2 sep. 2007

Hollands Glorie

Zondag 2 september. Vanmorgen lekker uitgeslapen, en na het ontbijt heb ik een van mijn mooiste ABU Cardinal 44 werpmolens een onderhoudsbeurtje gegeven. Nieuw vet en olie en mooi opgepoetst, die kan er weer een jaar tegen. Meteen de nylon ook vervangen voor 22 % Original Stren in de bekende gele kleur. Een zachte slijtvaste nylon, die heerlijk "knoopt". Deze 44 zal voortaan onder de Specimen glashengel hangen.

Pas om 15.00 uur pakeer ik de auto onder de dijk van een ringvaart. Als ik uitstap hangt er een dreigende lucht boven de groene wereld. Er wacht mij een flinke wandeling, hopelijk blijft het droog. Een flinke wandeling waarbij behoorlijk wat hekken moeten worden genomen. Het hek dat toegang verleent tot het eerste weiland is een gewoon hek. De andere hekken die ik moet nemen dienen als afscheidingen tussen de weilanden, en zijn getooid met prikkeldraad. Niet een echt aangename wandeling dus. Maar meer dan de moeite waard, want achterin deze polder lopen een drietal mooie vaarten. Aangekomen bij een van de laatste weilanden word ik nieuwsgierig begroet door een groepje puberende kalveren, door de boer ook wel pinken genoemd.

Bij de eerste poldervaart aangekomen sta ik even stil voor ik ga voeren. Altijd weer fijn terug te zijn in het domein van de wilde karper. Een zichzelf in stand houdende populatie karpers, slank en langwerpig gebouwd en in staat een enorme hoge snelheid te ontwikkelen! Dat heeft Jan-Willem ook mogen ervaren toen hij hier afgelopen April samen met mij viste. De Specimen glashengel was toen ik vorige week bij Ap viste een tikkie aan de zware kant. Hier is hij op zijn plaats.

Heerlijk om zo in de stilte en de rust van een oer Hollandse polder te vissen op oerhollandse karpers. De wind is te krachtig voor mijn ondertussen vertrouwde Drennan pennetje, en dus monteer ik een Van Eik pennetje. De vijf voerplekjes gemaakt van blikmais ga ik om beurten af vissen. Jammer dat Jan-Willem niet mee is, want dan zouden we na het voeren eerst samen koffie drinken voor we beginnen met vissen.

Zo gefotografeerd is de wilde karper een bijna "eindeloze" krachtpatser

Als de met mais beaasde haak te water is gelaten op het eerst gemaakte voerplekje duurt het niet lang of er komt beweging in het pennetje. Het pennetje loopt langzaam weg. Het glasvezel gaat werkelijk rond onder dit geweld, en de slip van de ABU 44 krijst. Wat een kracht, wat een explosie, dat kan alleen maar een wilde karper zijn. Iedere keer blijft het me weer verbazen dat deze relatief kleine karpers zo sterk zijn. Wie het met een 70 of 80 cm + wilde karper aan de stok krijgt, zal niet weten wat ie meemaakt. De vis blijkt na meting 62 cm, een prachtige wilde karper. Eén brok spieren.

69 cm spieren, geen grammetje vet, geen schub verkeerd

Op het volgende voerplekje zo'n dertig meter verderop duurt het (gelukkig) iets langer voor ik beet krijg. Deze karper gaat nog een tandje over de eerste heen, in kracht maar ook in lengte. Een slanke vis van 69 cm, geen schub verkeerd en geen beschadiging waar dan ook, maakt voor de eerste keer kennis met de wereld boven water.

Volgende keer neem ik zeker een thermosfles met koffie mee, want wat is het lekker om na de vangst van zo'n karper even na te genieten met een bakkie troost. De moeite die ik heb moeten doen om op de stek te komen wordt vandaag dubbel en dwars beloond. Ik vang nog 4 wilde karpers en twee flinke brasems. Alle vijf de voerplekjes hebben vis opgeleverd. Van de 4 karpers die ik nog vang is er slechts een groter dan 60 cm, de andere drie zijn een stuk kleiner. Zulke karpertjes zouden voor heel wat vuurwerk zorgen op een Avon. Zelfs de Specimen gaat hoepelrond op zo'n vuurpijltje.

Een van de vuurpijltjes op een bedje van mals poldergras

Rond de klok van zevenen tuig ik de hengel af, om daarna vergezeld van een motregentje struinend en klimmend door de polder richting auto te gaan.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: