28 mei 2007

Brasem-invasie

Zondag 27 mei. Vanavond zou ik een topavond hebben beleefd, als ik brasemvisser zou zijn geweest. Op de voerplekjes die ik gemaakt heb, leek soms of het water kookte. Enorme bellenplakkaten dreven aan de oppervlakte op de plekken waar de maiskorrels op de bodem lagen. Een brasem-invasie. Dit jaar heb ik tot nu toe niet veel "last" van de grote platten gehad, maar vanavond heb ik een inhaalslag gemaakt. Groot en dik waren ze, en mooi brons van kleur. Vissen van rond de halve meter met uitschieters naar boven hielden me flink bezig.


De eerste vis van vanavond was wél een karper. Een wilde karper van 66 cm, die de glasvezel penhengel diep liet buigen, en meters nylon door de slip van de ABU 44 trok. Na het karpergeweld, werd het een avond vol brasemgeweld. Geweld niet qua kracht en uithoudingsvermogen, maar de bodem werd met geweld voor mijn neus omgewroet tot de laatste maiskorrel gevonden was. De aanbeten volgden elkaar in een rap tempo op. Om eerlijk te zijn, ik heb genoten.

Groeten,
Peter

26 mei 2007

Met de waker en de pen.

Vrijdag 25 mei. In het verslag over experimenteren met de waker, schrijf ik dat de Hardy Trotter met pensioen gaat. De reden hiervoor is dat deze hengel erg oud is. Als 16-17 jarige jongen kon ik me niet meer dan een karperhengel veroorloven, en de Trotter werd dan ook voor al mijn karpervisserijen ingezet. Een aantal oogjes heb ik zelf door de jaren heen vervangen, deze hengel is letterlijk bijna op gevist. Er kleven heel mooie vismomenten aan deze hengel, en daarom wil ik hem zo laten als hij nu is. Gelukkig heb ik nog een prachtige Hardy Richard Walker Avon, die iets lichter is dan de Trotter. De plaats van de Trotter is ingenomen door de medium tapered CJW boron/grafiet. Maar ik heb nog een heel mooie penhengel voor het karpervissen in de polder, zeker wat verder in het seizoen. Een medium tapered CJW Heavy van... glasvezel, en met deze hengel ga ik vanavond vissen.

Geen moderne Shimano of Shakespeare werpmolen tussen de ringen maar de oude vertrouwde ABU Cardinal 44. Een viertal voerplekjes maak ik met de bedoeling die een voor een met de waker te bevissen. Al snel blijkt dat deze polder zich niet leent voor het vissen met de waker. De bodem is te zacht en blijkt bedekt met plantenresten. De lijn loopt vast in de modder en het vuil, en de meeste aanbeten die ik krijg zetten niet door. Bij controle blijkt keer op keer dat het lood is vastgelopen in een pluk bodemvuil. De aanbeten die ik weet te verzilveren leveren twee dikke brasems en een klein karpertje op.

Tegen donker wordt er flink geaasd en ik besluit de waker te wisselen voor de pen. Het kleine BB loodje knijp ik op zeker 40 centimeter van de haak. Vissend op een meter of 3 uit de kant loopt het pennetje langzaam weg en haak ik een sterke vis. De slip van de ABU 44 krijst het uit, wat een sound. De slip zit in het carter van deze werpmolens, en dat carter doet dienst als een soort klankkast. Nee, de slip is lang niet zo goed als die van mijn Shimano's, maar het geluid is fantastisch.

De karper blijkt er een te zijn van het wilde type, slank, sterk en gebouwd op snelheid. Als ik na een mooie en spannende dril de karper in het net meet blijkt deze 70 cm lang te zijn. Na een moeizame start met de waker vanavond, bracht een licht pennetje hier uitkomst.

Groeten,
Peter

17 mei 2007

Experimenteren met de waker

Donderdag 17 mei. Vanmorgen heb ik om 8.00 uur met Jan-Willem afgesproken in een polder bij hem in de buurt. Karpervissen, niet met de pen maar met de waker. Jan-Willem heeft diverse montages meegenomen, en het is me al snel duidelijk dat er veel verbeterd is op het gebied van wakervissen. Tegenwoordig freelinen genoemd. Ik heb alleen een hengel meegenomen en een werpmolen, de rest leen ik van Jan-Willem. De hengel die ik heb meegebracht is 2 jaar oud, maar heeft tot vandaag de waterkant nog nooit gezien. Het is een CJW boron/grafiet Light, toen gekocht als opvolger voor mijn oude Hardy Trotter. Na de successen van de afgelopen weken en meer dan 20 jaar visplezier gaat de Hardy nu echt met pensioen. Hopelijk beleef ik met de boron/grafiet net zulke mooie momenten als met mijn eerste echte karperhengel. De werpmolen die tussen de Fuij reelhouder wordt gemonteerd is een Shimano Biomaster 2000, volgespoeld met 18% Trilene MAXX nylon.

Voor het eerst sinds lange tijd knoop ik weer een rig, en gelukkig ben ik dat nog niet verleerd. Boven de aan de nylon geknoopte rig komt een soort rubber kraal. Die rubber kraal gaat over het bovenste oogje van de wartel, en daarboven komt een 8 grams schuifloodje. Een schuifloodje met daaraan een soort van groot oog. Dat grote oog wordt afgestopt op de kraal en de nylon heeft op deze manier genoeg ruimte om heen en weer te bewegen zonder vast te lopen. Op de (lange) hair worden 4 maiskorrels en een mini boilie via een boillienaald geschoven. Een grasspriet doet dienst als stopper. Wakervissen anno 2007, er is een hoop veranderd sinds de laatste keer ik met de waker heb gevist! En dan heb ik het nog niet eens over de wakertjes gehad die Jan-Willem heeft meegenomen. Zelf vist hij vandaag met een waker waarvan het koordje op een oprolsysteem zit. Je kunt het koortje zo lang of kort maken als nodig is.


Een ding is niet veranderd, en dat is de spanning. Een langzaam omhoog kruipende waker, soms even stoppend of juist heel rap omhoog knallend richting de hengel. En hoe dat ook alweer is, zou ik vandaag snel ervaren. Vanuit mijn ooghoek zie ik langzaam de waker omhoog kruipen richting de hengel. Als de waker bijna bij de hengel is aangekomen zwiep ik deze uit de steunen. Hangen en het is een grote! De vreugde is echter van korte duur, de lijn wordt kapot geschuurd op een onderwater obstakel. Man, wat baal ik hiervan, en als ik de lijn over een stuk hout heen haal blijkt dat deze niet slijtvast is. Wat een verschil met Maxima. De eerste karper sinds jaren op de waker, en die dan verspelen door een zwakke schakel in het materiaal.


Maar.....ik krijg een herkansing. En geloof me, een dril met de billen tegen elkaar geknepen, want als ik de eerste keer de karper zie, blijkt het een spiegel te zijn. En dan speelt die eerder verspeelde karper wel door je gedachten.

Deze keer lukt het me om de karper uit de troep onder de overkant te houden, en mag ik samen met "mijn" tweede spiegel van 2007 op de foto. De eerste gelande karper op de boron/grafiet, en dan meteen een mooie dikke spiegel. Een mooi debuut voor de opvolger van de Hardy Trotter.

In de loop van de middag laat het weer zich ook van zijn goede kant zien, en wordt het zelfs zeer aangenaam. Tegen de verwachting in loopt de karperactiviteit juist terug in plaats van dat er flink geaast wordt. Jan-Willem vangt nog een dikke polder brasem, en ik krijg nog een hele snelle aanbeet waarop ik niet eens kan slaan. Verder blijven onze wakers bewegingloos hangen tussen het startoog en de werpmolen. Om 15.30 uur besluiten we te stoppen, en komt er een eind aan deze gezellige en voor mij leerzame visdag. Jan-Willem bedankt!

Groeten,
Peter

14 mei 2007

Opstekers tussen de vlees- en melkkoeien

Zondag 13 mei. Vanmorgen heb ik Jan-Willem via de telefoon gefeliciteerd met zijn verjaardag, en daarna hebben we nog "even" over karpervissen met de waker gesproken. Een jaar of twintig geleden was deze manier van karpervissen heel gewoon. Tegenwoordig zie je nog maar zelden een karpervisser met een waker op korte afstand vissen. Wakervissen en in mindere mate ook pen en korstvissen zijn verdrongen door het vissen met vastlood. Bij het vissen met de waker kun je net zoals met vastlood in het midden of bijvoorbeeld onder de overkant vissen. Zeg maar plaatsen waar je met een pennetje niet of moeilijk bij kunt komen. Het grote verschil tussen vissen met een waker en met vastlood is dat de visser zelf de haak zet. Bij gebruik van vastlood haakt (prikt) de vis zichzelf. Een losgedraaide molenslip of ingeschakelde baitrunner voorkomt dat de geschrokken en vluchtende karper niet de hengel uit de steunen (tegenwoordig rodpod) trekt. Vis je met een wakertje dan wordt er gebruik gemaakt van een licht schuifloodje, en bij zwaarder aas (aardappel) is dat vaak niet eens nodig. Wordt het aas door de karper genomen, dan zal de waker omhoog "klimmen" of zakken. Het is aan de visser om het juiste moment te bepalen om de haak te zetten. Karpervissen met vastlood is een uitkomst op rivieren en ander groot water dat al dan niet in beweging is, en uiteraard op grote afstanden. In de polder en aan de meeste cultuurwatertjes, kan prima met de waker gevist worden indien de omstandigheden (azende vis aan de overkant) daarom vragen.

Het is de bedoeling om de komende week weer eens samen met Jan-Willem met de waker te experimenteren. Een mooie aanvulling op het vissen met de pen en de korst.

Vanavond ga ik op karper vissen in de polder en met de pen. Door deze polder lopen een aantal vaarten, en behalve wilde karpers zwemmen er ook schub- en spiegelkarpers. Een polder met een gevarieerd karperbestand dus. Wat voor de karpers geldt, geldt ook voor de hier rond lopende koeien. Op het eerste weiland dat ik oversteek wordt ik nieuwsgierig gevolgd door vleeskoeien. Ze volgen me van het ene hek naar het andere, en vanaf daar lopen ze langs de overkant met me mee. Als ik een voerplekje maak, worden mijn verrichtingen zorgvuldig gevolgd.

Het weiland waar ik me nu op bevind is vrij van koeien, maar op het weiland achter me lopen melkkoeien. Als ik later op de avond in de sloot tegenover deze koeien ga vissen word ik aandachtig in de gaten gehouden door een herkauwende dame aan de overkant.

Lopend langs het water zag ik ze al, puntige rug en staartvinnen. Zo te zien zijn de brasems de afgelopen week massaal de ondiepere slootjes uit getrokken. En.... ze zijn hongerig na de afgelopen weken flink de liefde te hebben bedreven. Gevolg opstekers in plaats van een traag weglopend pennetje.

Geen karper vanavond in mijn landingsnet, maar wel een paar beste brasems. Veel vissers weten of geloven het niet, maar in de polder zwemmen vaak de grootste brasems. De grootste brasem van vanavond heb ik gemeten en gefotografeerd. Met 53 cm een echte vloermat.

Groeten,
Peter

7 mei 2007

Boerenkarper

Zondag 6 mei. Vanmorgen loopt de wekker om 4.30 af, en voor de zekerheid heb ik aan Jan-Willem gevraagd om mij te bellen als hij van huis gaat. Om 5.00 uur ontmoeten Jan-Willem en ik elkaar op een parkeerplaats om vanaf daar samen naar Anna Paulowna te rijden om op boerenkarper te vissen. Om 6.03 uur komen we daar aan. Frits staat al op ons te wachten.

Visserijonderzoekers van de Wageningse universiteit hebben een aantal jaren geleden in samenwerking met de OVB vastgesteld dat in de polders rond Anna Paulowna nog boerenkarpers zwemmen. Wat me van de bezoekjes aan deze polder van vorig jaar bijgebleven is, is de kracht van deze karpers. Zijn de wilde karpers die in de Zaanstreek/Waterland rondzwemmen al geen "lieverdjes", de karpers in de Anna Paulowna-polder gooien daar nog een schepje boven op.

Het is sowieso leuk om weer eens in de polders bij Frits te vissen. De laatste keer was afgelopen Januari , en dat was op snoek. Een prachtige polder, en ook nog eens samen met twee goede vismaten, dat belooft wat voor vandaag.

Tijdens onze wandeling dieper de polder in, zien we ze al. Nou ja, modderwolken en v-vormige golven verraden de weg vluchtende boerenkarpers. Man, wat zijn die beesten schuw - bij de kleinste beweging gaan ze ervandoor. Daarom gaan Frits en ik vissen met 1.25 Lbs medium tapered penhengels (CJW & Hardy), en Jan-Willem met een 1.75 Lbs (Temming Traditional) medium/slow tapered penhengel. Onder een zachte en vaak trage slow tapered penhengel gedraagt de karper zich in de regel rustiger dan onder een medium tapered penhengel. Een boerenkarper wil slechts een ding nadat hij in aanraking met de haak is gekomen, en dat is vluchten. En dan heb je met een slow taper vrijwel niets in te brengen, zeker als deze langer is dan 12 ft en een lichte testcurve heeft. Je mist de ruggegraat, ook wel reserve genoemd, die een goede medium/slow of een medium tapered penhengel bezit.

Deze polder en de hier aanwezige karpers doen sterk denken aan de polders bij mij in de buurt. De polders waarin ik het vissen geleerd heb, en mijn eerste karpers gevangen heb. Alleen moet je hier nog voorzichtiger de karpers benaderen. Op een kleine vijftig meter uit elkaar maken we onze voerplekjes en niet veel later zitten we te vissen. Zitten op je kont of liggen op je buik om jezelf zo onopvallend mogelijk te houden. Als ik vanmorgen de eerste torpedo van vandaag sta te drillen, komen Jan-Willem en Frits naast me staan om mee te genieten. Daarna bewonderen we gedrieën de krachtpatser op de kant in het net.

Dat deze polder me goed ligt blijkt al snel, want ook de tweede karper van vandaag wordt onder een Hardy gedrild.

Dan is Jan-Willem aan de beurt en ook zijn hengel buigt tot in het kurk. Als je de foto (boven) bekijkt dan kun je maar moeilijk bevatten dat het karpertje op de foto hieronder daarvoor verantwoordelijk is!

Een karper(tje) van nog geen 50 cm die een 1.75 Lbs hengel krom zwemt tot in de kurken, en een paar meter nylon door de slip trekt, dat is toch ongekend?

Na twee karpers houd ik het op mijn eerste voerplekje voor gezien, en besluit het een stuk verderop te proberen. Op een afstand van een meter of tien verplaats ik me voorzichtig langs het water. In een open stuk tussen twee rietkraagjes in spot ik een grote karper. Nog voorzichtiger dan net sluip ik naar de oever. Een paar korrels mais strooi ik een voor een op een meter of drie van de karper in het water. Hopelijk zwemt hij straks deze kant op. Het is mijn bedoeling om de haak met maiskorrels straks voorzichtig te laten zakken op de plek waar ik heb gevoerd.

Op het moment dat ik mijn haakaas laat zakken naar de bodem verbaast het me dat het op deze plek zo ondiep is. De dobber ligt plat op het water. De reden daarvan blijkt niet de bodem, maar de karper die ik zo juist zag. Want als ik mijn tuig uit het water wil halen, blijkt dat ik de maiskorrels voor de bek van de karper heb laten zakken. En die karper is het daar niet mee eens en meters lijn worden door de slip van de werpmolen getrokken.

Tijdens de dril maakt Frits de foto hierboven. Een foto waar ik heel blij mee ben, en die behalve het moment ook de buiging van de hengel laat zien. Als je de foto aanklikt dan kun je het nog beter zien. Ook een goede medium tapered penhengel buigt over de gehele lengte van de hengel tot in de greep. Absoluut geen topaktie of een buiging tot net na de sluiting, zoals je soms leest in boeken en op forums.

Eenmaal op de kant heb ik bij deze karper toch wel mijn twijfels. De bouw en buikomvang doet een schubkarper vermoeden en de lengte van 70 cm ook! De buikomvang is kuit en dus te verklaren. Hoe het ook zij, ik ben heeeel blij met deze karper en voor de foto fatsoeneer ik mij enigzins door mijn ondertussen smerige en stinkende jas even uit te doen.

Gelukkig is het hierna de beurt aan Frits (die zich ondertussen alweer door een aantal brasems heen heeft geworsteld) om met een karper op de foto te gaan. We hebben op dat moment alledrie karper gevangen vandaag.
In mijn eentje struin ik een stuk dieper de polder in op zoek naar karper. Helaas is de wind zoals voorspelt behoorlijk in kracht toegenomen. De wind komt van de overkant en achterin vind ik stuk waar bomen zijn gepland. Daar vang ik mijn vierde en laatste karper van vandaag. Omdat hier weinig wind staat en ik in het midden karpers onder het wateroppervlak heb zien "hangen", kan ik het niet laten om een poging met de korst te wagen. Het lukt wel om de interesse van de karpers te wekken voor de gestooide korsten, maar de korst aan mijn haak wordt niet genomen.

De laatste anderhalf uur van vandaag vissen we gedrieën op het beschutte gedeelte. Op een plek langs de oever waar ik eerder korsten heb gestrooid haakt Jan-Willem twee karpers op de bodem met mais. De eerste weet helaas de bomen aan de overkant te bereiken, met lijnbreuk tot gevolg. De tweede weet hij wel uit de takken te houden, en mag samen met zijn vanger (met big smile) op de foto.

Frits doet de laatste anderhalf uur ook goede zaken. Bij een bruggetje een stukje verderop moet hij alle zeilen bijzetten om deze karper te landen. Het laatste deel van de dril geniet ik mee naast hem op de brug, om vervolgens de karper met het net voor hem te landen.

De laatste karper van deze zeer geslaagde visdag met een gezamelijke vangst van negen karpers is ook voor Frits. Een echte oud-strijder, ik bedoel natuurlijk de karper :-), met een afgesleten rugvin en een gehavende staart. Om 16.00 uur zitten Jan-Willem en ik weer in de auto, maar nu richting huis. Tijdens de terugreis, die een uur duurt, praten we honderduit over polders, hengels en karpers, maar vooral over boerenkarpers. Mannen, het was fantastisch om samen met jullie door de polder te struinen!

Groeten,
Peter

1 mei 2007

Een SPIEGELKARPER in de polder


Maandag 30 april. Aan het eind van de middag ben ik naar de polder gereden, om tot het donker te vissen. Daar aangekomen maak ik eerst vijf kleine voerplekjes om daarna op mijn gemak de hengel op te tuigen.

Een mooie namiddag en avond met een lekker windje, twee schubkarpertjes, en een grote brasem. In het donker zit ik nog even na te genieten, op het laatste voerplekje waar ik nog niet op gevist heb deze avond.

Plots schuift een enorme schubkarper over de stek, ik weet niet wat ik zie. De haak met maiskorrels haal ik eruit en laat ik voorzichtig zakken in het spoor van de karper. De karper scharrelt rustig de voerplek af, op zoek naar de eerder deze avond gestrooide maiskorrels. Al scharreld en wroetend komt de vis bij mijn haak met maiskorrels terecht. De dobber komt in beweging en loopt langzaam weg. Als ik aantik weet ik niet wat me overkomt. Wat een enorme karper! Het is ondiep en ik zie hem goed voordat hij het midden opknalt en richting de overkant schiet. De slip van de kleine Pfleuger President krijst en meters lijn vliegen door de oogjes van de Hardy Trotter. Dan schiet de Hardy recht en is het over....de karper is los geschoten.

Waarom ik niet naar huis ga weet ik niet, maar ik besluit te blijven. De adrenaline giert door m'n lijf heen. Ik strooi wat maiskorrels op de voerplek en vis nog even door. Ik moet dit echt even verwerken - wat een karper, en wat een schot nam ie.

Ondertussen is het al flink donker aan het worden, maar het oranje/rode puntje van het hoog afgestelde Drennanpennetje kan ik nog goed zien. Smakgeluiden op een paar meter afstand verklappen karperactiviteit. Niet veel later komt de rug van een grote karper voor mijn neus door het wateroppervlak omhoog. Nee, hij is niet zo groot als de karper van net, maar ook deze is groot. De vis blijft hangen, en scharrelt rond. Soms ben ik hem even kwijt, maar dan zie ik weer wervelingen in het water. Dit is niet normaal, en ik hou het bijna niet meer. De karper zwemt richting het pennetje, en ik zie z'n staart zeker 70 cm achter het pennetje boven water komen. Het pennetje en de staart schuiven in hetzelfde tempo langzaam vooruit. Als ik contact maak met de karper blijft een explosie uit. Deze karper blijft heel rustig, en even denk ik zelfs een andere kleinere karper gehaakt te hebben. Maar nee, het is hem toch echt. De dril verloopt heel rustig, de karper blijft onder de top van de hengel zwemmen. Bij de eerste poging lukt het om de vis in het landingsnet te manouvreren. Geen spectaculaire dril, maar ik kan er deze keer niet mee zitten.

De echte ontlading komt bij mij als ik de vis in het net bewonder. Wat een prachtige spiegelkarper! Als het meetlint dan ook nog eens 82 cm aangeeft, heb ik het helemaal niet meer.





April 2007 is voor wat mij betreft een absolute topmaand geweest voor de karper. Op 1 april ving ik mijn eerste karper van dit jaar in de polder, en april sluit ik af met een spiegel van 82 cm.

Groeten,
Peter