25 apr. 2006

Zeelten, het blijven mysterieuze vissen!


Maandag 23 april. Gisteravond heb ik voor de tweede keer dit jaar gericht op zeelt gevist. En ook een zeelt gehaakt, maar die schoot helaas los vlak voor de kant. Vandaag is het voor het eerst dit jaar de hele dag warm geweest, ik ga vanavond voor de herkansing op dezelfde stek. Het betreft een door de bebouwing opgeslokt polderwater, met een goed zeeltbestand. De hengel die ik meeneem is al een oudje maar verkeerd nog in nieuw staat. Een Hardy Richard Walker Avon. Een 1 Lbs penhengel van 305 cm met een gevoerd start- en topoog en de andere oogjes zijn van het type hoogpotig en licht van gewicht. Onder de Hardy wordt een ABU Cardinal 33 uit 1975 gemonteerd met op de spoel Maxima 20%. Een mooie combinatie waarop een zeelt kan tonen wat voor vechterbazen het zijn. Tevens kun je er ook een karper op mannen, maar een forse brasem weet de hengel ook krom te trekken. Tot zover het materiaal, maar ja ik ben een beetje een materiaal freak, moet je maar denken....

Als ik aan het water arriveer zie ik duidelijk beweging in het water. Er wordt geaasd, het ziet er goed uit. Struinen laat ik vanavond achterwege. De hengel gaat op de steunen, maar ik ga wel met het pennetje vissen. Het is inmiddels al bijna 20.00 uur en ik heb een goed gevoel over de gekozen stek. Het duurt inderdaad niet lang of het pennetje verraadt activiteit. Als de pen schokkend onder het water oppervlak verdwijnt, omklemmen mijn handen het kurk en tik ik aan. Mis...

Dit herhaalt zich zo tot drie keer toe, en tot drie keer toe sla ik een gat in de lucht. Dan maar langer wachten voor ik de haak zet, spreek ik mezelf toe. En als de pen voor de vierde keer verdwijnt, krijg ik wél contact met een vis. Geen zeelt maar een flinke brasem, die ik snel van de stek weet te manouvreren. Ik heb het 'spelletje' nu door, en de volgende aanbeet levert mij de eerste ZEELT van 2006 op. Een prachtige vis van exact 40 centimeter.

Als ik het niet veel later met een forse zeelt die na meting NEGENENVEERTIG centimeter blijkt te zijn aan de stok krijg, is de avond voor mij al meer dan geslaagd.



Een derde exemplaar van 47 cm maakt deze avond voor mij tot een feest. Thuisgekomen zit ik nog geruime tijd na te genieten, en wordt de Hardy met een vochtige doek afgenomen en daarna in het foudraal opgeborgen. Met deze fraaie hengel hoop ik nog vele mooie vis momenten mee te maken, vanavond was er daar één van.

Groeten,
Peter

23 apr. 2006

Jong geleerd is oud gedaan



Zondag 23 april. Vanmorgen een uurtje met zoon Robin (5 jaar) met het pennetje wezen vissen. Dat wilde hij graag, dus waarom niet. Heel stilletjes sloop hij met me mee langs de schoeiingen. In een uurtje tijd hebben we twee karpertjes gevangen. Robin keek met mij mee, en ik vertelde hem wat er gebeurde als de pen omhoog kwam en dan langzaam wegliep. Nadat ik de haak zette mocht Robin de hengel overnemen en de vis drillen.



Voor deze gelegenheid had ik speciaal een klein werpmolentje met een geslotenkap gemonteerd, die is prettiger te bedienen met die kleine handjes. Hopelijk blijft hij zo enthousiast als hij nu is, we hebben in ieder geval genoten.

Groeten,
Peter

17 apr. 2006

Zeelt, de eerste poging


Maandag 17 april. Vanavond ben ik naar een polder gereden waarvan ik weet dat er een goed zeeltbestand is. De zeeltstand is daar zo goed dat je echt gericht en met succes op zeelt kunt vissen. De maanden mei, juni en juli zijn voor mij de maanden gebleken dat de zeelt het beste vangbaar is. Vorig jaar is het eerste jaar sinds jaren geweest dat ik niet gericht op zeelt heb gevist. Dit jaar zal ik de zeelt de aandacht geven die deze prachtige vis verdient.
Want prachtig dat is zij, zo glad als een aal en met van die rode oogjes. In tegenstelling tot de aal heeft de zeelt wel schubben, die echter heel klein zijn en daarom lijkt het net als of de zeelt geen schubben heeft. Zeelten zijn bodemwroeters en hun aanwezigheid is vaak zichtbaar door de bellenplakaten, bestaande uit kleinere belletjes als die van de karper. Als de lelies er zijn dan raggen ze daar soms doorheen, op zoek naar slakjes en andere lekkernijen. Een lichte karperhengel of een langere snoekbaarshengel zijn het ideale wapen om op zeelt te vissen.

Gezien de nog afwezige waterbegroeiing kies ik voor de snoekbaarshengel en de ABU Cardinal 52. Ik vis nu onder de kant en een langere hengel dan 295 cm heb ik dus niet nodig. Voor ik de hengel optuig gooi ik een paar handjes mais op een aantal plekjes onder de kant. Daarna haal ik de dunne 18% nylon door de oogjes, en monteer het (schuivende) pennetje, het haakje en de loodjes. Het pennetje wordt zo'n 30 cm uit de kant te water gelaten en slechts het oranje puntje steekt boven het water uit.

Helaas betrekt de lucht, en daar had ik niet op gerekend. Ook de wind trekt aan, maar het dobbertje houd zich kranig. Na een minuut of twintig zie ik belletjes onder de kant en niet veel later komt het pennetje omhoog; een opsteker. Daarna verdwijnt het pennetje onder water en tik ik aan. Een behoorlijke weerstand voel ik, en de vis trekt (behalve de hengel goed krom) ook een meter lijn door de slip. "Dat is zeelt, dat kan niet missen" schiet er door mij heen. Een teleurstelling maakt zich over me meester als de vermeende zeelt een brasem blijkt te zijn die na een kort en hevig verzet nu op zijn zij ligt, klaar om geschept te worden.

Eénmaal op de kant besef ik dat deze brasem wel eens een centimeter of 50 lang kan zijn. Wanneer ik de rolmaat er onder leg blijken dat 54 centimeters te zijn. Tevens is de brasem in een goede conditie en voelt stevig aan, vandaar dat ik eerst van doen dacht te hebben met een zeelt. Tja, van zo'n brasem maak ik graag een foto, en stiekem ben ik er blij mee.

Helaas gaat het na de vangst van de brasem regenen, eerst zachtjes, maar dat verandert in plensen. In korte tijd zijn mijn legerjas en spijkerbroek doorweekt, en verder vissen lijkt me niet zinvol, maar ook niet verstandig. De resterende mais strooi ik uit onder de kant, ik kom hier zeker nog een keer terug deze week.

Groeten,
Peter

10 apr. 2006

Anders dan gepland, maar met een happy end


Zondag 9 april. Vanmorgen voor de verandering een keertje lekker uitgeslapen. De temperatuur nodigt ook niet uit om vroeg van huis te gaan om te gaan vissen. Het is gewoon een paar graden te koud voor de tijd van het jaar. En omdat ik vandaag voornemens ben om de polder in te trekken, lijken mij de middag en avonduren het meest kansrijk. Na het ontbijtje ben ik met de kinderen op stap gegaan, en zo heeft Francine ook even tijd voor zichzelf. Thuisgekomen maak ik mijn spullen in orde. Haast heb ik niet, want ik wil tot donker gaan vissen. Dat verandert als de telefoon gaat.

Het is Tom, een vriend en als ie tijd heeft tevens ook vismaat van mij. Of ik vandaag nog ga vissen vraagt hij? Natuurlijk ga ik vissen, ik sta op het punt om de deur uit te gaan. Tom heeft zeker wel zin om mee te gaan, en vraagt of Wouter ook mee kan. Nou, Wouter is voor mij ook geen onbekende, dus dat is geen probleem. Tom heeft een drukke baan en heeft naar eigen zeggen veel te weinig tijd om te vissen. Het is dan ook wel zo leuk als er, wanneer er dan gevist wordt, ook gevangen wordt. En de kans op een aantal wilde karpers in de polder is gezien het weersbeeld niet groot. Over de telefoon besluiten we dat de grootste kans op karper nu nog steeds op cultuurwater is. En daarom gaan we niet één maar twee cultuurwatertjes aandoen vandaag.

Ik moet met een rotgang mijn visspullen in orde maken, want de 4 meter lange penhengel en ABU 44 heb ik nu niet nodig. Lekker mobiel struinen vraagt om ander materiaal, zeker gezien de wind. Het wordt een lichte 295 cm lange snoekbaarshengel en daar 'past' m'n oude ABU Cardinal 52 uitstekend bij.

De ABU spoel ik vol met 18% nylon, met dank aan Francine die altijd (zij het met gezonde tegenzin) de spoel met nylon vasthoudt terwijl ik de molen opspoel. Niet veel later arriveren Tom en Wouter, en vertrekken we naar het water waar ik afgelopen zondag gevist heb. Vantevoren hebben we afgesproken hier niet te lang te vissen. Sowieso wil ik graag op dat andere watertje vissen, ik heb daar zeker al drie jaar niet meer gevist. Aangekomen op de eerste bestemming zie ik twee bivy's staan. Gelukkig bestaat het water uit twee aparte stukken water die via een duiker(mijn winterstek!) met elkaar in verbinding staan. We besluiten dan ook om op het gedeelte te vissen waar niet gevist wordt. Nadeel van het vastlood vissen op wat kleiner cultuurwater vind ik dat je vaak niet weet waar en hoe de lijnen lopen van deze vissers. En over het algemeen wordt er onder de overkant gevist. En nu er verderop niet gevist wordt, is de keuze voor de hand liggend.


We blijven hier ongeveer twee uurtjes vissen, maar het is niet wild. Wouter weet een leuk karpertje te vangen bij een bruggetje en ik vang er één in de vuilhoek (de kant waar de wind op blaast). Tom heeft wel aanbeten gehad, maar die zetten geen van allen door. Tijd om naar het andere water te gaan, een kleine 25 minuten rijden met de auto, maar eerst gaan we langs de McDrive. Na een vette hap , rijden we letterlijk een woonwijk in. Deze stek heb ik puur toevallig jaren geleden ondekt toen hier twee vrienden van Francine en mij woonden. Zij woonden toen aan het water, en toen ik daar op een zonnige middag voor het raam stond naar het water te kijken zag ik tot twee keer toe een karper voorbij zwemmen. "Hier moet ik een keer gaan vissen", schoot toen door mij heen. En de eerste keer dat ik daar ging vissen is een jaar of zes geleden. Samen met mijn vroegere buurman en vismaat Mark viste ik toen in de polder op karper, maar de aanbeten bleven uit. Ik vertelde hem over wat ik gezien had daar in de woonwijk. Die eerste keer vissen daar werd een succes, en ik had nog nooit zoveel karpers op één dag gevangen als toen. Later hebben wij daar vaker gevist als niets wilde lukken, maar nu heb ik daar al drie jaar niet meer gevist en onze vrienden wonen daar ook niet meer.

De stekjes van 'toen' liggen er nu ook nog steeds goed bij, en Tom en Wouter besluiten te starten bij de houten beschoeiIngen. Ik loop een stuk door naar de brug, die de woonwijk verbindt met de uitvalsweg. Ik sta nog niet op de brug, of Wouter heeft de eerste al. Daarna ben ik aan de beurt, en ik vang drie karpers achter elkaar. Daarbij zit één zeer fraaie die ik samen met de hengel en de ABU 52 heb gefotograveerd, en boven dit verslag heb geplaatst. Tom vangt zijn eerste karper bij de beschoeiing maar al snel besluiten de mannen ook bij en op de brug te vissen.

Tom drilt een karper vanaf de brug

Het is een vrij lange brug dus dat geeft geen problemen. Uiteindelijk weten wij hier samen 16 karpers en karpertjes te vangen. Waarvan ik er tien op mijn conto mag zetten! Tom en Wouter vangen beiden 3 vissen hier en zijn uiteraard ook heel tevreden. Met z'n drieëen hebben wij dus met de twee karpertjes op het eerste water meegeteld 18 stuks gevangen, waaronder een aantal zeer fraaie exemplaren. Een topdag, zeker gezien de tijd van het jaar en de achterblijvende temperatuur. Leuk is ook dat Wouter en ik tegelijk aan een karpertje haken, en dus gezamelijk met onze vangst op de foto kunnen.

Samen met Wouter met op de achtergrond de brug


Deze visdag verliep anders dan in eerste instantie door mij gepland, maar wel met een happy end.

Groeten,
Peter

3 apr. 2006

Karper tijd


De gesloten tijd voor roofvis is ingegaan. Tijd om het karpervissen weer op te pakken. Vrijdag 31 maart ben ik na het eten in de auto gestapt en naar een cultuurwatertje gereden, om even met met de pen vissen. Een X-Light snoekbaarshengel en een Cardinal 33 met een spoeltje 14% nylon vormen mijn uitrusting. Lekker vissen tot in het donker, en twee kleine karpertjes gevangen. Wat een sport zeg op dergelijk materiaal. En zo nu en dan een cultuurwatertje aandoen is gewoon leuk. Jammer dat het er straks weer afgeladen staat met tenten, paraplu's en rodpots gevuld met meerdere hengels.

Zondag 2 Maart. Vorig jaar ving ik samen met vismaat Dick al mooie karpers om deze tijd in de polder. Maar ja, toen was ik al na de sneeuwperiode in maart gestart met mondjesmaat voeren. De weersvoorspellingen voor komende week zijn ronduit slecht te noemen, en de nachtvorst keert ook weer terug. Nog maar een keertje naar het cultuurwater gevuld met kweekkarper. Uitdagend is het niet, maar de vangstkans is gewoon een stuk groter. En een weglopend pennetje is gewoon spannend. De oude Hardy Trotter en de LuXor 1 waar ik afgelopen december nog mee op karper gevist heb neem ik mee.

Vrijdagavond viste ik struinend langs de kantjes en daar is de snoekbaarshengel afdoende, nu kies ik voor een bruggetje. Bruggetjes vragen om wat zwaarder materiaal, en tevens is de Hardy een stuk langer dan de snoekbaarshengel. En dat is prettig als er een stuk uit de kant gevist moet worden. Ik werp een handje mais tegen de peiler, en tuig op mijn gemak op. Zelfs het optuigen van de karperhengel vind ik altijd al een feest. Een mooi handgebouwd Van Eik pennetje vervolmaakt de uitrusting, en weldra staat alleen het oranje puntje nog boven water.



Het eerste uur krijg ik behalve wat gepulk geen mooie weglopers, of opstekers. Nog maar een handje mais naar de peiler, en dan verkassen. Hier kom ik straks nog terug, nu zie ik het niet gebeuren. Op de volgende stekjes, die ik struinend afvis krijg ik ook geen leven. Maar als ik weer terug keer bij het bruggetje, loopt het pennetje langzaam weg richting de brug. Als ik rustig een tikje geef, kromt de hengel zich. Ik moet meteen alle zeilen bijzetten, want de karper schiet door de slip onder de brug door. Nu heb ik ook perfeit van de langere penhengel. De karper kan ik hierdoor veel beter sturen, en weldra is de karper onder de brug vandaan. Dan het midden op, nog een paar meters lijn nemend. Daarna is het over en parreert 343 cm glasvezel iedere uithaal. Rustig schuif ik het net onder de vis, en dan ligt er een prachtige schubkarper op de kant. Als de rolmaat 62 cm aangeeft ben ik meer dan tevreden.



In de polder zijn dit al karpers van formaat. Een wilde karper van 62 cm is vaak al een ongeleid projectiel, en vraagt ook om ander materiaal dan hier op het cultuurwater.

Niet veel later vang ik een kleiner maar wel veel voller exemplaar, typisch een gekweekte karper. Vissen blijft toch altijd verrassend, zo krijg je geen enkele aanbeet, en dan binnen een paar minuten vang je twee karper(tje)s. Hierna blijft het echter weer een tijd stil bij de peiler, de stek is kennelijk verstoord. En in de polder keer ik zeker ook ook niet meer terug op een plek waar ik een karper heb gevangen. Op een cultuurwater met een goede karper bezetting is dat meestal niet nodig. Zeker in de winter en het vroege voorjaar, liggen de karpers vaak gestapeld onder de bruggetjes. En na verloop van tijd keen zij weer terug naar de brug, mocht de stek verstoord zijn. Vertrouwen hebben en doorvissen dus.

En na een kleine drie kwartier blijkt dat ook te kloppen, en land ik karper nummer drie van vandaag. Helaas heeft deze karper zo'n uitgescheurde bek, ook wel papegaaibek genoemd. Dat inscheuren wijd ik aan onkundig gebruik van veel te zwaar materiaal, waarmee tegenwoordig vaak op de kleinere karper gevist wordt. En dan schrijf ik het nog heel netjes! Wel vind ik het voor vandaag mooi geweest, en op mijn gemak tuig ik af. Als ik bijna lopend bij de auto ben aangekomen, gaat mijn mobieltje. Het is Francine, en zij verteld mij dat het al 20.00 uur is. De tijd is vanmiddag werkelijk omgevlogen, voor mijn gevoel is het niet later dan 18.30 uur. Gelukkig kent Francine mij meer dan een beetje na de ruim 14 jaar dat wij al samen zijn, en maakt zich niet snel zorgen. Wat dat betreft heb ik het getroffen!

Groeten,
Peter