31 aug. 2008

Een mooie karper om mee af te sluiten

Zondag 31 augustus. Vanmorgen sta ik om 5.15 naast ons bed, om 6.00 uur heb ik met Paul bij ons thuis afgesproken. Ik heb besloten de karperhengels na vandaag op te bergen, om me vanaf september geheel op de rovers te gaan richten.

Het is mooi geweest met de karper, heel mooi. Er is ook een hoop geëxperimenteerd met aasjes, en montages. Niet alleen door mij, maar ook door Jan-Willem en Paul. Soms zonder succes, maar over het algemeen hebben we waardevolle aanvullingen en informatie met elkaar uitgewisseld. En dat ondanks dat de maand maart ons een hoop rottigheid bezorgde, gelukkig had deze maand wel een happy end in zijn staart zitten.

Er valt niets meer te wensen, maar toch kon ik vannacht maar slecht slapen. Jan-Willem kan er helaas niet bij zijn vandaag, maar Paul gelukkig wel. Paul vist na vandaag zeker nog wel paar keer op karper, en ongelijk kan ik hem niet geven. September is in de regel een topmaand voor karper.

De weersvoorspellingen voor vandaag zijn uitstekend, zeker voor de karpervisser. En dat het ook echt mooi weer wordt is me duidelijk als ik om 6.00 uur Paul binnen laat voor een kop koffie.

Om 6.15 zitten we in de auto richting de polder. Onderweg naar de polder begint het in een rap tempo licht te worden, en als we daar om 6.45 arriveren is de groene wereld geheel ontdaan van de donkere sluier.

Paul gaat met de pen bij een bruggetje vissen. Ik kan het niet laten om het de laatste keer aan de oppervlakte te proberen. De meeste grote karpers zijn dit jaar aan het oppervlak gevangen. Een dikke oppervlakte slurper zou een mooie afsluiting zijn! Met Variantjes krijg ik ze aan het azen aan de oppervlakte. Even lijkt het kat in het bakkie, een dikke vis haken is slechts een kwestie van tijd, bedenk ik me. Nou mooi niet dus, alles, maar dan ook alles wordt uit de kast gehaald om mijn aasje in een grote karper mond te laten verdwijnen.

De Variantjes worden onbeschoft naar binnen gewerkt. Mijn Ocean Fresh floaters worden verzichtig 'besnuffeld' om daarna gelaten te worden voor wat ze zijn. Tot tweemaal toe laat een karper zich naar beneden zakken onder de floaters, om zich daarna verderop te goed doen aan de variantjes. Bijna om gek van te worden!



Dat Paul de karpers bij de bodem met pellets ook aan het azen heeft weten te krijgen blijkt, als zijn hengel bijna helemaal rond staat. De karper is onder de brug door gezwommen, maar Paul weet de vis er behendig onder vandaan te sturen. Een dikke karper van 71 cm is het resultaat. Heel mooi, en daar zijn we beiden heel blij mee!

Dat ze niet vies zijn van Paul zijn haakaas blijkt, want niet veel later is het weer raak. Een slanke torpedo van 58 cm zet de boel flink op stelten.

En ik, ik doe iets verkeerd vandaag, dat is duidelijk. Om de rust terug te krijgen bouw ik m'n hengel om. Even een uurtje 'pennen', tegenover een T-splitsing verderop, neem ik me voor. Nou, dat valt tegen, de rust vinden, met tegenover je onder het oppervlak happende toeters van karpers.



Dat ze ook echt wel bij de bodem azen blijkt als Paul karper nummer drie van vanmorgen richting het landingsnet dirigeert.

Ondanks een derde karper met de pen voor Paul besluit ik om toch weer de oppervlakte op te zoeken. Als ik niks vang vandaag, heb ik het in ieder geval geprobeerd, zeg ik tegen Paul. Deze dag met drie sterke karpers voor mijn vismaat is hoe dan ook al geslaagd. De Ocean fresh floaters die de afgelopen weken zoveel mooie karpers wisten te verleiden mogen in de tas blijven. Variantjes mogen hun vangkracht bewijzen, niet op een hair, maar een baitband houdt ze op de haak. Bedankt voor de tip Bob!

Een stukje voor de haak beaasd met Variantjes is een klein oranje floatertje als verklikker gemonteerd. Na zo'n twee honderd meter sluipen langs het water zie ik verderop een grote vis door het water gaan. Een zwemmende stofzuiger schoont het oppervlak van de eerder vanmorgen gestrooide Variantjes.

Voorzichtig werp ik de haak met Variantjes over de karper heen. Bijna nog voorzichtiger trek ik ze richting de vis. De karper gaat rustig door met slurpen, en verplaatst zich ondertussen precies in de goede richting, daar waar mijn Variantjes drijven. Tot mijn grote ontsteltenis schrokt hij niet de Variantjes maar het oranje floaterje van de oppervlakte weg. Als mijn lijn begint te kruipen over het water besef ik me dat hij behalve het floaterje ook de Variantjes mee heeft opgezogen! Een snelle ruk aan de hengel is daarop mijn reaktie.


HANGEN!!!

Hij hangt, en het wateroppervlak spat uit elkaar. Een flinke vis, maar dat had ik natuurlijk al gezien. De kreet, 'Paul, Paul ik heb er een!' verbreekt de stilte in de ondertussen ontwaakte polder. De dril verloopt na het eerste heftige explosie van de karper verder rustig. Geen obstakels in de buurt of weelderige begroeiing hier in het water. Niets duidt erop dat het mis kan gaan, en gelukkig gebeurt dat ook niet.

Paul staat ondertussen klaar met het landingsnet, en ook het 'landen' gaat in een keer helemaal goed.



Een schubkarper van 75 cm, mag ik voor even de mijne noemen. Of ik blij ben? De smile op de foto zegt genoeg! :-) Met zo'n karper - en die dan ook nog aan de oppervlakte gevangen - de maand augustus en het seizoen afsluiten geeft een goed gevoel. De druk die ik mezelf onbewust heb opgelegd is weg en heeft plaats gemaakt voor genieten.

De laatste anderhalf uur vissen we samen naast elkaar bij het bruggetje, ik ook met de pen.
Paul vangt nog een grote brasem, maar de karpers laten zich niet meer zien. Twee mannen zitten samen na te genieten in een lekker zonnetje ergens in de groene wereld. Het is goed zo!

Groeten,
Peter

27 aug. 2008

Eerlijk Spel (Fair Play), maakt vissen en vangen tot genieten

Woensdag 27 augustus. We staan aan de rand van een nieuw roofvisseizoen. Ik weet het, dat is officieel al eind mei geopend, om pas eind maart weer te sluiten. Voor mij persoonlijk begint het pas echt zo rond september, en eindigt traditiegetrouw eind februari.

De spinhengels zijn dit nieuwe seizoen al een paar keer uit hun foudraaltjes getoverd, maar staan nu onderhand te trappelen op zolder om weer vaker richting de polder te gaan. Aan het vissen met kleine spinnertjes beleef ik meer plezier dan ooit, maar eigenlijk moet ik zeggen weer net zoveel plezier als vroeger. Groot kunstaas en het daarbij behorende zware materiaal komen nog maar zelden aan de waterkant.


1981 Gevangen aan een Lerc holglas spinhengeltje 3-8 gram met een bussluiting! Van een echte Fair Play spinhengel kon ik toen alleen maar dromen.



1981 Op de foto binnen bij de buurvrouw, als je goed kijkt zie je rechts het kleine spinnertje nog uit de muil van de snoek hangen..

De laatste jaren heb ik verhoudingsgewijs steeds minder tijd om te vissen, en juist dan ontdek je dat vissen veel meer is dan vangen alleen.

Ook ik vang graag vis, laat dat duidelijk zijn! Sterker nog, ik ga vaak door tot het gaatje. Als het dan alsnog lukt om een vis te vangen geeft dat ook mij een goed gevoel. De grootte of het aantal vind ik altijd minder belangrijk dan de manier waarop de vissen gevangen zijn. Dat heb ik niet alleen bij de rovers, ook bij het karperen gaat dat op.

Bij karpervissen zijn het de 'klassieke' methoden en soms klassieke materialen die mij plezier verschaffen bij de vangst. De karper besluipen en de vis verleiden het aasje te nemen, en soms bijna oog in oog met je 'tegenstander' staan, is fantastisch. De lengte, en zeker het gewicht van de vis is dan bijzaak. Af en toe een grote zware vis is voor mij al een bonus!


Genieten van iedere vis en diep doorbuigende hengel(tje)s

Zo buigt een echte spinhengel!


Bij het ultra lichte spinnen is dat gevoel nog sterker. Kleine baarsjes bonken flink op de top van je spinhengeltje. Grotere baarzen worden getransformeerd tot ware vechtersbazen.




Ruisvoorns blijken soms ook niet vies van een klein spinnertje, versierd met een vliegje. Elk jaar komt er wel één en soms zelfs meerdere explaren even boven water kijken, de spinner keurig netjes in de bek gehaakt.

En dan de snoek, de ultieme rover die onze polderweteringen, vaarten tot zelfs de kleinste slootjes rijk is. De snoeken in de polders blijven achter wat groei betreft bij hun zusters op het grote water.




Snoekjes tussen de 40 en 60 cm vormen de grote hoofdmoot. Aan een ultra lichte spinhengel leveren zij echte 'sport'.



Baarzen vanaf 20 centimeter en kleinere snoekjes laten de vijfgrammer diep doorbuigen. Op een driegrammer weet je helemaal niet wat je overkomt.


Het mooie is dat een grote snoek ook niet vies is van een kleine hap. Een grote snoek drillen en landen met een ultra lichte spinhengel geeft een enorme kick.



Samen met een echte polderkrokodil op de foto, of deze gefotografeerd naast een bijna fragiel hengeltje is iets waar je trots op mag zijn.

Dat juist een grote snoek zich heel rustig houdt tijdens de dril op een ultra lichte spinhengel weten maar weinigen. De progresieve buiging van de ultra lichte spinhengel en de rek in de dunne nylon lijn werken daar aan mee. Geen getrek aan de vis, waardoor deze uit koers wordt getrokken, maar een constante druk die groter wordt naarmate de vis zich verplaatst.

En dan is er nog altijd de slip van de werpmolen, die - mocht de snoek toch de 'vinnen' nemen- voorkomt dat het dunne nylon als nog breekt.

Bij een grote snoek moet de slip bijna altijd assistentie verlenen. Een enkele keer gedraagt een snoek zich helemaal niet volgens het boekje. Zondag 9 december 2007 heb ik dat zelf mogen mee maken.


De vijfgrammer van cobold glas is een geweldig hengeltje, en de allround spinhengel voor de polder.

Een snoek die later vierentachtig centimeter lang bleek te zijn, kwam tot drie keer toe volledig het water uit, en scheurde een paar meter nylon door de slip van de werpmolen. Onder het toeziend oog van vismaten Ap en Frits werd mij toen pas echt duidelijk waartoe een ultra lichte spinhengel in staat is. Voor de duidelijkheid; waar een progressief buigende spinhengel toe in staat is.

Met de toevoeging van een echte driegrammer aan mijn spinhengelcollectie is het genieten nog groter geworden. Een hengeltje waar je werkelijk de kleinste spinnertjes aan kunt vissen! Dat laatste blijkt bij zogenaamde 'vergelijkbare' spinhengels helaas vaak niet het geval.



De driegrams Floret is zeker geen allround ultra lichte spinhengel, daar heb ik hem ook niet voor gekocht. Zelfs het snuffelen van het kleinste baarsje aan het spinnertje voel je aan dit sprietje. Een hengeltje dat garant staat voor dikke pret.


Er is een periode in mijn vissersbestaan geweest dat ik andere spinhengels geprobeerd heb. Strakke, snelle hengels van grafiet, niet alleen licht wat hun werpgewicht betreft maar zelf ook vederlicht. Deze zouden preciezer werpen, beter de haak zetten en ook gevoeliger zijn. Het is een dure maar voor mij wel belangrijke leerschool geweest.




Struinen door de polder (alleen of samen met je vismaten) met de ultra lichte spinhengel(s), maakt vissen en vangen tot genieten. En daar is het ons vissers toch allemaal om begonnen?

Groeten,
Peter

24 aug. 2008

Fair Play

Zondag 24 augustus. Gisteravond belde Paul mij op met de vraag: 'heb je zin om morgenochtend mijn kant op te komen om op karper te vissen?'
Helaas, dat lukt niet, want vanmorgen ga ik samen met onze zoons naar het zwembad. Dat heb ik ze beloofd, en belofte maakt schuld.

De ochtend valt dus af, maar zin om met Paul te vissen heb ik wel. Maar niet op karper! Buiten proef je werkelijk de aankomende herfst. Het voelt gewoon anders aan dan twee weken geleden, de lucht ruikt anders, en ook de ochtenden worden grauwer. Er zullen hopelijk nog mooie nazomer dagen volgen, maar voor nu vind ik het niet erg.


Ultra Licht Spinnen


Als ik Paul zeg in de middag graag zijn kant op te komen, maar dan wel met de spinhengel, stemt hij direkt toe. En zo zit ik dus vanmiddag om 14.00 uur in Den Helder aan de koffie. Even bijpraten en dan op naar de polder.













Twee mannen met een passie voor het ultra lichte spinnen samen op stap door de groene wereld. Beiden met een echte spinhengel in onze hand. Kleine spinnertjes met een haak waar een vliegje op is gebonden, mogen flonkerend hun verleidelijke kunsten uithalen langs uitdagende plekjes.

Ook voor de rovers en rovertjes in de polders onder de rook van Den Helder een niet te versmaden combinatie!

Groeten,
Peter

22 aug. 2008

Zesentachtig centimeter snoek


Vrijdag 22 augustus. Vanavond ben ik twee uurtjes op stap geweest met de vijfgrammer. Na vanavond is de liefde voor deze magnifieke spinhengel nog sterker geworden. Zesentachtig centimeter snoek liet het hengeltje flink buigen. Na een paar spurts door de poldervaart moest de snoek het afleggen tegen de goed afgestelde slip, 16% nylon en 168 cm cobold glasvezel.



Een onbeschrijvelijk mooie ervaring.


Groeten,
Peter

18 aug. 2008

Een polder ergens in West Friesland

Zondag 17 augustus. Op het forum van Lichtervissen stelde Dale de volgende vraag: 'Zondag ga ik lekker de karpers plagen in "mijn" polder. Mocht er iemand zin hebben om het bij mij te proberen....'




Nou, daar heb ik wel zin in - en ik niet alleen! Om 5.00 uur vanmorgen schud ik in het donker de handen van Dale, Harvey, Paul en Ap. Struinen met vijf man door een polder ergens in West Friesland op zoek naar karper. Karpers met een hoog wildbloed gehalte. Meestal klein van stuk, maar beresterk.



En dat ze hier sterk zijn, heb ik vanmorgen zelf ondervonden.



Deze polder bestaat niet alleen uit water, weilanden en gras. Er groeien ook verschillende gewassen. Op sommige stukken is de polder aan de natuur gelaten en distels voeren daar de boventoon.



Uitdagende T-splitsingen zijn ook aanwezig.



Verser kan niet!




In de buurt van duikers zwemt bijna altijd karper. Ook vanmorgen blijkt dat weer te kloppen.



Anderhalf pond glasvezel onder spanning, altijd mooi om te zien.



De karper zelf mag er ook wezen. Behalve deze fraaie vis ving Ap ook nog een wilde krachtpatser van 70 cm bij de duiker. Er zwemmen hier dus ook karpers van formaat, maar dat had Dale ons natuurlijk al verteld.




Onze gastheer, hier op een van zijn favoriete stekken, zou even later ook een karper bijschrijven.



De giebel is altijd een leuke bijvangst tijdens het karpervissen, dit exemplaar van 38 cm zeker.



En dan was er ook nog een grote grote verrassing in de vorm van een prachtige spiegelkarper voor Harvey.

Een geslaagd ochtendje vissen voor ons allen, in een polder die een aantal schatten prijs gaf in de vorm van prachtige en gezonde vissen. Dale bedankt voor de West Friese gastvrijheid!

Groeten,
Peter

11 aug. 2008

Experiment geslaagd?

Zondag 10 augustus. Harde wind en soms pittige buien teisteren de polders. Je zou er bijna zin om te gaan snoeken van krijgen ;-) . De voorspellingen zijn dat het vanuit het westen aan het eind van de middag gaat opklaren. Dat schept de mogelijkheid om aan de oppervlakte te gaan vissen. Maar ik heb er een zwaar hoofd in.

De middag zijn voor Francine en de kinderen, de avond is voor mij! Toch wordt een aanzienlijk deel van de middag op zolder aan vissen besteed. Nog steeds ben ik niet tevreden over het karpervissen met de waker. Kleine lichte wakertjes zijn het afgelopen jaar aan de uitrusting toegevoegd, en met de onderste centimeters bij de haak is flink geëxperimenteerd. De rig heeft ook hier zijn intrede gedaan. De aassoorten zijn verder hetzelfde als bij het penvissen.

Vanmiddag zit ik achter mijn knutseltafel te kijken hoe ik het allemaal kan perfectioneren. Ok, het werkt nu ook, maar het kan beter. Te vaak zet de aanbeet niet door, blijft de waker tijdens het klimmen halverwege plots stilhangen. Kleine witvis? Zou kunnen, maar vaak genoeg verraadt een kolk of een bellenplakkaat dat het om karper, brasem of zeelt gaat. Vissen die ik met hetzelfde aas tijdens het penvissen ook vang.

Terug naar een deegballetje gedraaid van bix, of een kleine aardappel waar de haak in verborgen zit zie ik niet zitten. Het aanbod van haakaas is tegenwoordig zo groot dat ik daar op verder wil borduren. Klassiek karpervissen hoeft niet persé pure nostalgie te zijn. Ook bij de klassieke manieren van karpervissen, met de pen, drijvend of statisch met een wakertje kun je je voordeel doen met moderne vindingen oorspronkelijk bedoeld voor het vissen met vastlood.

Naast de klassiekers op werpmolen gebied hangt er ook regelmatig moderne techniek onder mijn hengels. Hengels van glasvezel, omdat de drileigenschappen daar beter van zijn dan die van grafiet. Maar wel afgebouwd met moderne Fuij sic ogen en reelhouder. Een mix van het goede van vroeger en nu.

Zo zie ik het ook met de technieken die ik toepas bij mijn manieren van karpervissen. Vissen op de klassieke manier, maar waar nodig aangepast met hedendaagse vindingen. Pellets, mais, mini boillies en verschillende drijvende aasjes hebben hun plek gevonden in mijn uitrusting. Soms lijk ik wel een wandelende apotheek.

Gezien het weer zou de waker vanavond uitkomst kunnen bieden, zeker omdat ik van plan ben om tot in het donker door te vissen. Veranderingen die ik vanavond wil uitproberen, zijn kleinere haakjes en een kortere hair onder de haak. Ook de rig zelf knoop ik korter dan voorheen. Het is de bedoeling om de waker voortaan ook dichter onder de hengel te hangen. Zo vis ik scherper, en krijgt de karper minder ruimte om met het aas te rommelen.

Om kwart over acht zit ik in de auto richting de polder. De hengel en werpmolen (keuze voor vanavond is makkelijk de 1 3/4 lbs Specimen samen met de Daiwa Advantage 3500 A) gaan mee. Een allround combinatie, die voor alle klassieke manieren en technieken van karpervissen kan worden ingezet onder bijna alle omstandigheden.

Even voor negen uur arriveer ik in de polder. Zoals verwacht staat er een behoorlijke kabbel op het water. Een boerderij met bomen zorgt halverwege de poldervaart voor een beetje luwte. In de buurt van de boerderij maak ik drie kleine voerplekjes onder de overkant. Behalve grondvoer strooi ik toch maar voor de zekerheid een paar handen variantjes uit over het water.

Hierna is het tijd om de spullen in orde te brengen. De steunen staan al in grond, en de rig zit al aan de hengel, als ik karpers in de oppervlakte zie azen. Nou, die steunen mogen blijven staan waar ze staan, en de schaar brengt uitkomst.


Snel een haak gemonteerd, en niet veel later drijft die zelfde haak geprikt in twee brokjes op het water. Minuten later 'zit' een mooi schubkarpertje in het landingsnet.

Daar blijft het dan voorlopig ook bij, de volgende pogingen leveren geen karper meer op. Snel wordt de boel weer omgebouwd en gaat de hengel als nog op de steunen. Tot in het donker bijft hij daar roerloos op liggen. De eerste echte aanbeet wordt verzilverd, geen karper maar een brasem is de dader. Hoe dan ook, de veranderingen werken.

Het zal zo rond 22.30 uur zijn als ik voor de tweede keer de hengel ombouw. Karper onder mijn kant, en aan de oppervlakte.


Ook deze keer gaat het snel, alleen de dril duurt wel wat langer. Met 71 cm een beste vis.

Misschien had ik gewoon moeten doorvissen met de waker, maar ik kon het niet laten om deze vis voorbij te laten gaan. Achteraf gezien heb ik er geen spijt van.

De hengel wordt weer omgebouwd, en gaat terug op de steunen. Lekker genieten achter de hengel, en de wind heeft ondertussen flink aan kracht ingeboet.

Een klimmende waker zet de boel op scherp. De aanbeet zet door, en met succes wordt de haak gezet. Geen brasem, dat is meteen duidelijk.


Flinke weerstand doet een grote karper vermoeden. Drillen in het donker maakt het er sowieso niet makkelijker op. De voldoening dat het allemaal goed verloopt en lukt is groot. De karper met 74 cm ook.

Aanbeten krijg ik hierna niet meer, maar daar kan ik helemaal niet mee zitten. Om 1.00 uur ben ik weer thuis, een beetje moe, maar wel voldaan.

Groeten,
Peter


Aanvulling op "Experiment geslaagd?"
Het leuke van Struinen door de polder is dat ik via gmail contact heb met een aantal lezers. Vragen beantwoord ik graag, en het doet me goed dat er vissers zijn die interesse tonen in de klassieke manieren van karpervissen. Dat is ook de grote reden geweest dat ik alweer bijna drie jaar geleden dit blog startte. Informatie over pen- en oppervlaktevissen op karper was summier te vinden op het internet, laat staan dat er nog recente boeken in de winkel lagen over klassiek karpervissen. Vissen met de waker ben ik ook gaan doen, maar dat heeft toch wel wat haken en ogen, heb ik ondervonden.

Dat er lezers zijn die met me meedenken en tips geven vind ik helemaal leuk. Een reactie vind ik zo bijdragen dat ik gevraagd heb of ik deze op het blog mag zetten.


Hallo Peter,

Even voorstellen, mijn naam is Wim Voets, ik ben 56 jaar en vis nu zo'n 40 jaar op karper. Heel lang met de klassieke methoden, de laatste jaren ook met loodsystemen.(Sorry!)

Ik lees in jouw blog dat je eigenlijk twijfels hebt over het wakersysteem. Wat jij beschrijft is zo herkenbaar, kleine stoppende oplopers en reken er maar op dat dat heel vaak karper is en, dat zal je ook wel bekend voorkomen, af en toe oplopers dat de lak van je hengel springt. Heel vaak zie je dan alleen nog maar een kolk en soms haakt de karper zichzelf.

Dit was voor mij reden om het wakersysteem links te laten liggen en alleen nog met pen en korst te vissen. Ik denk dat het zo is: hoe goed je de hengels ook afsteunt , als je de waker tussen molen en startoog monteert ondervindt de karper onvermijdelijk weerstand van de lijn die onder een bepaalde hoek door 10 of 11 geleideogen wordt getrokken, plus het gewicht van de waker (hoe gering ook).
Ik denk dat alleen het systeem met de aloude speldwaker, die voor de top werd gehangen echt voldoet, alleen speelt de wind dan weer zo'n grote rol.

Afijn, hoewel ik vele karpers en ook grote met het wakersysteem heb gevangen denk ik dat indien de omstandigheden het toelaten de pen een veel efficienter systeem is.

Ik hoop nog vaak je blogs te lezen, want ik amuseer me er iedere keer weer mee.
Bedankt.

Met vriendelijke groet,
Wim

6 aug. 2008

Een oudstrijder op de mat

Dinsdag 5 augustus. Tijdens het avondeten heeft Francine het al door; ik moet er weer zo nodig een paar uur tussen uit. Het vissen aan de oppervlakte heeft me aardig in de greep, en laat me niet meer los. Er valt nog een heleboel uit te proberen, maar ook nog steeds te leren. Daar komt nog bij dat ik het steeds leuker vind om in het donker langs het water te struinen. Genieten van de rust en stilte van de avond, en ook best wel een beetje spannend zo in je eentje.

Deze avond begint goed, met drie karpers tussen de 50 en de 65 cm lengte. Niet groot, maar wel zorgend voor voldoende spektakel in de overgang van schemer naar donker.

Eén stek heb ik speciaal voor het donker bewaard. Daar kan ik vanaf een bruggetje vissen. Zo heb ik goed zicht op het water. Eerder op de avond heb ik er Variantjes gestrooid. Hopelijk hebben zij hun werk gedaan, en zijn ze door de karpers gevonden.

Bij het bruggetje aangekomen, blijkt dat de Variantjes inderdaad zijn ondekt. Als ik vanaf de brug over het water kijk valt mijn oog op een grote karper die zich te goed doet aan de rond dobberende Variantjes. De lengte, laat staan de omvang van de vis durf ik niet schatten, maar groot en zwaar is deze vis zeker. Een meter of vijf achter de karper scharrelen nog twee karpers in de oppervlakte. Deze lijken een stuk kleiner, maar goed, in het donker weet je het nooit.

De grote karper heeft het rijk alleen, de twee karpers achter hem azen op de Variantjes die aan hem voorbij zijn gedreven. De haak, verstopt in twee Ocean Fresh brokjes, werp ik voorbij de grote vis. Het gele floatertje, zo'n twintig centimeter boven de brokken gemonteerd, kan ik goed zien in het donker. De brokken zelf lijken onzichtbaar. Voorzichtig worden de brokken een stukje richting de karper getrokken. De kolossale vis gaat ondertussen rustig door met het verorberen van de Variantjes.

Dan verplaatst de karper zich richting het floatertje. Geloof me, je staat te trillen op je benen als zo'n schouwspel zich op enkele meters voor je afspeelt. Voorbij de floater zie ik zijn geopende muil door het water heen gaan. Zonder floater zou ik waarschijnlijk op gevoel geprobeerd hebben om de haak te zetten. Vanavond niet, ik wacht 'rustig' tot de floater in beweging komt. En dat is nu! Met een flinke haal aan de hengel maak ik contact met de vis. Hangen!!!!!!!! Er gebeurt in eerste instantie helemaal niets, behalve dan dat ik vast zit aan een grote vis. Geen schot door de vaart heen, of gebeuk op de hengel. Bijna teleurgesteld probeer ik de vis van zijn plaats te 'trekken' richting de brug. Dat heeft effect, er komt beweging in de vis. Niet richting de brug, maar de andere kant op. De vis is in beweging en verplaatst zich heel rustig. De slip van de Daiwa tikt, en langzaam maar zeker pakt de vis meters nylon. Nu achteraf gezien prachtig, maar op dat moment sta je bijna machteloos. En dat met een 1.75 ponds hengel en 25 % nylon op de spoel van de werpmolen!

Na een meter of tien, voor m'n gevoel wel twintig komt de vis tot stilstand. Vanaf dat moment krijg ik grip op de vis. Net zo langzaam als hij van mij af zwom komt hij nu weer terug mijn richting op. Het landingsnet gooi ik vanaf de brug naar beneden op het gras, om seconden later zelf samen met de hengel er achteraan te springen. De karper zit er gelukkig nog aan.

Onder de top aangekomen begint het spel weer van voren af aan. De vis blijft bij de bodem, en zwemt traag onder de hengel. Door de druk op te voeren lukt het de vis aan de oppervlakte krijgen. Het net gaat voorzichtig richting de karper, en die schuift bijna zo mak als een lam over het koord van het net heen.

Yes, yes, yesssssssssssssssss hij zit er in! Als ik de vis uit het water lift is het duidelijk, dit is echt een zware vis.


Eenmaal op de onthaakmat wordt dat nog eens bevestigd. Voor mij ligt een werkelijk (met respect!) zoetwatervarken. Geen OVB 25% wildbloed, maar een echte volbloed schubkarper. Een stokoude karper, geen twijfel mogelijk. De kleine borstvinnen en staartvin vertonen sporen van de vele kilometers onder water. Het meest opvallend is de versleten rugvin, geen grote volle kam, maar meer een zaagblad, waar nog slechts een restant van over is. Met 77 cm niet gigantisch wat lengte betreft, maar de bouw, omvang en gewicht maken deze vis tot een ware gigant.



Na nog even samen op de foto te zijn geweest, nemen we afscheid van elkaar. De karper verdwijnt niet met een grote plons opspattend water, maar juist heel rustig zwemt de oudstrijder bij me vandaan. Bijna net zo rustig als tijdens de dril...

Groeten,
Peter

3 aug. 2008

Aan de oppervlakte

Zaterdag 2 augustus. Het jaar vliegt voorbij, we zijn alweer in augustus beland. Nog twee maanden en dan is het over en uit met de oppervlakte visserij op karper. Dat de korst ook in de polder als aas op zijn retour is, is me afgelopen dinsdag duidelijk geworden. Ondanks dat ik toen twee karpers ving op de variantjes, ben ik niet tevreden over de presentatie van dit aas op de haak. Oke, door ze op een hair te schuiven gaat het beter, maar het blijft behelpen. De haak mag niet te groot zijn, anders zinken de variantjes naar de bodem door het gewicht van de haak. Een stukje foam, kurk of in mijn geval een floatertje bracht uitkomst. Variantjes zijn perfect om de karpers aan het azen te krijgen aan de oppervlakte. Als haakaas vind ik ze minder geschikt, en daarom ben ik vanmiddag op zoek gegaan naar een alternatief. Dat alternatief heb ik gevonden in Ocean Fresh Carp Floaters. Drijvende sponsachtige vierkante brokken, die direkt op de haak geprikt kunnen worden.





Vanavond heb ik samen met Jan-Willem tot in het donker gevist aan de oppervlakte. Helaas werkte het weer niet mee, maar ondanks dat blijken de brokken te werken. Onze eerste ervaringen met dit aas zijn in ieder geval positief.

Groeten,
Peter

1 aug. 2008

Karpers knuffelen op de onthaakmat

Dinsdag 29 juli. De onthaakmat stond voor mij altijd synoniem aan het vissen met vastlood, en dat is niet mijn ding. Bij het vastlood vissen slaat de visser soms letterlijk een kamp op, compleet met tent en stretcher. Gevist wordt er dan met twee, maar soms zelfs drie hengels. De karpers worden niet aktief opgezocht maar gelokt door middel van een voerplek. Het lijkt een klein beetje op het vissen met de waker, maar de verschillen zijn heel groot. Bij het vissen met de waker of een rolletje alufolie is de aandacht van de visser bij zijn hengel(s) vereist. De waker registreert alles wat onder water gebeurd, bij een klimmende of zakkende waker kiest de visser het juiste moment om de haak te zetten. Bij gebruik van vastlood haakt de vis zichzelf op het gewicht van het lood. Aandacht van de visser bij zijn hengels is niet nodig. Een fluitsignaal uit de elektronische beetverklikker attendeert de visser op het feit dat de karper gehaakt is en probeert te vluchten. Dat vluchten wordt ook wel een run genoemt. Nog een verschil: vis ik statisch achter de hengel met de waker, ook dan verplaats ik me regelmatig om van te voren gemaakte voerplekjes af te vissen.

Alles meer dan slechts die éne hengel, een tasje, schepnet en twee steunen beperkt me in mijn bewegingsvrijheid. Ook de onthaakmat zag ik als extra ballast en hoorde tot vandaag niet tot mijn uitrusting. Behalve extra ballast vond ik het een beetje een overzeese en onze richting overgewaaide modegril. Nog een reden voor mij om dat ding lange tijd ver weg bij me vandaan te houden. Karpers knuffelen op een matras, dat zag ik niet zitten.

Maar goed, ik heb er nu ook één. Geen twee persoons dubbeldik matras, maar een die om de steel van mijn landingsnet gerold kan worden. Waarom? Het is me opgevallen dat als ik met zwaarder materiaal (tot 2.25 lbs) vis, de karper soms niet goed uitgedrild is. Gevolg is dat de vis gaat klapperen in het net of op het gras. Dat de karpers die ik de laatste jaren vang ook een stuk groter zijn dan de echte boertjes die ik 'vroeger' belaagde telt ook mee. Het vaak ontbreken van mals gras in de buurt van obstakels waar ik graag vis is doorslaggevend geweest.

Vanavond gaat de mat voor de eerste keer mee. Vissen ga ik niet met de waker maar aan de oppervlakte. Ook drijvend vissen vraagt eind juli om zwaar materiaal! De karpers houden zich op onder en tussen de begroeiing in de polders. Drillen onder deze omstandigheden doet denken aan een potje touwtrekken. De karper heeft geen ruimte om te vluchten en mag die dan ook niet krijgen. Met een berg waterplanten op de lijn is de kans op lijnbreuk of zelfs vastzwemmen onvermijdelijk. De 2-2.25 lbs zware medium/fasttapered glasvezel hengel en de rek in de lijn doen dienst als buffer. Alleen glasvezel van goede kwaliteit is onder deze omstandigheden geschikt! Een slowtaper van dikwandig grafiet buigt wel fraai, maar ontbeert het aan ruggegraat. Deze spaghetti hengels zijn uitzonderlijk goed geschikt voor ruim en schoon cultuurwater, maar niet voor de polder. Hengels van medium of fasttapered grafiet zijn te hard voor het vissen bij obstakels of zoals nu boven op de waterplanten. Deze zijn te hard, maar daarnaast is de kans op uitscheuren van de haak en hengelbreuk groot. Heel groot! Gelukkig zie je tegenwoordig steeds meer aktieve karpervissers teruggrijpen naar glasvezel.

Karpers knuffelen op de onthaakmat
Terug naar het vissen. Maar eerst voeren! Dat voeren of beter gezegd lokken doe ik met variantjes van Tom Poes. Daarna gaat pas de hengel uit het foudraal. Een ABU Cardinal 66 uit 1975 (herkenbaar aan het jaartal in de molenvoet en het kleine slingergreepje) opgespoeld met 28 % Shimano Technium gaat onder de hengel.

De variantjes worden al vrijspoedig ondekt, besnuffeld en daarna zonder schroom naar binnengewerkt. De korst op mijn haak die iets later te water gaat wordt gemeden. Ook hier dressuur.

De oplossing vissen met variantjes ligt voor de hand, maar is niet gemakkelijk. Door het centrale gat kunnen de variantjes in de haakbocht gehangen worden. Met succes de haak zetten wordt dan wel bemoeilijkt.



Dat probleem wordt opgelost door een hair aan de haak te knopen. De variantjes gaan op de hair, de haakpunt wordt door het lusje van de hair gehaald.



Een klein oranje floatertje doet dienst als verklikker in het donker. Het werkt, nou ja, niet de variantjes maar het floatertje wordt benuffeld. Het floatertje schuif ik tot bij de haak, en dat blijkt vanavond de sleutel tot succes.



Al snel is het raak, een korte maar dikke karper gaat boven de mat met de vanger op de foto. Tussen het moment van de zelfontspanner inschakelen en plaatsnemen voor de camera ligt de karper veilig op de eerst nat gemaakte onthaakmat.

Door de paniek, ontstaan bij het touwtrekken met de karper, zijn de andere karpers tijdelijk naar beneden gezakt. Een klein half uurtje later lukt het me alsnog een tweede karper te foppen.



Deze karper is iets kleiner dan de eerste en ook een stuk slanker gaat op de mat op de foto om daarna meteen weer terug het water in te gaan.

Op deze manier vissen is niet zo als ik het het liefste doe. De karpers (vooral de grotere exemplaren) zitten tijdens de warmte graag onder de begroeiing. Door het materiaal aan te passen aan de omstandigheden kun je ook nu nog steeds mooie karpers vangen. Te licht vissen is uit den boze, en vergeet vooral je onthaakmat niet!

Succes,
Peter