16 jun. 2006

Tussen lelies en waterplanten

Schapen

Donderdag 15 juni. Na een hectisch dagje ben ik echte even toe aan vissen. Als ik om 20.25 in de auto stap geeft de temperatuurmeter 14 graden aan! Dat was afgelopen maandag om deze tijd nog zo'n 28 graden. Het water waar ik vanavond ga vissen ligt dicht aan een polderweggetje onder een dijk. De dijk wordt bevolkt door schapen die de begroeiing in toom moeten houden. Over begroeiing gesproken; door de warmte van de afgelopen week groeien de kleine slootjes langzaam dicht. Maandagavond heb ik hier drijvend met de vlok gevist, vanavond valt de keuze op blikmais onder een pennetje. De hengel keuze is wel hetzelfde: een retro look glasvezel beul met een vermogen van twee pond en een lengte van 400 cm. Deze hengel heb ik twee jaar geleden laten bouwen voor het karpervissen bij lelievelden en alle andere soorten extreme begroeiing. Geen subtiel en rank stokje dus.

Maandagavond was het niet wild wat azen betreft, de vissen waren loom. Toch wist ik nog een mooie torpedo schub te verleiden om de korst te nemen.

het materiaal van maandagvond
De karper van afgelopen maandag samen met de glasvezel hengel en de ABU 44

De polder ligt er mooi bij en de grijs/blauwe lucht voegt daar nog een dimensie aan toe. Zo te zien draait het gemaal, want er is wat trek in het water. De sloot wordt in tweeën gedeeld door een soort houten stuw met in het midden een schot dat omhoog en om laag kan. Wel staat het water aan beiden kanten van de sloot gelijk, en tevens doet de stuw dienst als smal bruggetje waarover je naar de overkant kunt lopen.

de stuw

Snel worden twee kleine voerplekjes aan weerskanten van de stuw gemaakt, waarvan één tegen de stuw. De keuze om te beginnen met vissen bij de stuw is snel gemaakt. Niet veel later staat het pennetje vlak bij de houten wand met het puntje boven water. Door de trek in het water verdwijnt het pennetje zo nu en dan schuin onder water, maar blijft duidelijk zichtbaar. Dat een dergelijke stek een hotspot is blijkt want niet veel later maak ik kontakt met een karpertje. Een prachtig visje met een hoge bouw, duidelijk geen verwilderde of wilde karper, maar een echte schubkarper, die door zijn bescheiden lengte en zilveren kleur een beetje aan een giebel doet denken.

net een giebel

Meteen verhuis ik naar stek twee, en was het op stek één vrijwel meteen raak, hier is het stil. Nou ja, ik vis aan de wegzijde van de polder, de karpers komen wel tegen het donker. Als het begint te schemeren en er nog steeds geen aktiviteit is, keer ik terug naar stek één. Hier zit de karper wel, want binnen een paar minuten tik ik aan op een zware vis. De karper trekt een aantal meters door de slip, en die stond zwaar afgesteld, dat heb ik achteraf nog een keer gecontroleerd. Hoewel ik de druk er flink op houd lukt het niet om de karper uit de begroeiing te houden. Gevolg: mijn eerste verspeelde karper door lijnbreuk dit jaar. Dit zijn altijd de minder leuke momenten tijdens het vissen, maar soms ontkom je er niet aan.

Tussen duim en wijsvinger controleer ik de lijn die buiten de top van de hengel wappert. Voor de zekerheid toch maar een meter of vier nylon afgeknipt en om de vingers gerold om daarna in de zak van mijn jas te stoppen.Terug naar voerplek twee, want hier heeft alles wat vinnen heeft het op een zwemmen gezet. Inderdaad, nu het donker en stil op de polderweg is geworden durven de grotere vissen hier hun maaltje bij elkaar te scharrelen. Wat dat betreft is er weinig verschil met druk bezocht cultuurwater, de vroege en late uurtjes zijn daar vaak voor de visser de meest lonende. Met de karper die ik verspeeld heb, ben ik ook mijn pennetje kwijt geraakt. Een ouderwetse pauwepen, wit met een oranje bovenstuk van twee centimeter, doet nu dienst. En eerlijk is eerlijk, ook nu het al behoorlijk donker is geworden is een dergelijke pen nog goed zichtbaar.

Gezien mijn uitrusting kan ik nu zo plaatsnemen in een boek van J.B. de Winter: een glasvezel pook, met daar onder een good-old ABU Cardinal 44 en een 'antieke' pauwepen. Alleen het nylon en de haak zijn van deze tijd. Dat het de karper niets kan schelen, blijkt al snel. De hoog afgestelde pauwepen loopt langzaam weg maar blijft fier boven het wateroppervlak uitsteken. Deze karper probeert ook de 'veilige' begroeiing op te zoeken, maar deze keer lukt wel om de vis te blokken. Uit de vuilzone vandaan kan er nog maar weinig mis gaan. Een mooie verwilderde schubkarper mag op de foto.

een verwilderde schub

Het is ondertussen een stuk aangenamer geworden buiten, ik zweet zelfs in mijn dikke jas. Dan toch maar tegen beter weten in een poging wagen op de eerste stek. Zo op het oog zijn twee karpers opzoek naar iets eetbaars in en onder de watervegetatie, een kleine 5 meter voor de plek waar ik gevoerd heb. De pen wordt strak tegen de vegetatie te water gelaten. Een spannend moment altijd... zal de karper het aas vinden? De pen schiet 10 cm naar links, duidelijk veroorzaakt door de staart van een vis en dus geen aanbeet. Rustig wachten dus! Slaan resulteert of in een vals gehaakte karper of een karper(s) die op de vlucht staat. Duidelijk is te zien hoe de karper door de vegetatie heen zwemt. De pen beweegt en verdwijnt. De glasvezel beul gaat hoepelkrom en de karper vlucht weg van de vegetatie.

Eénmaal op het schone en diepere gedeelte mag de slip ook iets losser. Liever een paar meter lijn zonder te veel tegendruk, dan de vis op andere ideëen brengen. Op het 'schone' gedeelte van de sloot kan ik de vis nu met gemak mannen. Deze karper is duidelijk groter dan de twee karpers die ik erder deze avond tijdelijk op de kant heb gehad. En meten is weten, dus de rolmaat wordt onder de karper uitgerold. De slanke vis meet 67 cm.

67 cm!!

Grappig dat deze torpedo uit dezelfde sloot komt als waar ik eerder deze avond een kleine hooggebouwde schubkarper ving. Het is meer dan mooi geweest, tijd om naar Francine te gaan.

Groeten,
Peter

1 opmerking:

Anoniem zei

zie het helemaal voor me Peter
dit is pas genieten

gr Frits