26 mrt. 2007

Een leerzame middag

Zondag 25 maart. Vandaag begint de visdag zoals de afgelopen weken voor mij pas aan het eind van de ochtend. Zo rond het middag uur geef ik mezelf de beste kans op karper in de polder. Na alle karper activiteit van vorige week en na Jan-Willem karpers te zien vangen in de polder, is de keus niet moeilijk. Op karper vissen dus, en ik begin in de polder waar we vorige week gevist hebben. Ik blijf daar tot een uur of half drie, maar van karper geen teken. De voerplekjes die ik gemaakt heb worden wel ondekt, maar dan door meerkoeten. Als ik me van de ene naar de andere stek verplaats wordt de voerplek keurig schoon gegeten.

Het hoort erbij, net zoals de vette eenden in de stadsvijvers die zo graag onze broodkorsten opeten, bedoeld om de karpers te lokken. Het is de koeten gegund, en ik besluit een andere polder op te zoeken.

Onderweg in de auto twijfel ik of de keuze zal vallen op een diepere polder of juist ondiepe slootjes die via duikers onder de posten (onderbreking over een slootje, om toegang tot het weiland te krijgen) doorlopen. Moeilijk, moeilijk.......en ik heb dit jaar ook niet voorgevoerd in de polder zoals ik de afgelopen twee jaar wel had gedaan in het voorjaar.

Het worden de ondiepe slootjes en i.p.v. vissen bij de duikers kies ik voor een slotenstelsel wat via overloopjes met elkaar in verbinding staat. En ik heb daar zomers karper zien zwemmen! Aan weerskanten van de overloopjes voer ik wat mais, en zo kan ik aan een ondiepe en een diepere kant van de sloot vissen.



Beet krijg ik wel, maar de aanbeten zijn veel te fel om van een karper te kunnen zijn en niet zo plagerig en wispulturig als die van een zeelt. Na twee keer misgeslagen te hebben komt er bij de derde keer een bleek gekleurd ruisvoorntje boven. Al snel blijkt dat bij de wateroverloop een andere polderbewoner overwinterd heeft.

Ruisvoorns zijn prachtige vissen, en ook de oer-Hollandse omgeving waarin ik me bevind is een genot voor het oog. Maar ruisvoorn is niet waarvoor ik vandaag de polder heb opgezocht, en hoe mooi de omgeving ook is, hier blijven zie ik niet zitten. Een andere polder of toch een cultuurwater? Niet veel later zit ik weer in de auto, maar nu richting een cultuurwater. Een water met struiken en bomen, waar het prettig struinen is met de penhengel. En dan wel met een korte penhengel, en die heb ik vandaag gelukkig bij me. Het wordt een leerzaam einde van de dag. Ik begin met een pennetje dat Hans voor mij gemaakt heeft.


Het pennetje registreert feiloos elke beweging onder water, wow wat vist dat scherp. In de polder neem ik het niet zo nauw maar op cultuurwater, waar de karpers niet zo schuw zijn als een wilde of een boerenkarper maar wel vaak voorzichter, vist zo'n pennetje fantastisch. Tussen de struiken en onder de bomen vang ik al vrij snel twee kleine schubkarpertjes. Dan slaat het noodlot toe en verspeel ik het pennetje aan een boom. Een ander pennetje dan maar, en ook deze is nieuw voor mij. Een Drennan met een doorschijnende antenne met een oranje punt. Eén BB loodje staat erop en dat blijkt bijna te kloppen. Ook dit pennetje vist scherper dan waar ik meestal mee vis, maar niet zo scherp als het pennetje van Hans.


Tussen de takken van de bomen door sta ik alweer spoedig het volgende karpertje te drillen. Met net geen 10 ft is de hengel die ik gebruik ideaal om onder de bomen te vissen, maar met max 1 lbs wel wat aan de lichte kant. Nu het water nog vrij is van begroeiing gaat het nog, en de karpertjes die ik hier vandaag vang zijn bijna allemaal tussen de 50 en de 60 cm en dat is dus ook geen probleem. Een hengel van 1.5 - 1.75 Lbs en 11 ft lang zou ideaal zijn voor het struinwerk onder bomen en tussen struiken, zeker in de zomer.


En wat penvissen betreft je bent nooit uitgeleerd en uitgeprobeerd, en vandaag is daar weer een goed voorbeeld van. Deze keer geen echte grotere vissen zoals de afgelopen weken toen de karpers steeds in lengte toenamen, maar met uiteindelijk acht stuks een zeer geslaagde dag.

Groeten,
Peter

19 mrt. 2007

Stormvlagen en hagelbuien in de polder

Zondag 18 maart. De hele week kijk ik al uit om samen met Jan-Willem op karper te gaan vissen. Het weer dat zo mooi is geweest de afgelopen dagen lijkt echter nu roet in het eten te gaan gooien. Als we zaterdagavond via de telefoon contact hebben, zijn we het in eerste instantie met elkaar eens dat vissen een kansloze onderneming wordt vandaag. We spreken af om in de ochtend nog even te bellen, en niet op voorhand de handdoek in de ring werpen. Deze ochtend begint voor mij trouwens al heel vroeg, om 4.00 uur zit ik voor de buis naar Formule 1 te kijken. Als Jan Willem mij rond een uur of 8.00 belt ziet het er buiten niet goed uit. De wind is aangetrokken tot bijna stormkracht en het regent. Dan maar kijken hoe het weer is vanmiddag... we houden contact besluiten we. Om 10.30 uur komt er een kleine verbetering in het weer, en ook de vooruitzichten zijn iets gunstiger gestemd. Ik spreek op het antwoordapparaat van Jan Willem in dat ik er klaar voor ben. Niet veel later gaat de telefoon en we spreken af om elkaar om 13.30 uur bij een brandweer kazerne te ontmoeten.

Daar aangekomen lijkt het nog steeds een nutteloze operatie te gaan worden vandaag. De wind teistert de slootjes rond de brandweer kazerne. Uitwijken naar een beschut cultuurwatertje? Of toch naar de polder, en maar zien hoe het loopt?
Het wordt de polder, en daar aangekomen ziet het er een stuk vriendelijker uit. De wind staat dwars op de sloot waarin wij willen gaan vissen. Dat er aan de overkant van de sloot een paar huizen staan betekent dat er bruggetjes over het water lopen.



Die bruggetjes zien er ook nog eens uitdagend uit om te bevissen, en eromheen is het zelfs aangenaam. De bruggetjes fungeren als een soort van windbrekers.



Door de bruggetjes doet deze polder een beetje denken aan de polder in West-Friesland waar ik samen met Frits en Paul mooie roofvismomenten heb beleefd in de afgelopen herfst en winter.
Aangemoedigd door het mooiere weer heeft de karper de afgelopen week de slootjes opgezocht. Op sommige plekken verraden bellensporen en wervelingen in het water hun aanwezigheid. Maar nog mooier, Jan Willem heeft hier gisteren drie karpers gevangen!
Dan trekt de wind even krachtig aan. en gaat het ook nog eens hagelen. Zelfs zo hard dat we moeten schuilen onder de geopende achterklep van mijn auto die met zijn neus recht in de wind staat. Achter de grijze lucht zien we heldere blauw witte luchten aan komen drijven.
Gelukkig zijn we niet gestopt, want inderdaad knapt het op. Achteraf gezien zijn we gewoon iets te vroeg gaan vissen. Jan Willem haakt in het nu aangenamere weer een mooie karper, maar helaas schiet deze los. Je kunt ze niet allemaal vangen, maar op zo'n dag als deze is het lossen van een vis extra teleurstellend.



De teleurstelling is van korte duur, want op dezelfde plek als waar de eerste karper loste is het weer raak. En Jan Willem is weer de gelukkige!



Als de karper de eerste keer zijn flanken toont, blijkt het ook nog eens een spiegel te zijn. Tja, dan kan zo'n dag niet meer stuk. En als ik Jan Willem met zijn beauty op de foto zet, komt de bewoner van een van de huizen aan de overkant een kijkje nemen. Zo'n mooie vis en dat in "zijn" sloot!
Na een praatje mogen we in het water dat naast en achter zijn loopt huis vissen. Behalve nog meer luwte, blijkt het een prachtig stuk water maar wel met begroeiing langs de oever. Tussen de takken van de struiken prikken we heen met onze 400 cm lange karperstokken. In de drassige polders met hun zachte kanten is deze lengte een uitkomst, maar nu niet.




Hoe dan ook, tussen het struikgewas en naast een in het water omgevallen boom haakt Jan Willem een karper. Een beste karper, die zijn materiaal behoorlijk op de proef stelt. De karper mag geen meter lijn nemen, en die krijgt hij dan ook niet. Een echte dril met de slip dicht dus. Na een beetje geharrewar tussen de struiken lukt het me om de karper te scheppen. Dan blijkt dat deze karper behalve fors ook nog eens aan de zware kant is.
Een schubkarper van 75 cm, gevangen tussen de hagelbuien en rukwinden door en dan ook nog eens in maart in de polder, een hele prestatie!
Zelf heb ik dan nog geen aanbeet gehad, en die zou er ook niet komen vandaag. Als Jan Willem om 18.30 uur naar huis gaat, blijf ik nog een half uurtje zitten maar zonder resultaat. Het was een geweldige visdag vandaag, en ik ben blij dat ik niet thuis bij de verwarming ben blijven zitten.

Groeten,
Peter

11 mrt. 2007

Een dag vol met verassingen

Zondag 11 maart. Vanmorgen ben ik pas om 11.00 uur van huis gegaan. Het KNMI belooft voor vanmiddag mooi weer, en daar wil ik optimaal van profiteren. Het plan voor vandaag is om een aantal cultuurwatertjes af te struinen. Het water waar ik begin valt niet onder de noemer watertje, het is de bekende roeibaan in het Amsterdamse Bos.

Vissen doe ik vanaf de overkant, zeg maar de kant waar je niet kunt parkeren. De andere kant is al redelijk bezet met vastloodvissers, die proberen hun aasje richting de rietkragen te werpen voor mijn neus. Aan deze zijde tel ik drie vissers, en dan heb ik mezelf meegeteld.

Tussen de rieten zitten hier en daar gaten waar ik gretig gebruik van maak om mijn maiskorrels te kunnen laten zakken. Bij het eeste gat duurt het niet lang voor ik beet krijg, maar ik sla een "gat" in de lucht. Als ik weer inleg verdwijnt de dobber vrijwel meteen weer, en als ik aantik is het hangen. Hoewel hangen.....er is weerstand aan de andere kant maar het is zeker niet van een voorn of een brasem. Tot mijn verbazing blijkt het een wolhandkrab te zijn!

Het zou hier bij deze verassing blijven, de karpers geven niet thuis. En ik hoopte nog wel stiekem op een spiegel. Op naar een ander cultuurwater, maar nu niet een afgesloten water maar een water dat zich door Amstelveen heen slingert.


Hier struin ik alle bruggen, bruggetjes en duikers af opzoek naar karper. Op de meest uitdagende plekjes laat ik de maiskorrels zakken....helaas, er gebeurt niets.
Met nog ruim drie uur daglicht voor de boeg neem ik het besluit om naar vertrouwd water te gaan. Daar aangekomen blijkt dat er waarschijnlijk kabeljauw is uitgezet; op mijn vertrouwde plekken rond de bruggetjes staan hengels opgesteld die niet vies zijn van een onsje lood met bijpassende werpmolens.
Dan maar uitwijken naar een slotenstelsel met een meertje waar ik in het verleden goed zeelt heb gevangen. Dit is altijd een topstek geweest in de periode april/mei maar eerder in het seizoen heb ik hier nog nooit succes gehad. Vandaag is geen uitzondering op deze regel, en na een uur zonder stootje kies ik eieren voor mijn geld.

De laatse anderhalf uur van vandaag breng ik door op mijn topwatertje, niet bij de bruggetjes of duikers, maar onder een treurwilg. Dat de wind is gaan liggen speelt me in de kaart, en onder de wilg staat behoorlijk water. Langs de takken die tot het water (en iets erin) reiken strooi ik wat mais.
Was het aan het eind van de morgen nog frisjes, nu is het gewoon lekker om buiten te zijn. De zon schijnt door de takken heen, en ik geniet. Als het pennetje richting de takken verdwijnt is het raak. Een knolletje poetst de 0 van deze dag weg. Toch vandaag weer karper vandaag weten te vangen, bedenk ik me. Vreemd dat juist op een dag waarop het weer zich van zijn beste kant laat zien, en je zou verwachten dat de karper los is, het tegenovergestelde gebeurt.

Dat blijkt een te voorbarige conclusie omdat de karper als nog tegen de avond aktief wordt. Vis nummer twee is met recht een karper. Overmoedig schiet ik een foto tijdens de dril onder de boom. Na een uiterst spannend partijtje touwtrekken, waarbij de karper steeds probeert om de in het water hangende takken te bereiken,lukt het me de vis te sturen waar ik hem hebben wil.....weg bij de takken. Eenmaal uitgedrild moet ik de karper nog in het struin-netje zien te krijgen. Het lukt, en een dikke puntgave karper vult het netje.


Leuk is ook dat ik deze karper met een nieuw pennetje heb gevangen, mijn favoriete pennetjes ben ik op een na allemaal kwijt geraakt door de jaren heen. En nu heb ik sinds donderdagavond dankzij Jan-Willem weer een aantal van deze pennetjes, waarbij alleen de kleur van het drijflichaam verschilt; voor de rest zijn ze gelijk. Jan-Willem, ik heb het pennetje boven de karper gelegd voor de foto, en nogmaals bedankt!

De wilg geeft als het bijna donker is, nog een karper prijs. Niet zo groot als de tweede van vandaag, maar zeker geen knolletje. Waren de karpers in janauri en februari klein van stuk, nu in maart lijkt het of de grotere exemplaren ook langzaam maar zeker aktief gaan worden. Dat belooft wat voor de komende weken!

Groeten,
Peter

4 mrt. 2007

Het is lente

Zondag 4 maart. Na de goede resultaten op cultuurwater de afgelopen weken ga ik vandaag de eerste karperpoging in de polder wagen. De middag lijkt mij voor de polder het gunstigste tijdstip, gezien de tijd van het jaar. De late ochtend ga ik besteden aan het cultuurwater waar ik dit jaar voor de eerste keer op karper viste.

Dat de natuur niet stilgezeten heeft de afgelopen maand is duidelijk zichtbaar. Witte bloemetjes groeien aan de takken van sommige bomen. Het bos waarin dit water "verstopt" ligt komt tot leven. En behalve zichtbaar, is de natuur ook volop hoorbaar in de vorm van vogelgeluiden. Het is lente!

Toch is er ook een kleine domper op de voorjaars vreugde, het water is zo bruin als koffie. Zou ik hier met de spinhengel in mijn hand staan, dan zou ik meteen rechtsomkeert hebben gemaakt. Een stukje van de waterkant af tuig ik de penhengel op om daarna op mijn knieën voorzichtig richting het water te gaan. Het pennetje prikt na twee peilpogingen een paar millimeter door het wateroppervlak heen. Na een aantal minuten wordt mijn aanwezigheid geaccepteerd en gaan de watervogels verder waarmee ze bezig waren. Ik geniet van twee meerkoeten die langs de oever op zoek zijn naar takjes om een nest mee te maken. Is er boven water volop aktiviteit, onder water gebeurt niets, in ieder geval niet waar mijn maiskorrels liggen. Het pennetje verroert zich geen millimeter. Na ruim een uur geen tikje, maar ook geen werveling van vis of bellenplakaat in het water gezien te hebben, besluit ik naar de polder te gaan.

Als ik na twintig minuten rijden de auto parkeer bij het hek dat toegang geeft tot de polder, heb ik nog een flinke wandeling voor de boeg. Eenmaal op de polderstek aangekomen schrik ik toch wel een beetje. Was het in het bos echt lente, hier lijkt het nog steeds winter. Geen nestelende watervogels, en alles wat groeit langs en in het water ziet er verdord uit. Het trekt mij niet om hier nu al een karperpoging te wagen en na een paar foto's gemaakt te hebben wandel ik terug naar de auto. De hengel is het foudraal niet uit geweest.

Dan maar het cultuurwater waar ik vorige week met Jan-Willem heb gevist. En zo beland ik uiteindelijk na wat omzwervingen weer op mijn vertrouwde winterstek. Was het hier vorige week een waterballet; nu is het er aangenaam vertoeven. Ondanks het veel betere weer dan een week geleden heb ik ook deze keer het water voor mezelf. Ongelofelijk dat het hier over een paar weken geheid weer afgeladen staat met tentjes, rodpods en alles wat met deze vorm van karpervissen te maken heeft.

Op bekend water vis je met vertrouwen en dat werpt zijn vruchten af. Visten Jan-Willem en ik vorige week struinend dit hele watertje af, vanmiddag houd ik het bij twee stekjes. Vandaag heb ik al genoeg gestruind en dit water ken ik bijna als mijn broekzak. Het eerste karpertje wat ik vang is puntgaaf en heeft een prachtige, bijna gouden gloed over zich. Een mooi contrast met de zilverkleurige Biomaster.

Als het pennetje een half uurtje later weer langzaam verdwijnt, maak ik contact met een vis van een ander kaliber. Als ik de karper voor het eerst te zien krijg blijkt dat ook te kloppen: eenmaal op het gras is duidelijk dat dit een oud-strijder is, die al heel wat kilometers op de teller heeft staan. Een ding is zeker, deze karper is voor mij de grootste en zwaarste tot nu toe in 2007.
Ik blijf op "mijn" vertrouwde watertje vissen tot het donker is geworden. Na de kilometervreter,vang ik nog een klein karpertje en een forse brasem. Beiden worden onthaakt in het net en mogen zonder het water uit geweest te zijn weer verder zwemmen.
De sterke torpedovormige wilde karpers in de polder moeten nog maar even een maandje wachten. Geen probleem, want de schubkarpers van het cultuurwater leveren prachtige sport op de 1 Lbs penhengel. Voorlopig vermaak ik me wel op sier en cultuurwater!

Groeten,
Peter