11 mei 2006

Een paar uurtjes vissen, na het avondeten



Woensdag 10 mei. Vanavond heb ik afgesproken om samen met Mark in de polder op karper te vissen. De laatste keer dat Mark en ik samen gevist hebben was afgelopen kerst, maar via de mail houden wij contact. Om 19.30 arriveer ik bij Mark, en ruil de auto om voor de fiets. Er staat ons een kwartiertje fietsen voor de boeg over o.a. een onverhard polderweggetje. In de polder aangekomen is het de bedoeling om de fietsen tegen het hek aan te zetten dat toegang geeft tot de polder. Maar eerst wil ik een foto maken van het hek. Na de foto worden de fietsen 'gestald' en klimmen wij over het hek.




Deze polder is afgesloten, wat inhoudt dat er geen verbinding is met open water. De kans op een echte wilde karper is dus groot. Tevens mogen wij hier vissen omdat wij de boer goed kennen. Het is dus een bijna maagdelijk water zonder énige vorm van dressuur. Diepere vaarten lopen door het weiland en staan in verbinding met ondiepe sloten, een prachtig allround water. De kans op oude en dus grote vissen is het grootst in de diepere vaarten, en daar besluiten wij te beginnen.

Mark heeft pellets meegenomen, een 'lokmiddel' dat voor mij nieuw is. Hij strooit een handje rond mijn pennetje. Onder het pennetje zitten twee maiskorreltjes bevestigd op het kleine haakje. Al snel wordt duidelijk dat de karpers niet meer op het diepere gedeelte van de vaarten bivakkeren, maar naar de ondiepere gedeeltes zijn afgedaald. Ik besluit om in het slootje achter ons een kans te wagen, maar eerst neem ik een handje van die pellets van Mark mee. Nu ben ik een visser die het graag zo simpel mogelijk houdt, dus ook wat aas betreft, maar soms moet je eens iets nieuws proberen. En Mark is er heel lovend over. Bij het slootje aangekomen, ben ik getuige van een uitbundige brasem-bruiloft. Donkere puntige vinnen snijden door het wateroppervlak.

Aan de overkant is een karper bezig om op een onbehouwen manier voedsel naar binnen te werken. Geslurp, en een geluid dat lijkt op wat af en toe mijn kinderen maken, verraden hem. Dan zie ik de vis duidelijk, het lijkt soms of hij gewoon stukken jong riet naar binnen werkt. Wat een boer, zullen we maar zeggen! Verderop staat in het midden van de sloot een pluk riet, en daar ga ik het proberen. Eerst gooi ik de pellets richting het riet, .en daarna volgt de pen met de mais.

Na ongeveer tien minuten geluisterd en genoten te hebben van de karper aan de overkant, gebeurt er iets op mijn stek wat ik nog nooit eerder heb meegemaakt. Een aantal karpers (herkenbaar aan hun staarten) wroeten de bodem om op zoek naar de pellets. Tenminste, zo lijkt het; de pen beweegt zo nu en dan, maar de met twee maiskorrels beaasde haak wordt niet naar binnen gewerkt. Nee, er wordt alleen gesnuffeld aan de maiskorrels. Na een paar minuten zijn de pellets waarschijnlijk op en er drijft van alles aan de oppervlakte, losgewroet door de karpers. Dan is blijkbaar opeens de mais wel interressant, en de pen loopt weg. Het is toch bijna niet te geloven!

Ik tik aan en hevig verzet aan de andere kant bevestigd dat het een karpertje is. De andere, nog aanwezige karpers schieten in paniek alle kanten op. Mark komt ondertussen mijn kant op, met het landingsnet. Behalve 'scheppen' kan Mark ook meteen een plaatje maken van het karpertje, de hengel en natuurlijk mij in de omgeving waarin we vissen.



Met Mark wandel ik terug om in de diepere vaart te gaan vissen. De karpers in de ondiepe sloot kunnen zo mooi even tot rust komen. Terwijl we in het gras zitten genieten we van de ondergaande zon. Een mooi moment om vast te leggen, en duidelijk is de sfeer te proeven waarin wij visten als ik naar het resultaat kijk.



Het wordt nu vrij snel donker en na een klein kwartiertje geen teken van vis te hebben kunnen bespeuren, proberen we het samen tot donker in de ondiepe sloot. Op exact dezelfde plek waar ik het eerste karpertje ving, haak ik er nog één, een groter exemplaar. Helaas schiet de haak los, maar we hebben de karper duidelijk kunnen zien. Mark probeert de slurper van de overkant nog te verleiden, de pellets worden gretig genomen de maiskorrels niet. Over twee weken mag er weer met wormen gevist worden, en dat zou hier weleens de sleutel tot succes kunnen zijn.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: