19 apr. 2009

De man in de witte onderbroek


Zondag 19 april. Deze zondag zal voor een niets vermoedende voorbijganger met hond de geschiedenis ingaan als de zondag met de man met de witte onderbroek. Hoe dat zo kwam kun je hier onder lezen.

Vanmorgen had ik Paul uitgenodigd om samen achter de zeelt aan te gaan. Helaas geen teken van zeelt te vinden, en na een brasem voor mij besluiten we te verkassen. Ik weet nog twee kleine meertjes, die via slootjes met elkaar in verbinding staan. Daar zwemt behalve grote brasem en karper ook zeelt rond. Nou, die zeelten lieten zich ook op de meertjes niet zien. Ik ving daar nog twee mooie grote brasems, maar het is Paul die voor het echte vuurwerk zorgde.

Hoe kan het ook anders, geen kleine karper maar een heus zoetwatervarken vond zijn voor de zeelt bedoelde maiskorrels niet te versmaden. Meteen is het ons dan ook weer helemaal duidelijk: te licht vissen op karper is not done! Een o.75 lbs penhengel is een feesthengel voor de zeelt en kleine karper op cultuurwater, maar stelt niets voor op een karper van formaat. En dat is deze karper!
Pauls hengel staat hoepelrond, en de slip van zijn werpmolen krijst als een bezetene. De karper is een verbindingssloot ingeschoten en probeert onder de overkant de haak te lossen. Dat lukt niet, en verderop zwemt de vis zich alsnog vast in de takken van een in het water hangende boom.

Einde verhaal? Nee, want nu komt het relaas van de man in de witte onderbroek om de hoek kijken. Dat ben ik namelijk. Ik bedenk me geen moment, trek snel mijn laarzen, broek, sokken en jas uit uit, en spring in de sloot. Met behulp van het net lukt het me de karper te bevrijden. De karper gaat er als een raket vandoor, en schiet het meertje op. Ondertussen kruip ik de kant op, om daarna Paul bij te staan. Bijna op de helft van het meertje keert de karper, en komt nog sneller dan net terug onze kant opzwemmen. Weer terug in het slootje lijkt de boel onder controle te zijn. Achter ons staat ondertussen een man die zijn hond aan het uitlaten is het tafereel te bekijken. Het moet er wel heel raar uitzien voor hem, een schaars geklede man in een witte onderbroek, met in zijn handen een gigantisch landingsnet. Naast hem staat dan ook nog eens een man met een angstvallig krommende hengel.

Ik besef me dat het er belachelijk uitziet, en ren naar de plaats waar mijn broek ligt. Ik heb mijn broek net aan als Paul zijn hengel van hoepelrond in een keer naar kaarsrecht terug veert. De beschadigde lijn is alsnog gebroken. Einde avontuur.

Licht vissen op snoek is een feest. De grootste snoek zal zijn meerdere moeten erkennen in de rek van de dunne lijn, de progessieve buiging van de hengel en indien nodig de slip van de werpmolen. Een ultra lichte karperhengel is als er grote karper te verwachten is geen verstandige keuze. Zelfs als het ons gelukt was deze karper te landen (en wat scheelde het!), dan waren wij het daar nog unaniem over eens. Het scheelde weinig, heel weinig, maar in de wind wapperde als getuige een geschuurde dunne nylon lijn.

Paul, doe voortaan voor de zekerheid maar een onderbroek aan zonder lange pijpen, want ik heb nog iets tegoed van je!

Groeten,
Peter

3 opmerkingen:

Anoniem zei

Jij bent nog eens een echte vismaat!! Wel gelachen, heb nog nooit een voorbijganger zo vreemd zien kijken!!

Nogmaals bedankt!!

Paul

Anoniem zei

Héél herkenbaar, dit leuke verhaal!
Groeten,
Geert

Anoniem zei

Prachtig Peter, jammer dat er geen beeldmateriaal is!
Dat zou helemaal mooi geweest zijn.

Groet,
Bas