25 jun. 2006

Jagen met de penhengel


Zaterdag 24 juni. Nu juni op haar eind loopt breekt er een nieuwe fase aan. De karpers, zeker de grotere exemplaren, verlaten de ondiepere en smallere polderslootjes. De karper verspreidt zich over de polders en de tijd om te gaan struinen is aangebroken. Natuurlijk zal een goed bijgehouden voerplek op een stategisch gekozen plaats (b.v. overgang/kruising ondiepe sloot op diepere poldervaart) nog steeds karpers opleveren. Echter de kans op grote aantallen brasems op dergelijke stekken neemt ook toe, en tevens zullen er uren gemaakt moeten worden.

Het alternatief is zelf de karper opzoeken. De vroege morgen en late avond uren genieten nu de voorkeur. Het aanbod aan natuurlijk aas in deze periode van het jaar groot, en een doosje (mest)piertjes kan soms de sleutel tot succes zijn.

De lichtere penhengels maken plaats voor hun zwaardere broers. Door de begroeiing is er steeds minder water tot onze beschikking, en de karper verkeert graag bij, of zelfs tussen de begroeiing. Dat neemt niet weg dat er nog steeds goed karper gevangen kan worden in deze periode in de polder met de penhengel.

Dit weekend heb ik slechts de beschikking over de zaterdagavond om te vissen. Hoewel ik in dubio gestaan heb om naar de polder in Anna Paulowna te rijden, kies ik toch voor een polder die een stuk dichterbij is. Een water dat ik in grote lijnen ken. Hier heb ik dit jaar begin mei mooie karpers gespot en gevangen. De kleinere slootjes zaten hier toen bomvol met karper. Ook nu is daar nog wel een karper te vangen, maar door het draadwier is het niet prettig vissen meer. Nog een reden om de diepere vaarten in de polders op te zoeken.

Met een vier meter lange 2-ponder in mijn hand struin ik de sloten af opzoek naar karper. Gelukkig heeft deze hengel een lang kurken handvat dat enigszins dienst doet als contragewicht. Een heerlijke hengel voor het statisch vissen bij obstakels. Maar voor het struinende werk niet prettig, blijkt al snel. Zeker nu er voornamelijk dicht onder de eigen oever gevist wordt, is 4 meter niet ideaal. Een hengel van 3 meter maximaal 3 meter 30 zou veel beter volstaan voor dit werk. Daar moet ik maar eens werk van gaan maken, en dat ik bijna jarig ben komt goed uit.

Al struinend weet ik vanavond twee karpers te verleiden. Eén daarvan schiet los, maar met de karper die ik wel weet te landen ben ik meer dan tevreden. Een sterke vis van 63 cm, met een gevorkte staart gevangen in een prachtige omgeving.

Groeten,
Peter

20 jun. 2006

De laatste der Mohikanen

Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Zondag 18 juni. Vanmorgen gaat mijn wekker om 3.00 uur. Om 3.30 zit ik in de auto richting de kop van Noord Holland. Een dagje vissen op boerenkarper, in de polder, georganiseerd door Frits. Behalve Frits zijn Ap en Bas ook van de partij. Met vier man vissen in de polder; hopelijk weten we een echte boerenkarper te vangen. Wie van ons maakt me niet uit. Om 4.30 uur arriveer ik als laatste op de afgesproken plek. Na het gebruikelijke handen geschud en na kennis gemaakt te hebben met Frits, rijden we achter Frits aan de polder in. Een prachtige polder, dampend in het vroege morgenlicht, het ziet er goed uit. Bij de auto's worden de hengels uit hun foudraaltjes gehaald en werpmolentjes tussen de reelringen geplaatst. Bas, Frits en ik gaan met klassieke glashengels en ABU, Mitchell CAP en Luxor molens vissen. Ap gaat in retro stijl: een nieuwe slanke Fair Play grafiet hengel en het nieuwste kleinood van Penn, de 4300 Ssg. Niet veel later klimmen we over het hek dat toegang geeft tot de polder. Na een wandeling van zeker 10 minuten komen we aan op een gedeelte met kleine en grotere rietkragen. Je kunt de karpers gewoon ruiken. En behalve dat, we hebben er ook al een paar weg zien schieten.

De polder in

Op een kleine 20 tot 30 meter uit elkaar besluiten we hier te beginnen met vissen. Voerplekjes worden gemaakt, van aardappel en/of mais. Het duurt niet lang of Frits vangt de eerste vis, geen karper maar een prachtige ruisvoorn. Dan is Ap aan de beurt, maar deze keer is het raak. Een geweldig gezicht, Ap staat met een diep gebogen hengel in zijn hand en de karper ploegt door de sloot. Ik haal snel mijn tuig uit het water en leg de hengel op de kant, om richting Ap te gaan. Ook Bas en Frits volgen en gezamelijk genieten we van de vertoningen van de karper. De eerste karper van vandaag is binnen; een prachtige, slanke vis.

Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Terug op 'mijn' stekje aangekomen blijkt dat de gestrooide maiskorrels zijn ondekt. Voorzichtig leg ik weer in, zonder de vis te verjagen. De pen loopt weg, en nu sta ik met een gebogen glasvezel stok in mijn hand. De karper weet ik bij de rietkraag vandaan te sturen, en het landen van deze vis lijkt een kwestie van tijd. Lijkt, ja, want de karper neemt een schot richting het riet. Met de wijsvinger druk ik stevig op de spoelrand van de Luxor. Uiteindelijk blokkeer ik bijna de slip, maar het lukt niet de karper te stoppen. De karper breekt de lijn, en dat is de tweede keer in een week tijd dat mij dit overkomt. De vorige keer was het pech, nu is het gebruikte materiaal gewoon te licht. Zowel Frits als ik hebben de karper gezien, het was een beer en met de Hardy 1 Lbs hengel en 20% Maxima nylon lijn kon ik niets uitrichten. En ik heb geen andere hengels en molens meegenomen... Mijn eerste kennismaking met een echte wilde karper eindigt in lijnbreuk.

Gelukkig weet Bas daarna wel een karper te landen. Terwijl ik zijn richting op loop maak ik een foto, van Bas tijdens de dril. Een plaatje dat zo op de cover van de Fair Play prijscourant geplaatst zou kunnen worden.

Bas

Mijn volgende aanbeet resulteert in een donkerbruin gekleurde brasem. Geen karper maar toch een mooie vis. Dan is het opnieuw raak, en nu is het wél karper. Met de grootste moeite weet ik te voorkomen dat de karper het riet aan de overkant van de sloot haalt. Vorig jaar heb ik een snoek van 97 cm gevangen op de vijfgramsspinhengel met een nylon lijntje van 14%. Ook dat was een spannende dril, maar toen had ik voor mijn gevoel wel grip op de vis. Nu heb ik geen grip op deze karper. Even denk ik erover om in het water te springen midden in de rietkraag waar ik de eerste karper verspeelde. Door vol in de hengel te hangen lukt het deze keer wel om de karper te stoppen. De uithalen beperken zich verder tot het krom zwemmen van het glasvezel. Niet veel later overhandigt Frits mij het landingsnet met daarin de karper. Het is gelukt! Ook ik mag met een wilde karper op de foto!

Mijn eerste

Daarna vang ik nog een brasem, en besluit het op deze stek voor gezien te houden. Na een behoorlijk eind stappen zie ik een paar mooie karpers azen. Hier is geen losstaand riet, en hoewel de waterplantjes er weelderig hebben huisgehouden moet het mogelijk zijn een karper te drillen op licht materiaal zonder dat de kans op verspelen aanwezig is. Tevens is het een stuk ondieper hier. Bij mijn tweede poging om één van de karpers te verleiden lukt het de interesse van een karper in het aas te wekken. De karper gaat gedeeltelijk op zijn kant, de pen schokt en loopt weg. De karper pakt met gemak 15 meter, maar in het obstakelvrije deel waar ik nu vis is dat geen probleem. Hij mag gaan, en dat doet ie. Deze dril is een genot op licht materiaal en ik voel me bijna weer een kleine jongen die zijn eerste snoek(je) vangt. Een torpedo van zo'n 60 cm glijdt niet veel later het landingsnet in.

Samen met Bas die ik verteld heb van de aktiviteiten verderop (en hij besluit ook die kant op te gaan), vis ik verder. Ap en Frits blijven voor als nog op het eerste gedeelte vissen, maar komen later ook onze kant op. Hier weet Frits ook zijn eerste wilde karper van vandaag te landen, en heeft een ieder van ons zijn karper vandaag gevangen.

Frits

Hier zou het echter niet bij blijven, want zowel Bas als ik weten beiden nog een karper te vangen. En Bas weet zijn tweede exemplaar op de vlok te vangen!

de laatste der Mohikanen

Het was één van de mooiere karper visdagen die ik tot nu toe heb mogen mee maken. In een polder die me vanaf het begin lag, en tussen het vissen door heb ik zelfs mijn ogen een klein half uurtje dicht gedaan om liggend op mijn rug te genieten van de geluiden in de polder.

Frits, bedankt dat jij ons mee hebt genomen in jouw prachtige groene wereld en kennis hebt laten maken met de wilde karpers. Deze karpers zijn veel sterker dan de vergelijkbare karpers die ik in 'mijn' polders vang, met recht "de laatste der Mohikanen".

Groeten,
Peter

16 jun. 2006

Tussen lelies en waterplanten

Schapen

Donderdag 15 juni. Na een hectisch dagje ben ik echte even toe aan vissen. Als ik om 20.25 in de auto stap geeft de temperatuurmeter 14 graden aan! Dat was afgelopen maandag om deze tijd nog zo'n 28 graden. Het water waar ik vanavond ga vissen ligt dicht aan een polderweggetje onder een dijk. De dijk wordt bevolkt door schapen die de begroeiing in toom moeten houden. Over begroeiing gesproken; door de warmte van de afgelopen week groeien de kleine slootjes langzaam dicht. Maandagavond heb ik hier drijvend met de vlok gevist, vanavond valt de keuze op blikmais onder een pennetje. De hengel keuze is wel hetzelfde: een retro look glasvezel beul met een vermogen van twee pond en een lengte van 400 cm. Deze hengel heb ik twee jaar geleden laten bouwen voor het karpervissen bij lelievelden en alle andere soorten extreme begroeiing. Geen subtiel en rank stokje dus.

Maandagavond was het niet wild wat azen betreft, de vissen waren loom. Toch wist ik nog een mooie torpedo schub te verleiden om de korst te nemen.

het materiaal van maandagvond
De karper van afgelopen maandag samen met de glasvezel hengel en de ABU 44

De polder ligt er mooi bij en de grijs/blauwe lucht voegt daar nog een dimensie aan toe. Zo te zien draait het gemaal, want er is wat trek in het water. De sloot wordt in tweeën gedeeld door een soort houten stuw met in het midden een schot dat omhoog en om laag kan. Wel staat het water aan beiden kanten van de sloot gelijk, en tevens doet de stuw dienst als smal bruggetje waarover je naar de overkant kunt lopen.

de stuw

Snel worden twee kleine voerplekjes aan weerskanten van de stuw gemaakt, waarvan één tegen de stuw. De keuze om te beginnen met vissen bij de stuw is snel gemaakt. Niet veel later staat het pennetje vlak bij de houten wand met het puntje boven water. Door de trek in het water verdwijnt het pennetje zo nu en dan schuin onder water, maar blijft duidelijk zichtbaar. Dat een dergelijke stek een hotspot is blijkt want niet veel later maak ik kontakt met een karpertje. Een prachtig visje met een hoge bouw, duidelijk geen verwilderde of wilde karper, maar een echte schubkarper, die door zijn bescheiden lengte en zilveren kleur een beetje aan een giebel doet denken.

net een giebel

Meteen verhuis ik naar stek twee, en was het op stek één vrijwel meteen raak, hier is het stil. Nou ja, ik vis aan de wegzijde van de polder, de karpers komen wel tegen het donker. Als het begint te schemeren en er nog steeds geen aktiviteit is, keer ik terug naar stek één. Hier zit de karper wel, want binnen een paar minuten tik ik aan op een zware vis. De karper trekt een aantal meters door de slip, en die stond zwaar afgesteld, dat heb ik achteraf nog een keer gecontroleerd. Hoewel ik de druk er flink op houd lukt het niet om de karper uit de begroeiing te houden. Gevolg: mijn eerste verspeelde karper door lijnbreuk dit jaar. Dit zijn altijd de minder leuke momenten tijdens het vissen, maar soms ontkom je er niet aan.

Tussen duim en wijsvinger controleer ik de lijn die buiten de top van de hengel wappert. Voor de zekerheid toch maar een meter of vier nylon afgeknipt en om de vingers gerold om daarna in de zak van mijn jas te stoppen.Terug naar voerplek twee, want hier heeft alles wat vinnen heeft het op een zwemmen gezet. Inderdaad, nu het donker en stil op de polderweg is geworden durven de grotere vissen hier hun maaltje bij elkaar te scharrelen. Wat dat betreft is er weinig verschil met druk bezocht cultuurwater, de vroege en late uurtjes zijn daar vaak voor de visser de meest lonende. Met de karper die ik verspeeld heb, ben ik ook mijn pennetje kwijt geraakt. Een ouderwetse pauwepen, wit met een oranje bovenstuk van twee centimeter, doet nu dienst. En eerlijk is eerlijk, ook nu het al behoorlijk donker is geworden is een dergelijke pen nog goed zichtbaar.

Gezien mijn uitrusting kan ik nu zo plaatsnemen in een boek van J.B. de Winter: een glasvezel pook, met daar onder een good-old ABU Cardinal 44 en een 'antieke' pauwepen. Alleen het nylon en de haak zijn van deze tijd. Dat het de karper niets kan schelen, blijkt al snel. De hoog afgestelde pauwepen loopt langzaam weg maar blijft fier boven het wateroppervlak uitsteken. Deze karper probeert ook de 'veilige' begroeiing op te zoeken, maar deze keer lukt wel om de vis te blokken. Uit de vuilzone vandaan kan er nog maar weinig mis gaan. Een mooie verwilderde schubkarper mag op de foto.

een verwilderde schub

Het is ondertussen een stuk aangenamer geworden buiten, ik zweet zelfs in mijn dikke jas. Dan toch maar tegen beter weten in een poging wagen op de eerste stek. Zo op het oog zijn twee karpers opzoek naar iets eetbaars in en onder de watervegetatie, een kleine 5 meter voor de plek waar ik gevoerd heb. De pen wordt strak tegen de vegetatie te water gelaten. Een spannend moment altijd... zal de karper het aas vinden? De pen schiet 10 cm naar links, duidelijk veroorzaakt door de staart van een vis en dus geen aanbeet. Rustig wachten dus! Slaan resulteert of in een vals gehaakte karper of een karper(s) die op de vlucht staat. Duidelijk is te zien hoe de karper door de vegetatie heen zwemt. De pen beweegt en verdwijnt. De glasvezel beul gaat hoepelkrom en de karper vlucht weg van de vegetatie.

Eénmaal op het schone en diepere gedeelte mag de slip ook iets losser. Liever een paar meter lijn zonder te veel tegendruk, dan de vis op andere ideëen brengen. Op het 'schone' gedeelte van de sloot kan ik de vis nu met gemak mannen. Deze karper is duidelijk groter dan de twee karpers die ik erder deze avond tijdelijk op de kant heb gehad. En meten is weten, dus de rolmaat wordt onder de karper uitgerold. De slanke vis meet 67 cm.

67 cm!!

Grappig dat deze torpedo uit dezelfde sloot komt als waar ik eerder deze avond een kleine hooggebouwde schubkarper ving. Het is meer dan mooi geweest, tijd om naar Francine te gaan.

Groeten,
Peter

11 jun. 2006

Een nacht met weinig slaap


Zaterdag 10 juni. Zaterdag is voor mij een werkdag, en toen ik om 17.30 naar huis fietste besloot ik dat via de polder te doen. De zon scheen in de ondiepe slootjes, en ik kwam meerdere zonnende karpers tegen onder de waterspiegel. Vanavond hier een paar voerplekjes maken, en dan morgenochtend heel vroeg die afvissen met de pen.

Het is al 21.00 uur geweest als ik ga voeren. Behalve mais strooi ik ook wat oud brood in het water. Al snel plukken ruisvoorntjes aan het brood. Maar wat ik tot nu toe nog nooit in de polder heb mogen aanschouwen, gebeurt: een grote ronde bek slurpt tussen de voorntjes door het brood van de oppervlakte. Op sierwater heb ik dit wel vaker gezien, maar nog nooit in de polder. Sterker nog, in sommige polders vang ik karpers op wormen, of een cocktail van mais en worm. Andere aassoorten liggen daar ver achter. Op de voerplek die ik het eerst gemaakt heb, cruisen nu zelfs meerdere karpers onder de korsten. Ik besluit mijn hengel op te halen.

Thuis gekomen vertel ik Francine wat ik gezien heb, en dat ik het even ga proberen met een drijvende korst. Als ik weer terug ben in de polder is het oppervlak geheel schoon gevreten. Een paar stukken brood gooi ik op het water, en de hengel wordt voorzien van de molen. Het draad door de oogjes gehaald, en een haak gemonteerd. De voorntjes en karpers zijn ondertussen alweer aan het slobberen. De eerste korst werp ik af, en de tweede korst landt bijna voor mijn voeten in het water. De volgende worp met de inmiddels doorweekte korst is wel geslaagd. Al snel plukken de voorntjes aan de korst. Dan zie ik duidelijk een karper onder de korst door zwemmen. Niet één, maar zelfs meerdere exemplaren! Een bek gaat open, en ik sla een gat in de lucht. Dat gebeurt daarna nog een keer.

Bij de derde poging wacht ik tot de lijn begint te lopen. De hengel hef ik, en wat er dan gebeurt is bijna niet te omschrijven. Eén ding is zeker, dit is de meest spectaculaire manier van karpervissen, althans voor mij. De karper sprint weg, en ik besef dat het deze keer raak is. En hoe! Dit moet echt een mega karper zijn. De dril verloopt in een roes. De karper blijkt, eenmaal geland, 78 cm lang te zijn. Een enorme karper, zeker voor polder begrippen. Ik ben echt beduusd, en maak een paar foto's met de zelfontspanner. Om eerlijk te zijn weet ik niet waar ik het meest van onder de indruk ben de gigantische schubkarper, of de manier waarop ik deze prachtige vis heb gevangen. Het eerste wat ik doe nadat de karper is terug gezet, is Francine bellen. Daarna thuis meteen de foto's op de computer gezet, en een wit wijntje open getrokken. Het is ruim over 2.00 uur als ik ons bed opzoek, de slaap kan ik maar slecht vatten. Deze karper vergeet ik nooit meer!

Groeten,
Peter

9 jun. 2006

Struinen door een rood gekleurde polder

Donderdag 8 juni. De afgelopen dagen is het kwik flink omhoog gegaan. En daar wil ik vanavond even van profiteren, al is het maar eventjes. Om 20.30 is het zover, en rijd ik richting de polder. Als ik de auto parkeer wuiven ronde en puntige vinnen me al toe vanuit de ondiepe slootjes. Onder de oevers slurpen karpers slakjes, en allerlei ander klein spul wat nu massaal in de slootjes rond kruipt en zwemt, uit het in het water hangende gras. Probeer dan maar eens op je gemak je hengel op te tuigen. Nou, dat is niet makkelijk.

Een paar minuten later loop ik achteraf te gehaast langs de sloot. Te gehaast, in dit geval ontstaan door een drukke week, weinig vistijd en de wetenschap dat het over twee uurtjes donker is. Dat onrustige gevoel werkt in mijn nadeel. De eerste karpers schieten als torpedo's door het slootje, ik heb ze verjaagd. Die komen dus voorlopig niet meer terug, en ik weet dat ik het aan mezelf heb te danken.

Rustig loop ik richting de boerderij waar dit slootje overgaat in een meertje. Na een kleine tweehonderd meter gelopen te hebben, spot ik een flinke schubkarper. Hij ziet me niet, want zijn staart wuift me toe, terwijl hij onder de oever van de overkant van het slootje zich te goed doet aan allerlei lekkernijen. Het slootje is iets breder dan de lengte van mijn hengel, en met een wat langere opslag kan ik de met mais beaasde haak dus met gemak onder de overkant presenteren. De maiskorrels liggen een meter bij de karper vandaan, die rustig slurpend die richting op zwemt. De pen beweegt; de maiskorrels zijn ondekt. De adreneline en onrust krijgen de overhand. Mis! Ik sla te vroeg en de karper schiet als een ongeleid projectiel door de sloot.

Nou, hier kan ik het wel vergeten vanavond. De penhengel haal ik uit elkaar en leg ik voorzichtig op de hoedenplank van de auto, het grote landingsnet wordt met de steel geklemd tussen het dashboard. Dat bedekt de gehele hoedenplank en beschermt zo tevens de hengel. Ik ben gewoon zuinig op mijn materiaal, en normaal gesproken als er verkast wordt, gaat de hengel terug in het foudraal en de molen in het molentasje. Maar de volgende stek ligt slechts een paar minuten met de auto hier vandaan.

De auto parkeer ik op een dammetje dat toegang geeft tot een weiland. De hengeldelen worden weer in elkaar gestoken, en er kan weer gevist worden. Een nog smaller slootje als waar ik zojuist viste, maar verder naar achter wordt het breder.

Photobucket - Video and Image Hosting

Een uur buiten bezig zijn heeft zijn vruchten afgeworpen, ik voel me nu een stuk rustiger. Voorzichtig sluip ik langs de sloot, zoekend naar activiteit. Wat losstaand riet beweegt, en verraadt een azende vis. Een kleine meter verderop gaat het pennetje en de daaronder met mais beaasde haak te water. De karper zwemt rustig onder de kant door waarop ik zit. De maiskorrels worden ondekt, en de karper vervolgt zijn weg, het pennetje haast op zijn rug meenemend. Nu is het tijd om de haak te zetten. Hij hangt, en zo voor je neus, letterlijk onder je voeten een karper aanslaan is een geweldige ervaring. De karper schiet door de sloot heen, een enorme golf in de vorm van een V voor zich uitduwend.

Het verbaast me keer op keer weer hoe sterk en vooral snel die verwilderde schubkarpers toch zijn. Ik moet zelfs meelopen, omdat de karper eerst onder de oever aan de overkant en dan weer onder de oever aan mijn kant zwemt. Zo voorkom ik dat er te veel vuil in de vorm van waterplantjes en andere ongeregeldheden op de uitstaande lijn komt. De karper blijft tekeer gaan, ook als de uithalen zijn afgenomen. Een straatvechter die niet van opgeven weet, maar uiteindelijk het net inglijdt. Het net wordt strak tegen de kant getrokken, met de karper nog in het water. Snel de bankstick in de grond en de camera erop gedraaid. Voorzichtig til ik het net met mijn tijdelijke buit uit het water. De zelfontspanner wordt ingesteld, en samen met de karper ga ik op de foto. Een plaatje waar ik heel tevreden mee ben, zeker omdat ik met deze manier van fotografie nog maar een kleine week bezig ben.

Photobucket - Video and Image Hosting

Even blijf ik zitten in het gras om na te genieten. Een kleine anderhalf uur geleden had ik nog geen rust in mijn lijf, maar nu wel. De zon begint nu langzaam weg te zakken een ideaal moment voor een foto.

Photobucket - Video and Image Hosting


De haak wordt opnieuw voorzien van twee maiskorrels en het struinen kan weer hervat worden. Nu pas hoor ik ook de kieviten en grutto's en geniet ervan. Heerlijk dat geluid van al dat (nieuwe) leven in een voorjaarspolder. Na het geweld van de karper is ook in de sloot de rust weer teruggekeerd. Ondertussen kleurt de wereld rood om me heen, de zon verdwijnt aan de horizon.

Photobucket - Video and Image Hosting

Het is bijna donker als ik op een azende karper stuit. De vis wroet in de bagger en draait al scharrelend een soort rondjes. Dat hij ook niet vies is van zachte mais blijkt al snel. En zo krijg ik het vanavond aan de stok met een tweede karper. Deze karper blijft onder de top zijn capriolen uithalen, en schiet van links naar rechts zo af en toe een meter lijn nemend. En uit de buurt van het landingsnet blijvend, houdt deze torpedo het behoorlijk lang vol.

Photobucket - Video and Image Hosting

Na een foto met de zelfontspanner blijkt dat hij nog niet al zijn kruid had verschoten. Met zijn staart slaat hij een plenswater in mijn gezicht, terwijl ik dacht de vis op adem te moeten helpen!

Het was een heerlijke avond, in de polder waar ik ook nog eens getuige mocht zijn van een prachtige zonsondergang.

Groeten,
Peter