7 mei 2006

Terug naar de polder




Zondag 7 mei. Vanavond ga ik voor het eerst sinds eind maart weer vissen in een echte polder. April heb ik doorgebracht vissend op kweekkarper en zeelt, zowel aan cultuurwater als in door bebouwing opgeslokt en gecultiveerd polderwater. Geen Zuidhollandse "Schreinerpolder" maar een polder hier in Waterland. De vis die ik vanavond hoop te vangen is de wilde karper, ook wel oneerbiedig boerenkarper genoemd.

Als ik over het hek klim om de polder te betreden wordt ik blatend verwelkomd door de schapen aan de overkant. Nee dames, ik ben niet de boer, en heb ook niets van jullie gading bij me. Wat ik bij me heb, is een struintasje een schepnet, en mijn geliefde Hardy Trotter penhengel met daaronder de LuXor 1A-R. De kleine en ondiepe polderslootjes zijn de afgelopen week flink opgewarmd en de begroeiing zowel aan de kanten als in het water keert langzaam terug. Deze slootjes (geen weteringen zoals in Zuidholland ;) ) zijn het domein van de wilde karper. Een karpersoort die zich al eeuwen lang in stand weet te houden, maar bedreigd wordt door uitzetting van de diverse kweekvormen. Gelukkig is er door heel Waterland en de Zaanstreek nog voldoende water voor handen waar geen kweekkarper is uitgezet. De wilde karper doet denken aan een torpedo voor wat betreft de vorm, en voelt gespierd aan.

Voorzichtig voer ik wat maiskorrels tegen de oever aan de overkant, en daarna tuig ik op mijn gemak de penhengel op. Na het optuigen schiet ik nog een paar plaatjes van de polder. In de eerste sloot die ik ga afstruinen maak ik twee voerplekjes die ik om beurten ga afvissen. Er gebeurt helemaal niets op beide voerplekjes en na verloop van tijd besluit ik te gaan struinen - met andere woorden, door de polder heen wandelen tot ik karperactiviteit zie.

Al wandelend kom ik bij een boerderij terecht, in de luwte die de boerderij veroorzaakt zie ik beweging in het water. 'Hier ga ik het proberen', besluit ik, en voorzichtig laat ik mijn aasje te water, gevolgd door een paar losse maiskorrels die ik richting het pennetje strooi. Het duurt niet lang of het water rond het pennetje komt in beweging. Een vis heeft de maiskorrels gevonden en in het ondiepe water veroorzaakt deze vis een soort werveling. Langzaam verplaatst de vis zich richting het pennetje. Dan komt het pennetje in beweging en wordt verplaatst zonder onder te gaan. Ik houd het niet meer, en met ingehouden adem tik ik aan. Een enorme kolk die doet denken aan een modderkrater is het gevolg. De Hardy buigt tot in het kurk, en de karper (want dat is het) trekt een paar meter nylon door de slip van de LuXor. Wat een enorme kracht, snelheid en uithoudingsvermogen hebben deze wilde karpers toch.

Na een paar minuten waarin de sloot verbouwd is tot een modderpoel, ligt mijn eerste wilde karper van 2006 in het net op het gras.




Een prachtige puntgave vis die waarschijnlijk voor de eerste keer in zijn leven kennis gemaakt heeft met een haak. Als ik het meetlint onder de vis houdt stijgt mijn respect voor de wilde karper nog meer. Een vis van 54 cm, en dan zo tekeer gaan... Petje af hoor, en een foto meer dan waard . Nadat de torpedovormige karper met een kolk afscheid neemt, twijfel ik of ik zal doorvissen of naar huis zal gaan om na te genieten van het moment. Toch besluit ik om het verderop nog even te proberen maar wel in dezelfde sloot.

Een wijs besluit, want niet veel later vang ik hier een wilde karper van 59 cm, en aan haar dikke buik te zien een dame die klaar is om aan het paaispel te beginnen. Wat een prachtexemplaar, daar had ik graag samen mee op de foto gegaan, bedenk ik me. Dan maar zelf een plaatje proberen te maken van de karper en haar trotse vanger. Tot mijn grote vreugde is het een leuk plaatje geworden.



Nadat ik haar heb teruggezet, wandel ik op mijn gemak terug door de groene wereld. De hengel heb ik al afgetuigd en in het foudraal gestopt, voor vanavond is het mooi geweest.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: