeren, maar naar de ondiepere gedeeltes zijn afgedaald. Ik besluit om in het slootje achter ons een kans te wagen, maar eerst neem ik een handje van die pellets van Mark mee. Nu ben ik een visser die het graag zo simpel mogelijk houdt, dus ook wat aas betreft, maar soms moet je eens iets nieuws proberen. En Mark is er heel lovend over. Bij het slootje aangekomen, ben ik getuige van een uitbundige brasem-bruiloft. Donkere puntige vinnen snijden door het wateroppervlak.

Aan de overkant is een karper bezig om op een onbehouwen manier voedsel naar binnen te werken. Geslurp, en een geluid dat lijkt op wat af en toe mijn kinderen maken, verraden hem. Dan zie ik de vis duidelijk, het lijkt soms of hij gewoon stukken jong riet naar binnen werkt. Wat een boer, zullen we maar zeggen! Verderop staat in het midden van de sloot een pluk riet, en daar ga ik het proberen. Eerst gooi ik de pellets richting het riet, .en daarna volgt de pen met de mais.

Na ongeveer tien minuten geluisterd en genoten te hebben van de karper aan de overkant, gebeurt er iets op mijn stek wat ik nog nooit eerder heb meegemaakt. Een aantal karpers (herkenbaar aan hun staarten) wroeten de bodem om op zoek naar de pellets. Tenminste, zo lijkt het; de pen beweegt zo nu en dan, maar de met twee maiskorrels beaasde haak wordt niet naar binnen gewerkt. Nee, er wordt alleen gesnuffeld aan de maiskorrels. Na een paar minuten zijn de pellets waarschijnlijk op en er drijft van alles aan de oppervlakte, losgewroet door de karpers. Dan is blijkbaar opeens de mais wel interressant, en de pen loopt weg. Het is toch bijna niet te geloven!

Ik tik aan en hevig verzet aan de andere kant bevestigd dat het een karpertje is. De andere, nog aanwezige karpers schieten in paniek alle kanten op. Mark komt ondertussen mijn kant op, met het landingsnet. Behalve 'scheppen' kan Mark ook meteen een plaatje maken van het karpertje, de hengel en natuurlijk mij in de omgeving waarin we vissen.



Met Mark wandel ik terug om in de diepere vaart te gaan vissen. De karpers in de ondiepe sloot kunnen zo mooi even tot rust komen. Terwijl we in het gras zitten genieten we van de ondergaande zon. Een mooi moment om vast te leggen, en duidelijk is de sfeer te proeven waarin wij visten als ik naar het resultaat kijk.



Het wordt nu vrij snel donker en na een klein kwartiertje geen teken van vis te hebben kunnen bespeuren, proberen we het samen tot donker in de ondiepe sloot. Op exact dezelfde plek waar ik het eerste karpertje ving, haak ik er nog één, een groter exemplaar. Helaas schiet de haak los, maar we hebben de karper duidelijk kunnen zien. Mark probeert de slurper van de overkant nog te verleiden, de pellets worden gretig genomen de maiskorrels niet. Over twee weken mag er weer met wormen gevist worden, en dat zou hier weleens de sleutel tot succes kunnen zijn.

Groeten,
Peter

7 mei 2006

Terug naar de polder




Zondag 7 mei. Vanavond ga ik voor het eerst sinds eind maart weer vissen in een echte polder. April heb ik doorgebracht vissend op kweekkarper en zeelt, zowel aan cultuurwater als in door bebouwing opgeslokt en gecultiveerd polderwater. Geen Zuidhollandse "Schreinerpolder" maar een polder hier in Waterland. De vis die ik vanavond hoop te vangen is de wilde karper, ook wel oneerbiedig boerenkarper genoemd.

Als ik over het hek klim om de polder te betreden wordt ik blatend verwelkomd door de schapen aan de overkant. Nee dames, ik ben niet de boer, en heb ook niets van jullie gading bij me. Wat ik bij me heb, is een struintasje een schepnet, en mijn geliefde Hardy Trotter penhengel met daaronder de LuXor 1A-R. De kleine en ondiepe polderslootjes zijn de afgelopen week flink opgewarmd en de begroeiing zowel aan de kanten als in het water keert langzaam terug. Deze slootjes (geen weteringen zoals in Zuidholland ;) ) zijn het domein van de wilde karper. Een karpersoort die zich al eeuwen lang in stand weet te houden, maar bedreigd wordt door uitzetting van de diverse kweekvormen. Gelukkig is er door heel Waterland en de Zaanstreek nog voldoende water voor handen waar geen kweekkarper is uitgezet. De wilde karper doet denken aan een torpedo voor wat betreft de vorm, en voelt gespierd aan.

Voorzichtig voer ik wat maiskorrels tegen de oever aan de overkant, en daarna tuig ik op mijn gemak de penhengel op. Na het optuigen schiet ik nog een paar plaatjes van de polder. In de eerste sloot die ik ga afstruinen maak ik twee voerplekjes die ik om beurten ga afvissen. Er gebeurt helemaal niets op beide voerplekjes en na verloop van tijd besluit ik te gaan struinen - met andere woorden, door de polder heen wandelen tot ik karperactiviteit zie.

Al wandelend kom ik bij een boerderij terecht, in de luwte die de boerderij veroorzaakt zie ik beweging in het water. 'Hier ga ik het proberen', besluit ik, en voorzichtig laat ik mijn aasje te water, gevolgd door een paar losse maiskorrels die ik richting het pennetje strooi. Het duurt niet lang of het water rond het pennetje komt in beweging. Een vis heeft de maiskorrels gevonden en in het ondiepe water veroorzaakt deze vis een soort werveling. Langzaam verplaatst de vis zich richting het pennetje. Dan komt het pennetje in beweging en wordt verplaatst zonder onder te gaan. Ik houd het niet meer, en met ingehouden adem tik ik aan. Een enorme kolk die doet denken aan een modderkrater is het gevolg. De Hardy buigt tot in het kurk, en de karper (want dat is het) trekt een paar meter nylon door de slip van de LuXor. Wat een enorme kracht, snelheid en uithoudingsvermogen hebben deze wilde karpers toch.

Na een paar minuten waarin de sloot verbouwd is tot een modderpoel, ligt mijn eerste wilde karper van 2006 in het net op het gras.




Een prachtige puntgave vis die waarschijnlijk voor de eerste keer in zijn leven kennis gemaakt heeft met een haak. Als ik het meetlint onder de vis houdt stijgt mijn respect voor de wilde karper nog meer. Een vis van 54 cm, en dan zo tekeer gaan... Petje af hoor, en een foto meer dan waard . Nadat de torpedovormige karper met een kolk afscheid neemt, twijfel ik of ik zal doorvissen of naar huis zal gaan om na te genieten van het moment. Toch besluit ik om het verderop nog even te proberen maar wel in dezelfde sloot.

Een wijs besluit, want niet veel later vang ik hier een wilde karper van 59 cm, en aan haar dikke buik te zien een dame die klaar is om aan het paaispel te beginnen. Wat een prachtexemplaar, daar had ik graag samen mee op de foto gegaan, bedenk ik me. Dan maar zelf een plaatje proberen te maken van de karper en haar trotse vanger. Tot mijn grote vreugde is het een leuk plaatje geworden.



Nadat ik haar heb teruggezet, wandel ik op mijn gemak terug door de groene wereld. De hengel heb ik al afgetuigd en in het foudraal gestopt, voor vanavond is het mooi geweest.

Groeten,
Peter