17 apr. 2006

Zeelt, de eerste poging


Maandag 17 april. Vanavond ben ik naar een polder gereden waarvan ik weet dat er een goed zeeltbestand is. De zeeltstand is daar zo goed dat je echt gericht en met succes op zeelt kunt vissen. De maanden mei, juni en juli zijn voor mij de maanden gebleken dat de zeelt het beste vangbaar is. Vorig jaar is het eerste jaar sinds jaren geweest dat ik niet gericht op zeelt heb gevist. Dit jaar zal ik de zeelt de aandacht geven die deze prachtige vis verdient.
Want prachtig dat is zij, zo glad als een aal en met van die rode oogjes. In tegenstelling tot de aal heeft de zeelt wel schubben, die echter heel klein zijn en daarom lijkt het net als of de zeelt geen schubben heeft. Zeelten zijn bodemwroeters en hun aanwezigheid is vaak zichtbaar door de bellenplakaten, bestaande uit kleinere belletjes als die van de karper. Als de lelies er zijn dan raggen ze daar soms doorheen, op zoek naar slakjes en andere lekkernijen. Een lichte karperhengel of een langere snoekbaarshengel zijn het ideale wapen om op zeelt te vissen.

Gezien de nog afwezige waterbegroeiing kies ik voor de snoekbaarshengel en de ABU Cardinal 52. Ik vis nu onder de kant en een langere hengel dan 295 cm heb ik dus niet nodig. Voor ik de hengel optuig gooi ik een paar handjes mais op een aantal plekjes onder de kant. Daarna haal ik de dunne 18% nylon door de oogjes, en monteer het (schuivende) pennetje, het haakje en de loodjes. Het pennetje wordt zo'n 30 cm uit de kant te water gelaten en slechts het oranje puntje steekt boven het water uit.

Helaas betrekt de lucht, en daar had ik niet op gerekend. Ook de wind trekt aan, maar het dobbertje houd zich kranig. Na een minuut of twintig zie ik belletjes onder de kant en niet veel later komt het pennetje omhoog; een opsteker. Daarna verdwijnt het pennetje onder water en tik ik aan. Een behoorlijke weerstand voel ik, en de vis trekt (behalve de hengel goed krom) ook een meter lijn door de slip. "Dat is zeelt, dat kan niet missen" schiet er door mij heen. Een teleurstelling maakt zich over me meester als de vermeende zeelt een brasem blijkt te zijn die na een kort en hevig verzet nu op zijn zij ligt, klaar om geschept te worden.

EĆ©nmaal op de kant besef ik dat deze brasem wel eens een centimeter of 50 lang kan zijn. Wanneer ik de rolmaat er onder leg blijken dat 54 centimeters te zijn. Tevens is de brasem in een goede conditie en voelt stevig aan, vandaar dat ik eerst van doen dacht te hebben met een zeelt. Tja, van zo'n brasem maak ik graag een foto, en stiekem ben ik er blij mee.

Helaas gaat het na de vangst van de brasem regenen, eerst zachtjes, maar dat verandert in plensen. In korte tijd zijn mijn legerjas en spijkerbroek doorweekt, en verder vissen lijkt me niet zinvol, maar ook niet verstandig. De resterende mais strooi ik uit onder de kant, ik kom hier zeker nog een keer terug deze week.

Groeten,
Peter

Geen opmerkingen: