19 dec. 2005

Karpervissen tussen het ijs




Zondag 18 december. Gisteren was het noodweer, maar vandaag zijn de weersvoorspellingen gunstiger. Hoewel, vanmorgen lag hier bijna al het kleinschalige water bedekt met een dun vliesje ijs. De polder in met de spinhengel zie ik dan ook niet zitten. Karper met de penhengel op wat dieper en door de bebouwing opgeslokt gecultiveerd polderwater biedt uitkomst. Nadat ik nog wat gepost had op een forum, ben ik met mijn twee jongens koffie wezen drinken bij opa en oma. Tot mijn verbazing werd het weer alleen maar mooier, en af en toe kwam er zelfs een flauw zonnetje te voorschijn.

Om 13.15 uur ben ik op mijn gemak met de auto naar het hierboven beschreven watertje gereden (ondertussen luisterend naar de kerstmuziek op de radio!). Toen ik de auto parkeerde schrok ik toch wel een beetje; er lag nog steeds een vliesje ijs. Gelukkig lag het bij de bruggetjes open, en er kon dus gevist worden. Voor de voorbijgangers zal het er vreemd uitgezien hebben: een in het groen gestoken vent die met zijn hengel aan de oever zit van een grotendeels met ijs bedekt water. Voor mij is dat een uitdaging. Ik heb de voorpagina van de Telegraaf van vandaag meegenomen (en niet om te lezen!).

Als het puntje van het pennetje boven de waterspiegel uitsteekt en de hengel op de steunen ligt, kan voor mij het genieten beginnen. Nee, niet zo genieten zoals in een echte polder, maar ook hier voel ik mij één met de natuur. Wat zou het leuk zijn als ik vandaag een karper zou weten te vangen. Ondertussen ben ik ook geaccepteerd door vele de eenden, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het open liggen van het water bij de brug. De zon verwarmt de brug, en smeltwater druppelt in het water. Ik word er gewoon vrolijk van, en wat ben ik blij dat ik toch ben gaan vissen.

Mijn roes wordt verstoord, als het oranje puntje waar het uiteindelijk om draait langzaam verdwijnt. De kou voel ik nu niet meer, en mijn winterhanden omklemmen een gekromde 0.75 Lbs penhengel. Nee, het karpertje is niet groot, maar het is er wel één. Na het onthaken leg ik de voorpagina van de Telegraaf op het gras en maak ik een foto van de kop van het karpertje onder de datum van vandaag.

Image hosted by Photobucket.com

Met hetzelfde tevreden gevoel waarmee ik in de zomer een zware en grote karper terugzet, laat ik ook dit ‘knolletje’ weer zwemmen. En op het gebruikte materiaal is zelfs de dril van een ‘knolletje’ een genot. Niet veel later ligt de hengel weer op de steunen, en zwemmen de eenden weer rond het oranje puntje dat boven water uitsteekt.



De zon breekt nu echt door, en ik krijg langzaam maar zeker steeds meer water tot mijn beschikking. Het ijsvliesje trekt zich langzaam terug, het eendenwak wordt groter. De pen loopt langzaam weg, richting de brug. Als ik contact maak, buigt de hengel en deze karper is duidelijk groter dan het eerste exemplaar. Bijkomend voordeel van de winter is dat de karpers trager zijn. Na het zetten van de haak, blijft de eerste explosie zoals die in de zomer vaak voorkomt uit. Je kunt de karper dus veel gemakkelijker bij de obstakels (in dit geval brugpijlers) vandaan sturen. Niet veel later ligt er een mooie karper in mijn landingsnet op de kant. Een karper die het glasvezel flink deed krommen, en de slip liet werken. Van deze karper wil ik graag een fraaie foto maken, en ik besluit dat boven het nog steeds in een groot gedeelte van de sloot aanwezige ijs te doen.

Image hosted by Photobucket.com

Als ik de karper terugzet zwemt de vis onder het ijs door weg. Snel neem ik nog een foto.

Image hosted by Photobucket.com

Voor mij is het meer dan mooi geweest, en ik besluit te stoppen. Thuis gekomen zet ik eerst de foto’s op de computer, de visspullen moeten maar even in de auto wachten.

Groeten,
Peter

7 dec. 2005

Vanuit een natuurlijke bivy!


Dinsdag 6 december. Nog nagenietend van de verbazingwekkend goede karper vangsten van afgelopen zondag, besluit ik vanmiddag nog een paar uurtjes aan de karper te besteden. De materiaalkeuze is gelijk aan die van zondag, echter ik neem nu ook twee hengelsteunen mee. Dan hoef ik niet de hele tijd met de hengel in mijn hand te zitten, en het vist prettiger dan wanneer de hengel op het gras ligt. De eerste stek is een brug waar de eenden regelmatig door opa's en oma's met hun kleinkinderen gevoerd worden. Dergelijke stekken zijn vaak ook wat dieper, en de karpers profiteren van de broodresten die naar beneden zinken. Zo, eerst even een handje mais tegen de pijler, daarna steek ik de steunen voorzichtig naast de brug in de grond. Het aas wordt vlak bij de pijler te water gelaten, en de hengel op de steunen gelegd. Maar niet voor lang, want de pen verdwijnt richting de brug. Mijn handen hangen al boven de kurkengreep, en rustig til ik de hengel uit de steunen. De hengel kromt zich, en binnen 3 minuten nadat ik het aas te water heb gelaten sta ik een karper te drillen. Natuurlijk, in de zomer of de vroege herfst gebeurt dat vaker.... maar vandaag is het 6 december! Tot een jaar of 5 geleden was ik ervan overtuigd dat karper niet te vangen was in de winter. Die lagen volgevreten in de bagger te wachten op het voorjaar, een soort winterslaap te houden. En misschien is dat in sommige afgesloten ondiepe polders ook wel zo. Mijn ogen werden geopend toen ik een vijftal jaren geleden, terwijl ik met de plug op snoek aan het vissen was, een karpervisser tegen het lijf liep. Deze visser zat tegen een duiker (dikke buis onder de weg door, die twee stukken water met elkaar verbindt) te vissen op KARPER! Uiteraard was ik nieuwsgierig, en hij vertelde mij in de winter meer karpers te vangen dan in de zomer. "Maar je moet wel de juiste stekken kiezen", voegde hij daaraan toe. Toen ik bijna 3 jaar geleden in de winter bij Cor Spinhoven een lichte penhengel bestelde, ging het kriebelen. De hengel stond boven te wachten op het komend voorjaar, en ik hield het niet meer. Dus op 25 januari 2003 ( die dag vergeet ik niet meer!) ben ik op karper gaan vissen. Het was toen heel koud die dag, s'morgens lag er zelfs een dun vliesje ijs aan de kanten van de sloten. Die dag ving ik mijn eerste winter karper ooit, een beauty van 69 cm. Het is dus mogelijk om karper met succes het gehele jaar door te bevissen! In de winter vis ik liever op roofvis, maar wel wordt er zo nu en dan op karper gevist. Al was het maar omdat de meeste tentjes zijn verdwenen aan de waterkant, en er geen lijnen meer kris kras door elkaar in het water liggen. Rust!

Wat een feest, bij de brug vang ik binnen een uur 5 kleine maar wel mooie gave karpertjes. Wat een genot op de oude lichte zachte glasvezel penhengel. Dan wordt het tijd om een andere hotspot op te zoeken. Dat is niet zo moeilijk; verderop is een duiker. Voorzichtig sluip ik het laatste stuk, en de pen wordt schuin voor de duiker te water gelaten. Een paar maiskorrels erbij, en wachten maar. De hengel houdt ik nu vast. De lange kurkengreep, zonder cone, klem ik tussen mijn oksel. Tik, tik doet het pennetje en ik hef de hengel. Ook dit is een klein schubkarpertje, maar hij weet de hengel hoepelrond te zwemmen. Voorzichtig stuur ik het karpertje weg van de duiker, en probeer ik deze stek zo min mogelijk te verstoren. Nadat ik hem heb onthaakt zet ik het fraaie schubje voorzichtig terug. Ook de kleinere exemplaren verdienen respect!!! De haak wordt opnieuw voorzien van 3 maiskorrels, en ik laat het geheel weer op bijna dezelfde plek te water. Nog wat mais erbij, maar niet te veel. Terwijl ik weer op mijn knieën zit, met de kurkengreep tussen de oksel zie ik activiteit aan de overkant onder de boom. Daar moet ik straks nog maar even kijken, denk ik! Wat is karpervissen toch spannend en lonend op deze manier. Minuten gaan voorbij, als plots de pen omhoog gaat. Meestal wordt zo'n opsteker door een brasem veroorzaakt. En ook een forse brasem is op dit lichte materiaal een welkome bijvangst! Maar nee, dit is geen brasem, de hengel buigt diep en de slip begint langzaam te tikken. Nu wordt er duidelijk iemand wakker aan de andere kant van de lijn, en langzaam tikken gaat over in een heerlijk zoemgeluid. Een grote oranje kleurige staartlob komt boven, en dan begint de karper te bokken. De soepele hengel vangt dat echter goed op, en de karper zwemt nu rondjes onder de top. Voorzichtig schuif ik het langdingsnet onder de karper. En een lekker dik gevreten schubkarper verdwijnt in het net. Die is toch al gauw een pondje of 14, besef ik als ik de karper uit het net til. Een prachtige karper, met een heel mooi oranje gekleurde staart mag na de foto weer zwemmen. Verder vissen bij de duiker lijkt mij voorlopig niet zinvol, dus ik besluit naar de overkant van dit watertje te gaan. Daar kan ik mooi onder de boom vissen. Deze boom is een wilg, en de takken reiken tot in het water. Weer zo'n plek waar karper graag opzoek naar voedsel gaat. Ik zit letterlijk onder de boom, en de gesteunde hengel steekt door een open ruimte tussen de takken door. Ik zit dus onder een natuurlijke tent. Hoewel het gras al aardig gekleurd wordt door de vele afgevallen bladeren, is de boom nog lang niet kaal. De lange warme herfst is daar de 'schuld' van, maar ik profiteer daar nu lekker van. En de karpers zo te zien ook, want ik zie hier meerdere bellenplakaten. De pen staat zo'n anderhalve meter van de hengeltop en het geheel ziet er geweldig uit. De oude Hardy Trotter,(mijn allereerste echte penhengel gekocht toen ik 16 jaar oud was), de eenvoudige onverslijtbare LuXor werpmolen, de dunne Maxima nylon lijn en het sierlijke pennnetje waarvan alleen nog een oranje puntje boven water steekt. Een uitrusting zonder toeters en bellen, maar wel geheel in balans. En dat blijkt wel, als ik het ook hier onder de boom aan de stok krijg met een karpertje. Het karpertje schiet alle kanten op, en zwemt zelfs tussen de in het water hangende boomtakken door. Een wel heel aparte dril zo onder een boom, maar niet onmogelijk zo als blijkt. Nadat ik het karpertje geland heb, leg ik de hengel weer op de steunen. De karper er onder, en snel een foto gemaakt. Zelf vind ik het een veelzeggend plaatje geworden, zo tussen de takken van de boom genomen met de karper onder de hengel op de afgevallen bladeren. Deze foto voeg ik dan ook toe aan dit verslag!

Groeten,
Peter

4 dec. 2005

Winter karper.............


Zondag 4 december. Vanmiddag heb ik geprobeerd een winterkarper te vangen. Ik weet een watertje met een goede karperbezetting, dus daar moest het gebeuren. Mijn oude Hardy Fred Taylor Trotter 0.75-1 Lbs, de LuXor 1A uit 1959 opgespoeld met 17% Maxima, een schoudertasje met dobbers, loodjes etc. en een landingsnet vormden mijn uitrusting voor vandaag. In mijn jas een blik mais en de camera gestoken. Mijn eerste poging waagde ik bij een duiker. Pennetje voor de duiker en een handje mais erop 'gegooid'. Het duurde ongeveer 10 minuten, toen er beweging in het water kwam. Alleen een penvisser weet wat ik bedoel! Het water komt in beweging alsof er heel zachtjes in een kop thee wordt geroerd. Af en toe wat kleine belletjes, die lang blijven liggen, verraden de karper. De pen beweegt, nee waaiert op en neer. Duidelijk een teken dat de karper in de buurt is. Dan komt de pen een stukje omhoog, en verdwijnt daarna heel rustig onder het water oppervlak. Een fractie later sta ik met een kromme hengel in mijn hand. De slip laat zich horen en dat kan alleen maar karper zijn. Wat een genot! En dan ligt de karper op de kant, gouden schubben kleuren de grijze dag. Na de foto's verdwijnt dit karpertje van om en nabij de 50 cm weer in het donkere koude water. Heerlijk, echt geweldig! Niet veel later haak ik op dezelfde plek een groter exemplaar die ik wel meet. Met 59 centimeter een echte sportvis op dit lichte materiaal. De stek is verstoord, en dus besluit ik het bij een brugpeiler te proberen. De diepte valt mij daar tegen en na 20 minuten geen beweging gezien te hebben, laat ik de stek de stek. Andere brug dan maar. Daar staat wel water, en ik werp een hand mais tegen de peiler aan. De dobber staat pal naast de peiler, maar niet voor lang. Een knolletje, waar ik maar wat blij mee ben zwemt de hengel krom, de slip hoeft echter geen assistentie te verlenen. Lekker dik gevreten van het voer bedoeld voor de eenden en bijna zwart gekleurd, onthaken en zwemmen maar weer. De volgende karper schiet los, maar ach mijn dag kan allang niet meer stuk. Echter Petrus is het daar niet mee eens, en nu krijst de slip van de LuXor. Onder de brug, kolk en weer de andere kant op! Voor mij de juiste kant zonder obstakels. Wat een feest daar kan geen snoek tegen op. En deze karper bevestigd maar weer eens waarom ik zo graag in de zomer op karper vis. Een heel gaaf exemplaar, met een goud gekleurd schubbenkleed en ook nog eens 63 cm lang mag op de foto samen met de Hardy en de LuXor.(plaats ik bij dit verslagje) Uiteindelijk vang ik vandaag 8 karpers, en los er 1. Dat ik mij een gelukkige visser voel hoef ik jullie niet meer te vertellen.

Groeten,
Peter