25 mei 2006

Alle z(r)egen komt van boven

Hemelvaartsdag 2006. Vanmorgen loopt de wekker af om 5.30 uur. Ik twijfel heel even of ik lekker naast Francine zal blijven liggen. Maar dan besluit ik mijn warme bed te verlaten om door het slaapkamerraam naar buiten te kijken. Het is al volop licht, maar het wordt duidelijk een grijze morgen. Bah, het spettert en alles ziet er grauw en nat uit. Maar goed, ik ben nu wakker, en de waterkant 'trekt' aan mij.

Voorzichtig sluip ik naar de zolder om mijn visspullen uit de hobbykamer te halen. Beneden op de keukentafel staan twee blikken mais en het fototoestel op me te wachten. Terwijl de koffie doorloopt breng ik de spullen naar de auto. Snel een bak koffie en een droge krentenbol naar binnen gewerkt, want het is tijd om te vertrekken. Op het speelveldje waar de auto in de buurt geparkeerd staat, zijn spreeuwen druk in de weer om wormen te verzamelen. Een teken dat het toch echt voorjaar is, maar verder is het buiten stil. Geen kwetterend geluid van vogels, normaal gesproken zo typerend voor deze tijd van het jaar in de vroege morgen.

Nou ja, tijd om Monnickendam met de vele omringende polders te verruilen voor een cultuurwater in Amsterdam. Onderweg komt Bette Midler voorbij op de radio met 'From a Distance'. Ach ja het is tenslotte Hemelvaartsdag, het hoort er allemaal bij. Ik ga vissen op hetzelfde water als waar ik afgelopen zondag heb gevist. Ondertussen ben ik echt wakker geworden, en ik heb er zin in!

Op de parkeerplaats aangekomen zet ik de Hardy tegen de auto om op te tuigen, en hoewel de stad nog slaapt, zijn de vogels hier wel aktief. Met een opgetuigde penhengel in mijn ene hand en het landingsnet in de andere, een struintasje op mijn schouder loop ik langs het kleine meertje. Het is gestopt met motteren, het is droog. En er wordt geaasd! Zowel aan de oppervlakte is karper activiteit te zien als onder water, in de vorm van bellenplakkaten. Beginnen met vissen wil ik weer op de plek waar het meertje doodloopt, maar ik strooi onderweg wel twee handjes mais in het water rond de takken van een boom die in het water hangen.

Gehurkt tussen het natte en hoge gras laat ik het pennetje zakken onder de kant. Een paar korrels mais richting de pen is voldoende. Nu maar wachten op wat gaat komen. Ondertussen krijg ik bezoek van een moedereend met haar kroost. Ze blijven op een veilige afstand, en wat mij opvalt is dat er één geel pulletje tussen de bruine broertjes en zusjes zwemt. 'Een leuke foto', denk ik, en het toestel haal ik uit mijn jaszak. Dat had ik niet moeten doen, want alhoewel het inderdaad een leuke foto is geworden mis ik zo de eerste aanbeet.



Nog net zie ik de pen terug keren aan het oppervlak, de uitstaande lijn is bijna strak gezwommen. Nou ja, de vis is niet verschrikt, en na de maiskorrels te hebben gecontroleerd laat ik ze weer te water. Geconcentreerd kijk ik nu naar het pennetje, de hengel in mijn hand, en het kurk geklemd tussen mijn oksel. Opsteker, tik en hàngen! Een grote brasem verschijnt aan de oppervlakte. Snel, maar wel voorzichtig manouvreer ik de brasem van de stek. De vloermat vat ik een meter of vijf verderop in de nek, en kan zo in het water onthaakt worden. Tussen duim en wijsvinger verwijder ik de sliert brasemslijm die tussen de haak en het onderste loodje blijft hangen. Opnieuw de haak be-azen, en inleggen maar weer. De volgende aanbeet resulteert in een schubkarpertje, met duidelijk zichtbaar verwondingen ontstaan bij het paaien. Geen mooie vis, maar wel een karper.

Tijd om naar de voerplek te gaan die ik een klein uur eerder vanmorgen bij de boom heb gemaakt. Ondertussen is het weer begonnen met regenen, en bij de boom aangekomen ben ik blij dat ik vanmorgen mijn lange en waterdichte winterjas, in plaats van het katoenen legerjack heb aangetrokken. Zo blijf ik toch behoorlijk 'droog'. Dat er vis op het voer is afgekomen blijkt wel, want de pen blijft niet lang staan. De karper schiet er vandoor, maar lost de haak. Ik voer nog wat mais bij, en hoop dat de karper die gelukkig meteen het midden opzocht niet teveel onrust heeft veroorzaakt onder de kant.

Na een paar minuten zie ik links van mij een takje in het water bewegen. Er wordt weer gescharreld onder de kant. Toch duurt het even, voor de pen weer leven verraadt. Het lijkt zelfs of de karper besluit het aas niet te nemen. Want na een paar keer te hebben bewogen blijft de pen weer stil staan om plotseling langzaam te verdwijnen. De lijn loopt strak, en ik tik aan. Een korte krachtexplosie volgt, en ook deze karper zwemt richting het midden. Zo heb ik het het liefst. Verder verloopt het heel allemaal heel rustig. Het struinnet voldoet, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Een dikke schubkarper ligt als een rolmops in het net op het gras. Volgende keer gaat het grote 'echte' karpernet mee als ik op cultuurwater ga vissen!

Dan hoor ik een stem, een man met een hond staat achter mij. En dat komt nu eens echt een keer goed uit. Die kan een foto van mij maken!! Wat ben ik blij, eindelijk weer eens zelf met een mooie karper op de foto, in plaats van de vis op het gras met de hengel. Snel mijn vispet af, bedenk ik mij nog.



Na de foto's meet ik de karper. Deze karper blijkt nog 2 cm groter dan de karper van zondag te zijn. Een beul van 74 cm, ik bedank de man en ik kan mijn geluk niet op. De karper zet ik voorzichtig terug in het water, en het eerste wat ik daarna doe is de foto's bekijken. Gelukt, gelukt, gelukt! Het volgende uur vis ik in een roes - wat een karper! De stad komt langzaam tot leven, tijd voor mij om naar huis te gaan.

Groeten,
Peter

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Natte boel de laatste tijd bij je Peter maar wel mooie schubben.

Ap

Anoniem zei

Fraai verslag, Peter. Het is alsof ik achter je sta mee te genieten van natuur en aanbeten.
Gefeliciteerd met je vangst!

Herman.