24 jun. 2007

Struinen door de polder met en bij Jan-Willem

Zondag 24 juni. Vorige week zondag heb ik niet kunnen vissen, omdat Francine voor haar werk in Egypte zat. Ik had de oppas, en toen zij woensdag thuis kwam was dat inclusief voedselvergiftiging. Een doordeweeks avondje vissen zat er dus ook niet in. Vandaag gaat het iets beter met haar, en durf ik het aan om te gaan vissen. Waarop? Wat mij betreft karper! Maar...ik heb afgesproken met Jan-Willem en die heeft wel zin om ultra-licht te spinnen. Hij staat met zijn kraan momenteel in de buurt van de RAI, en dat is ook in de buurt van de fa. Schreiner & zn. Na zijn werk is hij daar afgelopen week naar binnen gelopen, voor een paar spinnertjes en toen viel zijn oog op de Rapier. En het bleef niet bij kijken, hij heeft het ranke stokje ook even ter hand genomen. Na een telefoongesprek gisteravond, is de keus voor vandaag op karper gevallen. En ik denk dat hij daar achteraf gezien geen spijt van heeft ;-) .

We gaan vissen op karper in een polder in de buurt waar Jan-Willem woont. Om 7.00 uur hebben we afgesproken aan het begin (of eind) van de polder, vanaf daar is het de bedoeling om verder de polder in te rijden om te gaan vissen. Zover is het niet gekomen, want Jan-Willem spotte bij aankomst een paar beste karpers. En waarom verderop naar karpers gaan zoeken, als ze hier zwemmen? We blijven hier, maar eerst even koffie drinken. Na de koffie worden onze glasvezel penhengels in elkaar gestoken en voorzien van werpmolens. Ik kan het niet laten om er een foto van te maken. Hengels uit de ateliers van Ton Temming en Cor Spinhoven, beiden toonaangevende hengelbouwers .
Ik bijt vanmorgen de spits af met, hoe kan het anders, een brasem. Daarna sla ik een paar keer een gat in de lucht, op wispelturige aanbeten. Als ik wat langer wacht met "slaan" blijkt dat de dader een zeelt is. Typisch zeeltgedrag, dat wispelturige gedoe met de maiskorrels, het blijven toch een beetje mysterieuze vissen en leuk dat ze dus ook in deze polder rond zwemmen.

Een paar minuten later tik ik vast op iets van een heel ander kaliber. Geen brasem, ook geen zeelt, maar een karper... en wat voor een. De karper schiet het midden op, richting de aan de overkant in het water liggende takken. Kosten wat kost moet ik hem daar weg zien te houden. De karper heeft een behoorlijke snelheid ontwikkeld, en met mijn wijsvinger op de spoelrand probeer ik de karper af te remmen. Dat werkt niet. Dan maar blokkeren. Het lukt me om de karper vlak voor de takken af te stoppen. De karper wil wel, maar hij krijgt de kans niet meer om op snelheid te komen. Een slip-dicht-dril waarbij het glasvezel zich van zijn beste kant kan laten zien. Dat doet de hengel dan ook, maar helaas is de haak niet bestand tegen het geweld. De hengel springt terug in zijn orginele stand, en een geheel uitgebogen haak is een stille getuige van wat zich onderwater heeft afgespeeld. Jan-Willem en ik hebben beiden de karper goed kunnen zien, hij was groot, heel groot en zwaar. Toch is het niet geheel de schuld van de haak, want met dit type haak heb ik de afgelopen winter en voorjaar gevist. Behalve een mooi aantal karpers heb ik er ook grote exemplaren ermee gevangen. Het gebruikte materiaal was toen wel een stuk lichter, en de haak werd dus niet zo zwaar belast als net! Gelukkig heeft Jan-Willem sterke Gamakatsu Specialist haken in zijn vistas, en beiden monteren we er een.

De karper heeft in dit deel van de sloot alle andere karpers op de vlucht doen slaan. Verderop proberen dan maar. Jan-Willem stuit daar op bellensporen, duidelijk veroorzaakt door bodem azers. Het blijkt daar ook een stuk dieper te zijn dan waar we net visten. Onthouden voor de winter.

Als ik mijn pennetje op de juiste diepte heb afgesteld verdwijnt hij als nog meteen onder water. Een korte tik: karper! Geen zoetwatervarken zo als net, maar wel in staat tot "vuurwerk".

En dus kunnen we weer verkassen, want de boeggolven kris kras door de sloot zeggen genoeg.
Eerst maar eens een stuk struinen op zoek naar wervelingen, modderwolken en het liefst staarten. De sloot waarin we vissen moet je zien als een omgedraaide T (links_I_rechts), en wij vissen dan in het bovenste stuk van de T. Links en rechts loopt de sloot "dood" om via een soort duiker over te gaan in een klein slootje. Het rechter deel van de T lopen we helemaal uit, maar nergens stuiten we op visactiviteit. Terug lopen dan maar, en het andere deel van de T af struinen. Aan het eind van dit stuk, stuiten we op een grote ronde staart onder de overkant. Het lukt helaas niet om de karper voor onze maiskorrels te interesseren. Jan-Willem gaat terug naar de plek waar ik de grote karper loste. Ik besluit om nog even hier te blijven.

Een klein kwartiertje later hoor ik een fluit geluid, het is Jan-Willem en het is raak bij hem. Als ik bij hem arriveer heeft hij de karper al in het net. Jammer dat ik hem te laat hoorde, en daardoor de dril heb moeten missen.

Nu is het mijn beurt om een foto te maken. Een foto van een prachtige hoog gebouwde schubkarper samen met de trotse vanger.

Karpers vangen we hierna niet meer, en bij Jan-Willem blijft het verder rustig. Bij de duiker aan de linker kant van de T, vang ik behalve dikke brasems nog een tweede zeelt. Om even voor 13.30 uur stoppen we met vissen. Struinen met de penhengel door deze polder leverde ons vandaag behalve een kleine en een grote karper en de losser, ook een bonus in vorm van twee mooie zeelten op.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: