30 dec. 2007

De laatste keer in 2007 de polder in

Zondag 30 december. Net zoals vorig jaar (toen wel op 31 december) wil ik het jaar graag afsluiten in de polder. Jan-Willem gaat mee, en ook voor hem is er vandaag de mogelijkheid om nog te vissen dit jaar. Samen een mooi visjaar afsluiten in de groene wereld. Een jaar waarin prachtige karpers zijn gevangen, en waarin mooie avonturen beleefd zijn met de ultra-lichte spinhengel.

Met toch wel een beetje een vreemd gevoel in mijn buik rijd ik vanmorgen richting Weesp naar Jan-Willem. Vandaag is het de laatste keer dat ik ga vissen in 2007. Na de koffie gaan we naar een polder waar het de vorige keer niet wilde lukken. Een polder ergens in Utrecht! Een mooie afsluiter als het ons lukt daar vandaag wel snoek te vangen.

We zijn nog maar net begonnen, of de diep door buigende vijfgrammer van Jan-Willem doet een beste snoek vermoeden. Geen snoek, maar een vals gehaakte zeelt is de dader.



Een paar sloten verderop is er het wel een snoek die zijn vijfgrammer rond zwemt.



Een half uurtje later mag ook ik op de foto met een snoek. Beiden een snoek op onze laatste visdag van het jaar!

Een polder met lange rechte en ondiepe sloten. Ideaal om met de ultra-lichte spinhengel bevist te worden.


De laatste sloot die we uitvissen levert een derde snoek op. Mijn laatste snoek van 2007, een mooie afsluiter.

Nog even een foto op het gras en dan weer zwemmen. Gevangen aan de grote verrassing van 2007: een Pako PS lepeltje.

Na deze snoek besluiten we te stoppen met vissen. Met patat en frikandellen sluiten we het jaar zittend in de polder op een bankje af. Tot volgend jaar!

Groeten,
Peter

28 dec. 2007

80 centimeter snoek voor Jan-Willem

Vrijdag 28 december. Vandaag komen Jan-Willem en Paul mijn kant op om te vissen. Om 10.45 uur zitten we bij mij thuis aan de koffie. Na de koffie gaan we eerst een polder opzoeken. De oplopende temperatuur, regen en wind van afgelopen week hebben het ijs doen verdwijnen. Op een stuk water dat in de luwte ligt, ligt nog een dun vliesje ijs. Juist daar zijn we getuige van een fraai maar wel wreed schouwspel. Onder en langs het ijs jaagt een snoek. In paniek stuiven kleine witvisjes het ijs op. Op verschillende stukken liggen spartelende visjes op het ijs. Het lijkt wel of de snoek(en?) wacht tot de visjes al spatterend weer in het water belanden. Helaas wordt ons vriendelijk verzocht om dit stuk polder te verlaten. Natuurlijk geven wij daar netjes gehoor aan.

Aan de andere kant van deze poldervaart is de boer een goede bekende. Hier mag ik zonder te vragen altijd vissen. Behalve als er gehooid wordt, maar dat is logisch. Zagen we in het voorste deel van de poldervaart (waar we niet mogen vissen) volop leven, achterin is het rustig. Slechts een aanbeet van een snoek levert dit stuk op, en die lost.

We besluiten om de bebouwing op te zoeken. Het lijkt wel of de snoeken elkaar dit seizoen eerder opzoeken dan in andere jaren. Tijdens zachte winters zoeken de snoeken eind januari, begin februari elkaar op voor de paai. Koppen, kruisingen en ingangen van sloten zijn dan vaak topstekken waar je vaak meerdere snoeken kunt vangen. Wat in ieder geval vaststaat is dat de witvis massaal overwintert tussen de van bebouwing voorziene stukken polder. Zeker na de korte maar koude ijsperiode van vorige week.


Het duurt dan ook niet lang voor Jan-Willem tussen de bebouwing een snoek haakt.



Tijdens het onthaken zien we uit zijn strot de kop van een witvisje steken. Een gedekte tafel hier voor de rovers!



Het snoekje voelt lekker rond en volgevreten aan. Dat de Pako PS ondanks het verteren van een eerdere hap toch genomen is, zegt wat over de uitdagende werking van dit lepeltje.



Na twee snoeken gemist te hebben op de Pako, verwissel ik de lepel voor de terrible spinner. Niet zonder resultaat, het levert me een keiharde aanbeet op. Zo hard, dat het lijkt alsof de spinner uit pure agressie aangevallen werd. Dat het de snoek menens was blijkt als ik mijn spinner zonder blad uit zijn muil haal. Het 35 mm terrible blad is er gewoon afgebeten.



Na de bouwing is een stuk water omringd door bomen aan de beurt. Dit is het water waar ik 9 december met Ap en Frits gevist heb. Toen wilde het op dit stuk niet lukken. Vandaag wel!



Na eerst een klein snoekje, is het ongeveer 100 meter verderop weer raak voor Jan-Willem. Maar deze keer is het geen klein snoekje. De spinhengel van Jan-Willem neemt de vorm van een halve circel aan. Het duurt even voor het gevaarte op gang komt. We kunnen de snoek goed zien, zelfs het vol openen van de kieuwdeksels. Alsof ze zich wil opblazen om nog groter over te komen. Dan gaat ze ervandoor en de slip geeft een aantal meters nylon af. Dat doet ze een paar keer, maar wel steeds rustiger. Na de laatste uithaal vat ik de snoek achter de kieuwdeksels en overhandig haar aan haar trotse en blije vanger.



Tachtig centimeter snoek, gedrild en geland aan een Fair Play cobold vijfgrammer met 16% nylon. Grote klasse! Na deze snoek moet Paul ervan door, thuis wacht visite. Helaas zonder snoek, maar Paul kennende zal hij daar niet mee zitten. Jan-Willem en ik vissen nog een half uurtje door. We vangen niets meer, maar dat geeft niet. Het was mooi zo!

Groeten,
Peter

24 dec. 2007

De dag voor kerst

Maandag 24 december. Ik wil er nog even uit voor het kerst is. Gelukkig denken Frits en Paul daar hetzelfde over. Even lekker de laatste twee uurtjes van de dag samen tot het donker vissen aan een ontdooiende fortgracht.

Langs de oevers (en hier en daar ook over de hele gracht) ligt nog ijs. De groene wereld doet grijs en grauw aan op de dag voor kerst. De rovers zijn, zoals te verwachten, niet los. Na eerst een baarsje is het een snoekje dat het Pako PS lepeltje verhinderd verder te 'zwemmen'.

En dan komen de lieslaarzen toch nog van pas vandaag.

Het ijs moet letterlijk gebroken worden.

Niet groot, maar wel een visdag waar ik nog lang, en met net zo'n zelfde big smile als op de foto, aan terug zal denken.

De Fair Play cobold spinmatic vijfgrammer en Pako PS lepels (beiden made in Holland, en nog steeds gewoon te verkrijgen): een combinatie die onder bijna alle omstandigheden kan worden ingezet.

Groeten,
Peter

23 dec. 2007

Baars

Zondag 23 december. Het heeft er de hele week om gehangen, kunnen we wel of niet vissen vandaag. Frits was gepromoveerd tot ijsmeester en hield het groeien van het ijs in de gaten. Gisteravond was het erop of eronder. Frits had goed en slecht nieuws voor ons: de polders liggen allemaal dicht, maar in het diepere kanaal kan gevist worden. En zo zit ik dus vanmorgen ondanks het aangekondige weeralarm om 8.00 uur in de auto richting Den Helder. Ap mag nog wat langer achter het stuur zitten, het maakt hem niet uit, hij is niet voor een kleintje vervaard. En zo kan ik om even over 9.00 uur de handen schudden van Ap, Frits en Paul.

De mannen hebben de tijd vandaag, ik moet om uiterlijk 13.00 uur weer in de auto zitten. Bij het water aangekomen ziet het er veelbelovend uit. De dooi heeft flink huisgehouden, het hele kanaal is vrij van ijs. Geen snoek, de baars is het hoofddoel van vandaag.


Het begint meteen al goed, Ap haakt op zijn eerste worp een baarsje. Niet veel later veert het sprietje van Frits ook op en neer. Twee baarsjes in een paar minuten tijd!

Na de snoekbaars is de baars een van de wispelturigste vissen die hier in Nederland rond zwemmen. Als Paul en ik klaar zijn met optuigen en onze twistertjes te water laten is het over. Vele worpjes worden door ons vieren gemaakt. Verticalend worden de mooiste kantjes afgepeuterd maar zonder resultaat. Hier zijn in het verleden grote aantallen, maar ook grote baarzen door ons gevangen. Met die gedachte in het achterhoofd loop ik richting een brug. Baarzen liggen soms massaal rond bruggen te wachten op visjes. De monotone stuctuur van een kanaal wordt rond een brug doorbroken. Vaak is het daar ook iets smaller en staan er soms peilers in het water. En wat te denken van de dukdalven die rond de bruggen staan.

De ene kant van de brug leverd geen tikje op. Aan de andere kant is het op mijn eerste worp raak. Ik zit vast, vast aan een grote baars. De vijfgrammer gaat lekker rond onder bonkend geweld. Een grote baars kan op ultra licht materiaal laten zien wat ie waard is. En dat doet ie dan ook!


De baars is de kleinste rover van ons zoete water, maar wat zijn uiterlijk betreft zeker de mooiste.

Het blijft rond de brug bij slechts 1 baars. En ook de vismaten lukt het niet een gestreepte roofridder tot een echte aanbeet te verleiden. Slechts wat gepulk (staart bijters) aan het staartje van het shadje of het twistertje, maar meer niet.

Tijd voor een ander water. De twistertjes en shadjes worden vervangen voor spinnertjes, lepeltjes en de streamer. Eens kijken of de snoek wel zin heeft! Hier staat minder water, en langs de oevers liggen kleine plezierbootjes afgemeerd. Onder zulke bootjes vinden snoeken vaak een schuilplaats, zeker nu het water vrij is van natuurlijke schuilplaatsen. Hier blijven we een uur, en besluiten na 0% medewerking van de rovers terug naar het kanaal te gaan.

Daar aangekomen rest me nog een kwartiertje vistijd. Het is nu wat warmer geworden. Sterker nog, het is heerlijk om nu buiten aan het water te staan. Het zonnetje geeft me een soort van voorjaarsgevoel. Dat heeft ook zijn uitwerking op de baars. We krijgen nu regelmatig bijna sabbelige tikjes op ons kunstaas. Zelfs een nog kleiner twistertje trekt ze niet over de streep.

Maar dan op een van mijn laatste worpjes, want ik moet echt weg, is het een baars te veel geworden. Het geknabbel deed mini baarsjes vermoeden. Eenmaal op het gras blijkt dat ze gewoon lui en traag zijn. Een dikke geblokte baars, met een oude "oorlogswond" in de vorm van een ingekorte rugvin mag op de foto.


Tijd om afscheid te nemen en naar huis te gaan. Mannen het was weer gezellig!

Groeten,
Peter

17 dec. 2007

IJs en weder dienende

Zondag 16 december. Gisteravond belde Paul mij. Dat doen we wel vaker op zaterdagavond, gewoon even bijpraten. De afstand Monnickendam-Den Helder is te groot om even een bakkie te doen. Met Paul heb ik het afgelopen jaar veel informatie uitgewisseld. Niet over stekken, maar over materiaal. De opgedane ervaring aan de waterkant delen met elkaar, via het internet maar ook gezellig aan de telefoon. Dit telefoongesprek gaat over Frits. Nee we hebben niet geroddeld over een goede vriend en vismaat. Frits heeft zaterdag een snoek van 92 cm gevangen. Gevangen op een onverzwaarde twister gevist aan een driegrammertje. Geweldig!

Op de vraag of ik morgen nog ga vissen, is mijn antwoord 'ja'. Het voornemen was om vandaag samen met Jan-Willem door de polders van Wilnis te struinen. De vorstvoorspelling dreigt roet in het eten te gooien. In de kop van Noord Holland is het bijna altijd een graadje warmer in deze tijd van het jaar. En om heel eerlijk te zijn heb ik ook wel zin om die kant op te gaan. En niet alleen omdat Frits een zoetwaterkrokodil gevangen heeft; het is altijd prettig vissen daar samen met de mannen. Nadat ik Paul "opgehangen" heb, bel ik met Jan-Willem en Frits. Een afspraak voor vandaag om samen te vissen wordt gemaakt.

Vanmorgen zitten Jan-Willem en ik om 9.00 uur samen in de auto naar Paul en natuurlijk naar de koffie. Leuk, de laatste tijd drinken we eerst bij een van de vismaten koffie voor we naar het water gaan. Als we daar om even over tien uur arriveren is Frits er al. Die moeten we natuurlijk eerst even feliciteren! Na de koffie rijden we met z'n vieren in twee auto's naar de polder. Hopelijk ligt het daar open. Onderweg naar Den Helder hebben Jan- Willem en ik volop ijs gezien op de kleinere slootjes.

De polder ziet er prachtig uit. Frits en Paul hebben geen woord te veel gezegd. Er is helaas wel een minpuntje......ijs. Een dun vliesje zorgt er voor dat wij ons kunstaas niet nat kunnen maken. Struinen dan maar, op zoek naar open water. Dat vinden we, maar het houdt niet over. Tussen het ijs liggen grote windwakken, en op sommige stukken ligt er ijs lang de kanten. Dat laatste is geen probleem, er kan gevist worden. Ook rond de bruggetjes ligt het open. Het heeft wel wat, vissen in een winterse polder. 's Zomers vissen we tussen de open stukken tussen het wier en lelliebedden, maar vandaag gaan we ook op zoek naar open stukken. Frits in eerste instantie met de vliegenhengel, Jan Willem, Paul en ik met vijfgrammers.

We wandelen langs prachtig water dat deel uit maakt van een natuurgebied. Verschillende soorten eenden liggen verderop bij elkaar samengeschoold op een kunstmatig aangelegd meertje. Je ziet dat steeds vaker, van die ondiep uitgegraven vennetjes. Een bron voor een heleboel waterleven. Dat daar niet gevist mag worden is duidelijk, er staat een hek omheen. Als de vorst doorzet is het daar over met de pret voor de watervogels. Een statige bergeendmannetje (woerd) loopt al over het ijs dat vannacht langs de rand van het meertje is ontstaan.

De poldervaart maakt een bocht, en daar heeft de wind het water gedeeltelijk ijsvrij gehouden.



Helder en ijskoud water wordt bestookt metPako lepeltjes, spinners en de streamer. Vele prikworpjes worden gemaakt zonder een teken van leven te voelen of te zien. Wat ik vooral mis zijn kleine visjes in het water. Die zijn waarschijnlijk afgezakt naar diepere plekken. Dat de snoek volgt lijkt me logisch.


Bij een kruising met twee bruggetjes ligt het water open. Meerkoeten zijn daar druk aan het duiken. Een goed teken: er zitten hier driehoeksmosseltjes op de bodem. Rond de twee bruggetjes is het ook nog eens aanzienlijk dieper. Hier moet vis zitten, en dat zal ook blijken. Tot twee keer toe ben ik de gelukige die het aan de spinstok krijgt met een snoek. De vreugde is tot twee keer toe van korte duur. In beide gevallen lost de snoek de haak. De tweede aanbeet was zo flauw, dat ik zelfs dacht aan de bodem vast te zitten, tot het vermeende obstakel in beweging kwam. Ze liggen er, maar daar is ook alles mee gezegd.

Ondertussen is de ochtend overgegaan in de middag. We zijn diep achterin deze polder beland, en geen van ons heeft een snoek geland. Terug dan maar.... Al vissend en zoekend viel het niet op, maar nu teruglopend blijken we een heel eind verwijderd van onze auto's. Bijna bij de auto's aangekomen besluiten we nog even niet te verkassen. Een dwarssloot die in verbinding staat met de polder waar we zojuist vandaan komen ligt open. De reden is ons al snel duidelijk: er staat een behoorlijke trek in deze sloot. In de zomer niet verkeerd, maar nu de vissen er alles aan doen om energie te sparen is dat minder. De vissen moeten in beweging blijven en dat kost energie. De geschoonde sloot biedt ook geen begroeiing waaronder de vissen zich op kunnen houden. Bij een bruggetje over deze sloot haakt Paul een snoek, maar ook deze lost de haak. Bij de andere bruggetjes is en blijft het stil. Hier dus ook geen snoek, zelfs niet een baarsje.

Dan maar de bebouwing opzoeken, en hopelijk ligt daar geen ijs. Tussen de huizen loopt een mooie brede vaart. Vele visloze worpjes worden gemaakt door ons. Opeens is er dan uit het niets een flauwe aanbeet. In een reflex zet ik de haak. Hangen!!! Even lijkt het of de vis op zijn plaats blijft liggen. Als ik het glasvezel flink rond trek komt er beweging in. Snoek, 'hopelijk schiet deze niet los' gaat er door me heen. Als de snoek zich de eerste keer laat zien, blijkt dat de haak zich buiten de bek bevindt. Ook deze rover ging er niet vol overgave voor. Miste de spinner op een haar, en werd als nog boven de getande muil gehaakt.



Voor het vierde water dat we gaan aandoen moeten we een stuk rijden. Afgelopen januari heb ik hier samen met Paul en Frits gevist, en hebben we hier snoeken gevangen. Dit water is op een paar stukken na geheel met ijs bedekt. Frits vliegenlat heeft plaats gemaakt voor de spinhengel. Het resterende deel van vandaag vissen we alle vier met spinhengels. Pako lepels, en spinners wisselen elkaar af. Zonder resultaat, en we weten dat ze hier absoluut liggen.

Het vijfde en laatste water wat we aandoen is een soort van fortgracht. Zeker al twee eeuwen oud, breed en er staat behoorlijk wat water. Kan het nog mooier? Ja, want er ligt hier geen ijs. Hier hadden we veel eerder naar toe moeten gaan, maar dat is achterafgepraat. Een ideaal water om met de Pako PS te bevissen. Aan de oever aan de overkant staan bomen, met takken die soms het water raken. De Pako werp ik onder die bomen, en laat hem dan afzakken. Door het hier heldere water kun je de lepel prachtig naar de diepte zien dwarrelen. In de koude periodes zoeken de snoeken elkaar op. Dat blijkt ook hier. Frits en ik staan bijna naast elkaar te vissen. Een grote kolk verraadt een snoek die de lepel van Frits mist. Op bijna hetzelfde moment krijg ik een echte keiharde aanbeet op mijn lepel. Deze hangt, en goed ook. Geen grote snoek, maar op een dag als deze zeer welkom.



Ik heb het snoekje maar net terug gezet of we horen Jan-Willem fluiten. Jan-Willem had zich voorgenomen niet snoekloos Den Helder en omgeving te verlaten. Hij heeft woord gehouden! Een zelfbouwspinner met op de haak een twistertje deed het snoekje toehappen. Zo gek kan het lopen uren niets, en dan drie aanbeten achter elkaar.



Even denk en hoop ik op het scenario van afgelopen zondag, toen we meerdere snoeken achter elkaar vingen. Het lijkt er even op, maar vandaag gebeurt dat niet. We blijven hier vissen tot 16.00 uur om daarna richting huis te gaan. Frits krijgt tot twee keer toe een flinke baars achter zijn lepel aan. Een echte aanval wordt niet ingezet. De baars verdwijnt tot twee keer aan toe de diepte in om daarna zich niet meer te laten zien.

Groeten,
Peter

9 dec. 2007

Meteen voel ik dat dit een grote snoek moet zijn

Snoek 84 cm

Zondag 9 december 2007. Bijna onder mijn voeten, op een plek waar Frits zojuist nog zijn streamer liet zwemmen, is het raak. Goed raak! Meteen voel ik dat dit een grote snoek moet zijn. Ap, die bijna naast me staat, roept 'dat is een karper!'. Opborrelende bellen doen ook aan karper denken. 'Nee, het is geen karper, maar een snoek', zeg ik. Deze snoek lag letterlijk op de bodem in de uitgesleten en diepere kant. Zij neemt een flink schot over het midden richting de huizen aan de overkant. Daar staat bijna geen water. Tot drie maal aan toe komt de snoek helemaal het water uit. Door de ondiepte wordt zij genoodzaakt het luchtruim te kiezen. Dit is achteraf gezien de meest spectaculaire snoekdril die ik tot nu toe heb mogen meemaken. Zo'n snoek en dan gevangen aan een vijfgrammertje en 16% nylon...

Groeten,
Peter

4 dec. 2007

Snoekweer

Zondag 2 december. De hele week heb ik uitgekeken naar vandaag, en na het "lepelen" van afgelopen woensdag helemaal. De weersvoorspellingen zijn net als vorige week zondag bar en boos. Toen viel het achteraf mee, hopelijk vandaag ook. Aan de andere kant; het is december! Regen en een krachtige wind, dat noemden we "vroeger" snoekweer. Gewoon lekker vissen dus, ik zie wel wat er komt. Om 9.30 uur leg ik de cobold vijfgrammer achterin de auto samen met het struintasje.
De polder ligt er prachtig bij als ik de auto parkeer. Dreigend en uitdagend tegelijk, zo hoort het ook in deze tijd van het jaar. Van de hier aanwezige boerenkarpers geen tekens meer, die liggen samengeschoold in afwachting op voor hun betere tijden. De keuze voor het kunstaas voor vandaag is makkelijk. Een lepeltje! Dat Pako lepeltje maakt vissen met de vijfgrammer nog aantrekkelijker dan het al is. Naast stompe spinnertjes met een blad van 25 mm, en (terrible) spinners met een blad van 35 mm kun je dit 65 mm lange lepeltje er ook aan vissen. Zeker als het weer het toelaat is de vijfgrammer nu dus een echte allround spinhengel geworden. Een hengel(tje) waarop zelfs een klein snoekje kan laten zien wat ie waard is. Maar waarin ook de grootste poldersnoek haar meerdere moet erkenen. Dat laatste vergt wel wat meer ervaring van de gebruiker. De vijfgrammer is dus geen instap model spinhengel voor de polder.

Een Pako PS lepeltje wordt aan het dunne staaldraadje gehangen. Afgelopen woensdag heb ik met de geel/witte kleurstelling gevist. Die deed het verrassend goed, en blijft daarom in spinnerdoos. Gepolijst RVS is de kleurstelling die vandaag mag dwarrellen in het polderwater. Deze lepeltjes zijn helemaal nieuw voor mij, en voor je het weet heb je een uitvoering waar je volledig opgaat vertrouwen.


Over vertrouwen gesproken, dit lepeltje ziet er in het water heel natuurgetrouw uit. Net een speels en dartelend voorntje, zoals je ze vaak bezig ziet in de warmere maanden. Nu de watertemperatuur met een rotgang naar beneden is gezakt heb ik in iets groter kunstaas meer vertrouwen. Dat dit stukje metaal ook nog eens super traag en op verschillende manieren naar binnen gevist kan worden maakt het nog aantrekkelijker voor mij. En niet alleen voor mij. Het eerste snoekje van vandaag is een echte mini. De kop is kleiner dan het lepeltje. Een leuk plaatje, en onbedoeld sta ik ook zelf op de foto. In spiegelbeeld, maar toch!

Dieper de polder in wordt de sloot steeds smaller. Uitgelezen water voor de ultra-lichte spinhengel. Vele worpjes worden gemaakt, en op de uitdagende stukjes dartelt het lepeltje meerdere keren voorbij. Snoek kom ik hier niet meer tegen. Tijd voor een andere polder.

Terug bij auto begint het echt flink te regenen. Op een halfuurtje autorijden ligt een breed polderwater langs een weg en met aan weerskanten bomen. Bomen die voor beschutting zorgen, niet tegen de regen, maar wel tegen de wind. Nu het weer langzaam bar en boos begint te worden kan hier nog prima met de vijfgrammer worden gevist. Met een terrible spinner zou zuiver werpen waarschijnlijk makkelijker geweest zijn, maar het gaat.

Een draaiing in het water ter groote van een flink wiel verraadt een jagende snoek. Meestal is dergelijk tumult aan de kleinere exemplaren toe te schrijven. Na de tweede worp over de plek des onheils heen is het snoekmans te veel geworden. Voor de zekerheid tik ik nog een keer na, als het lepeltje met bruut geweld gestopt wordt. Hangen, en meteen flinke weerstand aan de andere kant. Geen gigant, maar op de UL spinhengel.....prachtig.

Na een paar flinke uithalen onder de bijna rondgetrokken vijfgrammer (echt een fantastisch hengeltje) kan ik de rover achter de kop vatten. Een paar meter verderop staan een aantal uit de kluiten gewassen paddestoelen met het formaat van kleine pannenkoeken. Samen met de snoek een prachtig plaatje, schiet er door me heen. Een mooi Hollands herfst tafereeltje. Ook langs deze poldersloot blijft het bij een snoek. Het is bijna 14.00 uur, als ik nat tot op mijn ondergoed de vijfgrammer en het struintasje weer achterin de auto leg. Voor geen goud had ik het willen missen!

Groeten,
Peter