26 sep. 2007

Terug onder de bomen, aan een "nieuw" water

Woensdag 26 september. Na het eten vanavond ga ik een poging wagen aan een cultuurwater. Een uitgestrekt water dat zich voornamelijk door een parkachtige omgeving slingert. Dit zou wel eens een prachtige plek kunnen zijn om de aankomende winter op karper te gaan vissen. Met nog een klein uurtje daglicht tegoed arriveer ik aan het water. De 10ft en 1Lbs zware penhengel van grafiet die ik de afgelopen winter ingezet heb is het "wapen" voor vanavond. Vissen onder de bomen schreeuwt om korte hengels, en dit water is omringd met bomen. Hier zou ik me de aankomende winter weleens goed kunnen vermaken. Karper zwemt er rond, dat staat als een paal boven water. Ik ben nieuwsgierig naar de hier rondzwemmende vissen. De lengte is niet belangrijk, maar wel de conditie waar de vissen in verkeren. Dressuur vind ik geen probleem, juist een uitdaging. Maar zwaar beschadigde vissen vangen, zoals die bijvoorbeeld vaak rondzwemmen in (betaalde) karperputjes zie ik absoluut niet zitten.

Alles klopt hier: het water bevind zich op een half uur met de auto van ons huis, er zwemt karper, voldoende beschutting en bruggen en bruggetjes zijn aanwezig. Op sommige plekken wordt het water ook nog behoorlijk breed. De diepte op de brede stukken ben ik zeer nieuwsgierig naar, maar dat komt de volgende keer. Op de bredere stukken zie ik mezelf in gedachten al zitten achter twee glasvezel hengels, voorzien van ABU Cardinal's 44.... Tussen de ABU's en het startoog van de hengel wakertjes gerold van aluminium folie.... Maar goed, weer terug naar de orde van deze avond: vissen met de pen onder de bomen.

Onder twee bomen heb ik voerplekjes gemaakt. Wild met aanbeten is het niet vanavond. De karpers houden zich zo te zien op in het midden van het water. De drukte van de zomer en de nazomer zijn daar hoogstwaarschijnlijk de oorzaak van. In het donker komen de vissen dan toch onder de kant. Een kant afgezet met een houten beschoeiing, wat dit water nog aantrekkelijker maakt! Belletjes en walmen kondigen visactiviteit aan. Het gele puntje (avond uitvoering van het bekende Drennan pennetje) schokt. In de polder of aan een cultuurwater, het maakt niet uit, dit is en blijft spannend. De vis keurt als het ware het aas. Zeker aan cultuurwater schieten karpers soms met een noodgang weg, als zij het niet vertrouwen. Het pennetje loopt rustig weg, de vis heeft het aas goedgekeurd. Met een korte tik zet ik de haak. Hard aantikken is nooit nodig als je zo dicht onder het kantje vist, maar zeker onder bomen onverstandig. De 'slanke' slowtaper klapt bijna dubbel als de karper ervandoor gaat. In de polder ben ik geen liefhebber van slowtapers, ze missen vaak de ruggegraat om een karper te sturen of te stoppen. De karpers op cultuurwater zijn lang niet zo sterk als hun wilde of verwilderde soortgenoten. Maar meestal is ook de ruimte aanwezig om te drillen, en is het water vrij van obstakels.

Na een echte hoepeltje-rond-dril schuif ik het net onder de karper. Als ik de karper op het gras neer leg, valt me meteen zijn schubbenpatroon op. Geen mooi/strak schubben patroon, maar meer een legpuzzel die in elkaar geschoven is. Gelukkig zijn het geen beschadigingen, ontstaan door een eerdere ontmoeting met een visser. In dat geval zie je in een strak schubben patroon vaak een aantal grotere of afwijkende schubben zitten. Een soort van litteken. In de vissersmond wordt de karper hier voor me op het gras, ook wel een warrel schub genoemd.

De bek van de karper ziet er gelukkig ook mooi en gaaf uit. Geen grijze plekjes, vergroeiingen of littekens. Nog even snel meten, en dan weer zwemmen. Het lint geeft 65 cm aan. Gezien de aard en de leeftijd van het water zwemmen hier geheid nog grotere vissen rond.

Het blijft bij een karper vanavond. Komt ook omdat ik in het donker nog wat heb rond gestruind zonder de lijn nat te maken. Het ziet er hier goed uit, dat beloofd wat voor de winter.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: