17 dec. 2007

IJs en weder dienende

Zondag 16 december. Gisteravond belde Paul mij. Dat doen we wel vaker op zaterdagavond, gewoon even bijpraten. De afstand Monnickendam-Den Helder is te groot om even een bakkie te doen. Met Paul heb ik het afgelopen jaar veel informatie uitgewisseld. Niet over stekken, maar over materiaal. De opgedane ervaring aan de waterkant delen met elkaar, via het internet maar ook gezellig aan de telefoon. Dit telefoongesprek gaat over Frits. Nee we hebben niet geroddeld over een goede vriend en vismaat. Frits heeft zaterdag een snoek van 92 cm gevangen. Gevangen op een onverzwaarde twister gevist aan een driegrammertje. Geweldig!

Op de vraag of ik morgen nog ga vissen, is mijn antwoord 'ja'. Het voornemen was om vandaag samen met Jan-Willem door de polders van Wilnis te struinen. De vorstvoorspelling dreigt roet in het eten te gooien. In de kop van Noord Holland is het bijna altijd een graadje warmer in deze tijd van het jaar. En om heel eerlijk te zijn heb ik ook wel zin om die kant op te gaan. En niet alleen omdat Frits een zoetwaterkrokodil gevangen heeft; het is altijd prettig vissen daar samen met de mannen. Nadat ik Paul "opgehangen" heb, bel ik met Jan-Willem en Frits. Een afspraak voor vandaag om samen te vissen wordt gemaakt.

Vanmorgen zitten Jan-Willem en ik om 9.00 uur samen in de auto naar Paul en natuurlijk naar de koffie. Leuk, de laatste tijd drinken we eerst bij een van de vismaten koffie voor we naar het water gaan. Als we daar om even over tien uur arriveren is Frits er al. Die moeten we natuurlijk eerst even feliciteren! Na de koffie rijden we met z'n vieren in twee auto's naar de polder. Hopelijk ligt het daar open. Onderweg naar Den Helder hebben Jan- Willem en ik volop ijs gezien op de kleinere slootjes.

De polder ziet er prachtig uit. Frits en Paul hebben geen woord te veel gezegd. Er is helaas wel een minpuntje......ijs. Een dun vliesje zorgt er voor dat wij ons kunstaas niet nat kunnen maken. Struinen dan maar, op zoek naar open water. Dat vinden we, maar het houdt niet over. Tussen het ijs liggen grote windwakken, en op sommige stukken ligt er ijs lang de kanten. Dat laatste is geen probleem, er kan gevist worden. Ook rond de bruggetjes ligt het open. Het heeft wel wat, vissen in een winterse polder. 's Zomers vissen we tussen de open stukken tussen het wier en lelliebedden, maar vandaag gaan we ook op zoek naar open stukken. Frits in eerste instantie met de vliegenhengel, Jan Willem, Paul en ik met vijfgrammers.

We wandelen langs prachtig water dat deel uit maakt van een natuurgebied. Verschillende soorten eenden liggen verderop bij elkaar samengeschoold op een kunstmatig aangelegd meertje. Je ziet dat steeds vaker, van die ondiep uitgegraven vennetjes. Een bron voor een heleboel waterleven. Dat daar niet gevist mag worden is duidelijk, er staat een hek omheen. Als de vorst doorzet is het daar over met de pret voor de watervogels. Een statige bergeendmannetje (woerd) loopt al over het ijs dat vannacht langs de rand van het meertje is ontstaan.

De poldervaart maakt een bocht, en daar heeft de wind het water gedeeltelijk ijsvrij gehouden.



Helder en ijskoud water wordt bestookt metPako lepeltjes, spinners en de streamer. Vele prikworpjes worden gemaakt zonder een teken van leven te voelen of te zien. Wat ik vooral mis zijn kleine visjes in het water. Die zijn waarschijnlijk afgezakt naar diepere plekken. Dat de snoek volgt lijkt me logisch.


Bij een kruising met twee bruggetjes ligt het water open. Meerkoeten zijn daar druk aan het duiken. Een goed teken: er zitten hier driehoeksmosseltjes op de bodem. Rond de twee bruggetjes is het ook nog eens aanzienlijk dieper. Hier moet vis zitten, en dat zal ook blijken. Tot twee keer toe ben ik de gelukige die het aan de spinstok krijgt met een snoek. De vreugde is tot twee keer toe van korte duur. In beide gevallen lost de snoek de haak. De tweede aanbeet was zo flauw, dat ik zelfs dacht aan de bodem vast te zitten, tot het vermeende obstakel in beweging kwam. Ze liggen er, maar daar is ook alles mee gezegd.

Ondertussen is de ochtend overgegaan in de middag. We zijn diep achterin deze polder beland, en geen van ons heeft een snoek geland. Terug dan maar.... Al vissend en zoekend viel het niet op, maar nu teruglopend blijken we een heel eind verwijderd van onze auto's. Bijna bij de auto's aangekomen besluiten we nog even niet te verkassen. Een dwarssloot die in verbinding staat met de polder waar we zojuist vandaan komen ligt open. De reden is ons al snel duidelijk: er staat een behoorlijke trek in deze sloot. In de zomer niet verkeerd, maar nu de vissen er alles aan doen om energie te sparen is dat minder. De vissen moeten in beweging blijven en dat kost energie. De geschoonde sloot biedt ook geen begroeiing waaronder de vissen zich op kunnen houden. Bij een bruggetje over deze sloot haakt Paul een snoek, maar ook deze lost de haak. Bij de andere bruggetjes is en blijft het stil. Hier dus ook geen snoek, zelfs niet een baarsje.

Dan maar de bebouwing opzoeken, en hopelijk ligt daar geen ijs. Tussen de huizen loopt een mooie brede vaart. Vele visloze worpjes worden gemaakt door ons. Opeens is er dan uit het niets een flauwe aanbeet. In een reflex zet ik de haak. Hangen!!! Even lijkt het of de vis op zijn plaats blijft liggen. Als ik het glasvezel flink rond trek komt er beweging in. Snoek, 'hopelijk schiet deze niet los' gaat er door me heen. Als de snoek zich de eerste keer laat zien, blijkt dat de haak zich buiten de bek bevindt. Ook deze rover ging er niet vol overgave voor. Miste de spinner op een haar, en werd als nog boven de getande muil gehaakt.



Voor het vierde water dat we gaan aandoen moeten we een stuk rijden. Afgelopen januari heb ik hier samen met Paul en Frits gevist, en hebben we hier snoeken gevangen. Dit water is op een paar stukken na geheel met ijs bedekt. Frits vliegenlat heeft plaats gemaakt voor de spinhengel. Het resterende deel van vandaag vissen we alle vier met spinhengels. Pako lepels, en spinners wisselen elkaar af. Zonder resultaat, en we weten dat ze hier absoluut liggen.

Het vijfde en laatste water wat we aandoen is een soort van fortgracht. Zeker al twee eeuwen oud, breed en er staat behoorlijk wat water. Kan het nog mooier? Ja, want er ligt hier geen ijs. Hier hadden we veel eerder naar toe moeten gaan, maar dat is achterafgepraat. Een ideaal water om met de Pako PS te bevissen. Aan de oever aan de overkant staan bomen, met takken die soms het water raken. De Pako werp ik onder die bomen, en laat hem dan afzakken. Door het hier heldere water kun je de lepel prachtig naar de diepte zien dwarrelen. In de koude periodes zoeken de snoeken elkaar op. Dat blijkt ook hier. Frits en ik staan bijna naast elkaar te vissen. Een grote kolk verraadt een snoek die de lepel van Frits mist. Op bijna hetzelfde moment krijg ik een echte keiharde aanbeet op mijn lepel. Deze hangt, en goed ook. Geen grote snoek, maar op een dag als deze zeer welkom.



Ik heb het snoekje maar net terug gezet of we horen Jan-Willem fluiten. Jan-Willem had zich voorgenomen niet snoekloos Den Helder en omgeving te verlaten. Hij heeft woord gehouden! Een zelfbouwspinner met op de haak een twistertje deed het snoekje toehappen. Zo gek kan het lopen uren niets, en dan drie aanbeten achter elkaar.



Even denk en hoop ik op het scenario van afgelopen zondag, toen we meerdere snoeken achter elkaar vingen. Het lijkt er even op, maar vandaag gebeurt dat niet. We blijven hier vissen tot 16.00 uur om daarna richting huis te gaan. Frits krijgt tot twee keer toe een flinke baars achter zijn lepel aan. Een echte aanval wordt niet ingezet. De baars verdwijnt tot twee keer aan toe de diepte in om daarna zich niet meer te laten zien.

Groeten,
Peter

4 opmerkingen:

Anoniem zei

geweldig Peter,mooi verwoord en weer een lekker oog voor de details.

Gr Frits

Anoniem zei

Weer een boeiend verslag Peter, fijn om te lezen als je zelf, zoals ik nu, even niet aan vissen toe komt.

Groet, Frederik

Peter Linzell zei

Hoi Frits,

Was ook lekker vissen, in een voornamelijk prachtige omgeving.

Groeten,
Peter

Peter Linzell zei

Hoi Frederik,

Dank je wel!

Groeten,
Peter