3 jun. 2007

Struinen door de Anna Paulownapolder


Zondagochtend 3 juni. Als ik op de wekker kijk is het al half acht geweest, ik heb me verslapen. Sh*t, ik had al in de Anna Paulownapolder moeten zijn... Vlug hijs ik me in m'n viskleren en sla een bak koffie achter over. Hier baal ik van, Paul staat misschien wel daar op me te wachten, en ik moet nog een uur met de auto voor ik er ben.

Rond de klok van negen uur arriveer ik in de polder, van Paul geen teken. Nou ja, misschien had hij geen tijd, of is hij in een andere polder gaan vissen. Hoe dan ook, ik ben er nu gelukkig. Normaal gesproken beginnen we meestal in het voorste gedeelte met vissen in deze polder, maar dat stuk sla ik over vandaag. Halverwege de poldervaart loopt een bruggetje, en vanaf daar wil ik beginnen met vissen. Als ik over het bruggetje loop zie ik verderop duidelijk karperactiviteit. Dat belooft wat, en ik begin op de oppervlakte met de korst. Zowel de gestrooide korsten, als de korst aan mijn haak worden genegeerd door de karpers.

Dan maar overschakelen naar mais op de bodem aangeboden onder het pennetje. Maar eerst een paar voerplekjes maken. En achteraf gezien is dat een foute beslissing geweest. Nee, niet overschakelen naar mais, maar het voeren. De eerste vis van vandaag is, hoe kan het ook anders een brasem. De volgende aanbeten leveren behalve brasem ook voorns op. En er is nog een probleem, of moet ik zeggen uitdaging: in het stuk waar ik begonnen ben met vissen is de bodem bedekt met draadwier.


Rond een uur of twaalf (en een aantal brasems en voorns verder) staat Paul zonder hengel achter me. Hij is inderdaad hier vanmorgen geweest. Ik verontschuldig me, en gelukkig begrijpt hij het. Op de vraag of hij hier karper heeft gevangen vanmorgen, antwoordt hij: alleen brasem... Maar in een andere polder heeft hij wel twee karpers gevangen. Na in het bijzijn van Paul nog een paar brasems en voorns te hebben gevangen gaat Paul naar huis, en ik in verder de polder in, richting de plekjes waar ik normaal gesproken begin met vissen. Daar aangekomen stuit ik op karper, niet eentje maar meerdere. Net onder de waterplanten langs de oever zijn ze op zoek naar slakjes en ander voedsel.


Nu komt de jagende penvisser in mij boven. Niet voeren, maar voorzichtig de maiskorrels aan de haak laten zakken voor de karper. Niet boven zijn snuit natuurlijk, maar een tiental centimeters daarvoor. De begroeiing is te dicht het lukt niet. De gestrooide korsten op de waterplanten worden helaas ook niet genomen. Dan maar de pen tegen de begroeiing aantrekken. Dat werkt, want de pen is weg en mijn lijn loopt stak. Geen brasem of voorn deze keer, maar een karper. Even denk ik aan een heel groot exemplaar, want wat een explosie volgt er als ik de haak heb gezet. Dit is ook de gelegenheid om de boron/grafiet penhengel eens goed te testen. De "nieuwe" penhengel doet wat ik hoopte wat hij zou doen: buigen tot in het kurk. Een boerenkarper, een brok dynamiet op de lichte penhengel is de beloning voor het vele struinen van vandaag.


En ik heb weer een hoop bijgeleerd vandaag, namelijk geen voerplekjes maken als de brasem los is. Een les die ik ook toe ga passen in de polders bij mij in de omgeving. Dat de op deze manier gevangen karper geen toevalstreffer is blijkt als ik niet veel later een tweede exemplaar op de foto mag zetten.


Na de tweede karper besluit ik te stoppen met vissen, ik ben áf, en ik moet nog een flink eind door de polder heen struinen richting het bruggetje waar de auto staat. Vandaag heb ik alles uit de kast moeten halen om een karper te vangen, maar zijn dat niet de dagen die je de meeste bevrediging schenken als het uiteindelijk allemaal lukt?

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: