22 mei 2006

Regen en bellen op het water

Zondag 21 mei. Vanmorgen ben ik samen met onze jongens naar IJmuiden geweest. Niet naar het strand, maar naar het sluizencomplex, om naar de enorme schepen te kijken terwijl ze geschut worden. Nou, dat vonden de mannen wel wat! De afgelopen week was enorm druk geweest, en ik had weinig tijd voor ze. Op de weg naar huis besluit ik niet de afslag Volendam te nemen, want ik wil nog wat cultuurwater in Amsterdam Noord bekijken. Vanavond wil ik graag met de penhengel gaan struinen, maar gezien de terugval in temperatuur is de polder minder interressant. In Amsterdam Noord weet ik twee meertjes die omringd zijn door bomen, gewoon een prachtige omgeving. Dat er ook nog mooie karpers zijn uitgezet, zowel schub als spiegel, zorgt ervoor dat bij mooi weer hier nog weleens wat vissers aanwezig zijn. Nu is het de afgelopen dagen geen mooi weer geweest, en de kans is groot dat er niet gevist wordt. Bij de meertjes aangekomen blijkt dat voorgevoel te kloppen, er is slechts één statische visser aanwezig. Mijn besluit staat vast: hier ga ik vanavond de kantjes afstruinen met de penhengel en een blikje mais.

Thuisgekomen was ik de auto, en daarna bak ik pannekoeken voor het hele gezin. Na het eten is het tijd geworden om op pad te gaan. Tijd voor mezelf! Als ik de auto in Amsterdam Noord parkeer blijkt dat ik de beschikking heb over beide meertjes, zonder deze te moeten delen met andere vissers. Wat een luxe, dat komt waarschijnlijk ook omdat het is gaan regenen. Gezien de 'ellende' die ik afgelopen winter over mij heen heb gekregen is dit malse regentje een lachertje.

Het kleinste meertje van de twee lijkt het meest voor de hand liggend om te beginnen. Terwijl ik voorzichtig langs de oevers loop zie ik een paar keer een karper wegdraaien. Sluipen dan maar.... Het meertje loopt dood in een soort kom, waar tevens de wind op de kant staat. Kleine paaltjes steken boven het water uit, ooit deel van een beschoeiing; kan het nog mooier? Voor ik de hengel optuig maak ik eerst een foto van de stek, de kleine kringetjes in het water die ontstaan door de regen zijn duidelijk zichtbaar.



Daarna strooi ik wat maiskorrels langs de kant, en voorzie de Hardy Trotter van de Luxor werpmolen. De dunne Maxima wordt door de kleine oogjes gehaald. Een pennetje, 3 loodhagels en een haakje maat 6 volmaken de uitrusting. Na twee keer inleggen staat het oranje puntje van het pennetje bij de derde keer nog net boven water.Wat een stek, en wat een rust, je vergeet zowat dat je onder de rook van de grote stad aan het vissen bent.

Als het pennetje dan ook nog eens in beweging komt, ben ik blij dat ik mijn voorgevoel heb gevolgd. Een paar seconden later heeft de Hardy een fraaie bocht aangenomen, en tikt de slip van de Luxor. Wat kan penvissen behalve mooi toch ook lonend zijn. Een kleine vier minuten nadat het pennetje in beweging kwam, ligt er een fraaie schubkarper op de kant. Onthaken en zwemmen maar weer.

Tijd om te verkassen, en al struinend zoek ik naar activiteit langs de oever zo nu en dan de pen te water latend. Ondertussen is het nu serieus gaan regenen er drijven zelfs bellen over het oppervlak.



Het eerste meertje laat ik voor wat het is, en ik besluit om op het tweede meertje onder de bomen te gaan vissen. Geen verstandige keuze, want als ik bij de oever arriveer zijn de pijpen van mijn broek doorweekt, en zit ik zowat ingesloten tussen brandnetels. De eerste witte bobbeltjes van brandnetelcontact zijn op mijn linkerhand al zichtbaar. Nee, dit is niet prettig vissen zo, maar ik besluit het een kans te geven. Hoewel de pen een paar keer beweegt blijft het stil. Ondertussen ben ik nu geheel doorweekt, en ik overweeg om te stoppen. En in de polder zou ik dat ook gedaan hebben, maar dit is een cultuurwater... Dan nog maar een keer de plekjes afvissen op het eerste meertje waar ik al struinend op de plaatsen waar ik het pennetje te water heb gelaten wat maiskorrels heb bijgevoerd.

Een goed idee, want op de derde voerplek duurt het niet lang voordat er beweging in het pennetje komt. Ik tik aan op een massieve vis, die er meteen vandoor gaat. Een kleine vijftien meter verderop staan een paar plukken riet in het water, en de karper gaat er recht op af. Dan draait de vis en zwemt richting de paaltjes zo'n tien meter rechts bij mij vandaan. Met de wijsvinger druk ik krachtig op de spoel van de Luxor, en de vluchtpoging komt tot een eind. De karper is onder controle en nu kan ik echt gaan genieten. Hoewel, als ik de karper voor de eerste keer te zien krijg.. Nog één keer neemt de karper een uithaal, maar dan is het een kwestie van tijd dat ik de vis richting het landingsnet kan dirigeren. Als de vis veilig in het net op het natte gras ligt, haal ik de rolmaat uit het voorvak van het struintasje. Twee keer meet ik de vis en twee keer kom ik tot 72 cm. De grootste door mij gemeten karper dit jaar tot nu toe. Wegen doe ik sinds twee jaar niet meer, maar de grotere karpers meet ik wel. Nog een paar foto's met de Hardy op het natte gras, en daarna zet ik de karper terug.



Helemaal doorweekt maar met een zeer tevreden gevoel loop ik terug naar de auto.

Groeten,
Peter

1 opmerking:

Anoniem zei

Mooi verslag weer Peter, mijn complimenten hoor, het is net of ik zelf daar aan de waterkant zit.
Ik heb ook heel veel in Amsterdam Noord gevist, erg veel water.
Ik zocht vaak juist niet het cultuurwater uit.
Je hebt prachtige zijtakken van het Noord Hollandskanaal waar ik erg goed karper heb gevangen, en het NH-kanaal zelf is ook erg goed.
Al vang je daar veel kleine karper, maar op licht materiaal is dat op en top genieten. Tussen de woonwijken door heb je ook zat cultuurwater, Schellingwouderbreek, Kadoelerbreek.
Hier zie je tegenwoordig veel boilievissers staan.

Visgroet,
Bas