1 aug. 2008

Karpers knuffelen op de onthaakmat

Dinsdag 29 juli. De onthaakmat stond voor mij altijd synoniem aan het vissen met vastlood, en dat is niet mijn ding. Bij het vastlood vissen slaat de visser soms letterlijk een kamp op, compleet met tent en stretcher. Gevist wordt er dan met twee, maar soms zelfs drie hengels. De karpers worden niet aktief opgezocht maar gelokt door middel van een voerplek. Het lijkt een klein beetje op het vissen met de waker, maar de verschillen zijn heel groot. Bij het vissen met de waker of een rolletje alufolie is de aandacht van de visser bij zijn hengel(s) vereist. De waker registreert alles wat onder water gebeurd, bij een klimmende of zakkende waker kiest de visser het juiste moment om de haak te zetten. Bij gebruik van vastlood haakt de vis zichzelf op het gewicht van het lood. Aandacht van de visser bij zijn hengels is niet nodig. Een fluitsignaal uit de elektronische beetverklikker attendeert de visser op het feit dat de karper gehaakt is en probeert te vluchten. Dat vluchten wordt ook wel een run genoemt. Nog een verschil: vis ik statisch achter de hengel met de waker, ook dan verplaats ik me regelmatig om van te voren gemaakte voerplekjes af te vissen.

Alles meer dan slechts die éne hengel, een tasje, schepnet en twee steunen beperkt me in mijn bewegingsvrijheid. Ook de onthaakmat zag ik als extra ballast en hoorde tot vandaag niet tot mijn uitrusting. Behalve extra ballast vond ik het een beetje een overzeese en onze richting overgewaaide modegril. Nog een reden voor mij om dat ding lange tijd ver weg bij me vandaan te houden. Karpers knuffelen op een matras, dat zag ik niet zitten.

Maar goed, ik heb er nu ook één. Geen twee persoons dubbeldik matras, maar een die om de steel van mijn landingsnet gerold kan worden. Waarom? Het is me opgevallen dat als ik met zwaarder materiaal (tot 2.25 lbs) vis, de karper soms niet goed uitgedrild is. Gevolg is dat de vis gaat klapperen in het net of op het gras. Dat de karpers die ik de laatste jaren vang ook een stuk groter zijn dan de echte boertjes die ik 'vroeger' belaagde telt ook mee. Het vaak ontbreken van mals gras in de buurt van obstakels waar ik graag vis is doorslaggevend geweest.

Vanavond gaat de mat voor de eerste keer mee. Vissen ga ik niet met de waker maar aan de oppervlakte. Ook drijvend vissen vraagt eind juli om zwaar materiaal! De karpers houden zich op onder en tussen de begroeiing in de polders. Drillen onder deze omstandigheden doet denken aan een potje touwtrekken. De karper heeft geen ruimte om te vluchten en mag die dan ook niet krijgen. Met een berg waterplanten op de lijn is de kans op lijnbreuk of zelfs vastzwemmen onvermijdelijk. De 2-2.25 lbs zware medium/fasttapered glasvezel hengel en de rek in de lijn doen dienst als buffer. Alleen glasvezel van goede kwaliteit is onder deze omstandigheden geschikt! Een slowtaper van dikwandig grafiet buigt wel fraai, maar ontbeert het aan ruggegraat. Deze spaghetti hengels zijn uitzonderlijk goed geschikt voor ruim en schoon cultuurwater, maar niet voor de polder. Hengels van medium of fasttapered grafiet zijn te hard voor het vissen bij obstakels of zoals nu boven op de waterplanten. Deze zijn te hard, maar daarnaast is de kans op uitscheuren van de haak en hengelbreuk groot. Heel groot! Gelukkig zie je tegenwoordig steeds meer aktieve karpervissers teruggrijpen naar glasvezel.

Karpers knuffelen op de onthaakmat
Terug naar het vissen. Maar eerst voeren! Dat voeren of beter gezegd lokken doe ik met variantjes van Tom Poes. Daarna gaat pas de hengel uit het foudraal. Een ABU Cardinal 66 uit 1975 (herkenbaar aan het jaartal in de molenvoet en het kleine slingergreepje) opgespoeld met 28 % Shimano Technium gaat onder de hengel.

De variantjes worden al vrijspoedig ondekt, besnuffeld en daarna zonder schroom naar binnengewerkt. De korst op mijn haak die iets later te water gaat wordt gemeden. Ook hier dressuur.

De oplossing vissen met variantjes ligt voor de hand, maar is niet gemakkelijk. Door het centrale gat kunnen de variantjes in de haakbocht gehangen worden. Met succes de haak zetten wordt dan wel bemoeilijkt.



Dat probleem wordt opgelost door een hair aan de haak te knopen. De variantjes gaan op de hair, de haakpunt wordt door het lusje van de hair gehaald.



Een klein oranje floatertje doet dienst als verklikker in het donker. Het werkt, nou ja, niet de variantjes maar het floatertje wordt benuffeld. Het floatertje schuif ik tot bij de haak, en dat blijkt vanavond de sleutel tot succes.



Al snel is het raak, een korte maar dikke karper gaat boven de mat met de vanger op de foto. Tussen het moment van de zelfontspanner inschakelen en plaatsnemen voor de camera ligt de karper veilig op de eerst nat gemaakte onthaakmat.

Door de paniek, ontstaan bij het touwtrekken met de karper, zijn de andere karpers tijdelijk naar beneden gezakt. Een klein half uurtje later lukt het me alsnog een tweede karper te foppen.



Deze karper is iets kleiner dan de eerste en ook een stuk slanker gaat op de mat op de foto om daarna meteen weer terug het water in te gaan.

Op deze manier vissen is niet zo als ik het het liefste doe. De karpers (vooral de grotere exemplaren) zitten tijdens de warmte graag onder de begroeiing. Door het materiaal aan te passen aan de omstandigheden kun je ook nu nog steeds mooie karpers vangen. Te licht vissen is uit den boze, en vergeet vooral je onthaakmat niet!

Succes,
Peter

1 opmerking:

Arjan zei

Peter is een karperknuffelaar geworden :D

Je hebt wel gelijk trouwens. Ik merk vooral aan de kleinere vissen dat ze nogal eens flink tekeer kunnen gaan. Vooralsnog heb ik eigenlijk altijd wel gras om me heen, maar in de schuur ligt, voor de zekerheid, wel een matje klaar.

Arjan