22 apr. 2007

Wilde karpers, wat een krachtpatsers!

Zondag 22 april. Gisteravond heb ik nog laat gevoerd. Na een vervolgens onrustige nacht loopt vanmorgen om 5.45 uur de wekker af. Om 6.30 uur heb ik afgesproken met Jan-Willem op een kleine parkeerplaats hier in de buurt. Vanaf daar gaan we samen met mijn auto richting de polder. Na twee keer bij Jan-Willem in de polder op karper gevist te hebben, is hij vandaag bij mij te gast. Als we rond 7.00 uur in de polder de auto parkeren, staat ons nog een wandeling te wachten. Geen probleem, want wat is het toch mooi om door een ontwakende polder te wandelen. Tijdens onze wandeling komen we slob- en bergeenden tegen, en een broedende gans laat ons duidelijk horen dat we hier niet welkom zijn. Wees maar gerust, hier gaan we niet vissen, en nee, we zijn geen jagers die het voorzien hebben op watervogels. Wij gaan vandaag wel op jacht, maar niet met een vuurwapen. Onze wapens zijn van glasvezel en voorzien van een lange kurkengreep. De buit die we hopen te verleiden, is de wilde karper die na gemeten en gefotografeerd te zijn weer verder mag groeien.

Het is voor Jan-Willem de eerste keer dat hij op wilde karper gaat vissen. De wilde karper is ontstaan uit kruisingen tussen de oorspronkelijke karpers in de polders de boerenkarpers en de in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw uitgezette edelkarpers. Het resultaat hiervan is een slanke vis, die behoorlijke afmetingen kan bereiken en qua uiterlijk en uithoudingsvermogen sterk aan een boerenkarper doet denken.

Als we bij de voerplekjes zijn aangekomen drinken we koffie en ondertussen worden de hengels opgetuigd. Vissen we op cultuurwater graag met slowtapers (slanke hengels van dikwandig grafiet met weinig verloop qua diameter vanaf het topoog tot de greep), in de polder ben je beter af met een medium/slowtaper of een mediumtaper. Dat zijn hengels met een groter verloop in diameter van de top tot de greep en met een dunnere wanddikte. Deze hengels gaan net zo mooi rond op een karper als de slowtapers, maar er is meer kracht voor nodig. Hengels met reserve in het achterdeel dus, en dat heb je in de polder wel nodig.

De vandaag door ons gebruikte hengels zijn op glasvezelblanks afgebouwd, maar Cor Spinhoven bouwt een heel goede 13 ft lange mediumtaperedhengel op een boron/grafiet blank af. Deze hengel is het "wapen" om te vissen over rieten, en niet te vergeten bij drassige oevers. Op een lengte tot 365 cm (12 ft) gaat mijn voorkeur wat betreft de polder uit naar een mediumtaper van glasvezel.

Diverse voerplekjes heb ik gisteravond in deze polder gemaakt, maar wel zo dat we steeds bij elkaar in de buurt vissen. Op cultuurwater zijn de vroege en de late uurtjes vaak het productiefst wat betreft het vangen van karper. In de polder, zeker in april/mei, zijn dat meestal de middaguurtjes. Vanaf juni tot eind september, zeker als het warm is, kunnen in de polder ook de vroege en late tijdstippen tot de meest vangrijke gerekend worden.

Vandaag blijkt deze vlieger ook op te gaan, maar in de eerste twee uurtjes van deze ochtend lukt het me toch een karper te vangen. Een mooie slanke vis van 65 cm. Maar als de temperatuur oploopt komt de karper los, en hoe. Na ruim een uur zonder beet op de verschillende voerplekjes stuit ik op een grote karper. Twee uur geleden was het stil op deze voerplek, nu scharrelt een beer van een wilde karper erover heen. Nog geen minuut later staat de Hardy Trotter hoepelrond. Dat ik deze karper uiteindelijk weet te landen, heeft heel wat voeten in de aarde gehad. En was Jan-Willem niet mee geweest dan was het maar de vraag geweest of deze karper uiteindelijk ook in het landingsnet beland zou zijn.

Na eerst een flink aantal meters lijn van de spoel te hebben getrokken, keert de karper en duikt voor onze voeten in het riet. Jan-Willem heeft geen laarzen aan, en kan niet met het landingsnet onder de karper komen. Ik geef hem mijn hengel en probeer zelf de vis te scheppen. Het landingsnet krijg ik niet onder de vis, maar het lukt me wel om hem met het net uit de rietkraag te duwen. Eenmaal uit het riet is het kat in het bakkie, oftewel karper in het net. Dat ik stink en onder de modder zit kan me nu niets meer schelen.


Na deze hectische dril, ook nog eens op een 1.25 Lbs hengel, kan ik op de foto samen met een wilde karper van 80 cm. In alle jaren jaren dat ik in de polder op karper vis is dit pas de tweede keer dat ik een karper van 80 cm vang. Een evenaring van mijn vorige karper "PR" dat afgelopen donderdag is gesneuveld. De dag kan nu al niet meer stuk.

De volgende karper is voor Jan-Willem, en hoewel een stuk kleiner is hij onder de indruk van het uithoudingsvermogen van de vis. Zelf weet ik niet veel later ook een kleine torpedo te landen. Hierna krijg ik nog wel een aantal aanbeten maar ze zetten niet door. Steeds als ik daarna mijn maiskorrels controleer, zit er vuil om het onderste loodje. Het onderste loodje (ik gebruik bij deze montage slechts 1 BB loodje en een mini loodhogel) schuif ik een stuk verder van de haak. De volgende aanbeet zet wel door, en weer staat de Hardy hoepelrond en krijst de slip. Deze karper maakt nog meer snelheid dan die van 80 cm. En ook deze karper wil het riet in, maar nu niet voor mijn neus maar op 20 meter afstand. 'Barsten of buigen', roep ik naar Jan-Willem, en ik ga vol in de hengel hangen. Het wordt buigen, diep buigen en een beter voorbeeld van de kracht onderin een mediumtaperedhengel kan ik niet geven.


Deze karper is 7 cm korter dan de beer van vanmorgen, maar overtreft hem ruim wat betreft kracht en uithoudingsvermogen.

Hierna is Jan-Willem aan de beurt om te ervaren waar een grote wilde karper toe instaat is. Helaas weet deze karper wel de haak te lossen door zich in een rietkraag te boren. We besluiten dat het tijd is voor koekjes en cola, om even het adrenalinepeil te laten zakken.

Behalve wilde karper komt er in de polder een wilde variant van de spiegelkarper voor. Zelf heb ik er een paar jaar geleden een gevangen, en mijn vader heeft er vorig jaar een gevangen. Een karper volledig beschubt met spiegelvormige schubben, maar anders dan bij de volschubspiegel zoals die bijvoorbeeld op cultuurwater voorkomt. Deze karpers hebben een onregelmatig schubbenpatroon, dat de gehele vis bedekt. De volgende karper is gelukkig ook voor Jan-Willem, en wat voor een. Trokken de andere karpers meters nylon door de slip, deze vis zwemt het glasvezel rond en af en toe tikt de slip van de werpmolen. Bij de eerste glimp van de vis is het duidelijk, het is een in de polder geboren spiegelkarper die afstamt van uitzettingen uit een ver verleden. Een prachtige speling van de natuur, met behulp van de mens, en zeer zeldzaam.

Getemd op een Traditional Temming's Specimen van glasvezel

Zo vangt Jan-Willem deze dag behalve zijn eerste wilde karper ook zijn eerste volschubspiegel. Na de foto gaan we even zitten om na te praten over deze zeer speciale vangst. Als ik weer terug naar de voerplek loop waar mijn hengel ligt, blijkt dat ik door alle commotie de lijn niet uit het water heb gehaald. Ik kom net op tijd terug bij de stek, want een karper heeft zichzelf gehaakt en de boel staat behoorlijk onder spanning. En dus kan Jan-Willem nu weer mijn kant oprennen met het landingsnet. Het zal de laatste karper van deze meer dan geslaagde visdag worden.

Groeten,
Peter


1 opmerking:

G. de Jonge zei

Dit is wel een heel mooi exemplaar. Had nog niet eerder een volschub spiegel gezien.

Ga vooral door met jouw blog, leuke stijl van schrijven en wellicht een keer een boek?

Interessant ook om te lezen over het materiaal waar je mee vist en bovenal de beleving van het vissen en de omgeving.

groet Gert