29 apr. 2007

Met de penhengel struinen door de polder

Woensdag 25 april was het tien jaar geleden dat Francine en ik het ja-woord aan elkaar gaven.
Dit weekend zijn we samen naar Valkenburg geweest, en aan het eind van de zondagmiddag waren we weer thuis.


Daarna ook nog even de tijd gevonden om naar de polder te gaan. Deze keer geen van te voren gemaakte voerplekjes afvissen, maar vissen op het zicht. De wind bemoeilijkte dat enigszins maar het lukte me toch een aantal karpers te lokaliseren. Een wel heel mooie manier van penvissen, het besluipen van azende karpers. Een paar meter voor de karper de pen laten zakken en een aantal maiskorrels rond de pen gooien hopende dat de karper ze ondekt. Dit is het echte struinen door de polder. Vooral met een mestpiertje kun je op deze manier mooie momenten beleven. Maiskorrels zijn vaak nieuw voor de in de polder levende wilde karpers en worden zonder voor voeren dan ook niet altijd klakkeloos naar binnen gewerkt. Zoeken naar de karper en dan de koers bepalen waarvan jij denkt hoe de karper zal zwemmen. Vanavond leverde het struinen met de penhengel weer een prachtige wilde karper op.

Groeten,
Peter


22 apr. 2007

Wilde karpers, wat een krachtpatsers!

Zondag 22 april. Gisteravond heb ik nog laat gevoerd. Na een vervolgens onrustige nacht loopt vanmorgen om 5.45 uur de wekker af. Om 6.30 uur heb ik afgesproken met Jan-Willem op een kleine parkeerplaats hier in de buurt. Vanaf daar gaan we samen met mijn auto richting de polder. Na twee keer bij Jan-Willem in de polder op karper gevist te hebben, is hij vandaag bij mij te gast. Als we rond 7.00 uur in de polder de auto parkeren, staat ons nog een wandeling te wachten. Geen probleem, want wat is het toch mooi om door een ontwakende polder te wandelen. Tijdens onze wandeling komen we slob- en bergeenden tegen, en een broedende gans laat ons duidelijk horen dat we hier niet welkom zijn. Wees maar gerust, hier gaan we niet vissen, en nee, we zijn geen jagers die het voorzien hebben op watervogels. Wij gaan vandaag wel op jacht, maar niet met een vuurwapen. Onze wapens zijn van glasvezel en voorzien van een lange kurkengreep. De buit die we hopen te verleiden, is de wilde karper die na gemeten en gefotografeerd te zijn weer verder mag groeien.

Het is voor Jan-Willem de eerste keer dat hij op wilde karper gaat vissen. De wilde karper is ontstaan uit kruisingen tussen de oorspronkelijke karpers in de polders de boerenkarpers en de in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw uitgezette edelkarpers. Het resultaat hiervan is een slanke vis, die behoorlijke afmetingen kan bereiken en qua uiterlijk en uithoudingsvermogen sterk aan een boerenkarper doet denken.

Als we bij de voerplekjes zijn aangekomen drinken we koffie en ondertussen worden de hengels opgetuigd. Vissen we op cultuurwater graag met slowtapers (slanke hengels van dikwandig grafiet met weinig verloop qua diameter vanaf het topoog tot de greep), in de polder ben je beter af met een medium/slowtaper of een mediumtaper. Dat zijn hengels met een groter verloop in diameter van de top tot de greep en met een dunnere wanddikte. Deze hengels gaan net zo mooi rond op een karper als de slowtapers, maar er is meer kracht voor nodig. Hengels met reserve in het achterdeel dus, en dat heb je in de polder wel nodig.

De vandaag door ons gebruikte hengels zijn op glasvezelblanks afgebouwd, maar Cor Spinhoven bouwt een heel goede 13 ft lange mediumtaperedhengel op een boron/grafiet blank af. Deze hengel is het "wapen" om te vissen over rieten, en niet te vergeten bij drassige oevers. Op een lengte tot 365 cm (12 ft) gaat mijn voorkeur wat betreft de polder uit naar een mediumtaper van glasvezel.

Diverse voerplekjes heb ik gisteravond in deze polder gemaakt, maar wel zo dat we steeds bij elkaar in de buurt vissen. Op cultuurwater zijn de vroege en de late uurtjes vaak het productiefst wat betreft het vangen van karper. In de polder, zeker in april/mei, zijn dat meestal de middaguurtjes. Vanaf juni tot eind september, zeker als het warm is, kunnen in de polder ook de vroege en late tijdstippen tot de meest vangrijke gerekend worden.

Vandaag blijkt deze vlieger ook op te gaan, maar in de eerste twee uurtjes van deze ochtend lukt het me toch een karper te vangen. Een mooie slanke vis van 65 cm. Maar als de temperatuur oploopt komt de karper los, en hoe. Na ruim een uur zonder beet op de verschillende voerplekjes stuit ik op een grote karper. Twee uur geleden was het stil op deze voerplek, nu scharrelt een beer van een wilde karper erover heen. Nog geen minuut later staat de Hardy Trotter hoepelrond. Dat ik deze karper uiteindelijk weet te landen, heeft heel wat voeten in de aarde gehad. En was Jan-Willem niet mee geweest dan was het maar de vraag geweest of deze karper uiteindelijk ook in het landingsnet beland zou zijn.

Na eerst een flink aantal meters lijn van de spoel te hebben getrokken, keert de karper en duikt voor onze voeten in het riet. Jan-Willem heeft geen laarzen aan, en kan niet met het landingsnet onder de karper komen. Ik geef hem mijn hengel en probeer zelf de vis te scheppen. Het landingsnet krijg ik niet onder de vis, maar het lukt me wel om hem met het net uit de rietkraag te duwen. Eenmaal uit het riet is het kat in het bakkie, oftewel karper in het net. Dat ik stink en onder de modder zit kan me nu niets meer schelen.


Na deze hectische dril, ook nog eens op een 1.25 Lbs hengel, kan ik op de foto samen met een wilde karper van 80 cm. In alle jaren jaren dat ik in de polder op karper vis is dit pas de tweede keer dat ik een karper van 80 cm vang. Een evenaring van mijn vorige karper "PR" dat afgelopen donderdag is gesneuveld. De dag kan nu al niet meer stuk.

De volgende karper is voor Jan-Willem, en hoewel een stuk kleiner is hij onder de indruk van het uithoudingsvermogen van de vis. Zelf weet ik niet veel later ook een kleine torpedo te landen. Hierna krijg ik nog wel een aantal aanbeten maar ze zetten niet door. Steeds als ik daarna mijn maiskorrels controleer, zit er vuil om het onderste loodje. Het onderste loodje (ik gebruik bij deze montage slechts 1 BB loodje en een mini loodhogel) schuif ik een stuk verder van de haak. De volgende aanbeet zet wel door, en weer staat de Hardy hoepelrond en krijst de slip. Deze karper maakt nog meer snelheid dan die van 80 cm. En ook deze karper wil het riet in, maar nu niet voor mijn neus maar op 20 meter afstand. 'Barsten of buigen', roep ik naar Jan-Willem, en ik ga vol in de hengel hangen. Het wordt buigen, diep buigen en een beter voorbeeld van de kracht onderin een mediumtaperedhengel kan ik niet geven.


Deze karper is 7 cm korter dan de beer van vanmorgen, maar overtreft hem ruim wat betreft kracht en uithoudingsvermogen.

Hierna is Jan-Willem aan de beurt om te ervaren waar een grote wilde karper toe instaat is. Helaas weet deze karper wel de haak te lossen door zich in een rietkraag te boren. We besluiten dat het tijd is voor koekjes en cola, om even het adrenalinepeil te laten zakken.

Behalve wilde karper komt er in de polder een wilde variant van de spiegelkarper voor. Zelf heb ik er een paar jaar geleden een gevangen, en mijn vader heeft er vorig jaar een gevangen. Een karper volledig beschubt met spiegelvormige schubben, maar anders dan bij de volschubspiegel zoals die bijvoorbeeld op cultuurwater voorkomt. Deze karpers hebben een onregelmatig schubbenpatroon, dat de gehele vis bedekt. De volgende karper is gelukkig ook voor Jan-Willem, en wat voor een. Trokken de andere karpers meters nylon door de slip, deze vis zwemt het glasvezel rond en af en toe tikt de slip van de werpmolen. Bij de eerste glimp van de vis is het duidelijk, het is een in de polder geboren spiegelkarper die afstamt van uitzettingen uit een ver verleden. Een prachtige speling van de natuur, met behulp van de mens, en zeer zeldzaam.

Getemd op een Traditional Temming's Specimen van glasvezel

Zo vangt Jan-Willem deze dag behalve zijn eerste wilde karper ook zijn eerste volschubspiegel. Na de foto gaan we even zitten om na te praten over deze zeer speciale vangst. Als ik weer terug naar de voerplek loop waar mijn hengel ligt, blijkt dat ik door alle commotie de lijn niet uit het water heb gehaald. Ik kom net op tijd terug bij de stek, want een karper heeft zichzelf gehaakt en de boel staat behoorlijk onder spanning. En dus kan Jan-Willem nu weer mijn kant oprennen met het landingsnet. Het zal de laatste karper van deze meer dan geslaagde visdag worden.

Groeten,
Peter


19 apr. 2007

Een nieuw "PR" op de pen

Donderdag 19 april. De hele dag heb ik last van karperkriebels gehad. Eigenlijk zou ik vanavond mijn nieuwe penhengel bestellen. Na het eten weet ik het zeker: die hengel gaat er komen, maar niet vanavond. Ik besluit mijn gevoel te volgen, en de waterkant op te zoeken. Nu ik dit schrijf weet ik dat dat de juiste beslissing is geweest.

In april 2004 heb ik tot dan toe mijn grootste karper aan de penhengel gevangen. Een wilde karper van exact 80 cm, gevangen in de polder. In de korte periode dat ik met vastlood op groot water experimenteerde heb ik ze groter gevangen, maar die 80 cm aan de penhengel zie ik als mijn "PR". P(ersoonlijk)R(ecord) tussen aanhalingstekens, want als visser die voornamelijk in de polder gericht op wilde en boerenkarper vist, is jagen op een "PR" bijzaak. Een karper van 80 cm is voor de polder gewoon heel groot en niet snel te overtreffen.

Vanavond na het eten ga ik een poging wagen aan een cultuurwater, hier op 15 minuten met de auto vandaan. Een water waar grote en zware karpers zwemmen, en waar voornamelijk met vastlood en boillies wordt gevist. Vissen met de 1.25 Lbs Hardy Trotter en zachte mais uit blik. Geen tenten of paraplu's vanavond aan het water, maar wel veel jeugd in de parkachtige omgeving.

Twee voerplekjes van mais moeten volstaan voor de korte vistijd die nog rest tot het donker. Het lichte Drennan pennetje wordt met op lijn geschoven, een haakje 6 en 1 BB loodje en een mini loodhageltje gemonteerd. Dezelfde montage als afgelopen zondag in de polder.

De karpers verblijven hier overdag in het midden van het water. Straks als het rustig wordt is de kans groot dat de karpers onder de kant gaan azen. De voerplekjes heb ik dan ook dicht onder de kant gemaakt. Dat werkt, want na een minuut of 25 heb ik het al aan de stok met een karper. Tijdens de korte dril stroomt het publiek toe, en kan ik het verder op stek 1 wel vergeten voor vanavond. De karper mag na gemeten (64 cm) en bewonderd te zijn weer zwemmen.

Op de tweede voerplek aangekomen blijkt dat er flink geaasd wordt. Hier is het een stuk ondieper dan op de eerste voerplek, en aan het walmen te zien zwemmen er een paar beste vissen tussen. Tussen de walmende vissen laat ik voorzichtig de maiskorrels zakken. Dat walmen onstaat omdat de karpers op hun kop "staan" om maiskorrels van de bodem naar binnen te werken. De wapperende staartbeweging zorgt dat het water onder de oppervlakte in beweging komt.

Een van de karpers zwemt richting de maiskorrels aan de haak. Man, dit is bijna net zo spannend als vissen met de korst. De maiskorrels worden gevonden, want het pennetje schokt. Gelukkig zwemt de karper niet door, maar verdwijnt het pennetje langzaam onder water in het spoor van de karper.

Wat volgt zijn minstens 20 héle spannende minuten. Dat de karper groot was dat had ik al gezien voor dat hij de maiskorrels nam, maar dit is bizar. Als een torpedo afgeschoten door een U-boot gaat de vis er van door. Maar wel aan mijn 20% lijntje en met een haakje 6 in zijn lip. En niet één keer maar meerdere malen. Als ik de karper voor de eerste keer te zien krijg, blijkt dat het een schubkarper is. Deze karper zou weleens een nieuw "PR" kunnen zijn.... ik wil hem echt niet verspelen. De uithalen worden korter, en voor mijn neus doorbreekt een grote oranje gekleurde staart een paar keer het wateroppervlak. De vis is nu onder bereik van het landingsnet, maar pas bij de derde poging glijdt de karper in het net. Een enorme last valt van mijn schouders als de vis in het net op het gras ligt. Ik meet de karper, en dan nog een keer en nog een keer, maar de rolmaat blijft 81 cm aangeven. Een nieuw "PR" aan de penhengel!

Ondertussen is het behoorlijk druk om me heen geworden. Onder de oeh's en ah's probeer ik met de zelfontspanner een foto te maken. De eerste foto's lijken nergens op, en ik wil de karper zo snel mogelijk weer terug in het water hebben. Dan stopt er een auto en hoor ik een voor mij bekende stem iets roepen. Het is een karpervisser die ik ken uit de hengelsportzaak in Volendam. Een visser weet meestal wel hoe je een mooie visfoto moet maken flitst erdoor mij heen. Wil jij even een foto van mij maken roep ik in zijn richting. Na een paar kiekjes laat ik de karper voorzichtig in het water zakken. Ik bedank hem voor het nemen van de foto's, en we praten nog even na.

Op de terugweg naar huis in de auto laat ik alles nog een keer de revue paseren. Dit jaar heb ik een aantal veranderingen in mijn manier van penvissen aangebracht, en de afgelopen weken heeft me dat geen windeieren gelegd.

Groeten,
Peter

15 apr. 2007

Een sumoworstelaar met schubben

Zondagavond 15 april. Wat een fantastische ochtend heb ik vanmorgen beleefd. Vooral die laatste karper van vanmorgen was een brok dynamiet. Vanmiddag een paar uurtjes thuis geweest, en daarna samen met onze zoon Robin bij McDonalds gegeten. Om 19.00 uur vertrek ik weer richting de polder. Eenmaal in de polder zie ik tijdens de wandeling naar de voerplekjes een statige witte vogel in het weiland staan. Het blijkt een lepelaar te zijn.

Pas rond 19.30 uur gaat de haak met maiskorrels te water. Achteraf gezien ben ik een uurtje te laat van huis gegaan, maar na vanmorgen kan ik daar nu niet zo mee zitten. Het water is vanmiddag nog eens flink opgewarmd, en er wordt zeker in de ondiepe en smalle slootjes volop gepaaid. In deze slootjes zwemmen voornamelijk de kleinere exemplaren, maar af en toe stuit je ook daar op een verrassing in de vorm van een grote of zware karper. Het water waar ik nu vis is breed, maar ook dieper dan de paaislootjes. De kans op een grotere karper is dus aanwezig, en dat heb ik vanmorgen twee keer mogen onder vinden :).

Na twee maal zonder aanbeet van stek gewisseld te zijn, neem ik het besluit om tot donker op het derde voerplekje te blijven vissen. Dat is nou het mooie van vissen: vanmorgen vang ik in een kort tijdsbestek drie karpers en wordt er flink geaasd, en nu is het op een enkele welving in de oppervlakte na stil.

Met nog een klein half uurtje daglicht voor me komt er leven in het water. Een bruisend bellenplakkaat verraadt een wroetende vis. De bodem wordt flink omgewoeld, de maiskorrels zijn ondekt. Als het pennetje in beweging komt hou ik het bijna niet meer, en probeer ik beheerst de haak te zetten. Dat lukt, en meteen is het ook duidelijk dat het om een zware vis gaat. Er is haast geen beweging in te krijgen! Deze karper neemt geen schot, maar blijft bokken onder de top van de hengel. Modderwolken komen omhoog, nog meer dan net toen er geaasd werd. Langzaam komt er beweging in de vis, maar niet veel... de slip van de molen komt er niet aan te pas. De trage uithalen worden door de hengel en de rek in de lijn opgevangen. Voor de zekerheid trek ik aan de lijn boven de molen, maar de slip staat toch echt goed afgesteld. Ook als ik de slip een tandje losser zet, blijft de situatie onveranderd.


Na een flink aantal minuten lukt het om de touwtrekwedstijd in mijn voordeel te beslissen. Als ik de karper in het net uit het water til voelt dat zwaar aan. Eenmaal op het gras is het pas echt duidelijk. Deze karper is kolosaal, niet wat lengte betreft maar wel in omvang. Het meetlint geeft "slechts" 65 cm aan, maar wat een hoge rug en dikke buik heeft deze vis. Wat verder opvalt is de kleine staart. Geen vis met een lichaamsbouw voor snelheid, maar meer met een bouw die doet denken aan een sumoworstelaar, en dat is tijdens de dril ook wel gebleken.

15 April 2007 werd een dag die ik niet snel zal vergeten...

Groeten,
Peter

Een fantastische morgen

Zondag morgen 15 april. Vanmorgen ben ik de polder ingetrokken met het voornemen voor te voeren voor vanavond. Toch maar een hengel meegenomen; je weet maar nooit.

Heerlijk, de weidevogels roepen me voor m'n gevoel toe als ik de polder in loop. Ganzen gaan in de wieken, en het voelt fantastisch om terug te zijn in mijn groene wereld. Vandaag heb ik m'n oude vertrouwde Hardy Fred Taylor Trotter meegenomen. Deze hengel is 11.3 ft lang met een testcurve van 1.25 Lbs. Geen Luxor molentje, maar een kleine Pfleuger President met 20% Maxima op de spoel gaat tussen de ringen.

De eerste karper van vanmorgen is niet groot, maar wel hoog van bouw en behoorlijk zwaar.

De tweede karper verraadt zich door eerst rustig over mijn voerplekje heen te kruisen. Met 72 cm een echte polderbuffel.

Karper nummer drie is van een heel ander kaliber dan de eerste twee van vanmorgen. Slecht een centimeter groter dan karper nummer twee, maar wat een snelheid ontwikkelde deze vis. Het eerste schot door de slip dat deze karper nam was zeker 30 meter. Een vis die doet denken aan de boerenkarper, voor wat betreft lichaamsbouw.

Een fantastische morgen met drie totaal verschillende schubkarpers die een ding gemeen hebben: het zijn alle drie prachtige vissen. Ik kijk nu alweer uit naar vanavond!

Groeten,
Peter

9 apr. 2007

Met glasvezel de polder in

Zondag 8 april. De afgelopen weken heeft vismaat Jan-Willem twee prachtige penhengels aangeschaft. Een bij Cor Spinhoven en een bij Ton Temming. Twee totaal verschillende hengels die een ding gemeen hebben, en dat is glasvezel. Vandaag gaan we samen vissen, en (voor de hand liggend) met hengels van glasvezel.

Om 15.00 uur hebben we afgesproken in de polder waar we een paar weken geleden onder stormachtige omstandigheden gevist hebben. Visten we toen tussen de bebouwing en bij bruggetjes, nu gaan we in het polderlandschap vissen. Een prachtige polder, met vrij diep en helder water. Voor we gaan vissen maken we eerst een paar voerplekjes. Gevoerd wordt er natuurlijk met mais, maar ook met mini boillies en bloedpellets. Tijdens het maken van de voerplekjes zien we al wat karperactiviteit in de vorm van omgewoelde bagger en bellenplakkaten.

Voor we gaan vissen bewonderen we elkaars materiaal nog even. Jan-Willem heeft de T.T. penhengel meegenomen en ik mijn trots op glasvezel gebied, de Hardy Richard Walker Avon. Geen klassieke werpmolens vandaag, maar moderne techniek van Shimano en Shakespeare, beiden voorzien van een super slip.

Tot mijn grote verbazing blijken de voerstekjes al snel vis aan te trekken. Vorig jaar schreef ik al op het blog over de aantrekkingskracht van bloedpallets op de karper. Ook nu wordt de bodem rond onze pennetjes omgewoeld. En als ik mijn naam hoor, blijkt het bij Jan-Willem raak te zijn. Snel haal ik mijn met maiskorrels beaasde haak uit het water en leg de hengel op het gras. Flinke uithalen doen een forse karper vermoeden. Al snel blijkt dat de karper in de staart is gehaakt.

Een ding is duidelijk: het gewroet op de bodem is dus echt afkomstig van de karpers, op zoek naar de bloedpallets.
Om de voerplekjes nog wat aantrekkelijker te gaan maken voeren we nog wat bloedpallets bij. Na het voeren rijden we nog wat dieper de polder in om daar een poging te wagen en zo de karpers de kans te geven om onze voerplekjes te ontdekken.


Ook hier weer prachtig water, ook nog eens met opgesierd met verweerde paaltjes langs de oever. Restanten van een oude beschoeiing en vaak tref je karper aan op dergelijke plekken. Toch blijven de hengels in de auto's en na een wandeling van een kwartier gaan we weer terug naar onze voerplekjes.


Ondertussen is de zon gaan draaien en moeten we op onze knieën naar de waterkant kruipen om zo te voorkomen dat onze lange schaduwen de karpers verjagen. Mijn hart klopt in mijn keel als voor mijn neus de voerplek wordt schoongegeten. Spannend, met je neus bovenop de karper vissen. Het pennetje verdwijnt. Even is er contact als ik aantik, en een enorme kolk verraadt een wegvluchtende karper. Aan mijn haak dwarrelt een grote goudkleurige schub. De mais aan onze haken is duidelijk minder lekker dan de bloedpallets. En nee, het zijn geen paaiende karpers, er wordt duidelijk geaast op de voerplekjes.


Jan-Willem komt even bij me kijken, en maakt meteen een foto. Als hij me het toestel terug geeft, zien we beiden dat een bellenplakkaat van bijna een meter doorsnede aan de oppervlakte is ontstaan.

Jan-Willem zit nog maar net weer achter zijn hengel als mijn pennetje in beweging komt. Het verdwijnt heel langzaam, als in slow-motion, onder water. Met minder dan een meter nylon onder de top van de Hardy tik ik aan op iets heel zwaars. De hengel wordt bijna uit mijn hand getrokken, en de slip van de kleine Shakespeare krijst als de karper er een flink aantal meters nylon doorheen trekt.
Deze karper is wél in de bek gehaakt, en gezoete maiskorrels blijken gelukkig nog steeds te werken. Ook is duidelijk dat mijn struinnetje aan de kleine kant is. Gelukkig heeft Jan-Willem een groter net achterin zijn auto liggen. Behalve flink qua lengte is deze karper ook flink van omvang; een echt zoetwater varken....met alle respect natuurlijk!

Eenmaal in het net en op de kant zie ik de blijdschap bij Jan-Willem en schudden we elkaar de hand. Heel tof, als je vismaat blij voor je is bij de vangst van zo'n mooie karper. En als hij dan ook nog eens tijdens de dril prachtige foto's heeft genomen en mij samen met de karper mooi heeft vastgelegd begrijp je dat ik maar wat blij ben met zo'n vismaat. Een karper van 75 cm , fors gebouwd en gevangen op een 1 Lbs Hardy Richard Walker Avon en 20% Maxima nylon op de spoel met een breeksterkte van 2,4 kg. Wat is het dan fantastisch om na de vangst van zo'n karper de emoties te kunnen delen met je vismaat. Jan-Willem bedankt!

Groeten,
Peter

5 apr. 2007

Morgenstond heeft goud in de mond

Donderdag 5 april. Vanmorgen liep onze wekker om 6.00 uur af. Heerlijk om wakker te worden met buiten volop vogelgezang. Het raam van onze slaapkamer zet ik op een iets grotere kier, en na een kus op Francine haar voorhoofd, verruil ik de slaapkamer voor de polder. Ik heb geen haast, het is nog donker dus alles op z'n gemak. Als ik even voor 6.30 uur in de polder arriveer is het nog steeds donker.

De stilte wordt slechts doorbroken door de vogels en het gekrijs van een fazantenhaan. Gisteravond heb ik hier rond 23.00 uur een compacte voerplek gemaakt. Terwijl ik de hengel optuig wordt het in rap tempo licht. Veel tijd heb ik niet, om 7.45 uur moet ik weer thuis zijn. Toch lukt het me om rustig te blijven.

Het pennetje laat ik voorzichtig zakken op de plek waar ik een paar uur eerder nog gevoerd heb. Dat blijkt niet voor niets geweest te zijn, want al snel komt het pennetje in beweging. Het gaat niet onder, maar komt juist geleidelijk omhoog; de vis zwemt richting ondieper water. Met een beheerste tik maak ik contact met de vis. Die reageert door de hengel in een diepe bocht te zwemmen. De slip komt er niet aan te pas, en het bonkerige verweer aan de andere kant van de lijn doet een zeelt vermoeden. De eerste glimp die ik opvang van de vis ook....een donkere rug doorbreekt even de waterspiegel.


Dan blijkt al snel dat het geen zeelt is maar een karpertje. Een prachtig donker gekleurd visje en puntgaaf. Het karpertje mag na de foto weer zwemmen, en ik geniet nog even na alvorens ons huis met ondertussen drie ontwaakte kinderen op te zoeken. Het polderslootje en de voerplek zijn flink op hun kop gezet, en ik ben meer dan tevreden. Een mooie manier om de dag te beginnen!

Groeten,
Peter

1 apr. 2007

De eerste polderkarper van 2007

Zondag 1 april. Na gisteravond twee voerplekjes gemaakt te hebben in de polder, hoopte ik dat het me vandaag zou lukken om daar een karper te vangen. Een voerplekje op een dieper gedeelte, en het andere voerplekje op een heel ondiep stuk van de polder. Vandaag dus niet struinen op de bonnefooi.

De 1 ponds 10 footer is me zo goed bevallen de afgelopen weken dat ik hem vandaag ook meeneem de polder in. Was ik tot voorkort een aanhanger van 12 en 13 footers, op dit moment heb ik liever een kortere penhengel. Voor mijn gevoel zou een 11 foots penhengel de ideale hengel zijn. Deze zou dan ook een stuk zwaarder mogen zijn voor wat betreft de testcurve. De plannen over hoe zo'n hengel eruit moet zien zitten in mijn hoofd: een hengel met een blank van glasvezel, en afgebouwd met Fuij Sic-ogen... en uiteraard een Fuij reelhouder.
Terug naar het vissen. Ik strooi nog wat mais op de twee stekjes, en dat heeft op de diepere stek een forse kolk tot gevolg. Er zit karper op de voerplek! Het puntje van het pennetje staat niet langer dan een paar minuten boven water om dan langzaam te verdwijnen. In gedachten maak ik contact met een ruisvoorn, maar deze keer is het toch echt een karper. Onder het toeziend oog van wandelaars en fietsers dril ik mijn eerste polderkarper van 2007. Een hele mooie, die na meting (onder de vis, niet erover) 65 cm lang blijkt te zijn. Een van de vriendelijke wandelaars maakt een foto van mij en de karper. Dat scheelt een hoop gedoe met de bankstick en de zelfontspanner - voor mij, maar vooral voor de karper.


Na mijn eerste karpers in januari, februari en maart op cultuurwater te hebben gevangen is op 1 april mijn eerste polderkarper van dit jaar een feit. Na dit snelle succes probeer ik het in de ondiepe sloot. Daar blijft het stil, en na een half uurtje wandel ik terug naar het diepere gedeelte. Daar aangekomen sta ik oog in oog met twee goed oplettende karpervissers die "mijn" voerplek hebben overgenomen. Ik bijt op mijn lip, en besluit om m'n spullen te pakken en naar huis te gaan. De vreugde over de vangst van mijn eerste karper in de polder van 2007 laat ik niet verpesten.

Groeten,
Peter