26 apr. 2009

Vergeet je brood niet!


Zondag 26 april. Tijdens een familiedag ergens in de polder stuitte Jan-Willem onlangs op een mooi slootje. Een slootje in een grote polder waar we samen al heel lang gericht op karper willen vissen. Hij had er ook karpers gespot. En afgelopen zondag heeft hij er gevist en er zelfs twee gevangen! Bere sterke karpers, echte boerenkarpers.

Boerenkarper, volgens sommigen een mythe, volgens anderen een vis die al eeuwen rondzwemt in Nederland. Ik ben ervan overtuigd dat er een echte wilde karper bestaat, genaamd boerenkarper. De karper zoals de natuur hem voortgebracht heeft. Een vis die overeenkomsten vertoont met de ooit voor consumptie 'ontwikkelde' schubkarper, maar als je goed kijkt zie je duidelijk verschillen.

Een boerenkarper heeft een slanke, bijna torpedovormige bouw. De buik voelt gespierd aan, en niet week zoals bij de schubkarper. De knik achter de kop is minder aanwezig dan bij de schubkarper. De kleur rood of oranje ontbreekt in de vinnen en/of de staart. De staart is niet rond zoals bij de schubkarper, maar gevorkt. Oneffenheden in het schubbenpatroon, een kenmerk voor hybride (kruisingen tussen boerenkarper en schubkarper) en verwilderde schubs, komt bij de boerenkarper niet voor. Als je een boerenkarper vast hebt, voel je gewoon één bonk spieren.

Door de vraag van eerst het beroep (jaren 50) en later de sportvissers zijn er grote aantallen schub en spiegelkarpers uitgezet in open water. Het gevolg daarvan is dat de echte 100% boerenkarper bijna overal verdwenen is. Verwilderde schubkarpers worden vaak verward met de boerenkarper. Ook deze vissen zijn slank gebouwd, en doen daarom aan de boerenkarper denken. Hun slanke postuur hebben ze meestal te danken aan overbezetting en het daardoor ontstane voedseltekort. Vooral het Westland is daar een goed voorbeeld van, in sommige slootjes bulkt het daar van de karpertjes en giebels. De ronde staartlobben, forse knik achter de kop en oranje kleur in de vinnen verwijzen naar de schubkarper. Geen boerenkarper, maar (oneerbiedig gezegd) 'hongerschubs'.

Er zijn nog meer verschillen tussen een echte boerenkarper en een schubkarper, maar deze zijn aan de buitenkant niet zichtbaar. Om die te aanschouwen moet je de beide karpers ontleden, een onderwerp dat ik de lezer graag wil onthouden!

Waar je een echte boerenkarper het beste aan herkent is zijn vechtlust. Ik ving ze al eerder in de polders rond Annapaulowna, en elk jaar verbaast hun kracht en vechtlust mij weer opnieuw. Wat dat betreft ben ik een uitzondering op de meeste karpervissers, mijn voorkeur gaat uit naar de oervorm van de karper. Dat ik daar soms ruim een uur heen en terug voor in de auto moet zitten om ze te vangen zal voor sommigen helemaal vreemd klinken. Zoveel tijd steken in een vis die hooguit een pond of 17 kan wegen, en daar nog lyrisch over schrijven ook! De liefde voor hun brute kracht overwint alles. Onbehouwen vechtersbazen zijn het, die het glasvezel flink op zijn donder geven, en een poldersloot helemaal op zijn kop kunnen zetten. Dat ze in de regel moeilijker vangbaar zijn dan hun oorspronkelijk voor de comsumptie gekweekte neven en nichten maakt het vissen erop alleen maar nog meer een uitdaging. Een vis van het type 'wat de boer niet kent lust ie niet'. Natuurlijk vang je ze ook op mais, maar een mestpiertje doet wonderen, en hoe vreemd het ook klinkt, gewoon witbrood ook.

Vanmorgen heb ik om 7.00 uur bij Jan-willem thuis afgesproken, vanaf daar is het nog ruim een half uur rijden met de auto naar niemandsland. Een polder met uitgetrekte sloten en slootjes. Bijna onbegonnen werk om daar op de bonnefooi naar toe te rijden en zomaar ergens te gaan vissen. Gelukkig hebben we dankzij de oplettendheid Jan-Willem nu een beginnetje, van waaruit we verder deze polder kunnen gaan verkennen.

Een mestpiertje mag nu niet gebruikt worden helaas, dus die hebben we ook niet meegenomen. Gelukkig zit er een halfje brood in mijn vistas! Inderdaad, korstvissen is al vaker de sleutel tot succes gebleken, maar vandaag gaan we vlokvissen. Niet drijvend, maar op half water vissen met een grote tussen duim en wijsvinger plat geknepen brok witbrood op de haak.

Mais, pelletjes en zelfs 10 mm boillietjes aangeboden op een Korum Hook Hair met Quickstop worden niet geaccepteerd als eetbaar. De karpers zien er geen brood in! Gestrooide broodkorsten drijvend aan de oppervlakte worden kundig geinspecteerd, maar uiteindelijk niet naar binnen geslurpt.

Als ik eerlijk ben, is dit wat ik nou zo mooi vind aan karpervissen in de polder. Er wordt hier niet gevoerd, en is geen gewenning aan wildvreemde aasjes. Daarbij lijkt de boerenkarper veel kieskeuriger wat zijn eten betreft dan de schubs en spiegels. Azen doen ze wel, dat zien we duidelijk, maar waarop laat nog even op zich wachten.

Als ik er bijna niet meer in geloof besluit ik de hengel nog een keer om te bouwen. Gevist heb ik al op de bodem met een subtiel pennetje en daaronder diverse aasjes, en daarna met slechts een enkele haak en daarop een korst. Een minder subtiele pauwenpen, twee grote loodhagels en een haak maat 4 worden gemonteerd. Gewoon vlokvissen dus, maar dan met zwaarder materiaal, omdat we het immers op karper hebben voorzien. De eerste twee visjes die ik vang zijn geen karpers maar mooie dikke voorns. Voorns lusten ook brood, maar verraden mij ook waar de karper op aast! De vissen zitten onder de paaipukkels en zijn drukdoende hun hom en kuit tussen het riet af te zetten.

Kijk, daar smullen de karpers dus van! Een homp witbrood wat ook nog eens wat melkachtige stof afgeeft in het water zou de karper misschien hier ook kunnen verleiden toe te happen.

Het werkt! Een karper besnuffelt de dot brood op mijn haak, lijkt er zelfs aan te plukken met zijn lippen, om daarna weer verder te gaan met het lekkers wat de voorns in de rieten voor hem achterlaten. Ik schuif de pauwenpen iets omhoog en laat het brood weer zakken in de buurt van de karper. De pen komt vrijwel meteen in beweging en loopt weg, niet hortend en stotend zoals net bij de voorns, maar vloeiend. Vloeiend is ook de uithaal die de karperhengel maakt als ik de haak zet. En dan is het meteen feest! Ongelofelijk, wat een krachtexplosie zich onder water voordoet. En wat ben ik blij dat ik niet vanmorgen gekozen heb voor de lichte Hardy Richard Walker Avon! Alle zeilen moeten bijgezet worden om een karpertje onder controle te houden. Pure kracht en snelheid, samengesmolten tot een boerenkarper, zijn het niet eens met de situatie. De vis probeert het jonge riet te gebruiken om te ontsnappen. Door vol in de hengel te gaan hangen krijg ik hem erweer tussen vandaan. Lukt het niet aan de overkant, dan maar onder de kant waar zijn belager op staat, want nu bevindt de vis zich voor mijn neus opnieuw tussen het jonge riet. Ook nu lukt het me de vis op andere gedachten te brengen, door de druk op te voeren. Heerlijk zo'n glasvezel penhengel waarmee je enorm veel druk kan uitoefenen zonder dat de haak uitscheurt.

Jan-Willem staat dan ondertussen naast me klaar met het landingsnet. Dat landingsnet hebben we op dat moment nog even niet nodig. De vis verspeelt zijn krachten, en na twee keer vlak voor het landingsnet nog een poging tot ontsnappen te hebben geprobeerd ligt er uiteindelijk een echte boerenkarper voor ons op het gras.




Vol met kuit, maar ondanks dat nog steeds torpedo-gevormd, de oervorm van de karper, en ik mag ermee op de foto. Voor veel mensen een 'knol', maar die weten dan niet hoeveel kracht zo'n vis op relatief licht materaal aan de dag legt. Weten misschien niet eens van het bestaan van deze karper die ooit talrijk was in de Noord Hollandse polders, maar nu bijna is verdwenen. Op deze vis vis je niet voor de ponden, maar puur voor de sport.





Jan-Willem pakt hierna een paar plakken witbrood uit mijn tas en gaat terug naar zijn hengel die verderop op de kant ligt. Ook bij hem werkt het, want na eerst een karper gelost te hebben tijdens de dril is het niet veel later weer raak bij hem. Ook deze prachtige vis wordt bewonderd en gefotografeerd. Voor ons beiden een mooi moment om de hengels weer op te bergen. Vandaag geen aantallen en gewichten, maar met de man een echte boerenkarper een meer dan geslaagde visdag.
Groeten,
Peter

21 apr. 2009

Rapier Plezier


Dinsdag 21 april. Toen ik afgelopen woensdag mijn Rapier voor een kleine cosmetische verandering bij John Schreiner langs bracht, liet hij mij een nieuw vlokhengeltje zien. Een hengeltje dat nog slanker en 12 cm langer is dan de Rapier, en bedoeld voor 10 tot 12% zachte nylon. Uiteraard is het hengeltje een stuk zachter (trager) dan de Rapier. Maar... met de Rapier kan volgens John ook prima met de vlok gevist worden, mits je een iets zwaarder dobbertje monteert.

Vandaag heb ik mijn Rapier weer opgehaald bij John. Het hengeltje moet wachten tot eind mei, voor er weer mee gespind kan worden. Maar nu, kan ik er natuurlijk wel al mee vlokvissen! Tijdens de middag schooltijd van de kinderen, van 13.10 tot 15.10 had ik even tijd voor mezelf. Rapiertijd wel te verstaan.

Niet de polder, waar ik nu nog voornamelijk kleine ruisvoorns verwacht, maar een klein cultuurwatertje mag dienst doen als testwater. Dat is lang geleden zeg, dat ik met de vlok gevist heb... In de jaren '80, ook gewoon met een lichte spinhengel, ging dat heel goed. Toen nam ik behalve kleine spinnertjes ook een vlokdobbertje, haakjes, loodjes en een half wit mee als ik de polder in ging.

Een door Paul gemaakte pauwenpen wordt op de 0.125% Stilon met een breeksterkte van 0.8 kg geschoven. Dat werpt als een tierelier, zo'n pauwenpen verzwaard met twee loodhagels.

Een stuk brood ter grootte van een twee euro muntstuk wordt tussen duim en wijsvinger op de haak gekneed. Lekker basic struinen, zoals ik dat ruim 20 jaar geleden deed! Tegenwoordig kom je in de polders steeds vaker vliegvissers tegen die het voorzien hebben op ruisvoorns. Een visser struinend en jagend met een vlokhengel achter de ruisvoorns aan zie je eigenlijk nooit meer. Jammer, ze weten niet wat ze missen. En ik weet na deze korte twee uurtjes wel wat ik de afgelopen jaren gemist heb.

Het is een fantastisch gezicht om je (vlok)dobber onder water te zien verdwijnen of gewoon met een rotgang over het water te zien scheren. Het overkwam me vanmiddag drie keer, en hoewel het geen grote ruisvoorns waren, was het spektakel dat ik kreeg als ik de haak zette groot.




Heel groot zelfs, want na eerst twee grote giebels te hebben gevangen, maakt een klein karpertje het wel helemaal bont.





De Rapier kromde bij deze laatste tot in de kurken, en de slip van de Tica Cetus liet zich flink horen. Vlokvissen met de Rapier, dat smaakt naar meer!

Groeten,
Peter

19 apr. 2009

De man in de witte onderbroek


Zondag 19 april. Deze zondag zal voor een niets vermoedende voorbijganger met hond de geschiedenis ingaan als de zondag met de man met de witte onderbroek. Hoe dat zo kwam kun je hier onder lezen.

Vanmorgen had ik Paul uitgenodigd om samen achter de zeelt aan te gaan. Helaas geen teken van zeelt te vinden, en na een brasem voor mij besluiten we te verkassen. Ik weet nog twee kleine meertjes, die via slootjes met elkaar in verbinding staan. Daar zwemt behalve grote brasem en karper ook zeelt rond. Nou, die zeelten lieten zich ook op de meertjes niet zien. Ik ving daar nog twee mooie grote brasems, maar het is Paul die voor het echte vuurwerk zorgde.

Hoe kan het ook anders, geen kleine karper maar een heus zoetwatervarken vond zijn voor de zeelt bedoelde maiskorrels niet te versmaden. Meteen is het ons dan ook weer helemaal duidelijk: te licht vissen op karper is not done! Een o.75 lbs penhengel is een feesthengel voor de zeelt en kleine karper op cultuurwater, maar stelt niets voor op een karper van formaat. En dat is deze karper!
Pauls hengel staat hoepelrond, en de slip van zijn werpmolen krijst als een bezetene. De karper is een verbindingssloot ingeschoten en probeert onder de overkant de haak te lossen. Dat lukt niet, en verderop zwemt de vis zich alsnog vast in de takken van een in het water hangende boom.

Einde verhaal? Nee, want nu komt het relaas van de man in de witte onderbroek om de hoek kijken. Dat ben ik namelijk. Ik bedenk me geen moment, trek snel mijn laarzen, broek, sokken en jas uit uit, en spring in de sloot. Met behulp van het net lukt het me de karper te bevrijden. De karper gaat er als een raket vandoor, en schiet het meertje op. Ondertussen kruip ik de kant op, om daarna Paul bij te staan. Bijna op de helft van het meertje keert de karper, en komt nog sneller dan net terug onze kant opzwemmen. Weer terug in het slootje lijkt de boel onder controle te zijn. Achter ons staat ondertussen een man die zijn hond aan het uitlaten is het tafereel te bekijken. Het moet er wel heel raar uitzien voor hem, een schaars geklede man in een witte onderbroek, met in zijn handen een gigantisch landingsnet. Naast hem staat dan ook nog eens een man met een angstvallig krommende hengel.

Ik besef me dat het er belachelijk uitziet, en ren naar de plaats waar mijn broek ligt. Ik heb mijn broek net aan als Paul zijn hengel van hoepelrond in een keer naar kaarsrecht terug veert. De beschadigde lijn is alsnog gebroken. Einde avontuur.

Licht vissen op snoek is een feest. De grootste snoek zal zijn meerdere moeten erkennen in de rek van de dunne lijn, de progessieve buiging van de hengel en indien nodig de slip van de werpmolen. Een ultra lichte karperhengel is als er grote karper te verwachten is geen verstandige keuze. Zelfs als het ons gelukt was deze karper te landen (en wat scheelde het!), dan waren wij het daar nog unaniem over eens. Het scheelde weinig, heel weinig, maar in de wind wapperde als getuige een geschuurde dunne nylon lijn.

Paul, doe voortaan voor de zekerheid maar een onderbroek aan zonder lange pijpen, want ik heb nog iets tegoed van je!

Groeten,
Peter

17 apr. 2009

Zeelt

Vrijdag 17 april. Nu de eerste karpers van dit jaar uit de polder binnen zijn, zou ik graag weer eens een zeelt bewonderen. Het is ondertussen alweer half april en dus moet dat kunnen lukken, de zeelt komt weer op gang nu de watertemperatuur oploopt. De beste tijd om zeelt te vangen zijn de heel vroege ochtenduurtjes, en de late avonduren. Dat laatste komt goed uit, want vanavond heb ik tijd. Tijd om lekker tot in het donker door te vissen!

Ik schreef het al eerder, ik ben blij dat ik twee echte zeeltstekken achter de hand heb. Water waar je gericht en met succes op zeelt kunt vissen. Water waar ik zuinig op ben, waar ik in het verleden alleen Jan-Willem en Paul mee naar toe heb genomen. Goed zeeltwater moet je zuinig op zijn, dat hang je niet aan de grote klok.

Dat een van de twee zeeltstekken ook nog eens veel luwteplekken kent is mooi meegenomen. Vanavond staat er flinke bries als ik van huis vertrek, maar daar heb ik dus maar weinig last van.

Het materiaal dat ik gebruik is gelijk aan afgelopen zondag, en ik heb besloten het Fin-Nor AHAB MegaLite 1000 werpmolentje voorlopig het voordeel van de twijfel te geven. Toen ik onlangs mijn vader een Shimano 2500 model werpmolen cadeau gaf, gaf hij me op zijn beurt de Fin-Nor die in zijn schuur lag 'kado'. Een bijna nooit gebruikt werpmolentje, destijds gekocht als spinmolen. Nou, als spinmolen was het een drama, door het hoge spoeltje kun je de lijn tijdens de worp bijna niet afremmen. De beugel zit tussen de nokken van de rotor gemonteerd, en daardoor slaat om de haverklap de lijn om de vleugelmoer op de spoel van de Fin-Nor. Je moet tijdens het spinnen de werpmolen blindelings kunnen bedienen, met deze Fin-Nor kan dat niet!

Bij het vissen op karper en zeelt hoeft niet steeds geworpen te worden, en is een beetje opletten geen probleem. Het molentje heeft een mooie klassieke look, en misstaat niet onder een oudere glasvezel karperhengel. De fantastische slipwerking, zeker bij het vissen met dun nylon op zeelt is een uitkomst. Deze Fin-Nor is een waardeloze spinmolen, maar misschien een fantastische zeelt-molen.

Net zoals bij het karpervissen, voer ik ook vanavond met pellets. Behalve pellets gaan er ook een paar handjes mais te water. Gelukkig ben ik nog voor het donker op de stek, want zo kan ik goed zien waar de leliebladeren zich bevinden. Die zitten nog steeds onder water, en doen denken aan kroppen sla op de bodem van de sloot. Nog even, en dan staat de zeeltsloot weer vol met lelies die voedsel en beschutting geven aan de zeelten. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat hier zoveel zeelt rondzwemt.

Na het voeren tuig ik rustig de hengel op. Sommige vissers hebben daar een hekel aan, tuigen zelf hun hengel niet af. Ik vind het nooit erg, stiekem zelfs wel leuk om te doen. De haak wordt beaasd met drie gele maiskorrels te water gelaten. Laat de zeelten maar komen. Als de schemering valt lijkt het erop dat de zeelten de voerplek hebben ondekt. Kleine belletjes ploppen aan de oppervlakte uit elkaar. Op de eerste aanbeet sla ik mis. Daar heb ik ieder jaar als ik voor de eerste keer weer gericht achter de zeelt aan ga last van. Zeelt moet je de tijd gunnen voor je slaat, ik weet het, maar toch!

De volgende aanbeet is het wel raak. Helaas geen zeelt, maar een grote brasem is de boosdoener. Even is er twijfel, zijn het brasems die zich te goed doen op de voerplek? Bij de daarop volgende aanbeet is de weerstand een stuk groter als ik de hengel hef. Zeelt! Absoluut zeelt, en wat zijn die rakkers sterk. Harde bonken, gelijk aan een grote baars op een ultra spinhengel krijgt de Hardy te verwerken. Zeelt is echt een brok massieve kracht, zo ook deze. De eerste zeelt is elk jaar weer speciaal en zo voelt het vanavond ook weer.



Na een flinke weerstand ligt de eerste zeelt van 2009 in het net. Een mannetje, te herkennen aan zijn grote buikvinnen die tot voorbij zijn aars doorlopen. Top! Van zo'n vis kan ik heel blij worden. Na het terugzetten bel ik Paul, om even het gevoel te delen.

Daarna valt het stil. De zeelten lijken verdwenen. Geeft niet, want ik heb er vanavond na lange tijd weer eentje mogen bewonderen. In het pikkedonker, het is inmiddels al 22.00 uur geweest, komt de pen opnieuw in beweging. Aan de lijn (toch wel lekker die gele Stren!) kan ik zien dat de aanbeet doorzet. De lijn loopt strak richting de top, maar voor het zover is, tik ik aan.

Weer een zeelt! En deze zet nog een tandje bij, als hij al bonkend de Hardy in een bocht zwemt. De slip van de Fin-Nor laat zich horen.



Deze zeelt is groter dan de eerste van vanavond, en geen mannetje, maar een vrouwtje, de buikvinnen zijn korter en minder breed. Met twee zeelten, ook nog een mannetje en een vrouwtje, tuig ik niet veel later de hengel af. Het was een avond met een dikke gouden rand!

Groeten,
Peter

13 apr. 2009

Kort maar krachtig

Maandag 14 april. Het had weinig gescheeld of ik had vandaag niet gevist! Gisteren op een familie feest heb ik me te goed gedaan aan veel te veel lekkere hapjes. Nu waren die hapjes niet echt het probleem, ware het niet dat ik al dat lekkers weggespoeld had met bier. Vanmorgen vroeg zat ik nog steeds niet lekker in m'n vel. Met tegenzin bel ik om 6.15 uur Paul af, maar vissen gaat op dat moment nog niet lukken. Gelukkig knap ik richting de middag een beetje op, en besluit ik het twee uurtjes te proberen. Langs een fietspad heb ik zaterdagavond, toen ik met onze zoon Frank ging scooteren, karpers gezien. Het lijkt me een uitgelezen plek om het vanmiddag daar twee uurtjes te proberen! Het is uiteindelijk minder dan twee uur vistijd geworden die ik daar heb doorgebracht. Wat was het daar druk vanmiddag met fietsers en wandelaars!





Gezien de aard van het water heb ik gekozen voor licht materiaal. De 1 lbs Richard Walker Avon gaat mee, samen met een Fin-Nor AHAB MegaLite 1000 werpmolentje met 20% nylon op de spoel. Zoals de naam al doet vermoeden een werpmolen uit het topsegment en uitgerust met een speciaal slipsysteem. Een grote slipschijf van kurk zit niet in de spoel, maar onder de spoel. Via een speciale moer tussen de 'vleugels' op de spoel wordt de slip afgesteld. De slipwerking is fantastisch, maar echt weg van dit molentje ben ik niet. Doe mij maar een Shimano of een oude ABU Cardinal 33 onder de Avon, maar dat is persoonlijk! Behalve het landingsnet heb ik vanmiddag ook de onthaakmat meegenomen. Vissend langs het fietspad is de kans op stenen en ander scherp spul in de berm aanwezig, vandaar.





Achteraf gezien ben ik blij de mat te hebben meegenomen. Na een kwartiertje struinen stuit ik op een azende karper. Voorzichtig leg ik de met maiskorrels beaasde haak in het te verwachten spoor van de karper. De karper gaat ervoor en zet vervolgens de ondiepe sloot geheel op zijn kop. Onder het toeziend oog van meer dan twintig afgestapte fietsers en wandelaars dirigeer ik de karper na een aantal spannende minuten richting het landingsnet. De karper wordt daarna netjes op de nat gemaakte mat onthaakt. De hengel er boven gelegd, een plaatje geschoten en zwemmen maar weer. Een betere reclame voor het karpervissen bestaat haast niet. Vreemd misschien, maar waar: ik vind het mooi geweest. Verder vissen op deze plek staat me door de drukte nu niet niet aan, en met deze tijdelijke buit ben ik meer dan tevreden.

Groeten,
Peter

9 apr. 2009

De nieuwe stek



Donderdag 9 april. Vanavond heb ik weer een poging gewaagd langs de sloot waar ik afgelopen zondag middag gevist heb. Een mooie polder waar 1 nadeel aan kleeft, en dat is dat er in de buurt van een autoweg gevist wordt. Maar goed, anders had ik dit water misschien ook niet ondekt. In de avond is het een stuk rustiger met auto's, en dat vist prettiger dan zondag. Met de weidse polder beginnend aan de overkant van de sloot heb ik een prachtig uitzicht. Het materiaal dat ik vanavond gebruik is gelijk aan dat van zondag middag. De 1.75 lbs Traditional Specimen, daaronder een Shimano Biomaster 2000 met op de spoel Stren 22% met een breeksterkte van 4 kg.

Drie voerplekjes worden gemaakt met de bedoeling deze om beurten af te vissen. In de avond blijft dat meestal beperkt tot het afvissen van twee voerplekjes, de derde is dus reserve, je weet maar nooit. Het is nog vroeg in het jaar, dus ik verwacht nog geen vol op wroetende karpers op de voerplekjes. Wel zijn de kieviten al vol op in de weer aan de overkant.

Het water blijft rustig tot het begint te schemeren. Ik zit te vissen op de middelste voerplek, als er op vijftien meter bij mij vandaan op de eerste voerplek een grote staartlob het water doorklieft. De rondraaiende staartlob geeft aan dat de vis de voerplek heeft gevonden en deze aan het schoonvreten is. Sinds vorig jaar voer ik met pellets, die hebben het grote voordeel in het water uit elkaar te vallen. Dat houdt de vis wel even bezig!

Voorzichtig sluip ik naar de karper. Nog voorzichtiger laat ik het pennetje zakken, maar dat blijkt te ver uit de buurt te staan van de vis. Na twee heeeeel spannende minuten trek ik het pennetje richting de vis. Was het net al spannend, nu stokt mijn adem. De vis gaat richting het pennetje. Nu maar hopen dat hij er niet langs zwemt... Dat gebeurt niet! Het pennetje komt in beweging en verplaatst zich synchroon aan de staartlob.

Adrenaline giert nu door m'n hele lichaam heen. Nog even wachten, de aanbeet zet door, en vervolgens is er contact met de vis. Ik zet me schrap in de zachte wallenkant, ervan overtuigd dat er een enorm schot van de karper zal gaan plaats vinden. Dat gebeurt niet! De karper rolt zelfs even op z'n zij, herstelt zich en pakt hooguit twee meter nylon. Een paar seconden later zit de vis veilig in m'n net.

Dan is ook meteen duidelijk waarom de karper zich amper verweerde. Wat is deze vis zwaar. Nog nooit heb ik een karper met zo'n dikke buik gevangen, en bedoel ik niet slap hangend naar beneden, maar strak in de breedte. Deze vis zit vol kuit. Benieuwd naar de lengte gaat het meetlint er onder, dat blijft steken op 73 cm!

Na een plaatje samen met karper gaat zij weer snel terug. Met een slakkengangetje verdwijnt zij uit het zicht. Geen krijsende slip of opspattend water vanavond, maar deze keer kan ik daar niet mee zitten.

Groeten,
Peter

5 apr. 2009

Jetzt geht los!

Zondag 5 april. Met de stijgende temperaturen in april komt ook de karper op gang. Toch is dit een weekend geworden waar ik met gemengde gevoelens aan terug zal denken. Het begon gister in de namiddag. Na een dag werken zag ik op de terugweg naar huis actieve karpers in de poldersloten zwemmen. Thuisgekomen ben ik niet meer te houden, ik moet er gewoon nog een paar uurtjes op uit. Voor de hand liggend zou de polder zijn geweest, waar ik de karpers zag zwemmen. Maar ik kies voor een andere polder. Geen pennetje, maar een wakertje wordt tussen het startoog en de werpmolen gehangen. Zo kan ik vissen tot in het donker. Gevist heb ik tot 23.00 uur, en de waker is in die tijd drie keer in beweging geweest. Niets spannends dus, ware het niet dat er flink aan de oppervlakte door een grote karper geaasd werd. De pellets waarmee ik voerde, zonken niet allemaal gelijk, en de nog drijvende pellets vielen ten prooi aan de karper. Helaas heb ik geen brood, floaters of kattenbrokken bij me. Thuisgekomen kan ik de slaap maar slecht vatten, en zo gebeurt het dat ik om 6.15 uur weer terug ben. Deze keer wel goed voorbereid! Eerst voeren en ondertussen genieten van de groene wereld in diepe rust. Het duurt niet lang voor op ongeveer dezelfde plek als gisteravond een grote karper met slurpen begint. De drijvende kattenbrokjes worden gretig van de oppervlakte vandaan gezogen.

Op deze karper staat mijn naam geschreven, ik moet en zal de vis vangen. Niets wijst erop, dat dat niet zou gaan gebeuren. Het zou anders lopen... Een auto stopt achter me, het is Jan-Willem. Wat Jan-Willem niet weet, is dat ik niet met de waker onder de overkant vis, maar drijvend aan de oppervlakte. De karper zakt weg, om zich daarna niet meer onder het oppervlak te vertonen. Jan-Willem is net zo verbaasd over de in april in de polder aan de oppervlakte azende karper als ik dat gisteravond was. Hij kan er niets aan doen, maar toch baal ik een beetje. Ik probeer van alles, maar er komt geen herkansing aan de oppervlakte.

Na een half uurtje besluit ik om het met de pen te gaan proberen. Ik heb de hengel net omgebouwd en ingelegd als mijn mobiel gaat: het is Jan Willem en hij heeft er een. Snel gooi ik de beugel van de ABU Cardinal 44 open, en haast me daarna in zijn richting.




Na een foto van Jan-Willem en de karper gemaakt te hebben loop ik terug naar mijn hengel. Daar aangekomen schrik ik me het apenl*zerus. De hengel ligt niet meer op zijn plek, is een stuk verschoven, en op de spoel van de werpmolen schijnt de backing door. Waar ik al meteen voor vrees, gebeurt: de karper zwemt zich tijdens de dril vast, en omdat ik tussen over het water hangende bomen vis, kan ik niets anders doen dan hopen dat de vis zich los zwemt. Helaas voor de karper en voor mij gebeurt dat niet. De lijn breekt, en als ik de nylon op spoel blijkt dat de lijn over vele meters ruw geworden is.

Balend blijf ik nog een tijd op het gras zitten, dit was waarschijnlijk de karper die gisteravond en vanmorgen vroeg aan de oppervlakte aasde. Hier kan ik alleen maar boos op mezelf over worden. Het ergste is, dat door de beschadigde lijn mijn kansen voor deze ochtend verkeken zijn. Daarbij is mijn zin om verder te vissen tot het nulpunt gedaald.



Voor ik naar huis ga, ben ik nog getuige van een tweede mooie karper voor Jan-Willem. Deze karper is net zoals de eerste gevangen onder de overkant vissend met een waker. Voor mij zit het erop, en thuisgekomen trek ik de spoel van de ABU leeg. Het materiaal wordt daarna schoon gemaakt en gecontroleerd op beschadigingen. Gelukkig is alles nog tip top in orde, zitten er geen krassen op de hengel of de werpmolen.

De middag breng ik door met Francine, Robin en Marleentje op het eiland Marken. Thuis gekomen besluit ik toch nog een poging te wagen. De ABU Cardinal 44 maakt plaats voor een Shimano Biomaster 2000, en er kan weer gevist worden; maar nu in de poldersloot waar ik gister namiddag langs reed toen ik naar huis ging.




Gelukkig valt hier het kwartje dan wel de goede kant op. Na eerst op een paar uitdagende plekjes te hebben gevoerd, ga ik deze om beurten af vissen. Bijna tussen het afgestorven riet komt het pennetje in beweging. Het water onder mijn neus splijt open als ik de hengel hef. Een wilde karper is het niet eens met de situatie en laat dat weten ook! De hengel gaat rond, en de slip krijst.




Geen dikke vis, zoals die rondzwemmen in de polder waar Jan Willem en ik vanmorgen viste, maar een gestroomlijnde torpedo. Dit weekend heb ik naast m'n werk en m'n gezin veel uren gestoken in de karpers. Misschien wel te veel! De eerste karper van 2009 gevangen in de polder is binnen.

Groeten,
Peter