5 apr. 2009

Jetzt geht los!

Zondag 5 april. Met de stijgende temperaturen in april komt ook de karper op gang. Toch is dit een weekend geworden waar ik met gemengde gevoelens aan terug zal denken. Het begon gister in de namiddag. Na een dag werken zag ik op de terugweg naar huis actieve karpers in de poldersloten zwemmen. Thuisgekomen ben ik niet meer te houden, ik moet er gewoon nog een paar uurtjes op uit. Voor de hand liggend zou de polder zijn geweest, waar ik de karpers zag zwemmen. Maar ik kies voor een andere polder. Geen pennetje, maar een wakertje wordt tussen het startoog en de werpmolen gehangen. Zo kan ik vissen tot in het donker. Gevist heb ik tot 23.00 uur, en de waker is in die tijd drie keer in beweging geweest. Niets spannends dus, ware het niet dat er flink aan de oppervlakte door een grote karper geaasd werd. De pellets waarmee ik voerde, zonken niet allemaal gelijk, en de nog drijvende pellets vielen ten prooi aan de karper. Helaas heb ik geen brood, floaters of kattenbrokken bij me. Thuisgekomen kan ik de slaap maar slecht vatten, en zo gebeurt het dat ik om 6.15 uur weer terug ben. Deze keer wel goed voorbereid! Eerst voeren en ondertussen genieten van de groene wereld in diepe rust. Het duurt niet lang voor op ongeveer dezelfde plek als gisteravond een grote karper met slurpen begint. De drijvende kattenbrokjes worden gretig van de oppervlakte vandaan gezogen.

Op deze karper staat mijn naam geschreven, ik moet en zal de vis vangen. Niets wijst erop, dat dat niet zou gaan gebeuren. Het zou anders lopen... Een auto stopt achter me, het is Jan-Willem. Wat Jan-Willem niet weet, is dat ik niet met de waker onder de overkant vis, maar drijvend aan de oppervlakte. De karper zakt weg, om zich daarna niet meer onder het oppervlak te vertonen. Jan-Willem is net zo verbaasd over de in april in de polder aan de oppervlakte azende karper als ik dat gisteravond was. Hij kan er niets aan doen, maar toch baal ik een beetje. Ik probeer van alles, maar er komt geen herkansing aan de oppervlakte.

Na een half uurtje besluit ik om het met de pen te gaan proberen. Ik heb de hengel net omgebouwd en ingelegd als mijn mobiel gaat: het is Jan Willem en hij heeft er een. Snel gooi ik de beugel van de ABU Cardinal 44 open, en haast me daarna in zijn richting.




Na een foto van Jan-Willem en de karper gemaakt te hebben loop ik terug naar mijn hengel. Daar aangekomen schrik ik me het apenl*zerus. De hengel ligt niet meer op zijn plek, is een stuk verschoven, en op de spoel van de werpmolen schijnt de backing door. Waar ik al meteen voor vrees, gebeurt: de karper zwemt zich tijdens de dril vast, en omdat ik tussen over het water hangende bomen vis, kan ik niets anders doen dan hopen dat de vis zich los zwemt. Helaas voor de karper en voor mij gebeurt dat niet. De lijn breekt, en als ik de nylon op spoel blijkt dat de lijn over vele meters ruw geworden is.

Balend blijf ik nog een tijd op het gras zitten, dit was waarschijnlijk de karper die gisteravond en vanmorgen vroeg aan de oppervlakte aasde. Hier kan ik alleen maar boos op mezelf over worden. Het ergste is, dat door de beschadigde lijn mijn kansen voor deze ochtend verkeken zijn. Daarbij is mijn zin om verder te vissen tot het nulpunt gedaald.



Voor ik naar huis ga, ben ik nog getuige van een tweede mooie karper voor Jan-Willem. Deze karper is net zoals de eerste gevangen onder de overkant vissend met een waker. Voor mij zit het erop, en thuisgekomen trek ik de spoel van de ABU leeg. Het materiaal wordt daarna schoon gemaakt en gecontroleerd op beschadigingen. Gelukkig is alles nog tip top in orde, zitten er geen krassen op de hengel of de werpmolen.

De middag breng ik door met Francine, Robin en Marleentje op het eiland Marken. Thuis gekomen besluit ik toch nog een poging te wagen. De ABU Cardinal 44 maakt plaats voor een Shimano Biomaster 2000, en er kan weer gevist worden; maar nu in de poldersloot waar ik gister namiddag langs reed toen ik naar huis ging.




Gelukkig valt hier het kwartje dan wel de goede kant op. Na eerst op een paar uitdagende plekjes te hebben gevoerd, ga ik deze om beurten af vissen. Bijna tussen het afgestorven riet komt het pennetje in beweging. Het water onder mijn neus splijt open als ik de hengel hef. Een wilde karper is het niet eens met de situatie en laat dat weten ook! De hengel gaat rond, en de slip krijst.




Geen dikke vis, zoals die rondzwemmen in de polder waar Jan Willem en ik vanmorgen viste, maar een gestroomlijnde torpedo. Dit weekend heb ik naast m'n werk en m'n gezin veel uren gestoken in de karpers. Misschien wel te veel! De eerste karper van 2009 gevangen in de polder is binnen.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: