4 mrt. 2007

Het is lente

Zondag 4 maart. Na de goede resultaten op cultuurwater de afgelopen weken ga ik vandaag de eerste karperpoging in de polder wagen. De middag lijkt mij voor de polder het gunstigste tijdstip, gezien de tijd van het jaar. De late ochtend ga ik besteden aan het cultuurwater waar ik dit jaar voor de eerste keer op karper viste.

Dat de natuur niet stilgezeten heeft de afgelopen maand is duidelijk zichtbaar. Witte bloemetjes groeien aan de takken van sommige bomen. Het bos waarin dit water "verstopt" ligt komt tot leven. En behalve zichtbaar, is de natuur ook volop hoorbaar in de vorm van vogelgeluiden. Het is lente!

Toch is er ook een kleine domper op de voorjaars vreugde, het water is zo bruin als koffie. Zou ik hier met de spinhengel in mijn hand staan, dan zou ik meteen rechtsomkeert hebben gemaakt. Een stukje van de waterkant af tuig ik de penhengel op om daarna op mijn knieƫn voorzichtig richting het water te gaan. Het pennetje prikt na twee peilpogingen een paar millimeter door het wateroppervlak heen. Na een aantal minuten wordt mijn aanwezigheid geaccepteerd en gaan de watervogels verder waarmee ze bezig waren. Ik geniet van twee meerkoeten die langs de oever op zoek zijn naar takjes om een nest mee te maken. Is er boven water volop aktiviteit, onder water gebeurt niets, in ieder geval niet waar mijn maiskorrels liggen. Het pennetje verroert zich geen millimeter. Na ruim een uur geen tikje, maar ook geen werveling van vis of bellenplakaat in het water gezien te hebben, besluit ik naar de polder te gaan.

Als ik na twintig minuten rijden de auto parkeer bij het hek dat toegang geeft tot de polder, heb ik nog een flinke wandeling voor de boeg. Eenmaal op de polderstek aangekomen schrik ik toch wel een beetje. Was het in het bos echt lente, hier lijkt het nog steeds winter. Geen nestelende watervogels, en alles wat groeit langs en in het water ziet er verdord uit. Het trekt mij niet om hier nu al een karperpoging te wagen en na een paar foto's gemaakt te hebben wandel ik terug naar de auto. De hengel is het foudraal niet uit geweest.

Dan maar het cultuurwater waar ik vorige week met Jan-Willem heb gevist. En zo beland ik uiteindelijk na wat omzwervingen weer op mijn vertrouwde winterstek. Was het hier vorige week een waterballet; nu is het er aangenaam vertoeven. Ondanks het veel betere weer dan een week geleden heb ik ook deze keer het water voor mezelf. Ongelofelijk dat het hier over een paar weken geheid weer afgeladen staat met tentjes, rodpods en alles wat met deze vorm van karpervissen te maken heeft.

Op bekend water vis je met vertrouwen en dat werpt zijn vruchten af. Visten Jan-Willem en ik vorige week struinend dit hele watertje af, vanmiddag houd ik het bij twee stekjes. Vandaag heb ik al genoeg gestruind en dit water ken ik bijna als mijn broekzak. Het eerste karpertje wat ik vang is puntgaaf en heeft een prachtige, bijna gouden gloed over zich. Een mooi contrast met de zilverkleurige Biomaster.

Als het pennetje een half uurtje later weer langzaam verdwijnt, maak ik contact met een vis van een ander kaliber. Als ik de karper voor het eerst te zien krijg blijkt dat ook te kloppen: eenmaal op het gras is duidelijk dat dit een oud-strijder is, die al heel wat kilometers op de teller heeft staan. Een ding is zeker, deze karper is voor mij de grootste en zwaarste tot nu toe in 2007.
Ik blijf op "mijn" vertrouwde watertje vissen tot het donker is geworden. Na de kilometervreter,vang ik nog een klein karpertje en een forse brasem. Beiden worden onthaakt in het net en mogen zonder het water uit geweest te zijn weer verder zwemmen.
De sterke torpedovormige wilde karpers in de polder moeten nog maar even een maandje wachten. Geen probleem, want de schubkarpers van het cultuurwater leveren prachtige sport op de 1 Lbs penhengel. Voorlopig vermaak ik me wel op sier en cultuurwater!

Groeten,
Peter

1 opmerking:

Anoniem zei

Mooi Peter,
mij lukt het hier nog niet

Gr Frits