13 jul. 2006

Nostalgische karperdag


Zondag 9 juli. De afgelopen 3 avonden heb ik gevoerd met harde mais en kattebrokjes in een polder. Niet zomaar een polder, maar een oud water dat ooit zelfs een veenriviertje is geweest. Door drooglegging van de omliggende meren maakt het veenriviertje nu deel uit van de polder. Het is ook in deze polder waar ik ruim 20 jaar geleden ben begonnen om gericht op karper te vissen. De laatste jaren vis ik hier alleen nog in de winter, en dan op snoek. Ik heb voor dit water gekozen omdat ik een “nostalgische karperdag” op een nostalgisch water heb georganiseerd voor de leden van Lichtervissen. En vandaag is het zover, om 4.45 uur rijd ik richting mijn geboortedorp, en daar staan Ap, Frits, Hans en Herman al op mij te wachten op de parkeerplaats. Even kennis maken met Hans, die gaat namelijk voor de eerste keer mee, en dan rijden we in colonne richting de polder.


Daar aangekomen vertel ik in het kort waar gevoerd is, en hoe het water in elkaar steekt. Een water dat van vrij diep (voor polder begrippen) naar steeds ondieper verloopt. We besluiten om op het diepere gedeelte vooraan te beginnen. Het is nog schemerig, maar het wordt al licht als de hengels van glasvezel en carmide in elkaar worden gestoken. De “nostalgische karperdag” is begonnen. Hopelijk lukt het één van ons vandaag een wilde karper te vangen, dat zou leuk zijn. Het is Hans die het als eerste met een karper aan de stok krijgt, maar niet voor lang helaas. Met een keiharde knal breekt zijn lijn, die later om de top van z’n hengel geslagen bleek te zijn. Een grote bult in het water geeft aan waar de zo juist “ontsnapte” karper zijn heil zoekt. Jammer, jammer, jammer, en Hans is ook nog eens een Leo Bester pennetje armer.


Verder blijft het bij mij stil, en slaat Frits mis op een vis die ook wel eens een karper geweest zou kunnen zijn. Ik besluit naar achteren te gaan naar het ondiepe gedeelte. Daar vis ik twee plekjes af, maar geen aanbeet (wel een forse brasem gespot. maar die zwom door). Ondertussen is Herman ook naar achteren gekomen, en hij vertelt mij een mooie donkere brasem te hebben gevangen. Zelf ga ik weer terug naar het diepere gedeelte voorin, om even in de buurt van Hans te kunnen vissen. Ook voorin is het verder stil gebleven op de brasem van Herman na, en de “nostalgische karperdag” begint meer op een “nostalgische brasemdag” te lijken. Ondertussen vangen Frits en Ap nog wat klein spul, maar de karpers laten zich niet meer zien.


Frits gaat het helemaal achterin vanaf de half vergane brug proberen. Ik besluit na een half uurtje ook die kant op te gaan. Frits heeft wel aanbeten gehad vanaf de brug, maar nog niets gevangen, vertelt hij mij als ik hem passeer om het in het laatste stuk te proberen, waar deze poldersloot ophoudt te bestaan. Daar staan ook wat plukken riet in het water, en op die plek wil ik een kans wagen. Ondertussen speelt het door mijn hoofd om de polder te verruilen voor een cultuurwater. Het is per slot van rekening een “nostalgische karperdag” en het zou wel zo leuk zijn als er een karper gevangen wordt. Maar dan zie ik de rieten bewegen, en ik zie bellensporen. Hier zitten dus de karpers! En als niet veel later mijn pennetje wegloopt en aan sla op iets massiefs weet ik dat dat klopt. Het is een beste karper, zonder twijfel, zeker voor polderbegrippen. “Frits, Frits!”, roep ik, “Ik heb er één!”. Frits komt via de overkant mijn kant op en neemt meteen een paar foto’s tijdens het drillen. De sloot houdt hier op, dus Frits staat in no-time naast me om de karper te landen met het net. En wat voor karper, 68 cm spieren, een echte wilde karper. Man,. wat ben ik blij, we hebben karper gevangen! Frits schiet een paar mooie platen, en dan keert de karper weer terug naar waar hij thuis hoort.



Achter de doodlopende kom waar het veenriviertje eindigt, is nog een slootje. Met recht een slootJE, maar uit ervaring weet ik dat ook in dergelijke slootjes vaak karpers zwemmen. Toch maar even kijken. En er zwemmen karpers, meerdere flinke vissen grazen als graskarpers langs en onder de kanten van het slootje. Mijn halfje wit en kattebrokken liggen in de auto, en dat is zeker 15 minuten lopen van hier. En wormen heb ik al helemaal niet meegenomen. Dan maar proberen met mais. Bijna tijgerend besluip ik de karpers, en steeds probeer ik ze te verleiden tot het nemen van de maiskorrels. Eén keer lukt het, maar ik sla een gat in de lucht. En dan is het raak, en de karper drilt mij i.p.v. ik de karper. Hoewel deze karper zeker niet groter is als de eerste, doet hij er aan de hengel niet voor onder. Ondertussen is ook Frits mijn kant opgekomen, en hij maakt zo het laatste deel van de enerverende dril mee. Eenmaal op de kant blijkt dat de karper over het aas heen is gezwommen: de haak zit buiten de bek, zeg maar onder in de ‘kin’. Waarschijnlijk kwam de vis daarom anders en sterker over tijdens de dril.

Met Frits vis ik samen het slootje af en we struinen zo een heel eind. En dan hoor ik mijn naam, en staat Frits met een kromme hengel. Helaas de karper schiet los. Herman is ook onze kant op gekomen, en hij kijkt een beetje ongeloofwaardig naar het slootje waarin Frits en ik vissen. Als ik hem de foto’s laat zien op het beeldscherm van mijn digi, besluit hij het ook een kans te geven. Met twee karpers ben ik zelf meer dan tevreden en ik besluit terug te lopen naar Ap en Hans, hopende op een karper voor Frits en Herman in het slootje. Bij Ap aangekomen hoor ik dat Hans net vertrokken is, maar het wel heel leuk heeft gevonden. Het laatste visuurtje blijf ik bij Ap zitten en ondertussen tuig ik de hengel af. Later voegt Herman zich bij ons, en vertelt een baarsje te hebben gevangen in het slootje. Dat Frits niet meegekomen is verbaast me niets. Ondertussen weet ik dat Frits een aanhouder is, een echte pittbul. Als hij een half uurtje later bij ons komt zitten vraag ik hem: ‘En?’ Hij antwoordt: ‘Wat dacht je, zou ik anders al terug zijn gekomen?” Ook Frits heeft een karper gevangen, die ook nog eens exact 68 cm lang bleek te zijn. Vanaf zijn vistas heeft hij met de zelfontspanner een leuke foto weten te maken.

Ap vangt nog een mooie forse brasem terwijl we toekijken, en haalt zijn dobber er nu ook definitief uit. Met vier man zitten we lekker in het gras en praten nog zeker een half uur na. Praten over vissen, polders en natuurlijk materialen. Het is een meer dan geslaagde “nostalgische karperdag” geworden, met dank aan de Lichtevissers.

Groeten,
Peter

2 opmerkingen:

Anoniem zei

zie het weer helemaal voor me Peter
moeten maar snel weer gaan vissen

gr Frits

Anoniem zei

Heerlijk

Ap