6 jul. 2006

Korstvissen, de sleutel tot succes

Zondag 2 juli. Vandaag ben ik voor de tweede keer te gast bij Frits in de polder. Deze keer gaan Frits en ik met z'n tweëen vissen. Om 4.35 uur arriveer ik op de afgesproken plek, en vanaf daar rijden we de polder in. De zelfde polder als twee weken geleden, maar nu gaan we vissen in een ander gedeelte. Ook dit deel van de polder ziet er uitnodigend uit, alleen is er heel veel begroeiing. Tussen de begroeiing ontdekken we tot onze verbazing paaiende karpers! Nee, geen brasems maar karpers, we kunnen ze duidelijk zien. En vreemd genoeg zwemmen er karpers achteraan die zich behalve aan slakjes te goed lijken te doen aan het kuit.

De eerste stek ziet er veel belovend uit, maar draadwier gooit roet in het eten. Hier is vissen op de bodem haast niet mogelijk. Verderop proberen, dan maar. Hoewel daar wel op de bodem gevist kan worden tonen de karpers geen intresse in ons aas. Wel vangt Frits een aantal forse voorns en brasems. Zelf weet ik zo zes brasems te vangen, twee zijn gemeten en met 50 en 53 cm echte vloermatten.

Uiteindelijk neem ik het besluit om met de broodkorst te gaan vissen. De karpers liggen op sommige stukken water tussen de watervegetatie te slurpen. Voorzichtig sluipen en dan de broodkorst in het spoor van de karper aanbieden..... het blijkt de sleutel tot succes, want al vrij snel vang ik een prachtige karper.



Een ronde vis, één brok spieren, een boerenkarper. Duidelijk is wel dat er vandaag gewerkt moet worden voor een karper, maar ach, zijn dat niet de visdagen die je het langst bijblijven? Verschillende karpers worden voorzichtig benaderd, maar voor het brood wordt geen interesse getoond. Na een paar honderd meter sluipen hoor en zie ik een azende karper in het midden van de poldersloot. De broodkorst wordt te water gelaten en door de wind drijft ie richting de karper. Met de 400 cm lange hengel kan de korst 'gestuurd' worden, en in dit soort situaties is een langere hengel wel een uitkomst. Als een snoekdrijver onder een levendaas hengel, drijft de korst richting de karper. De mond opent zich en de korst wordt naar binnen gezogen. Eén, twee, drie, aantikken.... en hangen!

Zo onder het wateroppervlak gehaakt lijken de karpers nog feller te reageren als er aangetikt wordt. Er is niet zo'n moment van één of twee seconden bedenktijd, zoals zo vaak gebeurt bij het vissen op de bodem. Nee, meteen breekt het wateroppervlak open, en krijst de slip van de ABU 44. Die ABU is trouwens wat mij betreft nog steeds één van de betere werpmolens ooit gemaakt voor het penvissen. Na een korte maar hevige dril ligt karper nummer twee in het net, en Frits weet een leuke foto te maken van mij en de karper.



Frits besluit om het ook met de korst te gaan proberen. Samen, maar op afstand van elkaar struinen we de kanten af op zoek naar karper. Van Frits heb ik een aantal foto's genomen tijdens het korstvissen.


En niet zonder resultaat, want Frits weet zijn eerste karper op de korst te vangen!

Later lost zowel Frits als ik een karper die losschiet tijdens de dril. De zon wordt spelbreker, de karpers worden passief en azen niet meer. Slechts wat voorntjes tonen nog interesse in onze korsten. Tijd om de hengels af te tuigen en richting huis te keren, maar eerst nog een foto van het door ons gebruikte materiaal.


"Hollands" glasvezel van Schreiner en Spinhoven, met daaronder Zweedse ABU Cardinal's 44, prachtig materiaal om op oer Hollandse karpers te vissen.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: